Log in

'De terugkeer van de geschiedenis. Letter & Geest'

Uitgelezen

De terugkeer van de geschiedenis. Letter & Geest

Vink J., Rutenfrans C. (eds.)
Trouw/Augustus, Amsterdam/Antwerpen, 2005

‘De terugkeer van de geschiedenis’ is een verzameling artikelen en essays van vooraanstaande Nederlandse en internationale auteurs, politici en denkers. De meeste opgenomen bijdragen verschenen in de - inmiddels ter ziele gegane - ‘Letter & Geest’ rubriek van het Nederlandse dagblad Trouw.

De titel van de bundel werd ontleend aan één van de opgenomen bijdragen; die van de Amerikaanse journalist Robert Kaplan. Kaplan is de mening toegedaan dat we op 11 september 2001 ‘de terugkeer van de geschiedenis’ meemaakten. ‘Het tijdperk van na de Koude Oorlog zal in de toekomst beschouwd worden als een twaalfjarig bestand’, aldus de auteur.1 Met deze stelling en de titel van het stuk reageerde Kaplan op het gekende - maar zijn inziens achterhaalde - standpunt van Francis Fukuyama. De laatste stelde dat na de val van de Berlijnse muur en de ineenstorting van het Sovjet-communisme de overwinning van de westerse liberale democratie onvermijdelijk was. ‘Het einde van de geschiedenis’ was daar. De westerse waarden hadden het gehaald.

‘Niet dus’, zo stelt Kaplan. De geschiedenis veronderstelt juist ‘een nooit eindigend verhaal, waarin verschillende groepen met elkaar in conflict komen vanwege een aantal hardnekkige verschillen’.2 Macht en veiligheid komen altijd op de eerste plaats, waarden komen pas daarna. In de mate dat de aanslagen van 11 september 2001 de reputatie van de VS als machthebber ondermijnen, dreigen deze (volgens de auteur) dan ook ‘de democratische waarden, die het land in het buitenland heeft uitgedragen, evenzeer te overschaduwen’.3
Het antwoord moet, volgens Kaplan, daarom bestaan in het herbevestigen van de Amerikaanse machtspositie, door bewapening, slagkracht en verdeel- en heerspolitiek. Het volgende citaat is illustratief voor zijn positie: ‘als we geen terroristenleiders mogen vermoorden, zijn we niet in staat om onszelf te verdedigen. Tegen de tijd dat er genoeg bewijs tegen ze is verzameld dat in de rechtszaal overeind blijft, is het al te laat om nog in te grijpen’.4
Deze korte analyse van Kaplans bijdrage kan direct dienen om de globale strekking en invalshoek van de meeste bijdragen te duiden. Deze zijn veelal (neo)conservatief; iets wat overigens ook het geval was voor de rubriek ‘Letter & Geest’ in het algemeen. Fans van de wekelijkse katern omschreven deze wel eens als ‘de luis in de pels van politiek correct Nederland’. Tegenstanders duidden het onder meer als ‘een riool van haat tegen moslims’ (Elsbeth Etty).

Naast de bijdrage van Kaplan bevat de bundel onder meer essays van Chris Rutenfrans, Paul Cliteur, Michael Stein, Leon de Winter, Ayaan Hirsi Ali, Jaffe Vink, Sylvain Ephimenco, Paul Fentrop, Bassam Tibi, Afshin Ellian, David Brooks, Theodore Dalrymple, Matthias Smalbrugge, Paul Scheffer, Hans Jansen en Wouter van Dieren.

Meer nog dan de auteurs illustreert de inhoudsopgave de strekking van de collectie met veelzeggende titels als: ‘Onze cultuur is de beste’; ‘Hoeveel immigratie willen we?’; ‘De demonisering van Pim Fortuyn’; ‘Als moslim zeg ik: ik ben tegen de islamisering van Europa’; ‘Dhimmitude’ en ‘Er komt een nieuwe godsdienstoorlog’.
Interessant aan de bijdragen is alvast dat ze zo gekozen zijn dat je de gebeurtenissen en debatten van ruwweg 1998 tot 2005 kan volgen in hun onderlinge interactie; zij het dat deze - zoals gezegd - vooral bekeken worden door een neoconservatieve bril.

Jaffe Vink, één van de redacteurs van de bundel, erkent zelf ook een zeker onevenwicht in de samenstelling van de bundel. Hij stelt echter bij de neoconservatieven een inhoudelijke inspiratie en bevlogenheid vast die momenteel aan progressieve zijde zou ontbreken: bij het samenstellen van zowel de krantenrubriek als de bundel bleek dat er nauwelijks serieuze ‘tegenstukken’ te vinden waren. Vink kwalificeert dit - in navolging van de PvdA-ideoloog Jos de Beus - als ‘de onuitstaanbare leegte van links’.5 Links loopt achter de feiten aan op alle belangrijke thema’s van deze tijd, zo stelt Vink. Of het nu gaat ‘om criminaliteit, immigratie, multiculturalisme of oorlog: links heeft geen idee, geen antwoord’. Kort en goed: ‘het lijkt erop dat [de neoconservatieven] de vlag en wimpel van de progressieven hebben overgenomen. [Zij] zijn de revolutionairen van deze tijd’.6

Gaat het inderdaad zo slecht met links? Voor een deel hebben verwijten in die trant van de rechterzijde ongetwijfeld te maken met een strategische promotie van de eigen politieke agenda. Tegelijk kan je - de discussies in de bundel overziend - moeilijk betwisten dat de laatste jaren het maatschappelijk debat over bepaalde thema’s gedomineerd wordt door de rechterzijde. Links komt op die onderwerpen nauwelijks aan eigen spel toe.
Enige reflectie op het waarom hiervan is dan ook op zijn plaats. Het zou in dat opzicht niet slecht zijn om de bundel van Vink en Rutenfrans grondig te lezen. Al was het maar als ‘inspiratiebron’ voor een progressieve kritiek op de inhoud ervan...

Noten

  1. Kaplan R. (2005) De terugkeer van de geschiedenis, In: Vink J. en Rutenfrans C. (eds.) De terugkeer van de geschiedenis, Letter & Geest, Amsterdam/Antwerpen, Trouw/Augustus, p.46.
  2. Ibid., p.46.
  3. Ibid., p.47.
  4. Ibid., p.49.
  5. de Beus J. (2003) De onuitstaanbare leegte van links, de Volkskrant, zaterdag 27/09/2003.
  6. Ibid

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 10 (december), pagina 58 tot 59