Log in

Gelijkheid, blijheid?

Wat er niet te lezen valt in de beginselverklaring van de sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 4 (april), pagina 15 tot 18

De nieuwe beginselverklaring van de sp.a, opgesteld door de partij-ideologen en geamendeerd op het eerste herbronningscongres, volgt een schijnbaar onfeilbaar recept. Neem ‘gelijkheid voor iedereen’ en ‘vrijheid voor iedereen’ als basis. Daarmee kan je onmogelijk fout zitten. Voeg daar de aanstormende komende generaties en de rest van de wereldbevolking aan toe. Kruid dat stevig met concrete voorstellen die hapklaar persvoer zijn en je zit gebeiteld, zo lijkt het. Maar, geproefd in de mond van de milieubeweging, mist de beginselverklaring wat consistentie, wat coherentie, wat fond.

Deze beginselverklaring is een politiek programma dat een aantal verkiezingen omspant, en dat is goed. Politiek kan enkel met concrete beleidsdaden vorm gegeven worden. Maar de voorstellen in de beginselverklaring contrasteren vaak erg met de ideologische achtergrond van het document. De smaak van de ideologie botst vaak met de smaak van de dagdagelijkse politieke praktijk. En dat is spijtig.
Een concreet voorbeeld: het lijkt lovenswaardig om ervoor te pleiten dat elke Vlaming een goedkope bouwgrond moet kunnen kopen onder meer in de woonuitbreidingsgebieden. Maar de keuze voor woonuitbreiding is helemaal niet vanzelfsprekend. Eigenlijk gaat het om het opsouperen van schaarse open ruimte die ons, en al wie na ons komt, nog rest. Het steeds diffuser gaan wonen is één van de hoofdoorzaken van het mobiliteitsprobleem. De kloof tussen theorie en praktijk had hier kunnen worden gedicht door te zoeken naar oplossingen die zowel sociaal als ruimtelijk als vanuit mobiliteitsoogpunt optimaal zijn. Dan was men bij wooninbreiding terecht gekomen. Wooninbreiding is ook sociaal de beste oplossing, maar komt, op een vage verwijzing na, niet aan bod in de tekst.
Opvallend is dat de sp.a naast ideologische keuzes heel concrete standpunten inneemt. Bijvoorbeeld de heel duidelijke stelling om kernenergie te verwerpen als elektriciteitsbron. Daarmee stelt de sp.a de rechten van de toekomstige generaties duidelijk boven die van de huidige generatie. De duidelijke keuzes in bijvoorbeeld het hoofdstuk over energie tillen de beginselverklaring boven de vrijblijvendheid. Dat is een slimme zet, want zo wordt de beginselverklaring een soort langetermijncontract met de kiezer.
Maar op andere vlakken trekt de beginselverklaring vreemde conclusies. Alhoewel ‘iedereen’ het ermee eens is dat de Europese Unie de drijvende motor is achter de huidige successen in het milieubeleid, blijft de aandacht voor de EU in de tekst erg mager. De sp.a is lid van de in Europa erg grote en belangrijke socialistische familie. Die maakt in heel wat lidstaten deel uit van de regering en vormt de tweede grootste fractie in het Europees Parlement. De hoofdstukken over ‘Europa is in crisis’ en ‘er moet een Europees veiligheidsbeleid komen,’ geven niet aan hoe de partij denkt die troeven te gebruiken om de Europese Unie terug vlot te trekken. De sp.a gaat ervan uit dat de Europese Unie gevormd wordt door ‘anderen’, terwijl ze er zelf een heel belangrijk deel van uitmaakt. De haat-liefdeverhouding van de sp.a met Europa, het duidelijkst geformuleerd in Liefste Europa van Caroline Gennez is blijkbaar nog niet uitgeklaard. En laat nu net op vlak van milieu-, klimaat- en energiepolitiek de Europese Unie van een moeilijk te onderschatten belang zijn. Wat de visie van de sp.a is op de rol van de EU, en hoe de partij daarbij denkt te helpen, ontbreekt grotendeels in de tekst.
Kortom, de beginselverklaring van sp.a is een waardevol langetermijncontract met de kiezer en geeft voor een aantal thema’s duidelijke beleidssporen aan. Maar op andere vlakken blijft de milieubeweging op haar honger zitten. De tekst is een soort wandelbuffet, met lekkers voor iedereen. Maar echt duidelijke, fundamentele keuzes over grenzen van de samenleving worden vaak - bewust of onbewust - vergeten.

Energie

Het onderdeel energie komt bijzonder prominent aan bod in de beginselverklaring van de sp.a. Het is een van de best uitgewerkte stukken van de tekst. Dat is volledig terecht. De implicaties van het energiebeleid dringen door in werkelijk alle aspecten van de samenleving. Wonen, werken, economie, vrije tijd - heel onze samenleving is gebaseerd op de voorradigheid van goedkope energie. De sp.a gaat in haar beginselverklaring uit van een onderbouwde probleemstelling: de fossiele energiebronnen zijn eindig, er is de steeds voortschrijdende prijsstijging van energie, energieopwekking brengt heel wat milieuvervuiling met zich mee en we zijn veel te afhankelijk van andere landen voor onze energiebevoorrading. Dat leidt logischerwijs tot energiebesparing als terechte prioriteit.
Schitterend is dat de kernuitstap zo duidelijk verdedigd wordt. Daarmee legt de partij voor zichzelf een duidelijk kader vast: kernenergie is geen optie. De problemen met kernafval en veiligheid en de concentratie van de macht over het elektriciteitsnet bij een klein aantal spelers zijn voldoende redenen om kernenergie voorgoed te begraven. Wat echter ontbreekt in de tekst is notie dat de toekomst van Europa’s duurzame energievoorziening ligt in het verbinden van de nationale netten. België mag geen eiland blijven.

Mobiliteit

Het hoofdstuk over mobiliteit toont, in tegenstelling tot het hoofdstuk over energie, heel wat minder diepgang. Alhoewel er heel veel aandacht is voor de zachte weggebruikers zoals fietsers en voetgangers en voor een Europees verbod op nachtvluchten, komt het niet verder dan het opsommen van een aantal beleidsdaden die op stapel staan of net werden doorgevoerd. Maar een duidelijke visie over hoe duurzame mobiliteit bereikt moet worden, ontbreekt. Typerend is de vrijblijvende uitspraak dat ‘het transport over tien jaar geen fijn stof meer mag uitstoten’. Dat is ten eerste niet realistisch, en bovendien vergeet de sp.a te vermelden hoe dat probleem moet worden aangepakt. Verder in de tekst wordt dan weer 2030 als streefdatum aangehaald om de problemen met fijn stof op te lossen. Maar naast technische ingrepen zoals een roetfilter om het verkeer properder te maken, is ook beleid nodig dat de groei van het autoverkeer in de hand houdt. Anders dreigt de geboekte milieuwinst door technische maatregelen teniet te gaan door de groei van het autoverkeer. Dat vergt ook politiek onpopulaire maatregelen die autoverkeer duurder maken.
Instrumenten en beleid moeten erop afgestemd zijn eerst en vooral het aantal verplaatsingen te verminderen. Mobiliteit is geen doel op zich - het organiseren van een warme samenleving met voldoende werk voor iedereen is dat wel. De organisatie van onze samenleving, waar we werken en wonen, hoe we onze vrije tijd besteden moet daarbij als uitgangspunt gelden. Dat betekent bijvoorbeeld dat ruimtelijke ordening, dat nu zo goed als volledig ontbreekt in dit hoofdstuk, een belangrijke rol te spelen heeft. Het geloof in technologische vooruitgang als reddingsmiddel om de milieu-impact van het verkeer te temperen is door de feiten reeds achterhaald.Ook wat er over prijsinstrumenten in het verkeer gezegd wordt, is een teleurstelling. ‘Autogebruik duurder maken is asociaal,’ klinkt het. En daarmee is de kous af. Dat is wel heel erg kort door de bocht. Prijsinstrumenten, en de slimme km-heffing in het bijzonder, zijn ten eerste erg effectief. Ten tweede zijn ze ook niet noodzakelijk asociaal. Alles hangt af van hoe je ze inzet. Zonder prijsinstrumenten zijn volumereducties een bijzonder zware opgave. Bovendien brengt autorijden erg grote zogenaamde externe kosten met zich mee (wegenonderhoud, ongevallen, vervuiling). Die worden niet gedekt door de huidige autobelasting. Op zijn minst had de sp.a kunnen pleiten voor het aanrekenen van de ware kosten van autorijden - in plaats van botweg te stellen dat autogebruik duurder maken asociaal is.

‘Betaalbaar en kwaliteitsvol wonen’

Het bezit van een eigen woning lijkt al jaren een van de beste beleggingen voor de Vlaamse huisgezinnen. Maar de recente prijsstijgingen van huizen en bouwgronden hebben gemaakt dat de droom van een eigen woning voor steeds meer mensen onbereikbaar wordt. De beginselverklaring bevat dan ook tal van goede voornemens en maatregelen om de vastgoedmarkt bij te sturen: belasting op onbebouwde percelen, leegstand en verkrotting, woonbonus, renovatiepremie, sociale woningbouw,… De voorstellen om de uitgeholde heffing op leegstand en verkrotting bij te sturen, kunnen ervoor zorgen dat dit opnieuw een krachtig instrument wordt om verkrotting tegen te gaan.
De tekst hecht vooral veel aandacht aan het individuele belang: recht op een betaalbare woning, goedkopere bouwgronden, individuele fiscale voordelen,… In de beginselverklaring is er veel minder aandacht voor het algemene belang: weinig aandacht voor ruimtelijke ordening om het individuele recht op een betaalbare woning/bouwgrond te kaderen. Nochtans is een goede ruimtelijke ordening - zeker op langere termijn - een noodzakelijke basis om andere doelstellingen uit de beginselverklaring te kunnen realiseren. Zo stelt het stuk over verkeersveiligheid en mobiliteit: ‘Het valt op dat verkeersongevallen zwaardere gevolgen hebben in de meest landelijke gebieden...’. Minstens even belangrijk voor de verkeersonveiligheid is onze slechte ruimtelijke ordening. De lintbebouwing in Vlaanderen ligt mee aan de basis van het hoge aantal verkeersongevallen. Door lintbebouwing en baanwinkels ontstaat er op heel wat wegen een gevaarlijke menging van (traag) lokaal en (snel) doorgaand verkeer. Volgens diverse verkeersspecialisten is de slechte ruimtelijke ordening verantwoordelijk voor het in Europees opzicht onevenredig hoge aantal verkeersongevallen in Vlaanderen.
Even verder stelt de beginselverklaring: ‘België verliest jaarlijks meer dan 150 miljoen euro door fileleed...’. Die toenemende congestie is een gevolg van een slecht locatiebeleid: heel wat kantoren of bedrijventerreinen worden ingeplant op zuivere autolocaties aan op- en afritten van autostrades of langs grote invalswegen. Omdat woon- en werkgebieden te ver van mekaar liggen, neemt het autoverkeer hand over hand toe.
De toekomst van natuur en bos zijn blijkbaar erg belangrijk voor de sp.a. Volgens de beginselverklaring wil de partij werk maken van de uitbreiding van bos en natuur om achteruitgang van planten- en diersoorten tegen te gaan. Het is zeker positief dat sp.a pleit voor een samenhangend en onderling verbonden netwerk van bos- en natuurgebieden zodat planten en dieren zich beter kunnen verplaatsen. Deze doelstelling blijft wel nogal vaag en vrijblijvend - zo bevatte de oorspronkelijke tekst niet eens een verwijzing naar het Vlaams Ecologisch Netwerk.
Positief is dat sp.a ook aandacht heeft voor groen in de stad, en niet enkel op ‘den buiten’: belangrijk om wonen in de stad of de dorpskern aantrekkelijker te maken en een alternatief te bieden voor een ‘verkaveling in het groen’. Ook hier pleiten we voor een kwantitatieve doelstelling: een norm voor groen in de stad, afhankelijk van de bevolkingsdichtheid: hoe hoger de dichtheid, hoe meer nood aan groen in de buurt.

‘Een gezond leefmilieu voor iedereen’

De beginselverklaring van de sp.a bouwt verder op het uitgangspunt dat een aanvaardbaar niveau van welvaart voor iedereen in de wereld, economische groei vergt. ‘Socialisten willen welvaart voor iedereen en welvaart vereist economische groei’, zo stelt de verklaring. Die groei moet dan wel tot stand komen zonder bijkomende milieubelasting, anders wordt de situatie onhoudbaar op mondiaal niveau. Productieprocessen moeten efficiënter worden of compleet worden herdacht. Tegen 2030 zou de milieudruk per eenheid economische groei zo kunnen verminderen tot een tiende van wat die nu is. Vreemd is dat de datum van 2030 volledig arbitrair is bepaald. Voor heel wat beleidsterreinen zijn er andere data vastgelegd. Strenge doelstellingen voor luchtkwaliteit bijvoorbeeld, zijn op Europees niveau verankerd tegen 2020. Voor de waterkwaliteit heeft de EU de deadline van 2015 opgelegd. Waarom de sp.a zichzelf volledig loskoppelt van de Europese doelstellingen is niet duidelijk.
Toch leert de geschiedenis dat meer economische groei niet leidt tot meer welvaart voor iedereen. Het probleem zit hem in de verdeling van de koek. Los van de discussie of economische groei, dan wel eerder een rechtvaardige verdeling van de bestaande welvaart cruciaal is om welvaart voor iedereen te garanderen, is de eenzijdige focus op technologieverbeteringen in functie van een beter milieu voor iedereen achterhaald.
De beginselverklaring van de sp.a stelt dat industrielanden die een groter deel van de mondiale milieuvervuiling veroorzaken zullen moeten betalen aan ontwikkelingslanden die minder vervuiling veroorzaken, door te investeren in duurzame productieprocessen in die ontwikkelingslanden. Op deze manier worden de ontwikkelingskansen van het zuiden gevrijwaard, aldus de verklaring. Industrielanden die meer gebruiken dan de toegewezen milieugebruiksruimte kunnen dan rechten kopen van ontwikkelingslanden die minder nodig hebben. Vraag is uiteraard wie bepaalt wat ‘nodig’ is hier en ginder. Compensaties aan de ontwikkelingslanden in ruil voor meer milieugebruiksruimte vergoeden de ontwikkelingslanden wel gedeeltelijk, maar lossen tegelijk het niet-duurzame productie- en consumptiepatroon in de industrielanden niet structureel op. En het is juist het onevenredig grote gebruik door de industrielanden van de milieugebruiksruimte dat in veel gevallen de basis van verdere ontwikkeling van het Zuiden - vaak onherroepelijk - ondergraaft. De ecologische schuld van de geïndustrialiseerde schuld t.o.v. de ontwikkelingslanden wordt, spijtig genoeg, door de tekst over het hoofd gezien.

Joris Gansemans
Persverantwoordelijke BBL

sp.a - beginselverklaring - milieu

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 4 (april), pagina 15 tot 18