Abonneer Log in

Blijven stilstaan in het centrum?

nieuwjaarsbrief

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 1 (januari), pagina 8 tot 10

Stilstand

Dat is hét trefwoord dat mij het eerst te binnen schiet als ik aan het politiek jaar 2006 denk. Wie de hoofdlijnen van de verschillende regeringen bekijkt, zal immers moeite hebben om veel grensverleggende activiteiten te ontdekken. Je hebt meer kans een hele reeks halve maatregelen (het Generatiepact) of hele mislukkingen (de fiscale politiek van Didier Reynders, het milieubeleid van Kris Peeters) te vinden. En in een aantal cruciale dossiers (energie- en klimaatbeleid, migratie- en vluchtelingenproblematiek) werd nauwelijks vooruitgang geboekt.
Sociaaleconomisch zat de regering-Verhofstadt, gelukkig, wel op een ander spoor dan bijv. de Nederlandse regering. Maar van een mobiliserend project was zelden sprake. Ondanks de verkiezingsoverwinning in 2003, geraakte paars inhoudelijk nooit uit de startblokken. Het maakte, vooral de laatste jaren, een uitgebluste indruk. Daar konden de retoriek van Verhofstadt en zijn volgehouden voluntarisme weinig aan veranderen. Zelfs de rekeningen klopten alleen maar dankzij een aantal betwistbare kunstgrepen, zoals de verkoop van overheidsgebouwen. Paars eindigt niet bont en blauw, maar lijkt wel ten einde raad. De nieuwe Vlaamse regering kan wel sluitende rekeningen voorleggen maar geraakt niet verder dan de uitbouw van een efficiënt notariaat voor Vlaanderen.
De stilstand van 2006 wordt treffend geïllustreerd door het succes van ‘goed bestuur’. Een begrip uit de Angelsaksische politicologie (‘good governance’) dat dé mantra werd in het politieke vocabulaire en uitgroeide tot een succesvol marketingconcept. Met ‘goed bestuur’ bouwde Yves Leterme zijn populariteit op en werd het electoraal succes van de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens verklaard. Het efficiënt beheer van de publieke goederen en diensten is inderdaad een essentieel recht van de burger. Zeker voor de zwakkeren in de samenleving. Maar het veelvuldig gebruik van ‘goed bestuur’ als het politieke ijkpunt accentueerde de depolitisering van de democratie en de vervlakking van het politieke debat.
Ook de democratische partijen geraakten niet veel verder dan de aankondiging dat ze, al dan niet via ideologische congressen, hun gedachtegoed op punt zouden stellen. Het bleef bij aankondigingen. Net zoals de permanente zoektocht van Yves Leterme naar een scherper ideologisch profiel van de christendemocratie. Guy Verhofstadt deed in december ll. een verdienstelijke poging met zijn vierde burgermanifest om het liberale verhaal te actualiseren. De algemene pleinvrees om zich ideologisch te positioneren of het gedachtegoed te herwerken, bleef echter overheersend.
Nogal wat partijen hadden bovendien hun handen vol met interne personeelsproblemen (PS, VLD) of strategische en tactische kwesties (kartel CD&V/N-VA). In tegenstelling tot de inhoudelijke stilstand was er hier wel veel beweging, drama en ‘recht voor de raap’-proza.

Verzuchtingen…

‘We hebben nood aan idealen’, zei Hilde Kieboom, de voorzitster van de Sint-Egidiusgemeenschap, onlangs in De Standaard. Ze heeft gelijk. Ondanks hun eerder bescheiden bijdrage inzake opinievorming houden we de democratie maar levend als ook de politieke partijen hun rol als ‘ideeëncentrale’ vervullen en hun ‘waarden en normen’ omzetten in een mobiliserend project.
Dat geldt ook, en vooral, voor links. In Links, rechts en de vooruitgang heeft de PVDA’er Paul Kalma een oproep gedaan aan de sociaaldemocratie om haar fundamentele beginselen niet te laten ondersneeuwen. Uitgangspunten zoals ‘solidariteit’ en ‘gelijkheid’ werden volgens hem te veel ingeruild voor ‘activering’ en ‘verantwoordelijkheid’.
Moet links inderdaad niet op zoek naar een nieuwe invulling van het begrip ‘gelijkheid’? De laatste jaren werd ‘gelijkheid’ vooral vertaald in ‘gelijke kansen’. Iedereen gelijk aan de meet brengen, was het uitgangspunt. ‘De gelijke uitkomst’ verdween meer en meer op de achtergrond. Is dat houdbaar als de armoede niet afneemt, de vervangingsinkomens koopkracht blijven verliezen en meer en meer mensen hun gezondheidsfacturen niet kunnen betalen?
Welke is de verhouding tussen het private en het publieke? Een explosieve staatsmacht is niet bevorderlijk voor de vrijheid, maar ‘de shift van publiek naar privaat heeft de collectieve zingeving uit onze politieke systemen gepompt’, schrijft Frank Ankersmit. Is het publieke domein niet aan herwaardering toe? Welke goederen en diensten moeten collectief blijven? Moet de democratie de fundamentele economische processen niet méér beïnvloeden en afbakenen?
Wat is een rechtvaardige belastingspolitiek? Moet de schroom van links om over belastingen te praten niet achterwege gelaten worden? Waar is het herverdelingsprincipe gebleven? En een vermogensbelasting: blijft die taboe?
Hoe omgaan met de paradoxen van de ‘risicomaatschappij’? En de verwarring tussen economische voortgang en maatschappelijke vooruitgang? Hoe vermijden dat de drang naar meer snelheid vervalt in meer stilstand?
Dit en andere vragen zullen de volgende jaren belangrijk blijven. De linkerzijde zal verplicht zijn zich hierover duidelijk(er) uit te spreken. Wie de agenda wil bepalen, moet er zelf één opstellen.

…en wensen

‘In de loop van de campagne worden alle toekomstvisies flets’, schreef de Volkskrant in haar commentaar op de Nederlandse verkiezingen. Dan is het alle hens aan dek om de kiezer aan boord te houden en goedklinkende programmapunten in de etalage te zetten. Niet om grote verhalen voor te lezen of programmatorische risico’s te nemen.
En toch. Juist het voorbije jaar is de kritiek op de inhoudsloosheid van de politiek toegenomen en de afkeer voor de politieke marketing gegroeid. Juist het voorbije jaar was er veel beweging in de samenleving waarbij ‘toekomstvisies voor een andere samenleving’ werden omgezet in realistische eisen en allerminst fletse initiatieven: de solidariteitsbeweging voor ‘de mensen zonder papieren’, de ‘0110’-concerten rond verdraagzaamheid, de bewustwording rond de opwarming van de aarde,...
De linkerzijde kan het zich niet veroorloven deze beweging(en), en de emancipatorische gedachten die eraan ten grondslag liggen, ‘links’ te laten liggen en ze politiek onvertaald te laten. In verkiezingstermen omgezet: de linkerzijde heeft dé kans om haar agenda t.o.v. de grote uitdagingen te presenteren. De noodzaak van een andere energiepolitiek, de uitbouw van een ‘politiek van de tijd’ (combinatie arbeid en gezin, de levensloopbaan), de strijd tegen de dualisering en de ongelijkheid, ook op wereldvlak.

Kansen en opportuniteiten zijn er om benut te worden. Om in het offensief te gaan. Deze agenda in het centrum van het debat krijgen, lijkt mij bovendien uitdagender (ook voor de kiezers) dan de ruk naar het politieke centrum waar een deel van de linkerzijde zich de laatste jaren op concentreerde.

Vanuit dit perspectief kan de communautaire problematiek tot haar juiste proporties worden herleid en kunnen we vermijden dat de verkiezingscampagne, naast de strijd tussen Leterme en Verhofdstadt, vooral gedomineerd wordt door communautaire hoogstandjes.
Trouwens, waarom zouden de onderhandelingen zich moeten beperken tot de vraag hoeveel bevoegdheden er nog moeten worden overgedragen naar de gewesten en gemeenschappen? Waarom de discussie niet verbreden naar thema’s als de instelling van een (vorm van) federale kieskring, de herfederalisering (of betere coördinatie) van bevoegdheden zoals de buitenlandse handel, en de invoering van een hiërarchie van normen? Zulke verbreding heeft immers weinig te maken met een oubollig unitarisme maar des te meer met een federale en democratische logica.

Ten slotte een derde wens. Groen en rood zullen afzonderlijk naar de kiezer trekken. Daar zijn goede redenen voor. Ook electorale. Daarmee lijkt de soms weinig productieve karteldiscussie, onafgezien van de oprispingen die nog in de media zullen opduiken, achter de rug.
Misschien juist daarom wordt het mogelijk dat er tussen Groen! en sp.a-spirit een aantal programmatorische afspraken gemaakt worden die ook na de verkiezingen overeind blijven. ‘Gescheiden naar de kiezer trekken’, zoals Joska Fischer altijd en terecht verdedigde, betekent niet dat men rond concrete standpunten niet met één stem kan spreken of geen gezamenlijke standpunten kan verdedigen. De inhoud en de vormgeving van dit inhoudelijk platform moet uiteraard door de partijen zelf worden bepaald. Maar de dringende nood om een globaal en concreet klimaatplan te realiseren zou één van de kernpunten kunnen zijn. De duidelijke uitspraak van sp.a-voorzitter Johan Vande Lanotte over het behoud van de uitstap uit de kernenergie kan hierbij een interessante vertrekbasis vormen.

Ik hoop het. Ook al besef ik dat niet elke wens de vader is van een realistische gedachte.

Jos Geysels
Minister van staat en voormalig voorzitter van Groen!

verkiezingen - links - ideologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 1 (januari), pagina 8 tot 10