Log in

'Waardig werk', niet zo maar een alliteratie

nieuwjaarsbrief

Bij het ingaan van het jaar 2007 zit de Millenniumverklaring halfweg zijn zesde levensjaar. Met deze verklaring bonden alle lidstaten van de Verenigde Naties in september 2000 de strijd aan tegen armoede, honger, analfabetisme, ziekte en de verloedering van het milieu. Tegen 2015 moeten de 8 Millenniumdoelstellingen gehaald zijn.

Was het de periode van de grote verklaringen? Of is er werkelijk iets aan de hand? Er is iets aan de hand! Op onze wereldbol sterven jaarlijks 10,7 miljoen kinderen voor hun 5de verjaardag. Meer dan 1 miljard mensen leven met minder dan 1 dollar per dag, meer dan 2 miljard mensen met minder dan 2 dollar per dag. In Botswana is de levensverwachting, door de hiv-aidspandemie, gedaald met 31 jaar. Iemand in Zambia heeft vandaag minder kans om 30 jaar te worden dan iemand in Engeland in 1840.
Daartegenover staan andere cijfers. Niet minder choquerend. De 500 rijkste mensen op de wereld hebben samen een inkomen dat hoger is dan dat van de 416 miljoen armsten. De 10% rijkste mensen, die voornamelijk in de hogere inkomenslanden leven, bezitten 54% van het wereldinkomen. De 40% armsten hebben een globaal inkomen dat 5% van het wereldinkomen vertegenwoordigt.
Van deze cijfers1 kan niemand wegkijken. Ze wijzen iedereen op zijn verantwoordelijkheid. Daarom formuleerde de internationale gemeenschap de Millenniumdoelstellingen. Volgens het United Nations Development Programme (UNDP) heeft de Millenniumverklaring al enkele belangrijke resultaten opgeleverd. Armoedebestrijding staat vooraan op de internationale politieke agenda. Er is vooruitgang geboekt op het vlak van ontwikkelingshulp en schuldvermindering. Het economische succes van sommige landen zorgt ervoor dat minder mensen in die landen in extreme armoede leven. Maar er is ook een ander verhaal. Het UNDP stelt immers vast dat de Millenniumbelofte ten opzichte van de allerarmsten verbroken werd. De ongelijkheid in de wereld neemt verder toe.
Hoe komt dat toch? Is de Millenniumverklaring dan toch maar een loze verklaring? Ontbreekt het de internationale gemeenschap aan engagement om de problemen echt aan te pakken? Het begint er soms op te gelijken. Nochtans beschikt diezelfde internationale gemeenschap over een aantal instrumenten om de Millenniumdoelstellingen te realiseren.

Laat ons eens kijken naar ‘waardig werk’. Werk komt nauwelijks aan bod in de Millenniumverklaring. In de lijst van 8 doelen, 18 doelstellingen en 48 indicatoren wordt er welgeteld drie keer over arbeid gepraat. Het verminderen van de werkloosheid staat niet bij de doelen. Ook als instrument tegen armoede, honger, discriminatie en gezondheidsproblemen is arbeid compleet onderbelicht. De term ‘waardig werk’ vind je enkel, en dan nog in andere bewoordingen, terug als indicator.
‘Waardig werk’ is nochtans geen nieuw fenomeen, geen trend. De idee vindt men al terug in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (VN, 1948). Het recht op rechtvaardige en gunstige beloning, vakvereniging, rust en vrije tijd, en sociale bescherming vinden hierin onder meer hun weerslag. De neoliberale globalisering mag dan wel gezorgd hebben voor groei en werkgelegenheid, voor miljoenen mensen blijven deze zestig jaar oude artikels dode letter.
Ook de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) maakte in 2000 van ‘waardig werk’ één van zijn prioriteiten. Een beleid voor ‘waardig werk’ voldoet volgens de Decent Work Agenda van de IAO aan vier criteria: werkgelegenheid creëren, sociale dialoog bevorderen, rechten voor de werknemers verkrijgen en bescherming bieden. Bovendien geldt er gendergelijkheid voor elk van deze afzonderlijke criteria. ‘Waardig werk’ is dus een scharnierelement om een evenwichtige maatschappij te creëren.

In de ontwikkelingslanden krijgen hele groepen mensen echter nooit de kans om een ‘waardige job’ uit te oefenen. Vaak is die job er helemaal niet of is er geen sprake van ‘waardig werk’ (zoals de IAO dat definieert). Formele arbeid vermindert. Plaatselijke vrijhandelszones worden als dé oplossing voor werkloosheid naar voren geschoven. In de rijkere landen is ‘waardig werk’ ook al geen evidentie. Onder het mom van de concurrentiestrijd zijn delokalisering en flexibiliteitseisen dagelijkse kost geworden.
Concurrentie of valse concurrentie? Het is niet zo dat een verruiming van het recht op ‘waardig werk’ in het Zuiden automatisch een inkrimping van de werkgelegenheid in het Noorden impliceert. Met andere woorden, als arbeiders in het Zuiden correct behandeld en betaald worden, zal dit in het Noorden niet automatisch een verlies van jobs tot gevolg hebben. Wij moeten ook de landen in het Zuiden de kans geven zich economisch en sociaal te ontwikkelen. Het is belangrijk dat er gelijktijdig met hun economische ontwikkeling een sociale wetgeving tot stand komt. Om de arbeidsvoorwaarden in China te verbeteren, wordt er bijv. door de Chinese overheid hard gewerkt aan een Chinese Labour Contract Law. Het is dan ook wraakroepend om vast te stellen dat de Europese en Amerikaanse Kamer van Koophandel actief lobbyen om deze wet tegen te gaan. Zij dreigen zelfs met relocatie van toekomstige investeringen.

Anderzijds horen we mooie beloftes van prominente internationale en Europese instellingen. Op initiatief van de IAO werd de World Commission on the Social Dimension of Globalization opgericht. In deze commissie zetelden onder meer academici, experts en politici. De commissie publiceerde na twee jaar studie een lijvig rapport over de sociale dimensie van globalisering. De nood aan ‘waardig werk’ werd als prioriteit erkend. In de zomer van 2006 volgde Ecosoc (Economisch en Sociaal Comité van de VN) met een erkenning van ‘waardig werk’, naast de Millenniumdoelstellingen, als beleidsprioriteit. Ook Europa bleef niet achter. In december was er een seminarie over ‘waardig werk’ van de Europese Commissie in Brussel. Het Europees Parlement brengt in februari 2007 zijn rapport uit over ‘waardig werk’.

Iedereen is overtuigd van het belang van ‘waardig werk’. Maar we blijven weer hangen bij de grote verklaringen. Daarom maken vakbonden en ngo’s (zoals het FOS) van ‘waardig werk’ hun nieuwe thema voor de volgende jaren. Eind januari, op het Wereld Sociaal Forum in Nairobi, zullen de International Trade Union Confederation en Solidar hun Decent Work Alliance lanceren.

Bij het begin van het jaar horen goede voornemens. Misschien is dit het moment om de grote verklaringen te laten voor wat ze zijn en kunnen we ons allemaal engageren om ‘waardig werk’ voor iedereen mogelijk te maken. Beste consument, maak gebruik van je macht. Kies niet alleen de mooiste jas of leukste tas. Stel ook vragen over hun productie. Jouw koopgedrag kan tot meer ‘waardig werk’ leiden. Beste werknemer, trap niet in de val van valse concurrentie. Internationale solidariteit is een zeer goed medicijn tegen de negatieve gevolgen van de globalisering. Beste producent, beste distributeur, zorg voor ‘waardig werk’ voor je werknemers en eis van je leveranciers hetzelfde. Maak van corporate social responsibility meer dan enkel een hoofdstukje in je jaarverslag. En beste politici, zet ‘waardig werk’ op je checklist van eisen waaraan je beleid moet voldoen. Pleit voor sanctierecht van de IAO en geef ‘waardig werk’ een expliciete plaats in het Belgische beleid van ontwikkelingssamenwerking. Zet ‘waardig werk’ in je partijprogramma voor de volgende verkiezingen.

Annuschka Vandewalle
Algemeen secretaris FOS, Socialistische Solidariteit 2

Noten
1. Van UNDP, Human Development Report 2005 en andere jaren.
2. Samen met Anne Hardy, studente politieke wetenschappen, UGent.

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 1 (januari), pagina 34 tot 36