Log in

Welke uitdagingen na Volkswagen Vorst?

nieuwjaarsbrief

Zelfs Koning Albert verwees er in zijn Kerstspeech naar. Hij verwoordde zijn solidaire diepe ontgoocheling, die ook door de vele werknemers van VW Vorst en haar toeleveranciers wordt gevoeld sinds 21 november 2006.

Vooruitkijken is altijd ook een beetje terugkijken. Ongetwijfeld zullen vele jaaroverzichten het hebben over de moord op Joe en Luna, over onverdraagzaamheid en agressie, over een hoopvolle verkiezingsuitslag op 8 oktober. Als syndicaliste wil ik het accent leggen op sociaaleconomische agressie en de noodzaak om in de eerste plaats de publieke opinie een ander geluid te laten horen dan wat we de laatste weken hebben gehoord. Neen, niet alle werknemers van VW hebben het grote lot gewonnen. En vooral: in 2007 zal blijken of de vele honderden vacatures die reclamegewijs door patroonsfederaties en sectorfederaties de wereld worden ingestuurd, zullen volstaan om alle werknemers (die er nood aan hebben) ook effectief aan een job te helpen. Het is overigens gemakkelijk om vandaag honderden jobs te beloven aan werknemers van één bedrijf in herstructurering, en tegelijkertijd niets te doen voor de kansengroepen die vandaag werkloos blijven omdat ze meer investering in vorming en begeleiding vergen en daardoor per definitie al als te duur worden beschouwd. Benieuwd of die bandwerker met 25 jaar dienst bij VW zonder omscholing in een bouwbedrijf aan de slag kan en of hij nog welkom zal zijn wanneer blijkt dat die omscholing noodzakelijk is. Om van de vele werknemers in dienst bij de toeleveranciers nog maar te zwijgen.

Onafgezien van het verdere verloop van de onderhandelingen bij VW Vorst over een sociaal plan, is dit dossier een goede aanleiding voor een Nieuwjaarsbrief. Want de werknemers van dit bedrijf zijn eens te meer het slachtoffer van eenzijdige beslissingen van aandeelhouders. Iedereen is er mee akkoord dat deze vestiging de meest productieve in de VW-groep was. De meesten zijn het er ook over eens dat loonkost in de automobielsector geen doorslaggevende factor is. Iedereen weet dat er door de overheid beslissingen werden genomen die in feite op maat van de automobielsector waren geschreven (bijvoorbeeld het verlagen van de lasten van ploegenarbeid). Iedereen ziet vandaag ook dat VW Vorst niet delokaliseert naar Roemenië of China, wel integendeel. Ondertussen weet iedereen dat er in Duitsland vijf keer zoveel jobs sneuvelen binnen deze groep.

Het is dan ook cynisch vast te stellen dat Europa wel toekijkt op fusieprocessen tussen bedrijfsgroepen (teneinde te grote monopolies te verhinderen en op deze manier de vrije concurrentie te beschermen), maar er niet in slaagt sociaal verantwoord ondernemen te garanderen. Een Sociaal Europa bestaat niet of absoluut onvoldoende. De neoliberale logica van een ongeremde vrije markt viert ook bij de Europese beleidsmakers hoogtij. Verschillende stemmen, ook ik, hebben de laatste weken gepleit voor een preventieve aanpak van herstructureringen op Europees niveau. Noem het een Commissaris voor Herstructureringen, zoals er vandaag een Europese Commissaris bevoegd is om de fusies te beoordelen. Europa zal uiteraard herstructureringen niet kunnen vermijden, noch onmogelijk maken. Maar de wijze waarop, met oog voor de belangen van de werknemers, met oog voor de investeringen die een overheid (en dus een maatschappij) in een onderneming heeft gedaan, en waarbij management en aandeelhouders niet alleen op basis van puur winstbejag tot herstructurering kunnen beslissen, zou het concept van maatschappelijk verantwoord ondernemen en deugdelijk bestuur aanzienlijk kunnen versterken. Dit vergt een grotere syndicale tegenmacht en vooral echte Europese Ondernemingsraden, die een grotere rol kunnen spelen dan de huidige soms puur informatieve rol. En dat is meteen al een belangrijke syndicale uitdaging voor 2007. Dat grensoverschrijdende solidariteit kan werken, hebben de mensen van VW bewezen (zowel binnen de multinational als wat betreft hun aandacht voor de werknemers bij de toeleveranciers).
In deze context is het belangrijk dat zowel op Europees niveau (binnen het EVV), als op mondiaal vlak (binnen de nieuw gefusioneerde wereldvakbond IVV) gewerkt wordt aan een echte syndicale tegenmacht. Om dit te kunnen, moeten EVV en IVV duidelijke politiek-syndicale doelstellingen vooropstellen zodat de aangesloten organisaties elk op hun terrein kunnen werken aan de realisatie ervan. Zoniet zal internationaal syndicaal werk een verhaal blijven van ad hoc-dossiers binnen toevallige samenwerkingsverbanden van naast elkaar staande vakbonden.

Krantencommentatoren hebben de laatste weken de publieke opinie aangepraat dat de werknemers van VW Vorst onfatsoenlijke ontslagvergoedingen zullen krijgen. Er is nochtans iets unieks aan de hand. Arbeiders en bedienden worden door de onderhandelaars op gelijke voet geplaatst. Dit is een verademing; zeker in deze periode waarin werkgeversorganisaties op alle niveaus de sociale bescherming (zoals in onze arbeidswetgeving vastgelegd) willen afbouwen: kortere opzegtermijnen, grotere flexibiliteit, meer precaire contracten. Waar dezelfde publieke opinie aan voorbij gaat, is dat de werknemers van VW Vorst hun baan kwijt zijn. Dat zij zeer waarschijnlijk financieel zullen inleveren bij een volgende baan, vooropgesteld dat zij er al een vinden. En dat zij gedurende vele jaren het beste van zichzelf hebben gegeven in zeer stresserende omstandigheden waarbij de werkdruk jaar na jaar steeg. Graag zag ik in 2007 onze opiniemakers eens één shift meedraaien aan een band in een automobielfabriek, of in de chemische nijverheid of als industrieel schoonmaker, ‘s nachts of tijdens een feestdag, als ploegarbeider. Benieuwd of daarna nog zou verkondigd worden dat deze werknemers ‘teveel’ verdienen.

Denken aan VW Vorst doet denken aan de toekomst. Hoe moet het verder? In het kader van de Vlaamse uitvoering van het Generatiepact zullen de ontslagen werknemers via één of meerdere tewerkstellingscellen worden opgevangen en begeleid naar omscholing en/of ander werk. Op hertewerkstelling moet zonder twijfel worden ingezet! Belangrijk in dit verband is uiteraard de finaliteit van deze begeleiding. Op het einde van de rit moet een kwalitatieve job staan. De tijd dat werklozen aan hun lot werden overgelaten, is lang voorbij. Maar de begeleiding moet kwalitatief zijn, en leiden tot een gelijkwaardige baan. Eenzelfde aandacht en zorg moeten gaan naar de werknemers van de toeleveranciers wiens kansen op de arbeidsmarkt vandaag ogenschijnlijk kleiner zijn. Vakbonden en overheid moeten er in dit verband op toezien dat niet alleen de kersen uit de cake worden weggesnoept maar dat iedereen met gelijke kansen aan de meet verschijnt.

Betekent dit verhaal het einde van de industrie in ons land? Neen. Maar Europa en Vlaanderen hebben nood aan een echt industrieel beleid. Een aantal instrumenten om hieraan te werken in Vlaanderen bestaan vandaag al. Sectoren zouden binnen de sectorcommissies van de Sociaal-Economische Raad Vlaanderen (SERV) paritair hun toekomstverkenningen kunnen bediscussiëren. De industrie moet, samen met innovatie en competentieontwikkeling, de strijd tegen de neoliberale mondialisering aangaan en haar positie binnen de internationale arbeidsdeling veiligstellen. Wanneer we echter het nieuwe Europese Groenboek Arbeidswetgeving lezen, waarin een hervorming - lees: afbraak - van de arbeidswetgeving in de lidstaten wordt vooropgesteld als noodzakelijk voor het bevorderen van de kenniseconomie, dan is er een belangrijke reden om ongerust te zijn voor wat 2007 ons kan brengen. Want de flexicurity-piste, zogenaamde werkzekerheid in ruil voor een grotere flexibiliteit, die ook in ons land door politici (ook ter linkerzijde) wordt omarmd, is vooral een eenzijdig verhaal van sociale afbraak onder de mom van het vergroten van de keuzemogelijkheden van de werknemer, die geen boodschap meer zou hebben aan sociale bescherming.
Met andere woorden: de uitbouw van internationale solidariteit, het verzet tegen maximaal winstbejag, het werken aan een sociaal Europa en het streven naar kwalitatieve jobs (alsook de begeleiding naar deze jobs) voor iedereen zijn slechts enkele van de syndicale uitdagingen waar we in 2007 voor staan, ook op Vlaams beleidsniveau.

Om maar te zeggen dat 2007 ook voor het Vlaams ABVV een belangrijk jaar wordt. Vele thema’s staan vooraan de syndicale agenda: het individueel recht op vorming en opleiding; de erkenning van competenties van mensen opdat ze weerbaarder zouden zijn in hun job, maar ook op de arbeidsmarkt as such (hierover handelt de ‘Competentie-agenda’ - op tafel gelegd door Minister Vandenbroucke -, waarbinnen de Vlaamse sociale partners hun gemeenschappelijke speerpunten zullen uitwerken); de problematiek van werkbaar werk en de Werkbaarheidsmonitor van de Stichting Technologie Vlaanderen om alternatieve antwoorden te vinden op het flexicurity-discours, …
Kwaliteit van de arbeid, werkbaar werk, combinatie werk-privé, problematiek van stress en flexibiliteit. Dit zijn steeds belangrijker maatschappelijke thema’s waar wij als vakbond het voortouw in nemen. Ook in 2007.

Caroline Copers
Algemeen Secretaris Vlaams ABVV

Volkswagen Vorst - werkloosheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 1 (januari), pagina 17 tot 19