Log in

Agfa en Volkswagen: twee dossiers onder het nieuwe regime

Agfa Gevaert en Volkswagen zijn helaas niet de enige herstructureringsdossiers van recente datum. Het Generatiepact heeft een nieuw werkwijze opgeleverd, die net één jaar oud is. In die periode hebben, Agfa en Volkswagen niet meegerekend, 18 bedrijven een dossier ingediend. Daar zijn ongeveer 1.300 ontslagen mee gemoeid en er kwamen 251 werknemers voor brugpensioen in aanmerking.
Agfa en Volkswagen zijn wel twee grote dossiers. De aanpak, zowel van de directie als van de vakbonden, is totaal anders geweest. Voor een stuk heeft dat te maken met een verschil in bedrijfstraditie.

Bij Agfa is er helemaal geen traditie van grote bedrijfsconflicten, bij Volkswagen kennen ze daar wel wat van. Het heeft ook te maken met verschillen tussen Vlamingen en Walen. In Vorst is de dominante cultuur Waals, ook al zijn de Vlamingen in de meerderheid. Er was ook een zeer sterke klein-linkse kern actief, waar de nationale leidingen nooit goed overweg mee hebben gekund. Er is bovendien nog die specifieke situatie dat van de kant van het ABVV een verdeelde centrale verantwoordelijk is. De metaal is namelijk gesplitst in een Vlaamse en een Waals-Brusselse vleugel. Ook de Vlamingen in Volkswagen worden verdedigd door de Waalse centrale.
In beide bedrijven zijn de werknemers niettemin fier op hun bedrijf. Bij Agfa gaan ze naar huis met een mooie wedde. Er is in het verleden eigenlijk nooit afgedankt. Ook bij Volkswagen wordt goed betaald. De arbeiders hebben door hun plaats in het bedrijf een behoorlijke status verworven. Waarschijnlijk hebben de werknemers zich bij Agfa nooit echt in de steek gelaten gevoeld. De directie is blijven praten en praten. Er was een schroom om af te danken. Bij Volkswagen, mede in de hand gewerkt door de chaotische beginsituatie, werd heel abrupt gecommuniceerd en was er vlug woede en agressie. Het is te vroeg om de streep helemaal onder de dossiers te trekken, maar het is nu al duidelijk dat in beide gevallen het Generatiepact bepalend is geweest voor de afloop.

Agfa beperkt de schade

In juni 2006 werd bij Agfa Gevaert een herstructurering aangekondigd. Er werden op dat moment geen cijfers gegeven. Maar vrijwel onmiddellijk had iedereen door dat dit ernstig zou worden. Agfa is een bedrijf met stamboom, maar het maakt ook producten die niet zo toekomstgericht zijn. De klassieke fotografie heeft nu eenmaal afgedaan. Alleen omdat de cinema’s voorlopig niet zomaar op digitaal overschakelen, wordt er nog op enige schaal klassieke pelicule gemaakt. Dat wil echter niet zeggen dat Agfa als zodanig zal verdwijnen. Het bedrijf heeft zich al voor een stuk aangepast en maakt ook nieuwe dingen (zoals materiaal voor medische beeldvorming). Maar voor de klassieke productie is er niet veel langetermijnperspectief. Iemand die nu nog productie bij krijgt, kan die alleen maar overnemen van een ander bedrijf.
Op 24 augustus 2007 gebeurde de aankondiging effectief. In Mortsel en Mechelen zouden bijna 1000 banen verdwijnen. De herstructurering zou een besparing moeten opleveren van 250 miljoen euro.
Sindsdien hebben de werkgever en de vakbonden intensief met elkaar overlegd. De vakbonden hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheden van de wet-Renault om iedere afdanking te betwisten en telkens opnieuw alternatieven voor te stellen. In sommige gevallen blijkt de lange duur van de zogenaamde eerste fase parten te spelen. De werknemers blijven immers in onzekerheid. Wie weg wil of kandidaat-bruggepensioneerde is, kan niet eens begeleid worden. In het geval van Agfa werkte de tijd in het voordeel van de werknemers. Het werd zelfs een essentieel element in de uiteindelijke overeenkomst. Op een bepaald moment bleek de vraag naar de klassieke pelicule toch weer groter te worden. Een interne verschuiving van de markt, maar Agfa kreeg een stuk van de koek. Daardoor werden een aantal afdankingen minder dringend. Hoe dan ook, de wet-Renault was in het geval Agfa een hulp.
Er is ondertussen een overeenkomst gesloten. Ze ziet er iets anders uit voor de arbeiders dan voor de bedienden. Het was ook van bij het begin aangekondigd dat het om twee verschillende problematieken ging. De arbeiders zijn tamelijk hoog geschoold. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt in de sector van de scheikunde, kon verwacht worden dat er voor velen nog een nieuwe toekomst weggelegd was. Bij de bedienden ligt dat anders. Als ze een aantal jaren anciënniteit hebben, maken ze veel minder kans om vlug een nieuwe bestemming te vinden. Heel dikwijls kan het zonder een ernstige herscholing gewoon niet meer. Het is daarom niet vreemd dat de overeenkomst er voor hen anders uitziet dan voor de arbeiders. De situatie is voor de kaders trouwens nog anders.
Waar velen aanvankelijk dachten dat alleen het brugpensioen ‘oude stijl’ kon helpen, hebben alle onderhandelaars heel vlug een andere invalshoek gevolgd. Ze hebben geprobeerd het aantal werknemers dat het bedrijf moest verlaten zoveel mogelijk te beperken. Ze zijn ervan uitgegaan dat ook werknemers boven 50 jaar nog kansen op werk nodig hebben. Het was een vakbondsman (en wel een van het ABVV) die dat letterlijk bij mij, als Minister van Werk, kwam zeggen. Dat was wel eventjes wennen, want hij gaf niet de ondertussen bekende klaagzang ten beste over hoe onrechtvaardig het Generatiepact voor de arbeiders wel is. Hij verweet de politicus ook niet te denken vanuit een ivoren toren, zonder reële voeling met de wereld van de arbeiders. Neen, hij zei heel cool: ‘Ik wil zoveel mogelijk arbeiders aan het werk houden. Dat heeft het meeste kans op succes als vooral de ouderen blijven, en als we op de eerste plaats voor de jongeren nieuwe mogelijkheden vinden’. En hij voegde er aan toe: ‘Dat is des te belangrijker omdat wat er vandaag aan productie overblijft niet onbedreigd is. Voor hetzelfde geld staan we hier binnen enkele jaren terug. Misschien moeten we dán voor de oudere werknemers effectief verlaagd brugpensioen vragen, maar nu doen we dat niet zomaar!’. Vakbondsmensen zijn dus wel degelijk in staat vanuit een visie en op langere termijn te denken.
Het resultaat is dat ze voor de arbeiders geen verlaagd brugpensioen vroegen. Men kan zich niet voorstellen hoe revolutionair dit is! Zeker als men de geschiedenis van de laatste dertig jaar sociaal overleg in herinnering brengt. In het bedrijf is er al langer een cao die brugpensioen toelaat op 58 jaar (of op 56, als er 20 jaar nachtprestaties geleverd zijn). Die overeenkomst wordt uiteraard uitgevoerd. Dat zou ook gebeurd zijn indien er geen herstructurering was. Het bedrijf heeft daarvoor niemand nodig. Er hoeft zelfs geen dossier voorgelegd te worden aan de federale Commissie Brugpensioenen. Met die regeling kunnen enkele honderden arbeiders het bedrijf verlaten. Voor hen is een verdere verlaging van de leeftijd niet aan de orde. Als alternatieve formules zoals ‘deeltijds tijdskrediet met een aanvulling vanwege de werkgever’ aanslaan, zal er hoogstens voor 50 arbeiders geen oplossing meer zijn op het bedrijf. Maar dat kunnen geen naakte afdankingen genoemd worden. Het zal gebeuren met zeer intensieve begeleiding, om zoveel mogelijk perspectieven te scheppen naar een nieuwe tewerkstelling.
Voor de bedienden wordt wel een verlaagd brugpensioen tot de leeftijd van 52 jaar gevraagd. Het gaat om 98 werknemers ouder dan 56 jaar, en 20 mensen tussen 52 en 60 jaar. Ook dit aantal is weer sterk bepaald door het aanslaan van alternatieve formules, zoals ‘deeltijds tijdskrediet met toeslag vanwege de werkgever’ en ‘vrijwillige arbeidsduurvermindering’. Er wordt echter voor alle bedienden van wie de job bedreigd is, een loopbaanoriëntatie voorzien. Door middel van begeleiding en opleiding zal geprobeerd worden die groep een nieuwe baan te bezorgen, hetzij binnen Agfa zelf, hetzij in een ander bedrijf. En daar hoort ook de groep van de kandidaat-bruggepensioneerden bij.
Op de vraag voor het verlaagd brugpensioen voor de bedienden en kaders moet ik, als federale Minister van Werk, dan een antwoord geven nadat de Commissie Brugpensioenen er een advies over heeft uitgebracht. In zijn oordeel moet die Commissie, sinds het Generatiepact, ook rekening houden met het advies dat uitgebracht werd door de regionale Minister van Werk. Die moet zich in het bijzonder uitspreken over de zogenaamde activerende maatregelen in het herstructureringsplan. Zijn er met andere woorden voldoende maatregelen voorzien die de bedreigde werknemers van Agfa aan een andere baan kunnen helpen? De regionale minister antwoordde op die vraag positief, zodat de Commissie Brugpensioenen in dezelfde zin geadviseerd heeft.
Het is alvast duidelijk dat de filosofie waarin gewerkt wordt, de juiste is: eerst zoveel mogelijk werknemers een nieuwe kans geven en pas dan denken aan brugpensioen. Het gaat hier om een heel uitgebreid en complex dossier. De onderhandelaars verdienen daarom een pluim. Zij hebben bewezen dat het wel degelijk mogelijk is om toekomstgericht te denken, en toch het belang van de werknemers niet uit het oog te verliezen. Er verdwijnen nog altijd te veel banen, maar dat is toch heel wat minder dan aanvankelijk gedacht. Het belangrijkste is dat niemand vertrekt zonder mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Het dossier is ondertussen definitief goedgekeurd.

Volkswagen kiest - ondanks alles - voor de toekomst

In november 2006 werd een grote herstructurering aangekondigd. Door het wegvallen van de Golf zouden 3000 arbeidsplaatsen verdwijnen. Er was totaal geen duidelijkheid over de leefbaarheid op langere termijn. Het leek er eerder op dat het bedrijf in twee stappen gesloten zou worden.
De premier en ikzelf hebben er alles aan gedaan om die toekomst op te klaren. Er zijn contacten geweest op alle mogelijke niveaus en met alle mogelijke betrokkenen. Op een bijeenkomst met de nieuwe top van Volkswagen/Audi werd voor het eerst de optie kenbaar gemaakt om in Vorst een nieuw model Audi A1 te produceren.
De werknemers zijn voor 7 weken in staking gegaan (al werden ze heel die tijd door het bedrijf betaald). Vanaf het begin werd een brugpensioen op 50 jaar geëist, en dan nog zonder de nieuwe voorwaarden van het Generatiepact. Men wilde een uitzondering voor wat men ‘een ramp van nationale aard’ noemde. Vrij vlug werd een afspraak gemaakt over de afscheidspremies voor de arbeiders. Die lagen op het niveau die anders alleen aan bedienden worden toegekend, met als gevolg dat de bedienden later nog meer eisten én kregen. Toen lijsten werden opengesteld voor
vrijwillig vertrek stroomden de kandidaten toe. Na enkele dagen moest men die afsluiten, uit vrees dat de hele fabriek zou leeglopen.
Ik heb, als Minister van Werk, onmiddellijk duidelijk gemaakt dat er voor Volkswagen geen uitzondering kon worden gemaakt. Eventueel verlaagd brugpensioen moet afhankelijk gemaakt worden van een sociaal plan, waarin zogenaamde activerende maatregelen doorslaggevend zijn. De stakingsactie leek op bepaalde momenten eerder een staking tegen het Generatiepact dan tegen de werkgever. Het was soms ook een strijd tussen Vlamingen en Walen.
Geleidelijk werden de plannen duidelijk. In 2009 moet er effectief een Audi A1-model komen. Dat wordt exclusief aan Vorst toegekend. Daarnaast krijgt het bedrijf een zogenaamde draaischijffunctie voor Europa. Dat wil zeggen dat vestigingen die een tekort aan productiecapaciteit hebben, beroep kunnen doen op Vorst. Dat wordt een leefbare optie voor zo’n 3000 werknemers. Maar er wordt ook duidelijk aan toegevoegd dat de kosten met ongeveer 20% omlaag moeten. Dat zal zeker een arbeidsduurvermeerdering betekenen, maar ook een verhoging van de flexibiliteit. ‘Audi Brussel’ moet een voorbeeldbedrijf worden, maar dan in alle aspecten die in Duitsland gebruikelijk zijn. De periode tot 2009 zal overbrugd worden met de productie van de Polo en een bijkomend model (Audi A3). Er wordt overgeschakeld op twee ploegen en het weekendwerk wordt afgeschaft.
Het sociale plan is afgerond, ook al zijn eind maart nog niet alle teksten klaar. Even was er nog een nieuwe opflakkering van een staking, waarbij een kleine groep extreemlinks de politieke doelstellingen boven het overleven van het bedrijf stelde. Ongeveer 2000 werknemers zullen uiteindelijk het bedrijf verlaten. Ze zitten voorlopig in een systeem van tijdelijke werkloosheid. Daarnaast zijn er nog 800 die ouder zijn dan 50 jaar en die in aanmerking komen voor het statuut van bruggepensioneerde. Voor beide groepen voorziet Volkswagen een tewerkstellingscel en activerende maatregelen. Dus ook voor de kandidaat-bruggepensioneerden zal nog een nieuwe tewerkstelling gezocht worden. Zij kunnen hun opleg voor brugpensioen meenemen. Ook de werknemers van de toeleveringsbedrijven kunnen beroep doen op de activerende maatregelen. Het sociale plan moet nog op regionaal en federaal niveau onderzocht worden, maar alles laat vermoeden dat vanaf midden april het eigenlijke begeleidingswerk kan beginnen.
Bij Volkswagen zijn de werknemers al te lang in onzekerheid gebleven. Wellicht was de toestand ook voor de Brusselse directie niet snel genoeg duidelijk. Ook de machtsstrijd op het hoogste niveau zorgde voor veel verwarring. Feit is dat die onzekerheid de gemoederen heeft opgehitst. Komt daarbij dat zowel de vakbonden als de werknemers onmiddellijk gedacht hebben dat het brugpensioen zou kunnen worden toegekend zoals in het verleden. Zij dachten dat voor zo’n groot bedrijf wel een uitzondering zou kunnen worden gemaakt. Daarom hebben ze de klassieke strategie gevolgd: eerst kijken wie op brugpensioen weg kan, daarna wie vrijwillig wil vertrekken en dan zien voor wie blijft. Dat is na het Generatiepact een verkeerde invalshoek geworden. Het heeft heel wat tijd en energie gekost om iedereen daarvan te overtuigen. Vandaag lijkt iedereen zich neer te leggen bij de nieuwe regeling. Maar de herstructurering had er helemaal anders kunnen uitzien indien dat zo geweest zou zijn van bij het begin. Niet dat men had kunnen verhinderen dat er om en bij de 3000 werknemers hun baan zouden verhinderen. Maar men kan niet ontkennen dat er vandaag veel te veel klaar staan om te vertrekken, zonder uitzicht op een nieuwe baan. Maar goed, ondanks alles blijkt de logica van het Generatiepact dwingend te werken. In het geval van Volkswagen leverde de wet-Renault flink wat problemen op. Bijna 3000 mensen hebben al te lang min of meer passief moeten afwachten, terwijl iedereen weet dat acties vooral in de eerste periode van werkloosheid succes kunnen opleveren.

Besluit

Dit zijn twee verschillende dossiers. In het geval van Volkswagen is men heel slecht begonnen. De plaatselijke directie wist zelf niet wat haar te wachten stond, terwijl het haar eerste opdracht had moeten zijn om duidelijkheid te scheppen. De stakingsactie was niet van zulke aard om die duidelijkheid snel te krijgen. De actieve bemoeienis van de politiek heeft daar mee voor kunnen zorgen. Men kan er namelijk van op aan dat bij het begin de beslissing nog niet genomen was om de fabriek op termijn een levensvatbaar perspectief te bieden.
De werknemers riepen vanaf het eerste moment om het brugpensioen, en dan nog een brugpensioen onder de oude voorwaarden. Voor 800 mensen was het vrijwel onmiddellijk uitgemaakt dat ze niet meer actief op zoek zouden gaan naar een nieuwe job. Ze waren verontwaardigd toen ik daar zomaar niet wou op ingaan. Even leken zij te reageren met: ‘dan blijven we gewoon’. Doordat ondertussen zoveel werknemers zich opgegeven hadden om het bedrijf vrijwillig te verlaten, zou er een probleem ontstaan. Ideaal zou echter geweest zijn dat Volkswagen van bij het begin een duidelijk scenario op tafel had gelegd, en dat in functie daarvan zou gekeken worden wie kon blijven en wie kon weggaan. Zo is het niet mogen zijn, hoewel dat verwondering blijft opwekken van zo’n sterk industrieel topbedrijf. In het geval van Volkswagen bleek de wet-Renault nadelig te werken. Er kon niet echt gestart worden met de begeleiding. Vooral de regio’s waren bang om juridische fouten te maken. Er werd ongelooflijk veel tijd verloren.
Net die tijd speelde dan weer in het voordeel van Agfa. Daar lag wel degelijk een zeer precies plan op tafel toen de herstructurering werd aangekondigd. Vandaag ziet dat er anders uit dan zovele maanden terug, maar de werkgever wist op zijn minst waar hij naartoe ging en probeerde een duidelijke koers te varen. Bij de arbeiders blijkt geen verlaagd brugpensioen nodig. Met het klassieke brugpensioen kan men het redden. En voor wie vertrekt, wordt maximaal gezorgd voor een nieuwe tewerkstelling. Is het toeval dat in dit bedrijf nog geen enkele dag gestaakt is sinds de aankondiging? Bij Volkswagen is het tij beginnen keren toen de plaatselijke directie wel vat kreeg op de toekomst. Een kantelmoment was toen de HR-man Jos Kaillaerts de duizenden werknemers rechtstreeks aansprak. Hij had dat van bij het begin moeten kunnen doen, maar wist zelf nauwelijks waar hij aan toe was. Dat zou voor multinationals toch een les moeten zijn. Bij Agfa heeft men nog gedacht aan nieuwe formules, waarbij terbeschikkingstelling centraal zou staan. Er is niets van gekomen. Spijtig misschien, want we zouden er allemaal uit kunnen leren. Op dat vlak is duidelijk dat vakbonden zeer weinig durven experimenteren. Maar stilaan, dat leert ons alvast de aanpak van de vakbonden bij Agfa, nemen zij toch het initiatief. Want laten we ook niet vergeten welke rol de vakbondsmensen in zo’n herstructureringen spelen. Zij staan onder een onvoorstelbare druk. Ook voor hen is de situatie zeer emotioneel. En zij moeten leiding geven. In het geval van Volkswagen was het des te moeilijker omdat daar allerlei andere gevechten bij kwamen. Na het laatste referendum is de harde kern echter vertrokken. Zij konden zich niet neerleggen bij de nieuwe toekomst voor het bedrijf.

Peter Vanvelthoven
Minister van Werk

generatiepact - Agfa Gevaert - Volkswagen Vorst

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 4 (april), pagina 4 tot 8