Abonneer Log in

Push Polls

Een populair Amerikaans fenomeen: straks ook in de Belgische electorale strijd?

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 3 (maart), pagina 4 tot 6

Wat is een ‘push poll’?

Een push poll wordt dan wel ‘peiling’ genoemd, maar het kan in geen geval als een betrouwbare peiling worden beschouwd die werkelijke opinies meet. Een push poll wordt immers ingezet als politiek reclamemiddel om een zo positief mogelijke indruk van de eigen politieke kandidaat te creëren en een zo negatief mogelijke indruk van de politieke tegenkandidaat. Het meest problematische aan de push poll is dat hij aan de respondenten wordt voorgesteld als wetenschappelijk survey onderzoek. Op onwetenschappelijke wijze echter wordt hypothetische maar uiterst negatieve informatie verspreid via korte telefoongesprekken om iemands’ stemvoorkeur te ‘duwen’ in de richting van de kandidaat waarvoor reclame wordt gemaakt, vandaar de benaming ‘push’ poll (Sabato & Simpson, 1996, pp. 26-28; Streb & Pinkus, 2004, pp. 95-96). Deze peiling wordt voornamelijk in de Verenigde Staten ingezet in politieke campagnes. De Amerikaanse burgers werden hiervoor in 1995 al door de National Council on Public Polls (NCPP, 05.1995) gewaarschuwd.
Een voorbeeld dat de American Association for Public Opinion Research (AAPOR,2003) geeft van deze bedrieglijke vorm van peilen is het volgende: ‘Zou u meer of minder waarschijnlijk stemmen voor (naam van de politieke tegenkandidaat) als u wist dat hij zijn dienstplicht niet heeft vervuld / zijn curriculum vitae heeft vervalst / gearresteerd is geweest / failliet is gegaan / vaste klant is bij prostituees / zijn alimentatiegelden niet heeft betaald / belastingen heeft ontdoken?’ Tijdens de korte telefoonpeiling van slechts twintig tot zestig seconden deinzen de politieke enquêteurs er niet voor terug om valse, misleidende en zelfs vaak shockerende uitspraken te doen. Hoewel de verschafte negatieve informatie meestal bestaat uit louter hypothetische veronderstellingen, laat men bij de respondent toch de indruk achter dat de tegenkandidaat de genoemde zaken werkelijk zou kunnen gedaan hebben (AAPOR, 2003; Streb & Pinkus, 2004, p. 96).
Mogelijke opiniebeïnvloeding die van push polls uitgaat, is echter nog niet voldoende bestudeerd om te kunnen concluderen wat de precieze effecten ervan zijn. Uit experimenten van Fitzsimons en Shiv (1999, p. 13) met push-polltechnieken blijkt dat hoewel respondenten van zichzelf aangeven het onderscheid te kunnen maken tussen hypothetische en feitelijke gegevens toch door de hypothetisch negatieve informatie beïnvloed worden in bepaalde mentale processen. De vraag blijft natuurlijk of men verkeerde informatie over iemand mag verspreiden, ook al is deze louter hypothetisch.
Dit sluit nauw aan bij discussies over reclameboodschappen. Mensen herkennen ze als zodanig maar kunnen er toch ook door worden beïnvloed in latere beslissingsprocessen. Schadelijke effecten van het op grote schaal verspreiden van onjuiste informatie via push polls worden echter vaak zonder meer verondersteld, wat zich bijvoorbeeld manifesteert in pogingen van organisaties en wetgevers om het gebruik ervan te beperken. In verschillende Amerikaanse staten bestaat al een regulering voor deze onbetrouwbare peilingpraktijk. Het duidelijk onderscheiden van push polls enerzijds en wetenschappelijke surveys anderzijds is hierbij een eerste belangrijke stap om misbruiken tegen te gaan (Streb & Pinkus, 2004, pp. 95-96; AAPOR, 2003; CMOR, 2005). Niet-wetenschappelijke push polls gebruiken immers met opzet onjuiste informatie om zoveel mogelijk mensen van stemvoorkeur te doen veranderen op het moment van de bevraging zonder zich te houden aan survey criteria zoals meetobjectiviteit of representativiteit (Sabato & Simpson, 1996, p. 27). Omdat push polls onder het mom van legitiem onderzoek worden uitgevoerd, is het belangrijk dat de resultaten ervan niet worden verspreid als accurate gegevens.

Bestaat de kans dat push polls in de Belgische (of Vlaamse) verkiezingscontext worden geïntroduceerd? Uitgaande van de algemene opvatting dat trends die hun oorsprong kennen in de Verenigde Staten vroeg of laat ook op het Europese continent worden ingevoerd, kan men zich inderdaad die vraag stellen. In de eerste plaats is er een groot verschil in budget tussen de Belgische en de Amerikaanse politieke campagnes. In de Verenigde Staten worden immers miljoenen dollars gespendeerd aan politieke advertenties die op alle mogelijke manieren de stemvoorkeuren van kiezers proberen te beïnvloeden. In België is het voor politieke partijen wettelijk niet mogelijk om zulke exorbitante geldbedragen uit te geven aan politieke reclame, aangezien de wet op de partijfinanciering van 4 juli 1989 hen hierin beperkt (BS, 04.07.1989). Bovendien wordt de Belgische verkiezingsstrijd in een iets serenere sfeer gestreden. De meer ‘agressieve’ reclametechnieken, zoals politieke advertenties per mail of door middel van tekstboodschappen via de mobiele telefoon worden (nog) niet massaal ingezet.
Bovendien passen push polls eerder binnen de Amerikaanse verkiezingssituatie waarbij een beperkt aantal, niet zelden slechts twee, politieke kandidaten verkozen kunnen worden. De beïnvloedende peiling leent zich dan vrij goed om het stemgedrag van een kiezer in de richting van de eigen kandidaat te sturen en weg te duwen van de politieke tegenkandidaat. In de Belgische verkiezingscontext, waar men voor een veel groter aantal mensen kan kiezen, spelen de ruimere entiteiten zoals de politieke partijen een grotere rol dan de puur individuele kandidaten. Het is dan ook meer plausibel, als de push-polltechniek dan al geïntroduceerd zou worden in België, dat deze zal worden aangepast aan de specifieke kenmerken die de Belgische of Vlaamse verkiezingssituatie typeren. Zo zou men bijvoorbeeld door middel van deze techniek wel een bepaalde politieke partij in een negatief daglicht kunnen stellen zodat een hele groep van individuen die eenzelfde ideologie delen in diskrediet worden gebracht. Aangezien het introduceren van grotere kieskringen en het afzwakken van de lijststem individuele kandidaten meer op de voorgrond brengen, blijft het toch nog even afwachten of er geen Vlaamse variant van de Amerikaanse push poll komt.

Nathalie Sonck
Assistent Dataverzameling en -Analyse Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CeSO) - KULeuven

Bibliografie
- AAPOR (2003). Push Polls: Not to be Confused with Legitimate Polling. [07.09.2005, American Association for Public Opinion Research: http://www.aapor.org/pdfs/2003/2003pushpollstatement.pdf.
- Belgisch Staatsblad (04.07.1989). Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.
- CMOR (2005). What Is Research? Differences Between Research and Sales. [16.11.2005, Council for Marketing and Opinion Research: http://www.cmor.org/research/differences.cfm.
- Fitzsimons G.J. & Shiv B. (1999), Push Polling: The Effects of Presuppositions on Consumer Decision Making. Paper presented on the Association for Consumer Research Annual Conference in October 1999.
- NCPP (05.1995). A Press Warning from the National Council on Public Polls. [07.09.2005, National Council on Public Polls: http://www.ncpp.org/push.htm.
- Sabato L.J. & Simpson G.R. (1996). When Push comes to Poll: The Latest in Negative Campaigning is just a Phone Call Away. Washington Monthly, 28 (6), pp. 26-32.
- Streb M.J. & Pinkus S.H. (2004). When Push Comes to Shove: Push Polling and the Manipulation of Public Opinion. In M.A. Genovese & M.J. Streb (reds.), Polls and Politics: the Dilemmas of Democracy (pp. 95-115). New York: State University of New York Press.

verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 3 (maart), pagina 4 tot 6