Abonneer Log in

Going bananas 1988-2007. Klein pleidooi voor meer zin tot perspectief

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 9 (november), pagina 1 tot 2

Het zou niet onlogisch zijn om in deze tijden een edito te wijden aan de slepende regeringsonderhandelingen - of moet ik spreken over de voorbereidingen van een scheiding van tafel en bed? - en aan de ‘historische’ stemming inzake BHV in de betrokken Kamercommissie. Maar ach, daarover is al zoveel gezegd en geschreven. Het is, zoals MR-ridder François-Xavier de Donnea na de stemming aangaf, ook allemaal maar symboliek waar de mensen koopkrachtgewijs niet beter van worden. ‘Als de vos de passie preekt, boer let dan op uw ganzen’ is daar de uitdrukking die meteen bij mij opkomt. En als het enkel symboliek is, waarom er zich dan tegen verzetten? Dat zou in elk geval mijn volgende vraag zijn, maar dus niet voor de dienstdoende journalist. Of waarom de Donnea als goede Brusselse Belg een website heeft in ééntalig Frans met wat Engelse vertalingen. Et pour les flamands la même chose?

Maar dit dus terzijde. Ik wijd liever een edito aan bananen, vooral omdat er de voorbije twintig jaar kennelijk weinig veranderd is. Bananen vormen nog steeds een mooie metafoor om aan te geven dat mensen primo initieel niet ‘van hier’ zijn, secundo nog steeds een, en al dan niet bon, sauvage zijn (de u is in dezen niet onbelangrijk) en tertio bij niet onverwijld aanpassen beter naar de jungle terugkeren.

Vorige week was het weer van dattum toen Brussels-voorzitter Johan Vermeersch een zwarte speler wenste ‘aan te moedigen’ tot beter spel. En zoniet: de boom in, met banaan. De eerste keer dat ik de uitspraak hoorde, was in de legendarische Panorama-uitzending over Antwerpen-Seefhoek in 1988, toen (en vandaag nog veel meer) een achterstandswijk met kleur. Je zou dus kunnen zeggen dat er de voorbije twintig jaar weinig tot niets is veranderend. Twintig jaar geleden al behoorde zo’n beeldspraak tot het jargon van onze eigenste banlieus. En nu dus nog steeds. In beide gevallen moreel onaanvaardbaar en in het geval van Johan Vermeersch heeft deze laatste dat alvast begrepen: de taal van de chantiers waar hij zijn kapitaal bijeen heeft gebricoleerd, is niet van die aard om vandaag nog te gebruiken. En zeker niet en plein public.

Andersom kan niet worden ontkend dat Vermeersch met zijn Pride of Brussels ook heel wat zinvol werk levert in de hoofdstad. Zo veel plekken zijn er daar niet voor banlieujongeren om te sporten. En zijn FC Brussels is er één van, zo heb ik mij althans laten vertellen. En als ik oudere krantenberichtgeving moet geloven: het betreft een duidelijke, al dan niet zwaar gesubsidieerde, politiek van deze club. Het is bijzonder dat dit, in de waan van de dag, vrij snel wordt vergeten. Een onbehouwen man spreekt foute taal, en plots vergeet men al het voorgaande. Het bewijst dat je inderdaad maar zo goed of slecht bent dan je laatste daad. Voor de duidelijkheid: de publieke afkeuring was niet onterecht, maar wel heel erg ad hoc. Vermeersch doet met zijn centen allicht meer voor de samenleving dan vele multiculturo’s die met de fietskar hun kinderen naar de witte methodeschool sturen.

Terug naar de Seefhoek. Volgend jaar vieren we het 20-jarig bestaan van deze fameuze reportage. Behoudens de Millet-reportage, over het snobisme onder de Antwerpse jeunesse dorée en hun meelopertjes, zijn er weinig reportages die zo tot de verbeelding zijn blijven spreken. En het is inderdaad onvoorstelbaar welke ‘ongein’ van uit een donkere kroeg of gewoon aan de keukentafel wordt verteld. De publieke reactie was identiek als deze bij Vermeersch: één van verontwaardiging - hoewel de oerkreet uit de Seefhoek en de reactie van de goegemeente toen wel langer nazinderde dan vandaag. Maar ach, toen was verontwaardiging nog pionierswerk. Het (toen nog) Vlaams Blok stak immers voor het eerst de neus aan het venster.

De vraag is wel: was de reactie toen wel de juiste? Hebben wij - en ik reken mij daar als toen nog zeer jonge snotneus zeker bij - wel op de beste en meest efficiënte wijze gereageerd? In plaats van ook (en dit bijwoord is niet onbelangrijk) in te zoomen op het waarom van dit verbale racisme, struikelden wij allen uitsluitend verontwaardigd over elkaar heen om afstand te nemen van zoveel domme witheid en witte domheid. De mensen in de Seefhoek, dat waren andere mensen. Niet te verwarren met wijzelf; well-educated en met immer grensoverschrijdende kosmopolitische blik. En zo ontging het toen vooral iedereen dat er misschien wel eens werkelijk sprake kon zijn van een samenlevingsprobleem.

Neen, ons aller reactie was nobel. Zelfs cultuurpauzen trokken te vuur en te zwaard ten strijde. Hun argumenten waren vaak indrukwekkend. Ik herinner mij een interview met Gerard Mortier waarin hij aangaf niet te begrijpen waarom niet iedereen de schoonheid inzag van dat multicultureel samenleven. Per slot van rekening had de Arabische wereld ons zoveel moois geschonken. Zoals koffie bijvoorbeeld. Koffie als nieuw bindend element in de strijd tegen racisme. Hoe ver kan iemand heen zijn?

In de jaren negentig kon dat allemaal. En, gezien het zaakje-Vermeersch, is ook vandaag in dit onderwerp nog zeer snel elk perspectief zoek. Het doet me wat denken aan een voorbeeld dat de eertijdse hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer Gerard van Westerloo schreef in zijn tijdsportret Niet spreken met de bestuurder (2003, De Bezige Bij), door Yves Desmet omschreven als het beste politieke boek dat de laatste tien jaar in de Benelux is verschenen. Als een Amsterdamse wattman aan zijn directie te kennen gaf dat op zijn tram de zakken werden gerold terwijl-ie toekeek, dan stuurde zij een antropoloog op hem af om te vertellen over het ontstaan van Paramaribo.

Zowel het verbaal geweld, als de reacties daarop. Er is op 20 jaar weinig veranderd.

Bob Van den Broeck
Redactielid

edito - racisme - discriminatie

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 9 (november), pagina 1 tot 2