Log in

Het socialisme is meer dan de kijk van de sp.a-top

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 2

De sp.a verloor fors. Ruim 7% t.o.v. 2003. Die mokerslag wordt o.a. verklaard door het feit dat de partij vier jaar geleden een gigantisch goede score neerzette. Het verlies op 10 juni t.o.v. de Vlaamse verkiezingen van 2004 - deze vergelijking is gepermitteerd - was kleiner (3,4%) dan het verlies dat de partij in 2004 t.o.v. de federale verkiezingen van 2003 leed (3,8%). Het is dus niet zo dat het alleen maar de laatste twee jaar fout liep. Er is, helaas, meer aan de hand. Wellicht heeft het politieke genie van Stevaert en de paarshype de structurele problemen in 2003 uit het zicht gehouden, zoals het verlies van Stevaert en de paarsmoeheid ze nu onderstrepen.

In 2004 was er wat commotie, in 2007 is er ontreddering. Onder meer omdat de partij zo diep onder de eigen ambities bleef en omdat niemand binnen of buiten de partij die harde klap zag komen. De verklaringen achteraf klinken dus wat makkelijk, daarom zijn ze niet fout. Verkiezingsjaar 2004 is geen accident gebleken: het was de eerste schreeuw in een steile val. Vandaag beseft iedereen, althans zo valt te hopen, dat het anders moet. Deze crisis en oppositiekuur is dé kans om de partijkoers grondig bij te sturen. Wie in vier jaar zoveel verliest moet niet hopen dat enkele kleine correcties of een betere communicatie over de langetermijnpolitiek volstaan. Inderdaad, velen kunnen proberen om via verklaringen nu te forceren wat ze de afgelopen jaren niet konden doorduwen. Dat geldt ook voor de partijtop zelf, waarvan het gezag nochtans aangetast is.
Ondertussen regende het analyses. Grofweg kunnen we conjuncturele campagneverklaringen onderscheiden van structurele oorzaken. De partij zat te weinig in de campagne, het is de schuld van de PS, de kiezers vonden een sp.a regeringsdeelname te evident, de lijsten waren niet sterk genoeg, de witte konijnen vielen tegen, Vande Lanotte stond te veel alleen of hield anderen uit de zon, de inhoudelijke input was sterk maar te wijdbeens (zeven prioriteiten) en onvoldoende sprankelend, de thema’s waren te veel op maat van een klein (sociaal-cultureel links) kiezerssegment en lagen voor anderen dan weer te ver van de core business van de partij, de boodschap was soms te ingewikkeld of te hard (bijv. over werkgelegenheid), de partij heeft kansen laten liggen op de klassieke thema’s en anderen verwaarloosd (zoals veiligheid), de partij heeft de bezorgdheid en bekommernis om de sociale zekerheid en rechtvaardigheid te veel aan anderen, bijv. CD&V, overgelaten, … Bij de structurele oorzaken konden we de voorbije dagen lezen dat de sp.a te veel een establishmentpartij is, vergroeid met de macht, vervreemd van haar traditionele achterban, de partij(top) is vooral vals bescheiden en vaak simpelweg arrogant, ze heeft haar militanten verwaarloosd en is te elitair geworden, de besluitvorming is te gesloten en te sterk geconcentreerd, de sp.a is te veel loft en te weinig volkshuis, te veel fiscale amnestie en te weinig strijd tegen alle vormen van armoede, de sp.a is te weinig de partij van de kleine man, ze is te intellectueel en te hip en is te veel ingesteld op besturen en beheren, er is te veel marketing en typecasting en te weinig verbolgenheid of verontwaardiging, te veel Dag Allemaal en te weinig ‘in onze regio’, te veel perceptie en BV’s, te veel stad en te weinig platteland, te weinig rebellie en contestatie, te veel staatsmanschap, de partij zet de deuren zo wijd open dat ze zichzelf dreigt te verliezen. Kortom, de mensen vragen zich af of de socialisten nog wel socialisten zijn.

De sp.a heeft niet aan rechts verloren, heeft niet aan links verloren. De partij is stilaan gewoon zichzelf verloren.
Dat is ongemeen hard, te hard. Maar het kan de partij wel het besef schoppen dat het anders moet. Wie moet die vernieuwing gestalte geven? Velen. Alvast eerst de inhoud, dan de koppen. Het tubbierijk is over en er is nooit een nieuw dream team voor in de plaats gekomen. De exuberante personeelsluxe waar concurrenten de sp.a zo om benijdden, lijkt overschat. Niet alleen Vande Lanotte, alle huidige sterkhouders zijn verantwoordelijk voor de afgang.
Het excuus dat Van den Bossche mee de partij moet leiden omdat ze het in Gent relatief minder slecht deed, was onverstandig. Wegens onjuist en te doorzichtig. Het doet vermoeden dat de huidige machthebbers hun eigen politieke kinderen als nieuwe leiders willen aanduiden omdat ze de beste garantie zijn dat de visie van de huidige patrons ook morgen heerst.
Niet enkel in Gent, Mechelen en Antwerpen verloor de partij minder dan gemiddeld. Bovendien is Van den Bossche, en in minder mate Gennez, de verpersoonlijking van het socialisme dat op 10 juni werd afgestraft. Of zijn nationale figuren alleen voor hun eigen kanton verantwoordelijk? Een partijtop die zo zwaar verliest ontbeert ook het moreel gezag om zo’n belangrijke beslissingen af te dwingen. Nederigheid is meer gepast. Het argument voor de stelling ‘eerst koppen en daarna pas een inhoudelijk project’ is dat de partij zich anders zou verliezen in onderlinge verscheurdheid. O ja? Het eigengereide optreden heeft alvast de eensgezindheid rond het leiderschap van de partijtop niet versterkt. Het kweekt ergernis en vergroot de crisis. Bovendien moet ook de sp.a kunnen wat eerder CD&V lukte, toen die na de voorzittersverkiezingen tussen De Crem en Vandeurzen ook niet verscheurde. Waarom zou de sp.a niet omkunnen met interne democratie en discussie? Zijn er dan wel pakweg vijf ernstige kandidaten te verwachten voor het voorzitterschap? In hun onderlinge dialoog kan best een consensuskandidaat groeien. Kortom, het was dom dat een gehavende partijtop meteen een kandidaat voor de komende verkiezingen opdrong. Dat ondermijnt het gezag van de beloftevolle Gennez, die nu als gezant van het apparaat door het leven moet.
Hopelijk is ook de interne besluitvorming een onderdeel van het rapport-Janssens. De auteur - een groot politicus en verstandig strateeg, maar ook ten volle medeverantwoordelijk voor alle belangrijke beslissingen van de afgelopen jaren - moet daarin ook zijn eigen voorkeuren kritisch bevragen. Als Vande Lanotte bij zijn aantreden één inspiratiebron had, dan was het wel Patrick Janssens. Het rapport mag niet zomaar een operatie zijn om wat smalend het ‘stedelijk loftsocialisme’ wordt genoemd of om de Vlaamsbewuste responsabiliseringslijn-Vandenbroucke te promoten. Dat kan de uitkomst zijn, maar een axioma is het niet. Het socialisme is meer dan de kijk van de sp.a-top. De partij kan zo open staan dat het een tochtgat wordt. De rek op het socialisme is niet eindeloos. Het kartel is uitgedoofd.
De partij moet niet alles overboord gooien. Wel andere accenten leggen: terug naar de wijken, meer de partij van de kleine man zijn en wat minder vooral die van een tof stedelijk (hoger geschoold) publiek. Consequent en offensief opkomen voor herverdeling, voor rechtvaardigheid op alle domeinen, voor bescherming en zekerheid, zonder miserabilisme, uiting geven aan angst en ongerustheid, wat minder hip of establishment zijn. Dat maakt al veel goed.

Carl Devos
Hoofdredacteur

edito - socialisme - sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 2