Log in

'De nieuwe multinationals. Hoe bedrijven uit Brazilië, China, India, Korea en Mexico de westerse markten overnemen'

Uitgelezen

De nieuwe multinationals. Hoe bedrijven uit Brazilië, China, India, Korea en Mexico de westerse markten overnemen

Antoine van Agtmael
Uitgeverij Business Contact, Amsterdam, 2007

In 2005 woonde 15% van de wereldbevolking in ontwikkelde landen, maar daar speelde zich wel 79% van de wereldeconomie af. Volgens berekeningen van internationaal investeringsconsulent Antoine van Agtmael zal deze situatie in de loop van de komende halve eeuw drastisch veranderen. Hij verwacht dat rond 2035 de zogenaamde ‘opkomende markten’ de helft van de wereldeconomie in handen zullen hebben, en tegen 2050 twee derden. Het gaat hierbij niet langer om delokalisatie van fabrieken en uitbesteding van activiteiten door westerse multinationals naar lageloonlanden (een fenomeen dat de twee voorbije decennia hoogtij vierde). In landen zoals China, India, Brazilië en Zuid-Afrika ontwikkelen zich multinationals die met succes de concurrentie met hun gerenommeerde Europese, Amerikaanse en Japanse collega’s aangaan. Ze richten zich doorgaans in de eerste plaats op hun eigen druk bevolkte regionale markten en bouwen daar een solide economische en technische basis op. Daarna doen ze wat de meeste multinationals doen: wereldwijd actief worden door het oprichten van buitenlandse vestigingen en/of het overnemen van bedrijven. De PC-divisie van IBM is ondertussen overgenomen door het Chinese computerbedrijf Levoso, Het Taiwanese BenQ kocht Siemens Mobile, het Turkse Beko is eigenaar van het merk Grundig, de Franse electronicagigant Thomson is nu in handen van het Chinese TCI. Het bedienen van de markten in ontwikkelde landen gebeurt slechts zeer gedeeltelijk door export vanuit de derde wereld. Veel nieuwe multinationals bouwen hypermoderne fabrieken in de VSA en Europa, meteen een aanwijzing dat lage arbeidskosten lang niet volstaan om hun succes te verklaren. Onderzoek van de auteur naar succesfactoren van multinationals uit opkomende markten wijst als belangrijkste elementen een vroege gerichtheid op exportmarkten, focus op kwaliteit, technologie en ontwerp, en het uitvinden van nieuwe bedrijfstakmodellen aan. Goedkope arbeidskrachten bengelt helemaal onderaan, samen met de aanwezigheid van natuurlijke grondstoffen.

In het tweede en veruit omvangrijkste deel van ‘De nieuwe multinationals’ stelt Antoine van Agtmael 25 opmerkelijke bedrijven uit opkomende markten voor. Hij schetst hun ontstaansgeschiedenis en strategie, analyseert de redenen voor hun succes en schat hun toekomstkansen in. Dat levert een aantal zeer boeiende en inspirerende verhalen op. Bijvoorbeeld over hoe het Koreaanse Samsung uitgroeide van exporteur naar Beijing van vis, groenten en fruit tot een van de meest toonaangevende electronicareuzen. Of hoe het Taiwanese Yue Yuen zich via het in onderaanneming produceren van schoenen voor onder andere Nike opwerkte tot een van de grootste schoenenproducenten ter wereld. Of hoe Corona een onderzoek instelde naar de mysterieuze verdwijning van leeggoed en tot zijn eigen verbazing ontdekte dat de transparante flesjes met de lange hals razend populair geworden waren, waarna het Mexicaanse bier op korte tijd de Verenigde Staten en vervolgens de rest van de wereld veroverde. Of hoe het Zuid-Afrikaanse Sasol een vooroorlogse Duitse uitvinding verder perfectioneerde en marktleider werd in synthetische brandstoffen.

De voorgestelde ondernemingen hebben niet veel met elkaar gemeen, behalve dan dat ze ontstonden buiten de traditionele economische centra. Afgezien daarvan lijken de nieuwe multinationals minstens even heterogeen te zijn als de oude, op alle vlakken (waaronder ook bedrijfscultuur en sociaal beleid). De werkgelegenheid die ze creëren, is net zoals die van de oude multinationals verspreid over de hele wereld. Er is dan ook niet direct een reden waarom we speciaal verontrust zouden moeten zijn door hun opmars, meer dan door ‘het gewone kapitalisme’.
Tot slot geeft van Agtmael nog enkele investeringstips voor beleggingen in bedrijven uit opkomende markten. Leuk voor de liefhebber, maar de voornaamste verdienste van ‘De nieuwe multinationals’ is toch dat het een boeiend portret schetst van de globalisering vanuit bedrijfsperspectief, en ons daarbij meteen laat kennismaken met een aantal ondernemingen die goed op weg zijn om onze leveranciers en werkgevers te worden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 7 (september), pagina 59 tot 60