Log in

Generatiepact: kans of uitdaging? Aan de werknemers van Volkswagen en van alle landen

nieuwjaarsbrief

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 1 (januari), pagina 12 tot 16

Ik was een paar weken geleden even niet op de beleidscel van de Minister van Werk en werd opgebeld door een medewerkster. Ze was gewaarschuwd dat een groep uitzinnige syndicalisten op weg was naar onze kantoren. Het zouden uitsluitend ABVV-militanten zijn. Bij navraag bleek dat woord ‘uitzinnig’ minstens erg overtrokken. Er zou die dag voor het eerst onderhandeld worden over de brugpensioenregeling voor Volkswagen en men wilde even demonstreren wat men echt wou. Ik was nog net voor de drie bussen terug en ontving een twintigtal mensen. Ze spraken luid en heftig, maar waren zeker niet uitzinnig. Ze wisten integendeel drommels goed wat ze wilden. Ze wilden op brugpensioen vanaf de leeftijd van 50 jaar. En ze wilden vooral niet meer beschikbaar zijn. Ze hadden genoeg gewerkt. Sommigen waren al op 14-jarige leeftijd begonnen. De meesten hadden al 30 of 35 jaar gewerkt. Wie zo lang aan de ketting staat, is versleten en moet voor zijn kleinkinderen zorgen. Nu zou men de oudere werknemers toch niet dwingen zich beschikbaar te stellen voor de arbeidsmarkt?

Laat mij duidelijk zijn: ik begrijp die verzuchting. Die mensen vinden dat ze recht hebben op brugpensioen. Sommigen beseffen echter niet eens meer dat dit een vorm van werkloosheid is. Er was zelfs iemand die met zijn vuist op tafel bonkte, en stelde dat als hij geen onvoorwaardelijk brugpensioen kon krijgen, hij van VW zou eisen tot zijn 65 jaar te kunnen blijven! Hij nam het immers niet dat VW zijn verantwoordelijkheid zou ontlopen! In een brugpensioenregeling betaalt VW vanzelfsprekend een complement, maar het grootste deel van het inkomen van de bruggepensioneerde is gewoon stempelgeld. Men kwam dus vragen om gedurende jaren - soms 15 jaar - ongestoord werkloos te zijn. Daarna zou men hopelijk nog twintig tot vijfentwintig jaar pensioen trekken. Die mensen denken dat ze daar genoeg voor gewerkt hebben. Het haalt niets uit als je hen een rekening voorlegt waaruit blijkt dat ze nog veel tekort zullen komen, als ze ongeveer even lang (of zelfs langer) inactief willen zijn dan dat ze gewerkt hebben. Ze vinden echt dat ze genoeg gewerkt hebben.

Nogmaals, ik begrijp die verzuchting, maar vind dat er niet aan toegegeven kan worden. Er zit zelfs een wrang smaakje aan de eisen van de vakbondsmensen. Ze vragen immers geen herziening van de hele regelgeving, maar enkel een uitzondering voor Volkswagen en de toeleveranciers. ‘Volkswagen is een ramp van nationale aard en voor nationale rampen moeten er uitzonderlijke maatregelen getroffen worden’, stelde één van de hoogste syndicale leiders in dit land. Je zult je baan maar in een ander bedrijf verliezen! Stel dat er bij Volkswagen niets aan de hand is, dan zullen die 950 mensen die aanspraak maken op onvoorwaardelijk vervroegd brugpensioen, gewoon doorwerken tot de leeftijd van hun conventionele regeling. Die bedraagt in dat bedrijf 55 jaar voor de arbeiders en 58 jaar voor de bedienden. Het argument dat ze versleten zijn, geldt dan toch niet! Moeten de vakbonden op de duur niet ijveren voor herstructureringen? Moeten de werknemers niet applaudisseren op het ogenblik dat afdankingen worden aangekondigd? En zijn ze overigens allemaal versleten? Bij Volkswagen zijn 950 werknemers inderdaad ouder dan 50 jaar. Maar ze hebben lang niet allemaal aan de ketting gestaan. Er zitten een pak bedienden bij. En arbeiders die niet gedwongen waren het ritme van de band te volgen. Ze hebben ook niet allemaal 30 jaar nachtploegen achter de rug. Er zijn er zelfs bij - ook arbeiders - die op dit ogenblik al een bijberoep hebben.

Het Generatiepact wordt als ‘onmenselijk’ afgeschilderd. Het is duidelijk dat sommigen hun kans schoon zien voor een herkansing van hun strijd tegen dat pact. En van diegenen die het nooit aanvaard hebben, kan men dat nog begrijpen ook. Maar wat legt het pact op in het geval van een herstructurering? Het heeft eigenlijk niet veel aan de leeftijd voor een vervroegde uittreding gedaan. Die kan - als er bij manier van spreken voldoende afdankingen zijn - nog altijd tot 50 jaar zakken. Wat niet meer kan, is mensen van 48 jaar gedurende twee jaar te ‘parkeren’, om hen dan op de leeftijd van 50 op brugpensioen te laten gaan. Dat is bij Ford Genk gebeurd. Daar werden werknemers van 48 jaar voor twee jaar in een regime van tijdelijke werkloosheid geplaatst. Maar toen bleek dat Ford weer nieuwe mensen kon aanwerven, weigerden die gewoonweg terug aan het werk te gaan. Welnu, dat is thans niet meer mogelijk. Men moet de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben op het ogenblik van de aankondiging van de ontslagen. Dat is vandaag trouwens ook niet meer het grote discussiepunt. De vakbonden lijken zich daarbij neer te leggen (ondanks het feit dat er in VW Vorst toch nog 427 mensen zijn die de leeftijd van 48 of 49 jaar hebben).

Vakbonden blijven het blijkbaar toch moeilijk hebben met de belangrijkste veranderingen. Waar het eigenlijk om gaat is dat het Generatiepact de gebruikelijke logica wil omdraaien. Niet eerst kijken wie op brugpensioen kan en dan proberen een oplossing te vinden voor wie overblijft. Neen, eerst wordt er gekeken hoe voor zoveel mogelijk werknemers een nieuwe tewerkstelling gevonden kan worden. In sommige gevallen is het eenvoudiger om voor jongeren ander werk te vinden. Wel, dan laat je jongeren gaan. Je geeft ze een afscheidspremie en zorgt zonodig voor een bijkomende opleiding. Je staat enkel brugpensioen toe als er voor een groep oudere werknemers niet onmiddellijk iets te vinden is. Maar zelfs dan moeten die mensen nog kansen krijgen. Ze moeten niet vervolgd, maar eerder gestimuleerd worden! Het Generatiepact legt er zich met andere woorden niet bij neer dat mensen vanaf 50 jaar afgeschreven worden. Het aanvaardt ook niet dat men mensen zomaar laat vallen. Het geeft iedereen voldoende zekerheid en biedt hen tegelijkertijd instrumenten aan. Of we het nu graag willen of niet, ons systeem van welvaart verdraagt geen andere aanpak.

Hoe moet dat nu concreet? Werknemers die ouder dan 45 jaar zijn, moeten voor minstens zes maanden in een ‘tewerkstellingscel’ (het woord cel speelt ons wel parten!). Zij blijven dan hun vroegere loon behouden, maar worden geholpen om een nieuwe job te vinden. Dat kan ook betekenen dat ze een opleiding moeten volgen. De Minister van Werk heeft bij de onderhandelingen voor het Generatiepact geprobeerd die verplichting, om toe te treden tot een tewerkstellingscel, te voorzien voor iedereen die afgedankt wordt. Dat is toen echter niet weerhouden. Een bedrijf dat herstructureert, mag dat natuurlijk wel doen. Op die manier kan vermeden worden dat mensen kiezen voor een vertrekpremie en achteraf op de dop terechtkomen. Het is dan ook een belangrijke opdracht voor de onderhandelaars van een sociaal plan om effectief een tewerkstellingscel voor alle getroffen werknemers te bekomen.

Laten we focussen op de groep oudere werknemers. Die moet dus gedurende zes maanden proberen om aan ander werk te geraken. Niet om het even welk werk! Het moet een passende betrekking zijn, in overeenstemming met de regels van de RVA (dat slaat op het soort werk, de afstand naar het werk en het loon). Om het probleem van het loon niet onneembaar groot te maken, is een regeling getroffen waarbij de werknemer een soort virtueel statuut van bruggepensioneerde krijgt. Als hij een job aanvaardt, krijgt hij de opleg brugpensioen mee. Tot aan zijn pensioen krijgt hij dus een stuk inkomen bij. Op die manier wordt een eventueel inkomensverlies gecompenseerd. In sommige gevallen zal hij zelfs meer verdienen dan vroeger. Dit systeem kan bijvoorbeeld ook toelaten dat een werknemer naar een dagploeg overstapt. Op het eind van de rit wordt zijn pensioen berekend op het loon dat hij bij VW kreeg. En als zijn nieuwe bedrijf op zijn beurt zou herstructureren of sluiten, kan hij nog altijd in brugpensioen. Men moet mij toch eens uitleggen wat daar zo onmenselijk aan is.

‘Maar er is geen werk!’, hoor ik roepen. En als er werk is, wordt dat eerst aan de jongeren gegeven. Er is in bepaalde regio’s in Wallonië inderdaad geen werk (het is gelukkig niet eens waar dat er in heel Wallonië geen werk is). Ook in Brussel is er een duidelijk tekort aan arbeidsplaatsen. Maar in een redelijke omgeving van Vorst, waar het VW-personeel nu werkt, zijn er wel degelijk vacatures. Er zijn zelfs vacatures die al (te) lang niet ingevuld geraken. Het is gewoon niet waar dat er geen werk zou zijn. Het is zelfs nogal flauw om een vakbondsleider te horen zeggen dat de vacatures die Agoria verzameld heeft allemaal nep zijn. Agoria zou hier namelijk een politiek spel spelen en per se iets willen bewijzen. Ik kan aannemen dat er bij die vacatures een aantal nepvacatures zijn. Maar alle 2800? Dat men dat eens aantoont! En hoe kan men dat beter doen dan door er op af te gaan en zich te presenteren?

Het probleem is dat men met het verkeerde been is vertrokken. Men redeneerde immers als volgt: als 1500 werknemers met een premie en 900 op brugpensioen vertrekken, is het probleem eigenlijk al voor een groot deel opgelost. Men heeft zich zelfs gehaast om de premie af te spreken. Dat zou heel wat spanningen wegnemen. Toen het aantal mensen dat wilde vertrekken te hoog dreigde te worden, was er zelfs even paniek. Dat moest gestopt worden. Wie boven de 50 jaar was, mocht zich in geen geval inschrijven voor de vertrekpremie. Men heeft die mensen dat daadwerkelijk verboden (iets wat ik eerlijk gezegd nog nooit meegemaakt heb). Men ging er immers van uit dat die allemaal in brugpensioen zouden vertrekken, en men probeerde voor iedereen goede voorwaarden te verwerven. We zien hier dus gewoon de oude logica, de logica van vóór het Generatiepact. Het is een logica die ons vastzet in een vicieuze cirkel.

Let wel, dit is geen verwijt. De syndicale leiders staan voor een gigantische operatie. Ze zien eind december 2006 niet eens duidelijk welke richting ze uitgaan. Er is een nieuw model beloofd, maar enkel als ze er in slagen de productiekosten - lees: de loonkosten - serieus te laten zakken. Bovendien weten ze vandaag niet of ze er in slagen de mensen te overtuigen. Het verminderen van de loonkosten veronderstelt immers minstens een drastische verhoging van de arbeidsduur. Een vakbondsleider zei heel terecht dat men voor een afbraak van verworvenheden stond, die er gekomen waren na langdurige en harde syndicale strijd. De mensen moeten niet iets afgeven dat niet van hen is! Ze hebben ervoor gevochten en ook bewuste keuzes gemaakt. Zo hebben ze bijvoorbeeld loonsverhogingen laten staan om andere oplossingen een kans te geven. En als het toch zou lukken hen daartoe te bewegen, weten ze niet eens hoeveel werknemers daadwerkelijk voor Audi zullen kunnen werken. Er is aangekondigd dat een flink deel van de overblijvers niet rechtstreeks voor Audi, maar voor onderaannemers zullen werken. Hoeveel? De Duitse top sprak over de helft. De Belgische top over veel minder. Begin er maar aan, terwijl je weet dat de arbeidsvoorwaarden bij de onderaannemers nog lager liggen. En dan moet je de overgangsfase nog regelen. De cijfers voor de periode tussen 2007 en 2008 zijn bovendien al een paar keer gewijzigd. Vandaag ziet het ernaar uit dat 2200 mensen mogen blijven, wat betekent dat er 3000 banen verdwijnen. Het is echter niet duidelijk of er voor iedereen voldoende werk zal zijn. Onzekerheid troef dus.

En toch kan niet toegegeven worden. Er is op het eerste zicht een zeer hoge vertrekpremie afgesproken. Dat is echter een bedrag dat bij bedienden gewoon is. Het moet zonder meer ook aan de arbeiders gegund worden. Maar zij mogen niet aan de kassa voorbijgaan, om zich daarna langdurig in de werkloosheid te nestelen. Dat is maatschappelijk immers niet te dragen. Men mag aan de regionale overheden ook niet vragen op te draaien voor alle kosten om hen eventueel bij te scholen. Het bedrijf moet daarvoor zelf middelen voorzien. Het is zijn verdomde plicht! Zoals er ook voldoende activerende maatregelen moeten genomen worden om de potentiële bruggepensioneerden te stimuleren terug aan het werk te gaan. Een hoog complement is niet voldoende. Wat mij betreft mag dat heel hoog zijn. Het kan zelfs een troef zijn om terug aan het werk te gaan. Maar daarnaast moeten er nog middelen overblijven voor outplacement, vorming en opleiding. De Minister van Werk kan (tenzij men de wetgeving verandert) nooit een sociaal plan goedkeuren dat daarin niet voorziet. Het moet trouwens precies op dat punt een advies van de regionale ministers bevatten. Er was heel wat druk van politieke kant voor nodig, maar kennelijk hebben de bonden die boodschap ondertussen begrepen. Dat zal natuurlijk niet verhinderen dat men op het terrein nog manoeuvres zal uithalen om dit te omzeilen.

Eén van de vakbondsmilitanten stelde zich de vraag of het eigenlijk nog wel de moeite waard was om voor de continuïteit van het bedrijf in ons land te vechten. Is de automobielnijverheid in ons land niet sowieso ten dode opgeschreven? Hij dacht dat we ons misschien beter konden concentreren op nieuwe, meer ecologische producties. Hij vond dat de socialisten te weinig aan een alternatief werken. Dat is natuurlijk wel een zeer fundamentele vraag. Ik heb in een vorig leven, en in alle bescheidenheid, mee de strijd gevoerd om de textielnijverheid in ons land overeind te houden. Vandaag zie ik dat daar nog maar bitter weinig van overblijft. In Nederland heeft men in de jaren 1960 en 1970 - onder invloed van de Nobelprijswinnaar Tinbergen - gekozen voor een (zo goed als) totale afbouw van de textiel. Er bleef alleen nog wat handel over. Was de Nederlandse keuze de verstandigste? En leggen we ons nu maar beter neer bij het vertrek van de ganse automobielsector? De twijfel van de werknemers is terecht, maar dergelijke keuze is onmogelijk. Zolang er nog maar een sprankeltje hoop is, moet de regering haar verantwoordelijkheid opnemen. In een economie die totaal geen industrie meer heeft (voor sommigen misschien een aantrekkelijk perspectief), volgen de diensten vroeg of laat die industrie naar het buitenland. We moeten hier een levensvatbare economie behouden. En daar hoort industrie bij.

Ik ben een paar keer naar het VW-bedrijf geweest. Als je de piketten voorbij bent, kom je in verlaten en stille gebouwen. Dat geeft een dramatische aanblik. Een fabriek is niet gemaakt om stil te liggen, laat staan om gesloten te worden. We hebben ondertussen door dat Volkswagen Vorst voor het Duitse beleid maar een kleine vestiging is. Het is altijd een vestiging geweest waar overschotten van de productie naartoe geleid werden. Dat beleid heeft op een bepaald moment waarschijnlijk gedacht dat het beter zou zijn er een streep onder te trekken. Dat beleid is trouwens heel erg verdeeld. De mare voor Vorst ging samen met een machtsstrijd op het hoogste niveau, die eigenlijk maar begin januari definitief voorbij zal zijn. Volkswagen Vorst is één moment klinisch dood geweest. Nu is het opnieuw bij bewustzijn. Vakbonden en Brusselse directie vechten als leeuwen en hanen. Zij kunnen rekenen op de steun van de regering. Maar ze moeten vechten voor de toekomst, niet voor het verleden. Als dat laatste toch gebeurt, kan niemand uitsluiten dat Vorst alsnog dicht gaat.

Ach, de vakbondsmilitanten waren helemaal niet uitzinnig, laat staan dat ik de politie nodig had om mij te beschermen. Ik kreeg gewoon een krop in de keel van hun verhaal. We hebben hier te doen met gewone, kleine mensen. Speciaal aan de grootvader wil ik zeggen: ik gun het jou om voor je kleinkinderen te zorgen, maar denk niet alleen aan hen. Zij zullen op hun beurt kinderen krijgen, die ook nog van welvaart willen genieten. Dat is de boodschap van het Generatiepact! Dat is absoluut geen boodschap tégen jullie.

Ondertussen draait de ketting weer. Ik hoop voor lang en voor zo veel mogelijk mensen. Het ga jullie goed.

Luc Vanneste
Directeur beleidscel werk van de Minister van Werk

generatiepact - Volkswagen Vorst - werkloosheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 1 (januari), pagina 12 tot 16