Log in

Een socialistisch manifest voor de 21e eeuw

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 4 (april), pagina 45 tot 51

De materialistische methode

In haar bijdrage tot het ideologisch congres van de sp.a wil sp.a-rood de materialistische methode hanteren. We bedoelen daarmee het ‘materialisme’ in de filosofische zin, als tegengesteld aan het ‘idealisme’. Het materialisme neemt de materiële werkelijkheid rondom ons (en in ons) als uitgangspunt. Dit betekent dus dat we niet vertrekken vanuit bepaalde waarden of ideeën die ons als socialisten zouden (moeten) binden, maar dat we deze waarden trachten af te leiden uit het materiële zijn van de mens. Dat brengt ons meteen bij de economie als het geheel der verhoudingen die mensen met elkaar aangaan om in hun materiële levensbehoeften te voorzien.1
Dat we vertrekken vanuit het primaat van de economie hoeft daarom niet te betekenen dat we deterministen zijn. Ten eerste treden andere factoren in wisselwerking met het economische, maar de aard en de draagwijdte van deze wisselwerkingen kunnen we slechts begrijpen als we onderkennen dat het economisch bestel in grote mate dicteert wat er op het sociale, culturele, wetenschappelijke en zelfs religieuze vlak mogelijk is of ‘door de mensen’ wenselijk (of haalbaar, duldbaar of verwerpelijk) wordt geacht.2 Maar ten tweede, en dat is doorslaggevend: dat economisch bestel is daarom niet onveranderlijk of onveranderbaar. Economie is ‘des mensen’: zij kwam in de loop der eeuwen tot stand door de grotendeels onbewuste interacties tussen mensen, groepen en volkeren. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het economische toneel daardoor meteen ook een strijdtoneel werd: de strijd om de immer schaarse materiële middelen, die zich uitdrukte in de klassenstrijd.3 Het economisch bestel veranderde daardoor verschillende malen radicaal van aanschijn. Niet zozeer omdat de geesten er rijp voor waren, maar wel omdat de materiële noodzaak en mogelijkheid zich stelde, en de krachtsverhoudingen gunstig waren voor zo’n transformatie. Dat er dus zoiets zou bestaan als een door de natuur gegeven, objectieve economische orde die buiten en boven de mensen staat (en die toevallig steeds samenvalt met de orde van de dag) is een reactionair verzinsel dat vanzelfsprekend in de kaart speelt van diegenen die aan de macht zijn.
Alleen daarom al zou het dus uitermate dom zijn voor socialisten om hun eieren in de korf te leggen van het bestaande economische bestel - het kapitalisme - zoals het socialisme van de derde weg (dat trouwens eerder een zeer tijdsgebonden en pragmatische politieke praktijk is dan een ideologie) dat doet.

Is er nog nood aan een globaal socialistisch alternatief?

Maar een veel belangrijkere vraag is: is er - naar analogie van historische perioden in het verleden - aan het begin van de 21e eeuw de mogelijkheid én de noodzaak tot een radicale economische transformatie? Of is het nadenken daarover enkel speelgoed voor intellectuelen en weten we vanuit de buik allemaal wel wat socialisme betekent en hoeven we dat buikgevoel alleen maar toe te passen in onze politieke en syndicale praktijk?
Zelfs al stellen we vast dat een belangrijk deel van de wereldbevolking in de afgelopen vijftig jaar een aanzienlijke materiële vooruitgang heeft gerealiseerd, dan nog kunnen we er niet onderuit dat ondanks of zelfs dankzij die vooruitgang de tegenstellingen in de wereld enkel maar zijn toegenomen.4 Zonder daarom in miserabilisme te vervallen, stellen we vast dat nooit eerder in de geschiedenis het verschil tussen datgene wat wetenschappelijk en technologisch realiseerbaar is, en datgene wat ook effectief wordt gerealiseerd, zo groot is geweest.
Tegelijk botsen we met onze manier van ‘ontwikkelen’ op de limieten van de ecologische draagkracht van onze planeet. Er wordt nogal vlot beweerd dat de Chinezen nooit ‘ons’5 welvaartsniveau kunnen bereiken zonder daarmee de ecologische ineenstorting van onze planeet te veroorzaken. Te weinig wordt er nagedacht over de consequenties van deze vaststelling: ofwel heeft de rest van de planeet het recht niet om te leven zoals wij, ofwel onderkennen we dat ons huidig economisch bestel niet meer in staat is om de wereld globaal tot ontwikkeling te brengen. En het gaat hier wel degelijk over een manklopend economisch bestel en niet over een ‘foute’ technologie of wetenschap. Wanneer een Antwerps confectiebedrijf bijvoorbeeld al het grove snijwerk uitvoert via de meest moderne lasergestuurde technieken van computer aided manufacturing, om dan vervolgens deze halfafgewerkte producten in te pakken en op het vliegtuig te zetten naar Tunesië waar de arbeidsintensieve afwerking gebeurt, en er tenslotte - terug in Antwerpen - een etiket Made in Belgium innaait om geen invoerrechten te hoeven betalen, dan ligt daaraan geen enkele technologische noodzaak ten grondslag. Dit is enkel het gevolg van een brutale en primitieve economische logica die de winsten privatiseert en de verliezen (milieubelastend transport per vliegtuig, de sociale kostprijs van loondumping en werkloosheid) vermaatschappelijkt. Stellen dat het kapitalisme een instrument is voor de maatschappelijke vooruitgang, en dat de socialisten er enkel voor moeten zorgen dat de kapitalistische processen ten behoeve en ten dienste van de mens moeten staan snijdt dus geen hout. Kapitalistische processen volgen hun eigen logica, of het zijn geen kapitalistische processen meer.
En wat ons ‘buikgevoel’ betreft, dat is niet direct een kompas dat alle socialisten dezelfde richting uitstuurt. Dat zagen we tijdens de hete herfst van het Generatiepact. De kameraden aan de top vulden hun visie op socialistische ideologie eigengereid in en noemden het Generatiepact een ‘links programma’. Voor de kameraden aan de basis - en voor sp.a -rood- is en blijft het de logische uitdrukking van een neoliberaal economisch denken dat de sociale rechten van de mensen als koopwaar op de wereldmarkt gooit en er enkel de boekhoudkundige kostprijs van vergelijkt.

Arbeid is geen koopwaar

Het kapitalisme is ooit wel eens een instrument van maatschappelijke vooruitgang geweest. Het kapitalisme en de daarbij horende economische oertheorieën van Adam Smith kwamen echter tot stand in een context van relatieve overvloed van natuurlijke hulpbronnen en van relatieve schaarste op het vlak van de productieve krachten. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Smith abstractie maakte van de aanwezigheid van die natuurlijke hulpbronnen. Ze waren er gewoon. Vandaag is de situatie echter omgekeerd. De mensheid kan zich geen spilzuchtige economische oorlog van ‘allen tegen allen’ - die aan de ene pool weelde, maar aan de andere pool armoede en ecologisch verval opstapelt - meer veroorloven.6 De limieten van het sociale en economische draagvlak van de planeet zijn bereikt. De globalisering van de wereldeconomie in haar kapitalistische variant is ontaard in een wedren naar de snelste en meest efficiënte sociale uitsluiting. Socialisten mogen daarom niet langer aanvaarden dat de sociale rechten van werknemers (loon - zowel het individuele als het collectieve deel! - arbeidstijd,veiligheid op het werk, werkloosheidsuitkeringen, ziekteverzekering, pensioenen…) pasmunt worden in de concurrentiestrijd. Werkzekerheid (en dus ook: arbeidsherverdeling zonder koopkrachtverlies) moeten de norm worden in plaats van de uitzondering. Het is niet de individuele werknemer die het slachtoffer moet worden van de internationale concurrentiestrijd en het falen van de bedrijfsleiding door het verlies van haar of zijn job. Bedrijven die de concurrentiestrijd willen aangaan hebben andere mogelijkheden: innovatie, technologie, kwaliteit, energiezuinigheid en last but not least: de winstmarges. Veel meer dan de loonkosten zijn het immers de kapitaalkosten (de return on investment) die in de afgelopen decennia exuberant hoog zijn geworden.
Socialisten zijn trouwens geen vragende partij voor het instandhouden van deze nooit eindigende internationale ‘doorholeconomie’. Zij verkiezen wereldwijde samenwerking boven concurrentie als drijfveer van de economie. Zolang de wereldeconomie echter nog door concurrentie wordt overheerst weigeren we te aanvaarden dat bepaalde domeinen als pasmunt worden gebruikt om de concurrentiepositie van bepaalde landen tegenover anderen af te kopen. Die domeinen zijn de loonkosten (omdat zij een afspiegeling zijn van het collectieve welzijn en het levensniveau van een samenleving), tewerkstelling en de zorg voor het milieu. Het vermarkten van deze domeinen in functie van de concurrentiekracht leidt onvermijdelijk naar een race to the bottom op wereldschaal. Socialisten verwijzen het debat over de concurrentiepositie daarom naar de domeinen van de energiekosten, de kapitaalkosten en de winsten.

Overheidsinitiatief

Socialisten vinden bedrijfssluitingen of collectieve ontslagen zonder de creatie van compenserende (en kwalitatief minstens evenwaardige) arbeidsplaatsen in functie van het ‘economisch realisme’ onaanvaardbaar en immoreel. Over wiens realisme gaat het dan? In elk geval niet dat van de werklozen of dat van de samenleving die opdraait voor de kosten van de uitkeringen en van de sociale ontreddering. Socialisten zullen het verlies van arbeidsplaatsen daarom steeds compenseren, waarbij we het neoliberale taboe op economisch initiatief van de overheid desnoods doorbreken. Overheidsinitiatief kan, mag en zal opnieuw meerwaarde opleveren voor de gemeenschap. Niet enkel door het sociale aspect van de tewerkstelling en de uitbouw van collectieve diensten maar ook door het maken van winsten die maatschappelijk kunnen worden bestemd.7
Het recht op arbeid - als middel van bestaan, maar ook als recht tot volwaardige participatie in de maatschappij - is geen academische abstractie8 maar moet worden ontwikkeld tot een volwaardig burgerrecht dat aan het individu enkel kan worden ontnomen bij wijze van verregaande sanctie ten gevolge van een individueel gepleegde misdaad of misdrijf.
Bovendien legt een groeiend economisch overheidsinitiatief de lat tussen arbeid en kapitaal opnieuw wat gelijker. Investeerders hebben nu immers de ongelimiteerde vrijheid om wereldwijd naar de laagste loonkosten en/of de meest winstgevende productievoorwaarden op zoek te gaan, abstractie makend van de sociale en ecologische tol die daarvoor wordt betaald. Arbeid wordt overal uitgestoten, terwijl Koning Kapitaal met de rode loper wordt ontvangen. De gemeenschap moet opnieuw het recht krijgen om te zeggen: als de sociale kostprijs om het kapitaal hier te houden te hoog oploopt, dan nemen we het heft in eigen handen. Is dat concurrentievervalsing? Misschien. Maar nu wordt de concurrentie ook vervalst in ons aller nadeel. Wij ‘vervalsen’ (of liever: beteugelen) ze in het voordeel van de sociale meerderheid. Enkel de democratische gemeenschap is in staat om te investeren rekening houdend met alle sociale en ecologische randvoorwaarden die vervuld moeten zijn om te kunnen spreken van duurzame economische ontwikkeling.

Internationalisme

Socialisten verklaren zich solidair met de slachtoffers van de economische wereldoorlog. De vluchtelingenstroom die door deze oorlog op gang gebracht wordt naar de ‘rijke landen’ mag en kan niet worden tegengehouden door het repressieapparaat los te laten op deze economische vluchtelingen. Wel erkennen we dat de oplossing van deze problematiek niet ligt in een ongebreidelde migratie. De oplossing is complex en vereist actie op diverse fronten: het aanpakken van de uitbuitingscircuits van mensenhandel, zwartwerk en huisjesmelkerij, parallel met het voorzien in een menswaardige opvang en vooral concrete en substantiële solidariteit met de sociale en politieke strijd in de landen van herkomst. Naast de traditionele ontwikkelingshulp mikken we daarbij vooral op de steun aan politieke en syndicale ontwikkelingen in de wereld die in de lijn liggen van het socialistisch project.9
Oorlog is een grote bron van economische en ecologische ontwrichting en van het op gang brengen van vluchtelingenstromen. Oorlog is de gewapende voortzetting van de wereldwijde economische oorlog. Het spreekt voor zich dat socialisten de meest virulente tegenstanders zijn van militaristische en imperialistische campagnes die onder het mom van de ‘strijd tegen het terrorisme’ of ter verspreiding van het burgerlijk-democratisch ideaal worden gevoerd. Concreet betekent dit dat ons land niet alleen geen troepen zal leveren voor deze oorlogen, maar dat wij ook weigeren om te dienen als schakel in de logistieke ketting van deze oorlogen.10

Socialistische ecologie

Socialisme is ook een groene ideologie. Meer dan ooit moet er op wereldschaal doordacht en dus planmatig worden omgesprongen met de hulpbronnen die ons ter beschikking staan. Niet enkel om bestaande welvaart te behouden, maar ook om het resterende ecologisch draagvlak van de planeet zodanig te benutten dat bijkomende groei vooral wordt aangewend om een einde te maken aan de armoede in de wereld. Die planmatigheid laat zich niet opsluiten in een eenzijdige logica rond winsten versus loonkosten en het streven van kapitaal naar maximaal financieel rendement. Socialistisch kapitaal moet renderen op het sociale en het ecologische vlak. Het groene karakter van een socialistische economische theorie opteert dus niet voor louter technologische ‘end of pipe’-oplossingen voor de milieuvervuiling, maar kiest voor globale, integrale en duurzame economische boekhouding.
Deze globale, integrale en duurzame economie kan enkel worden gerealiseerd door democratische controle te introduceren in de economische beslissingscentra. De middelen die het socialisme daarvoor inzet zijn arbeiderscontrole, zelfbeheer, coöperatie, de uitbouw van de overheidssector en de socialisatie van de sleutelsectoren van de economie, kortom een economie voor en door de mensen. Socialisme is daarom een bevrijdingsideologie die in essentie gaat over radicale democratie.11

Het voorhoedegevecht van de vakbonden

Het overwicht van het privébezit van de productiemiddelen is op rationele basis niet meer verdedigbaar. De reden waarom het toch de regel blijft en het thema op zich zelfs een onbespreekbaar taboe blijft - een taboe dat een democratie onwaardig is - heeft dus alles te maken met macht en privileges. Om deze macht in te perken of om op termijn zelfs voorgoed een einde te stellen aan dit democratisch deficit volstaat dus zeker niet alleen de rationaliteit, maar is een tegenmacht noodzakelijk. De georganiseerde arbeidersbeweging in de vorm van de vakbonden is de enige denkbare democratische en vreedzame tegenmacht. Socialisten erkennen in de vakbonden hun natuurlijke bondgenoten en dulden niet dat de syndicale vrijheden worden aangetast. Integendeel ijveren wij voor een uitbreiding van de syndicale rechten in kleine en middelgrote bedrijven, en streven we naar de versterking van allerlei vormen van werknemerscontrole in de bedrijven, als stap in de richting van een democratische en zelfbeheerde economie. De vakbonden bevinden zich vandaag in de voorhoede van de strijd voor een waarachtig democratische maatschappij.
Inzake overlegstructuren - interprofessioneel en sectoraal - is het Belgische paritaire model voorbeeldig te noemen, maar nog volstrekt geen optimaal instrument van economische democratie. Pas als de reële machtsongelijkheid ten voordele van de werkgevers wordt weggewerkt of - liever nog - wordt omgekeerd in een overwicht van werknemersmacht kunnen we dit instrument socialistisch noemen.

De mens is geen afzetmarkt

Naast arbeid zijn ook gezondheidszorg, huisvesting en onderwijs, cultuurspreiding, jeugd-, kinder- en bejaardenzorg, criminaliteitsbestrijding... cruciale en onmisbare sectoren van maatschappelijk nut en dus onvervreemdbaar. De gemeenschap heeft daar recht op.
Het is onaanvaardbaar dat de snelle ontwikkeling van de medische wetenschap op wereldschaal aan relatief minder mensen dreigt ten goede te komen, en dat bepaalde prioriteiten zoals de bestrijding van aids en malaria te weinig aandacht krijgen of belemmerd worden door private patenten op geneesmiddelen.
Gezondheidszorg en de daartoe benodigde wetenschappelijke en technologische kennis kan nooit ondergeschikt worden gemaakt aan private belangen. Voldoende budgettaire middelen moeten worden vrijgemaakt om alle medische zorgen ter beschikking te stellen aan allen die er behoefte aan hebben. De farmaceutische industrie moet onder de controle van de gemeenschap worden geplaatst.
Onderwijs is in de eerste plaats bedoeld om het kind en de jonge mens optimaal te begeleiden in zijn ontwikkeling. Wij opteren voor inclusieve onderwijsvormen, uitgaande van de individuele capaciteiten en talenten van elk kind. Dit in tegenstelling tot de huidige exclusieve tendensen die het onderwijs willen degraderen tot een leverancier van grondstoffen voor een competitieve economie.
Huisvesting mag net zoals arbeid geen instrument worden van uitbuiting van de ene mens door de andere. De overheid dient zelf de nodige initiatieven te nemen om een kwaliteitsvolle huisvesting te garanderen voor allen.
Cultuur, kunst en sport moeten worden beschermd tegen de vervlakkende, homogeniserende en commercialiserende tendensen van het kapitalisme. De gemeenschap dient voldoende cultuurspreidende- en sportinfrastructuur zoals de massamedia en de nieuwe digitale en interactieve media, bibliotheken en evenementenhallen in eigen beheer uit te baten.
Daarnaast moet worden erkend dat kunstenaars een essentiële bijdrage leveren aan een hoogontwikkelde samenleving en dient er een kunstenaarstatuut te worden uitgewerkt dat voldoende materiële zekerheden biedt voor de kunstenaar zonder zijn/haar artistieke vrijheid aan banden te leggen.

Samenvatting

Eeuwenlang werd het leven van de mens beheerst en bedreigd door de krachten van de natuur. Aan het begin van de 21e eeuw laten wetenschap, technologie en de daaruit voortvloeiende economische productiviteit de mens eindelijk toe om te leven zonder materiële nood, en zonder uitbuiting van de mens of de natuur. Het enige wat ons nog in de weg staat zijn de oude vormen en gedachten van een voorbijgestreefde, ééndimensionale economie en de daaraan verbonden macht en privileges. Een socialistische ideologie voor de 21e eeuw is dan ook een bevrijdingsideologie, gebaseerd op radicale democratie en integrale economie.

Erik De Bruyn
sp.a-rood

Noten
1/ Men zou nog een stap verder kunnen gaan en met Marx en Engels stellen dat het de economie is die de mens van het dier onderscheidt: ‘Men kan de mensen van de dieren onderscheiden door het bewustzijn, de godsdienst, of door wat men maar wil. Zelf beginnen zij zich van de dieren te onderscheiden, zodra zij hun bestaansmiddelen gaan produceren, een stap die door hun lichamelijke constitutie is geconditioneerd. Door hun bestaansmiddelen te produceren, produceren de mensen indirect hun materiële leven zelf.’ (De Duitse ideologie, deel I: Feuerbach)
2/ Zo waren bijvoorbeeld de Godsdienstoorlogen een uitdrukking van het conflict tussen oude en nieuwe economische krachten en de met succes bekroonde pogingen van die laatsten om hun economische macht ook om te zetten in politieke en militaire macht; in de exacte wetenschappen zien we hoe de Newtoniaanse mechanica en de atoomtheorie pas doorbreken op het ogenblik dat er ook op het economische en politieke niveau ontwikkelingen plaatsvinden die een gelijkaardig wereldbeeld hanteren, en dat terwijl de atoomtheorie in de Oudheid reeds ontwikkeld was door de Griekse filosoof Democritus: het idee was goed maar de maatschappelijk-materiële voorwaarden waren nog niet rijp.
3/ De chaostheorie (en zeker de inzichten van de Belgisch-Russische scheikundige en Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine) leert ons dat het onderkennen van onderliggende conflicterende krachten in een complex systeem zeker niet hoeft te leiden tot determinisme.
4/ Op Driekoningen 2006 werd op de klassieke radiozender Klara nogal idyllisch gedaan over het feit dat er op de Westelijke Jordaanoever heden ten dage nog steeds woningen te vinden zijn die tegelijk ook dienst doen als stal. Er mogen dan allerlei complexe en vaak reactionair getinte theorieën opgang maken over het terrorisme als een uitdrukking van een ‘botsing van beschavingen’, het lijkt ons als socialisten niet onverstandig om ervan uit te gaan dat materiële omstandigheden en een totaal gebrek aan vooruitgang en ontwikkeling (over 2000 jaar!) in grote delen van de wereld aan de basis liggen van fundamentalisme, nationalisme en sectair geweld. Het noopt ook tot voorzichtigheid en nuance vooraleer we schamper gaan doen over het ‘vooruitgangsoptimisme’ dat bepaalde scholen van het socialisme vaak wordt aangewreven.
5/ We zetten ‘ons’ tussen aanhalingstekens omdat in dit soort redeneringen een valse tegenstelling wordt gecreëerd: in de Verenigde Staten leven 30 miljoen mensen op het levensniveau van de derde wereld, terwijl in België het aantal armen op één decennium tijd is verdubbeld tot 1,5 miljoen. Denken in termen van noord-zuidtegenstellingen vertroebelt het inzicht in de echte economische krachten van uitsluiting versus verrijking die op planetair niveau maar ook in elk land afzonderlijk aan het werk zijn.
6/ Socialisten verwerpen dan ook de reactionaire agenda van Lissabon 2000 of het ontwerp van Europese grondwet, die beide geconcipieerd zijn rond het principe van de competitiviteit. ‘Onze’ competitiviteit, ‘onze’ overwinningen in de eeuwigdurende economische oorlog maakt slachtoffers in binnen- en buitenland: de anderhalf miljoen Belgische armen, de tienduizenden Afrikanen die de nieuwe ‘Berlijnse muren’ bestormen rond Ceuta en Melilla of in gammele bootjes Gibraltar of het eiland Lampedusa trachten te bereiken.
7/ We willen hierbij een wijdverspreid misverstand uit de wereld helpen dat de essentie van het kapitalisme zou vervat zijn in de ‘vrije markt’, en dat die beteugeling van de vrije markt per definitie socialistisch zou zijn. Het quasi-monopolie van Bill Gates heeft weinig met een vrije markt te maken maar is uitermate kapitalistisch. Anderzijds is informaticatechnisch gezien een ‘monopolie’ in termen van wereldwijde standaardisering van software wellicht wenselijk op voorwaarde dat ze wordt gerealiseerd via een democratisch gecontroleerde open broncode. Ook inzake energievoorziening en -distributie is een monopolie technisch gesproken de logica zelve, op voorwaarden dat het een democratisch gestuurd monopolie is. De vrije markt daarentegen zal ook in een socialistische economie in heel wat sectoren een rol spelen om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Er is niemand die terug wil naar een planeconomie waarin het aantal te produceren bruine en zwarte schoenen een jaar of vijf jaar op voorhand wordt vastgelegd. Socialisme concretiseert zich op het vlak van de economie dus niet zozeer in een beteugeling van de vrije markt dan wel in een beteugeling van de private toe-eigening van de winsten.
8/ En nog veel minder een alibi tot het doorbreken van stakerspiketten.
9/ Politieke projecten in de lijn van een socialistisch geïnspireerd andersglobalisme zoals de Bolivariaanse revoluties in Venezuela en Bolivia zijn voor hun welslagen en voor het behoud van hun democratisch karakter in grote mate aangewezen op internationale solidariteit, en verdienen dan ook onze openlijke, zij het ten allen tijde kritische steun. Anderzijds verdient een land als Cuba, dat gekozen heeft voor een andere - ongetwijfeld bekritiseerbare - invulling van het begrip democratie het niet om onderworpen te worden aan een verstikkende boycot, enkel en alleen omdat het het privébezit van de productiemiddelen grotendeels heeft afgeschaft.
10/ De haven van Antwerpen was en is een doorvoerhaven in functie van de illegale bezetting van Irak. Indien ons land medeplichtig wordt gesteld aan deze illegale daad omdat het bepaalde internationale akkoorden of bondgenootschappen dient na te leven dan eisen wij de verbreking van deze akkoorden of bondgenootschappen. En als er dan toch gesproken moet worden over repatriëring van illegalen dan geven wij de voorrang aan de repatriëring van de Amerikaanse, Britse en andere
buitenlandse soldaten in Irak.
11/ De socialistische beweging zal daarbij in het reine moeten komen met de mislukte socialistische experimenten in het voormalige Oostblok en de gedeformeerde overblijfselen van het socialistische project in China. In plaats van mee te huilen met de rechtse wolven in het bos is het daarbij belangrijk om ook de verdiensten van deze revoluties te erkennen, alsook de redenen van hun falen en van hun dictatoriale ontaarding op een correcte manier te analyseren. Niemand ontkent vandaag het belang van de Franse revolutie in de ontvoogdingsstrijd van Europa tegen het feodalisme, en het belang ervan voor de hedendaagse Europese politieke structuren, ook al ontaardde de revolutie in een later stadium in dictatuur en militarisme, en zelfs tot een tijdelijke restauratie van de monarchie in 1815. Diezelfde erkenning zal mogelijk ook te beurt vallen aan de Russische revolutie van 1917. Ondertussen oogt datgene wat het kapitalisme in de plaats van het stalinisme heeft gebracht bepaald niet fraai.

sp.a - beginselverklaring

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 4 (april), pagina 45 tot 51