Log in

Weg met de make-up! Journalisten zijn geen marketeers

nieuwjaarsbrief

Mijn wens voor 2007: dat het een jaar wordt waarin de designpolitiek wordt omgebogen naar een politiek debat dat verder reikt dan enkele weken of maanden. Dat journalisten zich door politici niet laten gebruiken als marketingmachine.

Op de valreep van 2006 kwam een onderzoek uit over de relatie tussen de pers en de politiek in Vlaanderen. In vergelijking met ‘objectieve’ studies die de macht van de media sterk relativeren, blijkt uit een ondervraging van Michiel Nuytemans, Peter Van Aelst en Stefaan Walgrave (UA) dat politici de macht van de media sterk overschatten. Een 88 procent van de Vlaamse parlementsleden en Nederlandstalige Kamerleden en senatoren vindt dat de massamedia te veel politieke macht hebben.
Is het omdat politici zo gebiologeerd zijn door die vermeende macht, dat ze de journalisten met een dikke laag make-up benaderen? Natuurlijk is dat van alle tijden. Paul Vanden Boeynants had, lang voor er sprake was van een ‘mediacratie’, begrepen hoe hij het beleid met een dikke laag make-up aan ‘de mensen’ moest uitleggen. Maar de trend heeft zich alsmaar doorgezet.
Niet dat marketing niet nodig is of niet zou mogen, verre van. Marketing dwingt politici na te denken over heldere formuleringen en af te stappen van de politieke vaktaal. Maar als de vraagsteller in interviews steeds dezelfde slogans hoort scanderen (meer bevoegdheden voor een beter bestuur!; hardwerkende Vlaming!; gelijke kansen voor iedereen!), gaat het te ver. Journalisten die willen verder graven dan het vooraf afgelijnde betoog komen dikwijls van een koude kermis thuis.

Er is een andere, wellicht belangrijkere reden waarom politici journalisten benaderen met een dikke laag make-up. Partijvoorzitters denken immers wel weg te komen met het lanceren van goedklinkende ideetjes, zonder dat die vergezeld gaan van een financieel plan. Ook de verantwoording van beleidsmakers in de regering beperkt zich te vaak tot voorgekauwde algemeenheden.
De voorstelling van de begroting in ons land is daar een treffend voorbeeld van. Het cijfermateriaal wordt rijkelijk laat, te beperkt en verdoezeld weergegeven. In verschillende landen krijgt de pers dagen op voorhand alle teksten en cijfermateriaal, nog voor de voorstelling van de begroting. Bij ons werd dit jaar de begrotingsopmaak pas afgerond enkele uren voor de presentatie van de beleidsverklaring van de federale regering in het parlement. De journalisten ontvingen in een briefing van een half uur enkele overzichtstabellen met cijfers. Basisinformatie over begrotingspost x of y (welke gebouwen worden er verkocht?; hoe wordt de opbrengst uit de fiscale fraude verhoogd?; welke bonus is er voor welke categorieën werkenden?) ontbrak.
De regering meldde over de eenmalige operaties, een onderwerp dat de voorbije jaren is uitgegroeid tot een welles-nietessequel tussen de Ministers van Financiën en Begroting en de oppositie, dat het ging om 0,38 procent van het bruto binnenlands product. Zowat alle economen trokken dat cijfer meteen in twijfel, maar toch verzuimde de regering om essentiële informatie te geven over die eenmalige maatregelen.
Nadat Verhofstadt I en II alle begrotingen in evenwicht hebben gehouden, dankzij onder meer het uitgeven van pensioenfondsen van overheidsbedrijven of -instellingen, het effectiseren van pakketten belastingachterstallen, de verkoop van overheidsgebouwen of het oneigenlijk gebruik van het ‘ankerprincipe’, werd een lijst met meer van dat alles voorzien voor 2007. Dat kan misschien (voor een deel) een verdedigbare keuze zijn, maar het is onaanvaardbaar dat het te weinig transparant en niet onderbouwd gebeurt. Om welke pensioenfondsen het gaat, welke overheidsgebouwen in 2007 zullen worden verkocht, welke belastingachterstallen nog kunnen worden verkocht, wordt pas veel later of helemaal niet meegedeeld.
In de plaats daarvan waren de ‘marketinginterviews’, waar verwezen werd naar ‘zeven keer evenwicht op rij’, schering en inslag. Zelfs in de Kamercommissie Financiën en Begroting zijn de keren dat het tot een echt debat over de overheidsfinanciën is gekomen, op één hand te tellen. Dat is jammer.

Dat er over sommige concrete maatregelen verbloemd wordt gecommuniceerd, is één ding. Zorgwekkend wordt het wanneer het debat over de lange termijn gewoon niet gevoerd wordt.
Voor de opvang van het vergrijzingsprobleem verwijst de regering naar het Stabiliteitsprogramma en het Zilverfonds. Daarmee engageert België zich om vanaf 2007 stijgende begrotingsoverschotten op te bouwen (0,3 procent van het bbp in 2007 en daarna elk jaar 0,2 procentpunt extra). Ook die uitleg ruikt naar marketing. Het Zilverfonds is wellicht het meest misleidende voorbeeld van alle ‘marketing-communicatie’ van de regering. Hoeveel burgers begrijpen de techniek die achter het fonds schuilt? Gemakshalve wordt het fonds al snel voorgesteld als een spaarpotje voor later, terwijl de vergelijking met een spaarpot niet opgaat zolang het fonds niet wordt gespekt met reële begrotingsoverschotten.
Het debat over de meerjarenplanning en de duurzaamheid van onze overheidsfinanciën wordt eveneens niet ten gronde aangegaan. Enkele belangrijke tools daarvoor ontbreken. De federale regering heeft twee jaar verzuimd om de Hoge Raad voor Financiën te benoemen en weer samen te stellen, waardoor het sinds 2004 geleden is dat deze gezaghebbende raad met een verslag is uitgekomen. Het volgende rapport komt er pas in juni 2007, naar alle waarschijnlijkheid na de federale verkiezingsdatum. Net die Hoge Raad kan het verband leggen tussen de adviezen van de studiecommissie Vergrijzing en de jaarlijkse begrotingspolitiek. Enkele uitspraken wijzen er op dat die band op zijn minst steviger aangehaald moet worden. Professor emeritus Paul Van Rompuy (KULeuven), voormalig voorzitter van de Hoge Raad voor Financiën, verklaarde onlangs in een interview met Trends dat een nieuwe staatshervorming zich opdringt om het nijpende vergrijzingsprobleem op te lossen. De opeenvolging van eenmalige inkomsten vormt het grootste probleem voor de publieke financiën in ons land, verklaarde Van Rompuy. In plaats van een klein overschot van 0,3 procent van het bruto binnenlands product, kampt België met een reëel overheidstekort van 1,25 miljard euro.
Luc Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank en huidig voorzitter van de afdeling financieringsbehoeften van de Hoge Raad, verklaarde op 5 december 2006 in de Kamer dat de adviezen tot nog toe niet in rekening hebben genomen dat de vergrijzingskosten ook tussen 2030 en 2050 zullen toenemen. De vergrijzingscommissie meent dat de vergrijzing de overheidsuitgaven tussen 2005 en 2030 met 3,8 procent van het bbp zal doen toenemen. In 2050 lopen de kosten op tot 5,8 procent van het bbp. Dat betekent zo goed als zeker dat er de voorbije jaren gewerkt is met te lakse begrotingsdoelstellingen. Maar debatten daarover, die verder gaan dan wat algemeenheden, zijn er nauwelijks.
Alleen met een inhoudelijk debat komt er een genuanceerde visie op de begroting, die niet blijft steken in het welles-nietesspel tussen meerderheid en oppositie. Waarom zouden leden van de meerderheid niet kunnen uitleggen dat het economische beleid van België in de goede richting gaat, maar dat er tot nog toe te weinig ingrijpende hervormingen zijn doorgevoerd om de vergrijzing en globalisering op te vangen? Ook de oppositie blijft steken in haar begrotingskritiek bij de eenmalige maatregelen. Ze gaat daarbij voorbij aan het hele plaatje.

We doen de politiek onrecht aan als de media niet ook de hand in eigen boezem steken. ‘Designpolitici’ komen, binnen een goed voorbereide mediastrategie, met een kant-en-klaar verhaal op maat van audiovisuele formats. Dat maakt het voor journalisten misschien comfortabeler, maar verbetert het journalistieke werk niet. Journalisten moeten ook bereid zijn om over een taai onderwerp als begroting en vergrijzing verder te gaan dan dat ene, onvolledige item bij de begrotingsopmaak. Het is van belang dat niet alleen gespecialiseerde economische vaktijdschriften hierover berichten. Hoeveel interesse is er nog als een programmawet van 1.500 bladzijden, met meer gedetailleerde informatie over de begroting, in november wordt voorgesteld in het parlement?
Als journalisten zich niet willen laten gebruiken als marketingmachine, vereist dit ook specialisatie en studiewerk dat niet altijd meteen een return geeft. Het is in de eerste plaats een opdracht van de pers zelf om ervoor te zorgen dat politici niet zomaar wegkomen met een holle quote of een voorgekauwd interview.

Onze nieuwjaarsbrief besluiten we dan ook graag met de wens dat er in dit verkiezingsjaar veel politiek debat mag zijn over langetermijnperspectieven, gevolgd door kritische journalisten.

Isabel Albers
Redactrice Wetstraat bij De Standaard

media en politiek - begroting

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 1 (januari), pagina 23 tot 25