Abonneer Log in

Zin of onzin van politieke tribunes op de VRT

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 5 (mei), pagina 32 tot 38

Binnenkort zijn er federale verkiezingen en dingen de politici opnieuw naar uw stem. Via folders, deur-aan-deur- en marktbezoeken, verkiezingscongressen, internetfilmpjes en politieke tribunes op de VRT willen zij hun partijprogramma’s kenbaar maken bij het publiek. De politieke tribune, zendtijd die wordt verleend aan politieke partijen vlak voor of na het 7u-journaal op Eén en na de nieuwsuitzendingen van 13u op Radio 1, was begin maart voorwerp van discussie in het Vlaams Parlement. Patricia Ceysens (Open Vld) pleitte voor de afschaffing ervan en voerde aan dat de politieke tribunes ‘nodeloos verwarrend en niet meer van deze tijd zijn’.

Daarnaast bekommerde ze zich ook om de televisiekijker, want die moet immers onnodig wachten op het programma waar hij naar wil kijken. Haar voorstel werd na meerderheidsoverleg evenwel verworpen. Vooralsnog blijft de politieke tribune dus bestaan.1 In dit artikel gaan we dieper in op een aantal vragen die we ons stellen bij de politieke tribune. Niet elke partij krijgt immers (aparte) zendtijd toegewezen. Een aantal worden uitgesloten (Lijst Dedecker) of anderen verschijnen met hun kartelpartner op het scherm (spirit, N-VA) . Ook kan de vraag gesteld worden of Vlaams Belang, de opvolger van het veroordeelde Vlaams Blok, recht heeft op zendtijd.

Wetgevend kader

Het recht op zendtijd op de VRT voor een in het parlement vertegenwoordigde politieke partij in pre-electorale periodes wordt gewaarborgd door de Cultuurpactwet, maar wordt er niet in geregeld. Het Vlaams Mediadecreet regelt de zendtijd voor de politieke partijen. Aangezien sinds 1 januari 2002 de politieke derden bij de VRT zijn opgeheven, betreft het nu enkel nog zendtijd in aanloop naar verkiezingen, zoals geregeld in artikel 29 en artikel 30 §6 van het Mediadecreet. ‘In de periode van twee maanden vóór de gemeenteraads-, provincieraads-, wetgevende en Europese verkiezingen wijst de VRT televisie- en radiozendtijd toe aan de politieke partijen die in het Vlaams Parlement door een politieke fractie vertegenwoordigd zijn. De verdeling van de zendtijd gebeurt voor de helft overeenkomstig de evenredige vertegenwoordiging van de politieke fracties in het Vlaams Parlement en voor de andere helft gelijk’.2
De politieke tribunes worden uitgezonden tijdens de 18 werkdagen vóór de verkiezingen. En dat vlak voor of na het 7u-journaal op Eén en na de nieuwsuitzending van 13u op Radio 1. In het weekend worden geen politieke tribunes uitgezonden. Traditioneel krijgt de grootste partij de laatste uitzendbeurt toegewezen de vrijdag vóór de verkiezingen, de tweede grootste partij de voorlaatste, enz.
Volgens het Mediadecreet wordt de zendtijd toegewezen aan politieke partijen, niet aan fracties. De politieke partij krijgt enkel een politieke tribune toegewezen wanneer zij evenwel vertegenwoordigd wordt door een parlementaire fractie. Overeenkomstig artikel 8 §3 van het Reglement van het Vlaams Parlement is een politieke partij als een fractie te beschouwen van zodra deze partij bij het begin van de zittingsperiode uit ten minste vijf volksvertegenwoordigers bestaat. De grootte van de fractie is ook belangrijk omdat de helft van de zendtijd wordt verdeeld over de politieke partijen, op basis van de getalsterkte van de fracties die hen vertegenwoordigen. Het reglement vereist echter niet langer dat er een band is tussen de politieke partij waarvan men lid is, de lijst waarop men gekozen wordt en de fractie waar men deel van uit maakt.3 Ook door de opkomst van de kartellijsten is het niet eenvoudig om zendtijd toe te wijzen. Twee of meerdere partijen kunnen samen op één lijst voorkomen, om vervolgens na de verkiezingen samen één fractie te vormen of anderzijds zich elk apart als fractie te laten erkennen. Kortom, de verdeling van de zendtijd is de laatste jaren geen gemakkelijke opdracht.

Zoals reeds gesteld, wordt de toekenning van de electorale zendtijd geregeld door het Mediadecreet. In principe behoeft de VRT geen advies te vragen aan het Vlaams Parlement. Zij kan zich louter baseren op het Mediadecreet. Bij de verkiezingen in 2003 en 2004 heeft het Uitgebreid Bureau van het Vlaams Parlement zich echter uitgesproken over de interpretatie van het Mediadecreet, na een vraag om advies van de VRT. Er doken namelijk interpretatieproblemen op bij de toewijzing van de zendtijd aan de erfgenamen van VU&ID, zijnde spirit en N-VA. De vertegenwoordigers van de nieuwe partijen N-VA en spirit zetelden samen in één ‘technische’ fractie in het Vlaams Parlement. Bijgevolg besliste het Uitgebreid Bureau dat zij samen als één partij recht hadden op forfaitaire zendtijd.4 Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 werd door de VRT geen vraag om advies gesteld. Voor de federale verkiezingen van 2007 vroeg ze echter opnieuw advies. Twee opties werden door de VRT voorgesteld. Aan het Vlaams Parlement werd de mogelijkheid geboden om een keuze te maken tussen beide voorstellen.
De eerste optie steunt op een letterlijke interpretatie van het Mediadecreet. Dit betekent dat alle partijen die vertegenwoordigd zijn in een fractie in het Vlaams Parlement recht hebben op een schijf forfaitaire zendtijd. Het Mediadecreet stelt echter niet als voorwaarde dat deze partijen in een ‘aparte, eigen’ fractie vertegenwoordigd moeten zijn. Concreet zou dit tot gevolg hebben dat zowel sp.a, spirit, CD&V en N-VA recht zouden hebben op een schijf forfaitaire zendtijd. Deze letterlijke interpretatie werd echter niet aanvaard door het Uitgebreid Bureau van 17 februari 2003 bij de beslissing rond VU&ID (en de opsplitsing ervan in N-VA en spirit). Er werd gesteld dat twee politieke partijen, die tot dezelfde ‘technische’ fractie behoorden, enkel recht hadden als één partij op een schijf forfaitaire zendtijd (cfr.supra). Met andere woorden, volgens dit voorstel zou sp.a-spirit, beiden verenigd in dezelfde fractie, samen als één partij recht hebben op een schijf forfaitaire zendtijd. N-VA en CD&V daarentegen hebben volgens dit voorstel elk recht op een deel van de forfaitaire zendtijd omdat zij als aparte fracties voorkomen in het Vlaams Parlement.
De tweede optie steunt op een interpretatie conform de geest van het Mediadecreet. In dit voorstel gaat de VRT ervan uit dat de politieke partijen, die in kartel zijn opgekomen voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement, ongeacht of zij na de verkiezingen wel of niet als aparte fracties gaan zetelen, beschouwd worden als één politieke partij. Bijgevolg hebben ze samen als één partij recht op één schijf forfaitaire zendtijd. Dit zou betekenen dat CD&V/N-VA en sp.a-spirit elk samen als één partij recht hebben op één schijf forfaitaire zendtijd.5

Op 26 maart 2007 besliste het Bureau, met een wisselmeerderheid van sp.a, Open Vld en Vlaams Belang, als volgt:
- ‘dat met het oog op de toekenning van de forfaitaire zendtijd, de politieke partijen die in kartel zijn opgekomen voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement, geacht worden één politieke partij te vormen en dat zij dus samen als één partij recht hebben op één schijf forfaitaire zendtijd;
- derhalve zijn goedkeuring te hechten aan het tweede voorstel van de VRT op basis waarvan CD&V en N-VA, net zoals sp.a en spirit, samen als één partij recht hebben op één schijf forfaitaire zendtijd.’6

Voor de N-VA is deze beslissing uiteraard nefast. In tegenstelling tot bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 heeft zij niet langer recht op een aparte schijf zendtijd (toen 5 minuten op televisie), maar moet zij die delen met haar kartelpartner CD&V (nu 10 minuten voor het kartel op televisie).7 In totaal verliest de N-VA vijf minuten zendtijd op televisie en 2,5 minuten op de radio. Een reactie bleef dan ook niet uit. Op 27 april 2007 sleepte de N-VA de VRT voor de Brusselse rechter in kort geding om de zendtijd alsnog te verkrijgen. Volgens de partij moet een letterlijke interpretatie van het Mediadecreet gevolgd worden en hebben zij als aparte fractie dus ook recht op een aparte schijf zendtijd. De N-VA noemt de beslissing van het Bureau ‘pure discriminatie’. Ze stelt dat deze discriminatie nog aangescherpt wordt wanneer de VRT ook zendtijd zou toekennen aan partijen die (nog) geen fractie in het Vlaams Parlement hebben, als ze in drie provincies lijsten indienen. Ook met deze regeling zou de N-VA uit de boot vallen. Volgens de VRT dient de N-VA de klacht in op de verkeerde plaats. De Brusselse rechter heeft echter op 14 mei in kort geding de klacht gegrond verklaard. Hierdoor krijgt het kartel CD&V/N-VA (naast de tien minuten tv-zendtijd voor CD&V) nog eens vijf minuten voor de N-VA. Ook op de radio krijgt de N-VA 2,5 minuten zendtijd. Door de beslissing van de rechter stijgt bovendien de totale zendtijd van 40 naar 48 minuten, waardoor ook de andere partijen extra tv-tijd krijgen.8
Vast staat dat een precieze interpretatie van de verdeling van de zendtijd een uitdaging wordt voor de toekomst. Een discussie die het Vlaams Parlement niet uit de weg kan gaan.

Nut

Uit onderzoek blijkt dat de campagnetechnieken, die gecontroleerd worden door de politici zelf (verkiezingsdrukwerk, affiches, congressen, direct mail, politieke tribunes), zeer slecht scoren als politiek distributiekanaal. Meer zelfs, sommige van deze technieken wekken zelfs irritatie op bij de kiezer. Vooral televisiejournaals, duidings- en verkiezingsprogramma’s bereiken de meeste kiezers. De impact van een gecontroleerde politieke tribune is dus bijzonder laag.9
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 stelden we daarnaast vast dat sp.a en spirit hun zendtijd gratis ter beschikking stelden ‘aan verenigingen en organisaties die zich verdienstelijk maken voor de samenleving en de leefbaarheid van steden en gemeenten’. Met dit initiatief wilde het kartel tonen dat ze het belangrijk vindt dat zulke organisaties en verenigingen bestaan. In totaal kon sp.a-spirit 13 minuten zendtijd wegschenken. Negen minuten op televisie en vier minuten op de radio. De zendtijd die de politieke partijen krijgen, is gratis, maar voor de productie van de spotjes moeten de partijen zelf zorgen. Dat werd verrekend in het totale bedrag dat mag worden besteed aan de verkiezingscampagne. sp.a-spirit schonk dus niet alleen zendtijd weg, maar stond ook in voor de productie en kosten ervan.
Via de website www.uwminuut.be konden organisaties zich inschrijven. In totaal hebben 157 verenigingen zich kandidaat gesteld. Dat ging van de Modelspoorvrienden in Brugge, FC Union Mariakerke, Trek uw plant vzw in Antwerpen, tot zelfs Jong CD&V. In een eerste voorselectie hebben een tiental mensen een persoonlijke keuze gemaakt op basis van de ingestuurde informatie. De voorgeselecteerde verenigingen werden vervolgens bezocht door Luk Alloo die daaruit de definitieve selectie maakte. In totaal kregen 13 organisaties elk één minuut zendtijd.10 De reportages (nog steeds te zien op de website) werden gemaakt en gepresenteerd door Luk Alloo.11 Laat het duidelijk zijn, er wordt geen promotie gemaakt voor sp.a of spirit. Meestal gaat het om niet meer dan een reclamespot voor de desbetreffende vereniging, waar de boodschap om je te ‘engageren voor een open, warme, solidaire gemeenschap waar samenwerken met en voor anderen centraal staat’ soms moeilijk terug te vinden is. Ons inziens was dit niets meer dan een geslaagde verkiezingsstunt. De moraliserende boodschap erachter was louter verpakking om aandacht te trekken op de partij zelf. En dat is aardig gelukt. Politieke tribunes krijgen immers zelden aandacht in de media, terwijl sp.a-spirit nu vlot de tv-journaals en kranten haalde met het wegschenken ervan. Voor de federale verkiezingen van 2007 wordt de zendtijd (voorlopig12) niet weggeschonken. Zijn de verenigingen een jaar later dan niet meer belangrijk?
Naar aanleiding van deze verkiezingsstunt pleitte Carl Decaluwé (CD&V) voor duidelijker afspraken over wat partijen wel en niet mogen doen met hun zendtijd. Vooralsnog werden nog altijd geen richtlijnen in samenspraak met de VRT opgesteld of werden de regels niet verduidelijkt via een uitvoeringsbesluit bij het decreet.13 Zowel de verdeling van de zendtijd, als de inhoudelijke regulering lijken ons dringend aan vernieuwing toe.

De politieke tribune en Vlaams Belang14

De Cultuurpactwet15 garandeert de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen. Ze stelt dat zij betrokken moeten worden bij de voorbereiding en uitvoering van het cultuurbeleid. Politieke partijen die de principes en de regels van de democratie niet aanvaarden en naleven, kunnen in toepassing van artikel 3, §1 van de Cultuurpactwet hun aanspraak op toewijzing van zendtijd in een verkiezingsperiode verliezen.16 Wat echter moet worden begrepen onder ‘de principes en regels van de democratie’ wordt niet uitdrukkelijk bepaald door de Cultuurpactwet. Het gaat om een open norm die de beginselen en regels, die wezenlijk zijn voor elk democratisch bestel, omvat. Het houdt ook de erkenning in van de fundamentele rechten en vrijheden, het respect voor de menselijke waardigheid, ongeacht (zogenaamd) ras, kleur, geslacht, nationale, sociale of etnische afkomst. Slechts aan partijen die daadwerkelijk de essentie van de democratie verwerpen, kunnen een aantal rechten uit de Cultuurpactwet ontzegd worden. Aangezien antiracisme kan worden beschouwd als ‘een wezenlijk element (..) van de democratie’ wordt aangenomen dat ‘een partij die ervoor ijvert mensen uit te sluiten, ongelijk te behandelen (uitsluitend op grond van hun raciale, etnische of culturele identiteit), ingaat tegen het democratisch credo, het geloof in de gelijkwaardigheid van de mens’.17 Met andere woorden, wanneer bepaalde ideologische en filosofische strekkingen de regels en principes van de democratie niet naleven en aanvaarden, bijv. wanneer zij werden veroordeeld voor een inbreuk op de antiracismewet of wanneer zij er een programma op nahouden dat aanzet tot racisme, discriminatie of vreemdelingenhaat (zonder dat zij daar reeds in rechte voor veroordeeld hoeven te zijn), kunnen de participatierechten van die politieke, ideologische of filosofische groepen ontnomen worden.
Op grond van dit artikel weigerde de RTBF in het verleden al enkele keren zendtijd aan een ‘niet-democratische’ partij. Voor de verkiezingen van 1999 werd bijv. het Front Nouveau de Belgique (FNB) uitgesloten van verkiezingszendtijd. Hierop volgde een klacht van het FNB bij de Raad van State. De RTBF was van oordeel dat het FNB-partijprogramma, en hun verspreide pamfletten, teksten en karikaturen op zijn internetsite uiting gaf aan een discriminerende en haatdragende houding t.a.v. vreemdelingen. Meer bepaald stelde de RTBF dat de verkiezingspropaganda en de politieke boodschap van het FNB en de door hen verdedigde standpunten ‘ne sont pas compatibles avec l’article 14 de la Convention européenne des droits de l’homme, avec la Convention internationale sur l’élimination de toutes les formes de discrimination raciale, faite à New York le 16 mars 1966 et avec la loi du 30 juillet 1981 visant à réprimer certains actes inspirés par le racisme’.
De Raad van State oordeelde dat de openbare omroep, op grond van artikel 3, §1 in fine van de Cultuurpactwet, zendtijd kan weigeren aan politieke partijen. Bovendien komt, volgens de Raad, aan de openbare omroep een ‘discretionaire bevoegdheid’ toe om te oordelen of de partij de ‘regels en de principes van de democratie aanvaardt en naleeft’. De Raad van State was van oordeel dat zij slechts een marginale toetsing uitoefent en enkel moet nagaan of de omroep ‘se fonde sur des motifs exacts, pertinents et admissibles, et si elle ne commet pas d’erreur manifeste d’appréciations’ om een partij de zendtijd te weigeren. Ze laat ook opmerken dat ‘en effet la présence parmi eux de personnes qui auraient encouru certaines condamnations peut raisonnablement être considérée comme un des indices sur la base desquels il est possible d’apprécier si un parti respecte les règles et principes de la démocratie et s’y conformé’. Met andere woorden, het feit dat leden van een bepaalde politieke partij veroordeeld zijn in toepassing van de antiracismewet kan een indicator zijn voor het niet-democratische gehalte van een partij, maar dit moet ook door andere gegevens en bijkomende argumenten worden gestaafd.18 De Raad stelde dat de RTBF, op grond van de verschillende elementen in het dossier, kon oordelen, zonder daarbij een manifeste appreciatiefout te begaan, dat het FNB de ‘regels en de principes van de democratie niet aanvaardt en naleeft’.

Concreet impliceert het arrest-Bastien van 9 juni 1999 dat het ook aan de VRT toekomt om, op grond van een pertinent opgebouwd dossier, een partij zendtijd te weigeren in aanloop naar de verkiezingen. In Vlaanderen werd er tot op heden nog geen verkiezingszendtijd aan een politieke partij ontzegd in toepassing van artikel 3, §1, in fine van de Cultuurpactwet.
Een beslissing betreffende het al dan niet toekennen van zendtijd door de VRT aan het Vlaams Belang in aanloop naar de federale verkiezingen van 2007 moet rekening houden met de vrijheid van meningsuiting in het politieke debat in een electorale periode. Bij de motivering moet de VRT rekening houden met de manier waarop het Vlaams Belang in zijn retoriek, programma, actie en beleidsvoorstellen (al dan niet) afstand heeft genomen van de uitingen die aanleiding gaven tot de vaststelling in rechte dat het Vlaams Blok in het verleden op systematische wijze, kennelijk en herhaaldelijk heeft aangezet tot discriminatie en vreemdelingenhaat.19

Ann Braeckman
Assistente Mediarecht en journalistieke deontologie, UGent

Noten
1/ Belga, Open Vld wil zendtijd politieke partijen afschaffen, DS Online, 13 maart 2007; Brinckman B., Politieke zendtijd blijft, DS Online, 15 maart 2007.
2/ Vlaams Mediadecreet. In: Brewaeys E., Voets F. en Voorhoof D., Wetboek Media en Journalistiek, 2006, Mechelen: Kluwer, pp. 324-325.
3/ Parlementaire Stukken Vlaams Parlement, 7 december 2005, Reglement van het Vlaams Parlement, p. 16; Nota van de juridische dienst van het Vlaams Parlement aan het Uitgebreid Bureau. Betreft: verdeling electorale zendtijd, 28 februari 2007, pp. 1-5.
4/ Ibid., pp. 1-10.
5/ Ibid., pp.1-10.
6/ Uittreksel uit een beslissing van het Bureau van het Vlaams Parlement van 26 maart 2007, p.1.
7/ Verdeling van de politieke tribunes bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 op televisie (zie tabel 1, na noten). Verdeling van de politieke tribunes bij de federale verkiezingen van 2007 op televisie (zie tabel 2, na noten) Event.bijkomende Politieke Tribune: de VRT beslist traditioneel om ook zendtijd toe te kennen aan de niet-vertegenwoordigde partijen of de niet-vertegenwoordigde fracties in het Vlaams Parlement, voor zover zij volledige lijsten indienen in ten minste drie Vlaamse provincies. Deze zendtijd kan pas worden toegewezen als de deadline voor het indienen van de kieslijsten verstreken is en de lijsten m.a.w. volledig zijn. Bij de verkiezingen van 2003 en 2004 kregen de partijen die aan de hoger genoemde voorwaarden voldeden elk één uitzendbeurt van drie minuten voor televisie en één van twee minuten voor de radio. Zie: Nota van de Juridische Dienst aan het Uitgebreid Bureau. Betreft: verdeling electorale zendtijd. Voorstel van de VRT, 28 februari 2007, p. 2. Tabel 3 (na noten) geeft een vergelijking van de totale televisiezendtijd.
8/ Winckelmans W., N-VA sleept VRT voor de rechter, De Standaard, 27/04/2007. N-VA krijgt zendtijd van de rechter, in: De Morgen, 15/05/2007.
9/ Thevissen, F., Politici en media. Een onderzoek naar belang, waarde en impact van de politieke distributie-kanalen. Verkiezingscampagnes 18 mei 2003, http://www.vub.ac.be/nieuws/mda/docu/Politici&Media-Pers.pdf
10/ Mezenstraatcomité, vzw De Roma, Voetbalclub Rupelboom, Badmintonclub Smash, Natuurpunt, Spaze vzw, Chiro De Vlinders, 2015 De Tijd Loopt, Ratata, ’t Spinneke vzw, Huisomroep Blankenberge, Fiesta Mundial, Jordan Fonds vzw.
11/ sp.a-spirit, Uw minuut, http://www.uwminuut.be (geraadpleegd op 26/04/2007).
12/ D.d. 30/04/07.
13/ Van Holen G., Decaluwé C. (CD&V)  : ‘Richtlijnen nodig over politieke zendtijd’, De Morgen, 17/08/2006.
14/ Dit deel is gebaseerd op een advies dat door Dirk Voorhoof en Ann Braeckman op 17 december 2004 aan de VRT werd verstrekt. Raadpleging van het advies kan via http://www.psw.ugent.be/dv- Ga naar archief april 2005 of via http://www.blokwatch.be
15/ Wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt, Belgisch Staatsblad 16 oktober 1973.
16/ Velaers J., ‘Anti-democratische politieke partijen in het Belgisch publiekrecht’, in: Backs A., Gutwirth S., Leus K. en Baeten S. (eds.) (2001), De Gordiaanse knoop van de antidemocratische patijen. De wet als tweesnijdend zwaard?, Gent, Mys & Breesch, pp. 89-90; Dumont H. en Tulkens F., ‘Les activités liberticides et le droit public belge’, in : Dumont H., Mondaux P., Strowel A. en Tulkens F. (eds.) (2000), Pas de liberté pour les ennemis de la liberté? Groupements liberticides et droit, Brussel, Bruylant, p. 262-263; Dumont H. en Tulkens F., op cit., pp. 265-266.
17/ Velaers J., op.cit., p. 78-79 ; pp. 242-249.
18/ Raad van State, nr. 80.787, 9 juni 1999, Bastien t. RTBF. Zie ook Velaers J., op.cit., p. 80-81 en p. 91-92; Dumont H. en Tulkens F., op cit., pp. 280-286.
19/ En is de partij zoveel veranderd in vergelijking met vroeger? Een uittreksel uit de toespraak op 1 mei 2007 van Guy D’Haeseleer, de Oost-Vlaamse lijsttrekker voor het Vlaams Belang, over werkloze vreemdelingen verbloemt weinig: ‘Hun stempelkaart moet zo vlug mogelijk ingeruild worden voor een vliegtuigbiljet naar hun land van herkomst.’ (ITA, Vlaams Belang gaat tekeer tegen werkloze vreemdelingen, De Standaard, 2 mei 2007; BELGA/HLN, Vlaams Belang eist hogere pensioenen, HLN Online, 01/05/2007, 12u28.)

| Tabel 1: Verdeling van de politieke tribunes bij de
gemeenteraadsverkiezingen van 2008 op televisie **|
Tabel 2: Verdeling van de politieke tribunes bij de
federale verkiezingen van 2007 op televisie** |
| | |

Tabel 3: Een vergelijking van de totale televisiezendtijd.

politieke tribunes - media en politiek - VRT

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 5 (mei), pagina 32 tot 38