Log in

Mythe van de luie werklozen

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 9 (november), pagina 4 tot 12

Het VBO is naar de kapper geweest

‘Er zijn voldoende vacatures om iedere werkloze een job te geven!’ Dat is de teneur van wat je tegenwoordig bij de kapper hoort. En men denkt er vanzelfsprekend bij: ‘Dat er nog zoveel werklozen zijn, kan alleen maar betekenen dat ze niet willen werken’. Bij de kapper wordt natuurlijk veel verteld en we weten allemaal dat niet alle verhalen kloppen. Dat is misschien juist zijn charme. Maar het wordt toch wel pijnlijk wanneer je datzelfde verhaal uit de mond hoort van wie beter moet weten. Want het is gewoon niet waar, of tenminste niet helemaal! Wanneer iedereen waarheid toedicht aan een verhaal dat niet helemaal klopt, krijg je een mythe. Er is een tijd geweest dat mythes de wereld konden verklaren, maar zou dat toch niet tot een ver verleden moeten behoren?
VBO-topman Pieter Timmermans beweerde in Het Laatste Nieuws van 26 juli 2007 luidkeels dat er in Vlaanderen 120.000 knelpuntvacatures zijn. En ook voor hem is de conclusie duidelijk: werklozen willen niet werken en moeten dan maar gedwongen worden. Hij stelt voor in het begin wat hogere werkloosheidsuitkeringen te geven, maar die zeer snel te laten zakken. Na maximum drie jaar moet de kraan dicht en mag er niet langer een uitkering gegeven worden.

Knelpuntvacatures raken - moeilijk - ingevuld

Een knelpuntvacature is een vacature die moeilijk ingevuld raakt. Het duurt met andere woorden langer dan gemiddeld vooraleer men iemand vindt die geschikt is. In een beperkt aantal gevallen vindt men niemand en moet de vacature gewoon vergeten worden. We zouden België niet zijn als het niet zeer moeilijk zou zijn om een juist aantal te geven. Het begint ermee dat veel bedrijven hun vacatures niet aan de regionale arbeidsbemiddelingsdienst doorgeven. Ze zijn daar wel wettelijk toe verplicht, maar ze hebben bijvoorbeeld te weinig vertrouwen in de VDAB omdat die in het verleden niet altijd werkzoekenden met een juist profiel heeft doorgestuurd. Er zijn ook veel dubbeltellingen en de regionale arbeidsbemiddelingsdiensten gebruiken verschillende methodes.
Eind april 2007 had de VDAB 20.000 knelpuntvacatures in voorraad, meer niet.1 Naar schatting waren daarvan 7.500 bestemd voor lager geschoolden. Ze worden als knelpuntvacature genoteerd omdat ze vorig jaar moeilijk ingevuld raakten. Het is niet eens zeker of dit nog steeds voor alle vacatures het geval zal zijn. Welnu, april was een momentopname. Als je extrapolatie maakt van wat we vandaag weten, kom je voor 2007 misschien wel aan 120.000, hoewel het voorzichtiger zou zijn om het op ongeveer 100.000 te houden. Het cijfer is hoe dan ook niet helemaal onjuist. Alleen geeft het niet aan dat er 120.000 plaatsen open blijven en dat daar evenveel werklozen zouden kunnen op ingaan die nu verkiezen in de werkloosheid te blijven hangen. Dat is nu echter net wat zo gemakkelijk gesuggereerd wordt! Het merendeel van die 120.000 zal nochtans ingevuld worden. Het invulpercentage wordt op dit ogenblik geschat op bijna 85% en dit is ongeveer even hoog als voor gewone vacatures.
Misschien is het nuttig ook even naar de vacatures te kijken die geen knelpunt zijn. Van die gewone vacatures had de VDAB er eind april 60.000 open staan. Men denkt dat dit ongeveer 60% is van alle vacatures. De Franstalige Forem, die alleen vacatures publiceert op basis van een direct contact met een onderneming, had er 28.500. De helft van de bedrijven zou zijn vacatures doorgeven. Maar dat zijn vacatures die in principe ingevuld zullen worden. Maar vooral is het opnieuw een momentopname. Tussen begin 2007 en april had de VDAB al 520.000 vacatures publiek gemaakt. Ze publiceert immers alle aanbiedingen die ze kan vinden via de pers, interimbureaus, internetsites, enzovoort. Het is gewoon absurd daaruit te besluiten dat er per werkloze meer dan één vacature is. Net zoals het absurd is te veronderstellen dat er voor elke knelpuntvacature een onwillige werkloze staat.

Er zijn luie werklozen, luie werkenden en luie werkgevers

Natuurlijk beweert vandaag iedere werkgever dat hij mensen zoekt en maar niet vindt. En vaak is dat nog waar ook. Dat Colruyt een ICT-bedrijf in India opent omdat het bedrijf hier te weinig vakmensen vindt, is niet uit de lucht gegrepen. Maar dat is niet omdat de ICT-ers niet willen werken. Dat is omdat ze al werk hebben en omdat het nu eenmaal niet zo eenvoudig is om die specialiteit te verwerven. Je kunt met andere woorden niet vlug een werkloze omscholen tot computerspecialist. Het is een proces op langere termijn. Het is misschien zelfs vooral een zaak van het onderwijs om meer jongeren aan te zetten een ICT-richting te volgen.2
Maar het is evenzeer waar dat niet iedere werkgever die beweert volk te zoeken daar ook effectief op zoek naar is. Op het einde van een kabinetsperiode zijn medewerkers op zoek naar een job. Een jonge chauffeur van het uittredende kabinet Werk had in juli al tientallen mails en brieven geschreven. Heel vaak kreeg hij gewoon geen antwoord. Op een periode van zes weken werd hij al tweemaal opgeroepen zonder dat er echt een job was. Men voegde hem bij een werfreserve en zou hem wel verwittigen als de vacature echt open komt. Hoezo? In de advertentie werd een onmiddellijk openstaande betrekking aangeprezen!
Dit hele verhaal zou misschien niet zo erg zijn als daar niet de conclusie uit getrokken werd dat de werklozen wel onwillig moeten zijn om werk aan te nemen. Natuurlijk zijn er werkonwillige werklozen. En dat niemand er aan twijfelt: ze moeten gedwongen worden om een passend werk aan te nemen of ze moeten afstand doen van hun uitkering. Maar er zijn ook maar wat werkenden die op alle mogelijke manieren proberen zo weinig mogelijk te werken. En het beeld dat alle werklozen te lui zijn om het te helpen donderen, is verschrikkelijk onrechtvaardig. Dat je dit bij de kapper hoort, tot daar aan toe. Maar uit de mond van een toonaangevende sociale partner? Mag ik er die op wijzen dat er op dit ogenblik in Vlaanderen een regio is waar de werkloosheid bij de zogenaamde frictionele werkloosheid aanleunt.3 Werkloosheid krijg je immers nooit helemaal op nul. Iedereen aanvaardt dat je niet onder een bepaalde grens geraakt. Wie dan nog werkloos is, zit in een tussenfase of heeft een of ander zwaar probleem dat hem minstens tijdelijk verhindert te werken. Als je bij de frictionele werkloosheid uitkomt, mag je gewagen van een volledige tewerkstelling. Zal iemand beweren dat men in die regio minder lui is dan bijvoorbeeld in Antwerpen? Iedereen ziet onmiddellijk dat dit een belachelijke verklaring is. Men moet gewoon toegeven dat ook het aanbod van arbeid belangrijk is.
Wie meedoet aan de stigmatisering van de luie werklozen zou het eigenlijk ook over luie werkgevers moeten hebben.4 Marc De Vos en Joep Konings hebben onlangs een prikkelend boekje geschreven over de Belgische arbeidsmarkt. Ze hebben onderzocht waarin die markt allemaal tekortschiet en ze hebben tientallen voorstellen geformuleerd om dat allemaal te verbeteren.5 Ik denk dat een aantal van die voorstellen valabel of minstens een discussie waard zijn. Maar één voorafgaande vraag ontbreekt. De vraag die ik hierboven al stelde: hoe komt het dat - ondanks al die rigiditeiten van de arbeidsmarkt - in West-Vlaanderen de frictionele werkloosheid bereikt werd? Het antwoord ligt toch voor de hand: omdat daar voldoende aanbod aan werk is. Je mag je arbeidsmarkt zo flexibel maken als je wilt, als er geen werk is, kun je mensen niet aan het werk zetten. En als er werk is gaan de mensen blijkbaar ook aan het werk. Men is in West-Vlaanderen echt niet strenger dan in andere regio’s.
Neem nu de jeugdwerkloosheid. Natuurlijk hebben jongeren, zeker als ze hoger geschoold zijn, wel eens de neiging om niet te vlug aan het werk te willen. Ze willen nog wat van het leven profiteren en hebben niet zoveel nodig. Wat bijverdienen in een bar of ergens anders in het zwart is al lang goed. Men moet hen dus achter de vodden zitten. Men mag hen gerust bestoken met werkaanbiedingen, zoals men in het zogenaamde Oostendse model doet. Maar men moet ook beseffen dat zo’n model geen wonderen vermag.6 Zo blijft in Oostende de groep werkloze jongeren in de tijd merkwaardig constant. Dat komt waarschijnlijk omdat veel van die jongeren op een bepaald moment wel aan de werkloosheid ontsnappen, maar slechts voor heel beperkte tijd. Ze volgen bijvoorbeeld een beroepsopleiding en worden daarna weer werkloos. Op andere plaatsen verdwijnt de jeugdwerkloosheid als vanzelf. Kijk naar Roeselare in West-Vlaanderen. Daar is tot nu helemaal geen speciale aanpak voorzien, maar de jongeren geraken er sneller aan werk dan in plaatsen waar dit wel het geval is. Opnieuw, dit is geen pleidooi om de jongeren aan hun lot over te laten. Integendeel. Ik denk dat sommige jongeren over een drempel moeten worden geholpen of zelfs geduwd worden. Brusselse jongeren durven vaak de stap niet zetten om in Vlaanderen te komen werken. Ze zijn bang omdat ze geen Nederlands begrijpen. Ze zijn ook bang omdat ze vrezen dat ze in een vijandige omgeving terecht zullen komen. Een stevige duw in de rug kan soms helpen. Bombarderen, maar met vacatures! Alleen, men kan mensen enkel aan het werk krijgen als er werk is. Zo simpel is het.

Je duwt mensen in de armoede, of in de gevangenis!

Hoe dan ook, om de luiheid van de werklozen aan te pakken, wil de VBO-topman de werklozen in het begin meer geven. Geen 60, maar 65% van het loon en daarna het bedrag zeer vlug laten zakken. Het is nodig om te benadrukken dat de werkloosheidsuitkeringen ‘geplafonneerd’ zijn. Als je een hoog loon had, krijg je gewoon geen 60%. Je blijft immers steken op een maximumbedrag. Bij de mythe over de luie werkloze hoort ook dat werklozen eigenlijk wel veel inkomen hebben. Wel, werknemers met gezinslast hebben maximum 1.077 euro per maand. Dat is zo’n 40.000 Belgische frank om een gezin te onderhouden! Alleenstaande werklozen zonder gezinslast hebben het eerste jaar maximum 1077 euro en daarna maximum 898 euro. Samenwonende werklozen hebben in een eerste periode maximum 988 euro en in een tweede 718 euro. Ze vallen daarna terug op een forfait van 531 euro per maand. Wie nog nooit gewerkt heeft en recht heeft op een wachtuitkering kan maximaal 889 euro krijgen als hij gezinslast heeft en 657 euro als hij alleen woont. Als hij samenwoont, wordt dit 345 euro. Ik raad iedereen aan om eens met een dergelijk maandbudget te leven. Een verhoging van 60 naar 65% van het maximumplafond maakt natuurlijk een verschil, maar als je de plafonds niet verhoogt zal dat heel beperkt zijn. Maar als je die verhoging denkt te financieren door af te pingelen op de inkomens van zij die al wat langer werkloos zijn, dan zwijg je beter ook over de strijd tegen armoede. Om te kunnen vergelijken: het leefloon bedraagt op dit ogenblik 876 euro voor een gezin, 657 euro voor een alleenstaande en 438 euro voor een samenwonende. Is het de bedoeling dat werklozen systematisch onder het leefloon uitbetaald worden? In het verleden is in de werkloosheid altijd op de eerste plaats bij de samenwonenden bespaard. Men ging ervan uit dat er in die gezinnen nog een inkomen was. Men heeft er mensen ook mee in de armoede geduwd.
‘Werk genoeg, maar het is vaak meer een kwestie van niet willen dan van niet kunnen’, zegt de VBO-topman Pieter Timmermans. Daarmee zingt hij mee in het koor van de kapper. Hij is blind voor de radeloosheid waarin veel werklozen terechtkomen. Hij ziet niet hoe bedrijven durven sollen met mensen die echt terug aan het werk willen. Hij begrijpt niet hoe moeilijk veel mensen het hebben om vandaag nog mee te kunnen. Hij bouwt mee aan een mythe die de problemen niet zal oplossen. En de grond van die mythe is de idee dat een werkloze individueel verantwoordelijk is voor zijn werkloosheid. Daarmee keren we terug naar de 16de-17de eeuw, toen men werklozen in werkkampen of zelfs gevangenissen opsloot. In de 18de eeuw kreeg dat een vervolg in zogenaamde ‘werkinrichtingen’, waarin het principe gehanteerd werd dat de levensomstandigheden er minstens iets slechter moesten zijn dan voor iemand die buiten de instelling nog net kon overleven.7 Hoor ik in de uitspraken van het VBO vandaag een verre echo? Er zit een soort nijdige afgunst achter, in de aard van: wie werkloos is, moet op een of andere manier boeten. Ook dat hoor ik al meer dan dertig jaar bij de kapper: werklozen krijgen geld om niets te doen, wel zet ze een ganse dag vast in het gemeentehuis.
Natuurlijk gaat die conclusie buiten het kapsalon net te ver. Toch zijn werkkampen de logische gevolgtrekking van de redenering die werkloosheid herleidt tot individuele verantwoordelijkheid. En het volstaat om naar de Verenigde Staten te kijken om te zien dat dit niet zo ondenkbaar is. Het aantal - vooral zwarte - gevangenen is er de laatste jaren spectaculair gestegen. Dat heeft niets te maken met een even spectaculaire stijging van de misdaad. Die valt gewoon niet vast te stellen. Het heeft er volgens de socioloog Loïc Wacquant wel mee te maken dat men vooral de bestaansonzekere klassen achter de tralies is beginnen zetten.8 Niemand minder dan Bill Clinton heeft in 1994 de sociale bijstand zodanig hervormd dat het recht op bijstand voor kinderen van behoeftige moeders afgeschaft werd en tientallen categorieën plots geen of veel minder recht hadden op een uitkering. Clinton heeft niet bezuinigd op de veel grotere sociale uitgaven voor de middengroepen, maar hij heeft armoede als het ware geprivatiseerd door armen te dwingen in onderbetaalde arbeid en parallelle (zwarte) circuits te stappen. Armen zijn voortaan zelf verantwoordelijk voor hun situatie. Maar de armoede is er alleen maar groter op geworden, want aan de arbeidsmarkt werd niets gewijzigd. De oorlog tegen de armoede werd een oorlog tegen de armen. En in die oorlog werd de gevangenis bijna het verlengde van het getto. Waar verplichte tewerkstellingsprogramma’s niets opleveren, moet de gevangenis een oplossing bieden. De tewerkstellingsprogramma’s leveren niets op inzake armoedebestrijding. De gevangenissen leveren dan weer niets op inzake tewerkstelling. Ze zijn een dure opslagplaats, meer niet.
Men zal terecht opmerken dat Europa de Verenigde Staten niet zijn. Ik probeer hier echter geen voorspelling te doen over waar we naar toe gaan. Ik probeer te begrijpen waar de mythe van de luie werklozen op gebaseerd is. Alle onderzoek heeft altijd aangetoond dat mensen ziek en minstens ongelukkig worden van werkloosheid. En toch zou de gemiddelde werkloze zich alleen maar inspannen om werkloos te blijven. De Verenigde Staten tonen op een zeer scherpe manier aan hoe werklozen geculpabilisereerd worden. Zij zijn zelf verantwoordelijk. En als ze zich niet vlug aanpassen, nemen we hun uitkering af. En als dat nog niet helpt, interneren we hen. Sinds Michel Foucault weten we dat er in Europa een beweging is geweest van uitsluiting en opsluiting van al wie de openbare orde verstoort of potentieel verstoort.9 Allerlei instellingen - waaronder gevangenissen en scholen - hebben daarin een rol gespeeld. Maar de controle, individualisering en disciplinering hebben zich ook voltrokken via technologieën die ook buiten de instellingen werkzaam waren. Ze zijn zelfs onzichtbaar, ze werken automatisch. Wie een dossier heeft, kan gevolgd en bijgestuurd worden! De gevangenis heeft eigenlijk nooit de bedoeling gehad om delinquentie te vermijden. De gevangenis moet een bepaald type delinquentie produceren, een type dat onder controle te houden valt. Als zodanig is de gevangenis een van de instrumenten. Maar fundamenteel gaat het om de productie van een bepaalde waarheid, van een bepaald vertoog, van een mythe. Alle werklozen worden plots verdacht en moeten in het oog gehouden worden.

De mensen helpen zichzelf te helpen

Wil dit zeggen dat werklozen individueel geen enkele verantwoordelijkheid dragen? Wat mij betreft niet. Ik onderschrijf de stelling van Theodore Dalrymple in Het leven aan de onderkant dat ook mensen uit de onderste klassen wel degelijk mee verantwoordelijk zijn en aangespoord moeten worden om iets aan hun situatie te doen.10 Ik deel zijn mening dat het niet opgaat in iedereen een slachtoffer te zien van de omstandigheden. Niet alles kan goedgepraat worden onder de noemer van cultureel relativisme. De samenleving mag daarom niet toelaten dat werklozen zich in de werkloosheid installeren. Ze mag ze echt niet aan hun lot overlaten. Maar ze mag ze niet schuldig verklaren als ze niet ook de instrumenten aanbiedt om zich eruit te hijsen. Ze moet ze ondersteunen, niet vervolgen. Op een bepaald moment dacht men in sommige milieus dat de overheid een jacht op werklozen zou organiseren. Dat zou immoreel zijn. Werklozen zijn geen loslopend wild, ze hebben in principe recht op hun uitkering. Wie vals speelt moet er uit, maar men mag er niet per definitie van uit gaan dat iedereen vals speelt. Dat is een cruciale nuance. In een recent boek heeft Anthony Giddens het erover dat de traditionele welvaartsmaatschappij in essentie zorgt voor een verplaatsing van risico’s van het individu naar de samenleving.11 Die samenleving berust op het verzekeringsprincipe, zou ik zeggen. Giddens vindt dat we moeten overstappen naar een positieve welvaart, waarin de overheid nog altijd een centrale rol opneemt, maar niet meer een dominerende. De overheid moet de problemen bij de bron aanpakken en de mensen helpen zichzelf te helpen. Dat lijkt mij alvast een goede formulering, maar ze komt er op neer dat de verantwoordelijkheid bij twee partijen ligt. En een individu is mee verantwoordelijk, niet schuldig. Een verzekering blijft dan ook absoluut noodzakelijk, alleen niet voldoende. Het komt er niet op aan er de slechte werklozen uit te pikken; het gaat erom dat werklozen aan het werk geraken.
In dat opzicht moet de aanpak van de verschillende overheden in ons land verdedigd worden. Zeker Vlaanderen en Wallonië doen veel inspanningen om werklozen te begeleiden. Ook Wallonië, al wil men dat in Vlaanderen misschien te weinig zien. Of Brussel op dezelfde lijn zit, valt te betwijfelen. Minstens moet Brussel nog een heel lange weg afleggen. Maar ook het federale activeringsbeleid verdient een verdediging. Al te lang heeft men langdurig werklozen aan hun lot overgelaten. Natuurlijk waren er maar wat werklozen die zich daarin geschikt hebben. Waarom zou een laaggeschoolde vrouw die een werkende echtgenoot en kinderen heeft, nog werk zoeken als niemand haar aanmoedigt?
Maar het activeringsbeleid heeft gezorgd voor een breuk. Systematisch worden leeftijdsgroepen opgeroepen. Zij komen uitleggen op welke manier ze werk zoeken. Vaak blijken hun inspanningen onvoldoende, omdat ze bijvoorbeeld gewoon de moed kwijt zijn. Ze engageren zich dan in een schriftelijk contract om het voortaan beter te doen. Meestal volstaat dat. Maar indien in een later stadium het tegendeel blijkt, dreigt sanctie. De ervaring leert dat een heel grote meerderheid van de werklozen wel degelijk inspanningen doet. Soms is de tik van een zogenaamde facilitator nodig om terug in gang te schieten. Maar zelden blijkt onwil. Het is in praktijk echt geen jacht op werklozen geworden, maar een stimulans en een begeleiding. Alleen al de oproep is voor veel werklozen een teken dat ze niet opgegeven zijn, dat ze nog bestaan. Het zet hen vaak terug op de sporen. Bij allemaal? Nee! Er zijn meldingen van agressie of bedreigingen ten aanzien van de facilitator. Dat is onaanvaardbaar, maar vooralsnog de uitzondering.
En de aanpak blijkt te werken. Men kan het verschil zien in de cijfers, ook al is dat niet echt spectaculair. Er moet worden toegegeven dat dit vandaag gebeurt met behulp van een gigantisch apparaat en dus grote menselijke en financiële inspanningen. Kan men zich bijvoorbeeld voorstellen dat er tot op vandaag honderdduizenden brieven verstuurd zijn? Vanaf het begin is getwijfeld of de kost wel opweegt tegen de opbrengst. In het najaar van 2007 moet men grondig evalueren. Misschien zal men besluiten dat de middelen efficiënter ingezet kunnen worden. Maar dat belet niet dat het verhaal van de profiterende werkloze ook in deze aanpak niet bevestigd wordt. De sociale partners hebben dat van jaar tot jaar in een evaluatiecommissie kunnen vaststellen. Werkloosheidsuitkeringen zijn geen hangmat, maar een tijdelijke noodoplossing. Je mag niet passief afwachten, maar moet actief aan een oplossing meewerken. Je staat niet alleen, maar kunt rekenen op deskundige ondersteuning. Cruciaal is dan wel dat er op het eind van de rit ook werk is. Men kan het niet volhouden dat mensen werk moeten zoeken en opleidingen moeten volgen en daar ook bewijzen voor op tafel moeten leggen, als ze op een bepaald moment niet effectief aan het werk kunnen. Tot vandaag laat de federale activeringsaanpak werklozen boven de 50 met rust. Het ziet er naar uit dat straks beslist zal worden dat men er de groep tussen 50 en 58 bij zal betrekken. Tot die leeftijd wordt men immers verondersteld beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt. Het zou dus maar logisch zijn. Alleen is de vraag of er vandaag voor die groep echt een aanbod aan arbeidsplaatsen is. Ik zie dat niet. Ik zie wel dat het bedrijfsleven hen nog altijd met groot gemak dumpt. Bij herstructureringen wordt meestal nog altijd op de eerste plaats gezocht hoe men juist van die groep verlost kan worden. Sinds het Generatiepact kan die niet meer op brugpensioen zonder dat eerst gedurende 6 maand geprobeerd is hen nog een nieuwe tewerkstelling te geven. Welnu, dat blijkt niet echt te lukken. Omdat de betrokkenen niet willen? Dat zal wel voorkomen, maar toch vooral omdat ze geen stimulansen en aanbiedingen krijgen!

De tewerkstellingsmaatregelen zijn effectief!

Voorlopig ziet het er voor het geheel van de tewerkstelling in elk geval niet slecht uit. De tewerkstellingsmaatregelen hebben onmiskenbaar een positief gevolg en de conjunctuur trekt aan. Overal dalen de werkloosheidscijfers. Alleen de oudere werklozen volgen voorlopig de trend niet even snel. Het wordt hier en daar effectief moeilijker om vacatures ­­­op te vullen. We weten al enkele jaren dat de demografische evolutie van die aard is dat de schaarste op de arbeidsmarkt steeds groter dreigt te worden. Het is niet zo dat de zogenaamde werkloosheidval op dit ogenblik de grootste hinderpaal is. Er is eigenlijk alleen nog een probleem voor de categorie van de alleenstaande vrouwen met kinderlast. Voor alle andere is het vandaag echt wel lonender om te gaan werken dan om te leven van een werkloosheidsuitkering. Nog zo’n mythe. Het is wel waar dat het voor een hele groep mensen heel moeilijk geworden is om nog mee te kunnen. Het wordt misschien niet graag gehoord, maar er zijn grenzen aan de opleidbaarheid van mensen.12 We mogen daar onze ogen niet voor sluiten. We moeten zelfs aanvaarden dat een niet gering aantal niet in staat is om in een gewone arbeidssituatie te functioneren. Als je die mensen hun uitkering afpakt, moet je voor hen echt een plaats in de gevangenis reserveren.
Op zijn minst daarom mag sanctioneren nooit een doelstelling worden. Een sanctie is een mislukking, ook van het systeem. Men moet het op een bepaald moment misschien wel doen, maar het betekent ook dat op dat moment het systeem gefaald heeft. Men mag niet sanctioneren op statistische basis, omdat bijvoorbeeld de computer genoteerd heeft dat iemand x keer een werkaanbieding naast zich neergelegd heeft. Je kunt uit computergegevens geen intenties afleiden. Als cijfers een alarmsignaal geven, moet je proberen het gedrag bij te sturen. In het sanctioneringsverhaal is de vraag van de regionalisering eigenlijk niet echt relevant. Of je op federaal of regionaal niveau moet sanctioneren, is een zaak van efficiëntie en kostprijs. Men zoekt het maar uit. Ik weet zelf niet wat de uitkomst is, al zal een regionalisering niet kunnen zonder belangrijke investeringen. Maar voor mij is het model van sanctioneren cruciaal. Is het model dat van de professor, die niet alleen goede punten uitdeelt maar een student ook kan buizen? Waarom zou de ambtenaar alleen mogen signaleren dat een werkloze te weinig inspanningen doet en waarom zou hij niet onmiddellijk mogen sanctioneren? Vandaag is het model in elk geval anders. Het is gebaseerd op een soort juridische verdediging, tot en met rechten van de verdediging. De werkloze kan zich laten bijstaan. Wanneer we dat opgeven, individualiseren we het werkloosheidsprobleem. We leggen de verantwoordelijkheid ook op de eerste plaats bij de werkloze. Een student heeft geen recht op een diploma. Hij heeft geblokt of heeft niet geblokt, hij kent het of hij kent het niet. Een werkloze heeft recht op een uitkering. Hij kan dat recht verliezen omdat hij vals speelt, maar dat kan slechts vastgesteld worden na een ernstig en onafhankelijk onderzoek. Anders zijn we terug waar we vertrokken zijn: bij de mythe van de luie werkloze.

De Walen zijn de grootste luiaards onder de Galliërs

Die mythe heeft nog een variante. Soms hoor je bij de kapper fulmineren tegen alle werklozen, soms viseert men in het bijzonder de Walen. Zij zouden echt niet meer willen werken. Ik kan alleen maar aanraden het boek te lezen van Pascal Verbeken over Wallonië.13 Men heeft ooit Vlamingen hun luiheid verweten! Maar je zult vooral ontdekken hoe scherp de tegenstellingen in Wallonië geworden zijn. In de straten van de grote steden als Luik contrasteert extreme rijkdom met extreme armoede. Je zult ook lezen hoe Wallonië zichzelf stilaan uit het moeras trekt. Overal zijn nieuwe bedrijven uit de grond gestampt. Probleem is dat een volledig industrieel weefsel kapot is. Probleem is dat de arbeidsplaatsen op een ongelooflijke schaal verdwenen zijn en dat die kleine bedrijven niet zo snel het verlies kunnen goedmaken. Overigens, zij bieden vooral jobs voor hoger geschoolden aan, terwijl de ‘reserve’ meestal laaggeschoold is. En ze heeft dikwijls alle arbeidsattitudes verloren. Sommigen van hen hebben hun ouders en zelfs hun grootouders nooit weten werken. Het heeft in de 19de eeuw verschillende generaties gekost vooraleer de arbeiders het ritme van de fabrieken konden volgen. Is het dan zo verwonderlijk dat die disciplinering ook weer verloren kan gaan?
Maar ze komen toch lekker niet in de omgeving van Kortrijk werken, sist de kapper tussen zijn tanden. Daar is toch werk op overschot, dat nu gedaan wordt door werknemers uit het Noorden van Frankrijk! Die Fransen verdienen vooral om fiscale redenen netto 20% meer in Vlaanderen dan in Frankrijk. Ze krijgen in hun land - en dat is onmiskenbaar een belangrijke factor - slechts voor een beperkte duur werkloosheidsuitkeringen. In Vlaanderen komen ze vooral heel laaggeschoold en heel laagbetaald werk doen. Maar het is niet zo dat er helemaal geen Walen de taalgrens oversteken. Het is weer eens moeilijk om aan precieze cijfers te komen, maar er werken in West-Vlaanderen naar schatting ongeveer evenveel Walen als werknemers met een Franse nationaliteit. En wat meer is, er werken ook in de regio Doornik nogal wat Fransen. Daar verrichten ze veel minder laaggeschoold werk. Daar verdringen ze werknemers die hogergeschoold zijn. Misschien wel omdat de Fransen minder kosten? Het zou toch te denken moeten geven dat onze problemen bijvoorbeeld ook in Polen voorkomen. Polen kent een zeer grote werkloosheid, maar de mensen vertrekken niet naar het buitenland omdat ze geen werk hebben. Het zijn vooral jonge mensen die in hun land aan de bak zouden kunnen komen. Maar ze vertrekken simpelweg om in het buitenland meer te verdienen. En ze laten vooral laaggeschoolde en weinig mobiele werklozen achter. Met steun van Europa zijn op hen tewerkstellingsprogamma’s uitgeprobeerd, maar met weinig resultaat.14 De Walen zijn niet lui, maar wel tijdelijk uitgeteld en kruipen nu weer recht. Je helpt ze niet door verwijten te maken, wel door over de taalgrens heen aan bemiddeling te doen. Dat Vlaanderen beloofd heeft 6000 vacatures voor Walen en Brusselaars te reserveren was daarom fantastisch nieuws.

Gevaarlijke mythe

Ik heb bij het begin geschreven dat mythes die de wereld verklaren eigenlijk niet meer van deze tijd zijn. Op het einde van dit stuk wil ik toch weer relativeren. Mensen kunnen niet zonder verhalen om hun wereld op een of andere manier te begrijpen. En een mythe is een soort verhaal waar ook een waarheid aan verbonden is. Het verhaal van de luie werkloze zegt waarschijnlijk meer over diegenen die het vertellen dan over de werklozen. Het gevaar schuilt niet zozeer in het feit dat een verhaal verteld wordt, maar in het stigmatiseren van andere mensen. Werklozen leven vaak al aan de rand van de samenleving. De mythe van de luiheid duwt hen over de rand. Verhalen produceren niet alleen een waarheid, zij veroorzaken ook een werkelijkheid. De mythe van de luie werkloze draagt er dan toe bij dat werklozen er niet meer uitgeraken. Zij lokt werklozen dan in een zekere zin in een val. Niet omdat ze zo’n grote uitkering krijgen dat werken toch niet loont, maar omdat ze zich psychologisch neerleggen bij wat de samenleving hen voorspiegelt. Het is een gevaarlijke mythe. Kamagurka loopt een paar dagen rond in Wallonië en roept: ‘Pak hun dop af!’ Hij was beter thuis gebleven. Hij heeft gewoon niets gezien, niets geleerd. Arm Vlaanderen, waar zelfs de kunstenaars pilarenbijters zijn.
Ondertussen merken we hoe de politiek pleit voor een beperken in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen (of minstens voor een ‘diversifiëren’ van de uitkeringen), voor meer activering van (jonge en oudere) werklozen, voor het dempen van de werkloosheidsval en voor regionalisering van het arbeidsmarktbeleid. Dat gebeurt echter op een zeer drassige, mythische bodem. De Romeinen hielden tenminste nog de vlucht van de vogels in het oog. Ik denk dat ik voortaan zo lang mogelijk wacht om naar de kapper te gaan!

Luc Vanneste
Redactielid

Noten
1/ De officiële cijfers van de VDAB slaan op 2006. Zie de VDAB-publicatie: Analyse vacatures 2006 - Knelpuntberoepen. In 2006 komt men aan ongeveer 120.000 knelpuntvacatures, met een invulpercentage van 83%. De cijfers die ik voor 2007 geef, zijn een voorzichtige schatting.
2/ De Morgen (10/08/07), Tekort aan ICT-studenten baart zorgen.
3/ Eigenlijk zit ondertussen heel Vlaanderen daar niet meer ver vanaf, maar er is toch nog een groot verschil tussen bijvoorbeeld West-Vlaanderen en Antwerpen.
4/ Toen Minister Vanvelthoven in De Morgen van 15/10/07 de werkgevers verweet lui te zijn, reageerden hun vertegenwoordigers verontwaardigd. Hij wees nochtans eenvoudig op de tegenstelling tussen wat ze herhaaldelijk beloofd hadden en wat ze realiseren. En hij toonde die tegenstelling met cijfers. Natuurlijk beweerde de Minister daarmee niet dat alle individuele werkgevers lui zijn. Het is wel merkwaardig dat werkgevers pijnlijk getroffen reageren als het over henzelf gaat, maar dat ze aan de andere kant zelf luid meeroepen als het over werklozen gaat.
5/ De Vos M. en Konings J., Van baanzekerheid naar werkzekerheid op de Belgische arbeidsmarkt, Ideeën voor een New Deal voor arbeid in België, Itinera Institute, Brussel, 2007.
6/ Enkele kranten hebben dat op 12/10/07 eindelijk door (De Morgen en De Tijd). De cijfers waren echter al langer bekend (mijn tekst is bijvoorbeeld begin augustus, bij gelegenheid van de zomeruniversiteit van de PS, geschreven).
7/ Achterhuis H., Arbeid, een eigenaardig medicijn, 1984, Ambo, Baarn, p. 168.
8/ Wacquant L., Straf de armen, het nieuwe beleid van de sociale onzekerheid, 2004, Epo, Berchem.
9/ Foucault M., Surveiller et punir, naissance de la prison, 1975, Gallimard, Parijs.
10/ Dalrymple T., Leven aan de onderkant, Het systeem dat de onderklasse instandhoudt, 2001, Spectrum, Utrecht.
11/ Giddens A., Europe in the global age, 2007, Polity press, Cambridge.
12/ Jacobs R. en van Doorsaler J., Het pomphuis van de 21ste eeuw, educatie in de actieve welvaartsstaat, 2001, Epo, Berchem.
13/ Verbeken P., Arm Wallonië, een reis door het beloofde land, 2007, Meulenhof/Manteau, Antwerpen/Amsterdam.
14/ Overbeek E., De mythes van de Poolse loodgieter, De Tijd, 13/05/07.

arbeid - werkloosheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 9 (november), pagina 4 tot 12