Abonneer Log in

De precampagnes: waar staan de partijen aan de start?

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 3 (maart), pagina 5 tot 10

Politieke analyses maken, is een riskante onderneming. Wat vandaag stellig beweerd wordt, kan morgen onzin lijken als… Bush Iran binnenvalt of een onverlaat een mes bovenhaalt om een MP3-speler te bemachtigen. Als we toch proberen de prille precampagnes voor de federale verkiezingen van juni te duiden, is precies die ‘onzekerheid’ over de uitgekiende partijstrategieën een eerste belangrijke vaststelling. Verkiezingsthema’s worden niet uitsluitend gecreëerd door de politieke spelers, ze overkomen hen soms. En dat zorgt in alle partijhoofdkwartieren voor zenuwachtigheid.

Als we abstractie maken van onvoorziene omstandigheden, zien we toch enkele krijtlijnen verschijnen. Echte grote politieke thema’s liggen nog niet vast. Allicht zorgt de mediatieke ‘I used to be the next president of the USA’-hype rond klimaatsgoeroe Al Gore voor een thema dat niemand nog uit de weg kan gaan. Hype of niet, de klimaatsproblematiek zal een belangrijk politiek onderwerp zijn voor de komende jaren. Dat Gore genomineerd is voor de Nobelprijs voor de Vrede en er in slaagde een Oscar in de wacht te slepen, kan voor cynici een reden zijn om hun gal te spuwen; de opwarming van de aarde is ernstig genoeg om er mondiaal politieke aandacht aan te besteden. Groen!, sp.a en, jawel, Open Vld hebben zich al opgewarmd om de opwarming aan te pakken. Wellicht zullen verder de voorspelbare thema’s de revue passeren: vergrijzing en pensioensproblematiek, gekoppeld aan het Generatiepact en de tewerkstellingsgraad, economische concurrentie, de kost van de ziekteverzekering, samenlevingsproblemen - of liever: leren omgaan met diversiteit -, migratie…. Welk thema er prioritair uit de bus komt, valt niet echt te voorspellen.

Opmerkelijker in de prille precampagnes is de positionering van de partijen. Laten we beginnen met de krachtige remonte van de Open Vld. Die partij lag in de touwen, na een jarenlange gijzeling door Coveliers en Dedecker en het onontkoombare geschipper tussen enerzijds een soms brutaal rechts en anderzijds een gematigd liberaal discours. De Open Vld is er merkwaardig snel in geslaagd de violen gelijk te stemmen. Met een sterk leidersfiguur, die in zijn vierde burgermanifest opnieuw op de voorgrond kwam als een politicus met een visie op de samenleving, en een gestroomlijnde communicatie met uitgekiende mediamomenten zette de Open Vld zich opnieuw stevig in de politieke arena. Er blijven nog wat schoonheidsfoutjes opduiken, met name wanneer de partij zichzelf in de voeten schiet met de Antwerpse lijstvorming - eerst Sterckx, daarna Somers als lijsttrekker - of met de weerstand tegen de mogelijke komst van voormalig Antwerps korpschef Luc Lamine naar de lijst. Het zal nog moeten blijken of dat invloed heeft op de opmerkelijke wedergeboorte van de Open Vld. Die heet nu Open te zijn. Die toevoeging is interessant. Waarom is de VLD open? Is het omdat de partij een interne openheid beoogt en probeert nieuwe doelgroepen aan te spreken? Zo lijkt het niet echt te zijn. De Open Vld-website vermeldt dat de toevoeging ‘Open’ benadrukt dat de Vlaamse liberalen ‘resoluut kiezen voor een open samenleving’. Dat lijkt een beetje op een zwaktebod vanuit een verdedigingshouding. Alsof de schandvlek van het gesloten discours van figuren als Coveliers en Dedecker voorgoed moest weggewist worden. Voorlopig lijkt Open Vld - ondanks een nieuw en interessant burgermanifest - dus vooral te spelen met een weliswaar sterke communicatiestrategie: ‘Wij hebben een sterke leider die vertrouwen uitstraalt, een stevige visie op de samenleving en zelfs een geheel vernieuwde partij’. Ik doe Open Vld onrecht aan mocht iemand uit het voorgaande concluderen dat de partij geen inhoud zou hebben. Dat heeft ze wel. Die is erg duidelijk ideologisch liberaal. Alleen profileert ze zich - overigens succesvol - eerder met de verpakking. Dat communicatiespecialist Slangen hier een hand in heeft, zal niemand verbazen.

Een - voorlopig - belangrijkere evolutie, is de positionering van CD&V. Voorlopig omdat we het raden hebben naar de inhoudelijke sterkmakers van de christendemocratische campagne. CD&V positioneert zich al geruime tijd als dé bestuurspartij. Meer bepaald als de partij van het ‘goede bestuur’. Helemaal nieuw is dat niet; de partij profileerde zich vroeger al als de rentmeester van het politieke veld. Opmerkelijker nog is dat een aantal kopstukken publiekelijk verklaarde dat CD&V geen nood heeft aan een sterke ideologische profilering. Enige dichterlijke vrijheid laat me toe te zeggen dat CD&V zich dus opstelt als een partij zonder ideologie. Als je dat zo brutaalweg stelt, is het niet ondenkbaar dat er vanop de CD&V-banken luidkeels protest zal weerklinken: ‘Natuurlijk hebben wij een ideologie’. Maar laat ons, for argument’s sake, eens stellen dat het CD&V menens is met haar ideologieloze partij. Dat is in elk geval helemaal niet in tegenspraak met haar eigen ‘goed bestuur’-discours en haar klassieke rentmeesterschap. ‘Goed bestuur’ is een technisch begrip en dekt geenszins een ideologische inhoud. Het lijkt of CD&V wil zeggen dat de partij klaar staat met een legertje geschoolde technici, dat in staat is het land evenwichtig te besturen, zonder al te veel brokken te maken. CD&V bekritiseert de huidige paarse coalitie ook voornamelijk op technische punten. De christendemocraten wijzen er voortdurend op dat paars er ‘een potje van maakt’, dat ze ‘het niet kunnen’, … Zelden of nooit hoor je CD&V andere maatschappelijke of door ideologie geïnspireerde keuzes maken in het beleid. Is het mogelijk dat CD&V evolueert naar wat sommige politicologen al omschreven hebben als een ‘post factumpartij’? De ‘klassieke’ politieke partij haalt haar ambitie om te besturen uit een ideologische maatschappijvisie. Kort door de bocht betekent dat, dat de ideologie een ideaalbeeld van de samenleving voorspiegelt. De ideologie is een intellectuele landkaart van het ideale maatschappelijke landschap, en vormt zo een analysekader om de bestaande realiteit te doorgronden, en ze te wijzigen volgens de routes op de landkaart. Nu hebben de ideologische kaarten het moeilijk gekregen nadat de Franse filosoof Jean-François Lyotard in 1979 het einde van de ‘grote verhalen’ aankondigde in zijn La condition postmoderne. Met ‘grote verhalen’ bedoelde Lyotard werkelijkheidsopvattingen en wereldbeelden die de pretentie hebben inzicht te bieden in de werkelijkheid en tegelijk een weg te wijzen om die werkelijkheid om te vormen in de richting van een vooropgesteld ideaal. De moderne Westerse mens benadert de werkelijkheid echter eerder ‘situationeel’, wat betekent dat het analysekader uitgaat van een diversiteit aan situaties, van waaruit gedragingen ontwikkeld worden die moeten voldoen aan de noden van de situatie. Er wordt dus niet meer uitgegaan van een abstract en ideaal kader dat een leidraad moet vormen voor het gedrag, maar van de complexe realiteit zelf. De bekende uitspraak van Bismarck, ‘politiek is de kunst van het mogelijke’, is een vroeg voorbeeld van zo’n situationele aanpak. In de politiek zou dat kunnen betekenen dat je niet meer op stap gaat met een landkaart, maar als een ontdekkingsreiziger in een nieuwe en complexe wereld, je weg tracht te vinden op basis van het gezond verstand. Dat lijkt op wat de ideologieloze CD&V doet. ‘Goed bestuur’ betekent dan dat verantwoordelijke lieden met een dosis gezond verstand zo adequaat mogelijk inspelen op allerlei situaties die zich aandienen. Vandaar ook het begrip ‘post factumpartij’: de partij reageert ‘na de feiten’, op de werkelijkheid zoals ze zich heeft aangediend. Als dat zo is, dan heb je inderdaad geen abstracte kaart meer nodig, geen ideologie, maar moet je vooral kiezers werven door vertrouwen uit te stralen. Met deze groep politici gaan we geen avonturen tegemoet! Het zijn bovendien ‘goede bestuurders’ die kijken naar wat er zich aandient en daar verantwoordelijk op reageren. Dat het precies de CD&V is die zich op deze weg begeeft, heeft allicht te maken met de algemene verzwakking van het christendom in het Westen. Christendemocratische waarden kunnen dan wel erg zinvol zijn, in een bijzonder divers levensbeschouwelijk landschap zijn ze allang niet meer dominant.

Het is echter geenszins duidelijk of CD&V bewust voor deze piste kiest. Uit haar communicatie kan je afleiden dat de partij schippert tussen uitspraken waarin ideologie als referentiekader verworpen wordt, en die waarin beweerd wordt dat het oude ideologische kader van het personalisme gehandhaafd blijft. Dat is onder meer het geval in het boekje van ondervoorzitter Wouter Beke, de ‘huisideoloog van de partij zonder ideologie’. Voor CD&V reikt dat boekje de ‘ideologische precisering’ aan die door politieke commentatoren zo gemist werd. Maar buiten de heldere stelling dat CD&V vertrekt van solidariteit binnen groepen mensen - waarin ze niet anders is dan pakweg sp.a of Groen!, en zich dus afzet tegen het individualisme van Open Vld -, reikt het boekje vooral vage containerbegrippen aan, die inderdaad de bedoeling hebben ‘vertrouwen’ te wekken. Normen, waarden, respect, recht en orde moeten duidelijk maken dat de partij niet voor het avontuur kiest. Welke normen en waarden waarvoor je respect moet hebben, of hoe je recht en orde organiseert uitgaande van een ideologie, komt nagenoeg niet aan bod. Zoals gezegd wil CD&V vertrouwen uitstralen, en duidelijk maken dat er niet voor avonturen gekozen wordt. Daarom ook zijn de stellingen in het boekje van Beke eerder conservatief. Ze bevestigen vertrouwde ‘normen’ en ‘waarden’, en trachten daarmee een groot deel van het kiespubliek gerust te stellen.
Precies omwille van deze merkwaardige positionering is de CD&V interessant. Niet zozeer omwille van haar heldere ideologische kader, maar omwille van het gebrek eraan. Dat betekent geenszins dat CD&V niets meer te vertellen heeft, maar dat de manier waarop ze beleid wil voeren, evolueert naar die van een ‘post factumpartij’.

Bij sp.a liggen de kaarten helemaal anders. Ook die partij denkt na over de manier waarop partijen in de toekomst zullen functioneren. Bij sp.a gaat men er eveneens van uit dat de complexiteit van de moderne wereld het een partij niet meer toelaat een allesomvattende waarheid te verkondigen over het bestuur van een land. Ook hier speelt ‘het einde van de grote verhalen’ een rol in de strategie van de partij. Maar in plaats van het ideologische kader overboord te werpen, werd het precies verfijnd en gemoderniseerd in een reeks ideologische congressen. sp.a gaat er van uit dat de ideologische kern van het socialisme bijzonder zinvol blijft, maar erkent dat er rond die ideologische kern allerlei progressieve varianten zijn ontstaan, die je niet meer in één partij kunt onderbrengen. Het lijkt er op dat sp.a heeft ingezien dat de politieke ideologie niet meer lineair geordend is, op een ‘links-rechts’-as, maar dat er vandaag een nieuwe politieke windroos1, of een politiek kompas, is ontstaan waarvan de ‘links-rechts’-as een ‘west-oost’-as is geworden, waarop zich in het westen (links) de modernisten en in het oosten (rechts) de traditionalisten bevinden. Die as wordt gekruist door een ‘noord-zuid’-as, waarop zich in het noorden nieuwe sociaal-progressieve groepen hebben gevestigd en in het zuiden conservatieven uit de zakenwereld of groepen die winstbejag laten voorgaan op het algemeen belang te vinden zijn.

sp.a, dat zich traditioneel op de west-as (links) bevond, erkent dat er zich in het volledige noord-westelijke gebied potentiële bondgenoten bevinden. Dat maakt het er overigens niet makkelijker op. Het noorden rekruteerde de afgelopen decennia zowel uit het westen (links) als uit het oosten (rechts). In het middenveld bevinden zich immers zowel mensen die afstammen uit klassieke socialistische families, als mensen die opgeschoven zijn uit eerder traditionalistische christelijke middens. Dat betekent dat er zich in het noorden groepen bevinden met een sterk sociaal programma, gekoppeld aan een eerder traditionalistisch waardenpatroon. Groen! is daar, als partij, een duidelijk voorbeeld van, maar ook andere middenveldgroepen, zoals de Sint-Egidiusgemeenschap (sociaal progressief, maar levensbeschouwelijk traditioneel) vertonen die kenmerken. Een belangrijke vaststelling is dat die groepen uit het noorden zich nog lang niet verenigd hebben in de grote politieke formatie. En daar liggen kansen voor sp.a.

|

Wie de verschillende groepen met trefwoorden zou willen omschrijven, zou het ongeveer als volgt kunnen doen:

West : Modernisme, grote rol voor de overheid, kritisch ten opzichte van de bedrijfswereld, gekant tegen religieus fundamentalisme, pro vakbonden, voorvechters van burgerrechten, …

Oost : Traditionalisme, sociaal conservatisme, ethisch conservatisme, religieus fundamentalisme, gezinswaarden zijn belangrijk, xenofoob, …

Noord : Anti-materialisme, ecologisme, duurzaamheid, pro burgerrechten, profileren zich noch links, noch rechts, …

Zuid : Economische groei, winstmaximalisatie, eigenbelang, privatiseringen, kritisch ten opzichte van sociaal conservatisme, ….

| |

In plaats van de verschillen tussen de progressieve groepen uit het noord-westelijke gebied te vergroten, wil sp.a de afstand tussen de verschillende visies verkleinen door ante factum de dialoog aan te gaan en overeenkomsten te sluiten. Dat gebeurde eerder door met het kleine links-liberale en regionalistische spirit een kartel aan te gaan, en door een grotere openheid aan de dag te leggen naar progressieven uit confessionele middens, zoals progressieve christenen en moslims, of door samenwerkingen aan te gaan met ecologisten. Vandaag probeert sp.a die allianties uit te breiden naar het middenveld.Voorzitter Vande Lanottevoorspelde eerder in Sampol dat dat geen eenvoudige klus zou zijn, en verwachtte zelfs dat die inspanningen niet meteen vruchten zouden afwerpen. Er bestaat namelijk geen precedent voor dergelijke allianties en de koudwatervrees bij de verschillende spelers is erg groot. Het laatste wat de noordelijke groepen willen, is dat ze in de richting van het westen worden getrokken. Het komt er dus op neer herenafspraken te maken, het wederzijdse vertrouwen te verstevigen en de onderlinge samenwerking langzaam op te bouwen. Of dat zal lukken, zal de toekomst uitwijzen.

Daarnaast is het duidelijk dat sp.a sterk op inhoud wil gaan spelen, daarin opgejaagd door een dossiervretende partijvoorzitter. Geen vage krijtlijnen, maar een inhoudelijk doortimmerd programma moet aantonen dat sp.a niet alleen de ervaring van de bestuurspartij heeft, maar ook een duidelijk project voor de toekomst dat aan de kiezer toelaat keuzes te maken. Hoe dat programma er zal uitzien, moet de komende weken blijken.

In het politieke gewoel lijkt Groen! nog niet helemaal hersteld van de klap die de partij enkele jaren geleden kreeg. Waar de partij ontstaan is als een wat sympathiek en soms naïef alternatief voor een drukke, op winstmaximalisatie gerichte samenleving, lijkt ze zich nu te positioneren als een verzuurde en cynisch geworden wereldverbeteraar. Het uitdagende en optimistische Anders Gaan Leven dat zoveel jongeren in de jaren 1980 aansprak, is vandaag een Calimerogevoel geworden, waarbij de aanval niet meer gericht is op de boosdoeners, maar op partijen en groepen die inhoudelijk dicht bij Groen! staan. In advertenties en folders hakt de partij genadeloos in op sp.a en CD&V, precies die partijen waarmee het oude Agalev het nog redelijk kon vinden. De ecologisten van Groen! doen daarmee het tegenovergestelde van wat progressieve broer sp.a doet: ze sluiten zich op in een nagenoeg onneembare groene burcht, om van daar uit ‘radicale’ alternatieven af te vuren. Of die strategie zal werken, zal opnieuw moeten blijken. Bij Groen! moet ook nog vermeld worden dat de partij zich opnieuw focust op het milieuthema. Dat zou wel eens een goede keuze kunnen zijn om het wat verwaterde imago van de partij terug een duidelijk gezicht te geven. Groen! is een milieupartij, en dat zullen we geweten hebben.

Dan is er ten slotte het Vlaams Belang, dat alle rechtse kanten lijkt op te lopen. De partij bevindt zich ondertussen in het zuid-oostelijke gebied, tussen de traditionalisten en de asociale conservatieven. Pogingen om het stemmenaantal te vergroten met een relatief gematigder discours, worden afgewisseld met radicaal-rechtse stellingnamen. Het VB voelt de afkeer van een meerderheid van de kiezers - zoals is gebleken uit de grote eensgezindheid bij het Antwerpse kiespubliek tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 - en merkt in het zuid-oostelijke spectrum nieuwe groepen die mogelijk aan de taart kunnen knabbelen. Die mogelijke verzwakking wordt gecounterd met een sterk populistische communicatiestrategie, die moet duidelijk maken dat het VB het enige alternatief is: drie apen stellen de drie grote partijen voor. Daarbij is de verwijzing naar het gekende spreekwoord ‘horen, zien en zwijgen’ zelfs minder doorslaggevend dan de wat platte verwijzing naar onze naaste verwanten, de chimpansees. ‘Politici zijn apen’, is een beeld dat allicht een deel van de bevolking zal beroeren. Hoe dan ook, voor het VB zullen de federale verkiezingen een belangrijke lakmoestest worden.

De pre-electorale campagnes laten dus enkele krijtlijnen zien. De positionering van zowel CD&V als die van sp.a lijken de interessantste, omdat ze beiden, weliswaar op een heel andere manier, de rol van politieke partijen in de toekomst bevragen. Maar zoals gezegd, politieke analyses maken, is een riskante onderneming. Evoluties die zich voorzichtig aandienen, kunnen vandaag de dag in één klap van tafel worden geveegd.

Jan de Zutter
Stafmedewerker op de studiedienst van de sp.a

Noot
1/ Het idee voor een politiek kompas is al in de jaren 1960 ontstaan (Eysenck) en werd in het begin van deze eeuw aangevuld met het zogenaamde ‘nieuwe politieke kompas’ door de Amerikaanse socioloog en marktonderzoeker Paul Ray.

verkiezingen - politieke breuklijnen - campagne

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 3 (maart), pagina 5 tot 10