Log in

'Het land van aankomst'

Uitgelezen

Het land van aankomst

Paul Scheffer
De Bezige Bij, Amsterdam, 2007

De Gentse gemeenteraad keurt met een wisselmeerderheid een hoofddoekenverbod goed voor publieke functies. In Soedan wordt een Britse lerares veroordeeld tot 15 dagen gevangenisstraf en uitwijzing omdat ze haar leerlingen hun knuffelbeer Mohammed liet noemen. In Humo verschijnen de resultaten van een enquête bij moslims in ons land. Met die actualiteit voor ogen heb ik het boek van Paul Scheffer gelezen, in de hoop er antwoorden te vinden op de vele vragen die de actualiteit oproept.
In 2000 publiceerde Scheffer zijn ondertussen berucht essay Het multiculturele drama. Deze beschouwing zorgde in Nederland voor flink wat opschudding. Zelf vat hij zijn stelling als volgt samen: ‘Een parlementair onderzoek naar het immigratie- en integratiebeleid is nodig want nu worden hele generaties onder het mom van tolerantie afgeschreven. Het huidige beleid van ruime toelating en beperkte integratie vergroot de ongelijkheid en draagt bij tot een gevoel van vervreemding in de samenleving. De tolerantie kreunt onder de last van achterstallig onderhoud. Het multiculturele drama dat zich voltrekt, is dan ook de grootste bedreiging van de maatschappelijke vrede’.

In dit boek onderbouwt hij deze visie op de multiculturele samenleving (een term die hij zelf verkeerd vindt) met stevige argumenten en een massa verwijzingen naar auteurs die over het thema publiceerden. Het minste dat je van het boek kan zeggen, is dat het stemt tot nadenken.

Scheffer hangt eerst een beeld op van de immigratie en integratie in Nederland. Hij stelt om te beginnen vast dat verdraagzaamheid en vrijheid onder druk komen te staan. De geschiedenis van de immigratie is er een van vervreemding en de gevolgen ervan, zowel voor de ingezetenen als voor de nieuwkomers. In het land van aankomst is er te lang een vermijdingsgedrag geweest. Er werd de andere kant opgekeken, ook door de beleidsmakers. Maar ook de migranten worden behoudzucht verweten.

Verder stelt de auteur dat een integratie normaal zijn beslag krijgt in drie generaties. Hij stelt daarbij vast dat de nieuwe omstandigheden (de islam als nieuwe religie, de opkomst van de verzorgingsstaat en de grensoverschrijdende communicatie) ervoor zullen zorgen dat de integratie niet meer volgens hetzelfde patroon zal verlopen. Wat volgt is een diepere analyse van immigratie en integratie in Europa, maar ook in Canada, de Verenigde Staten en Australië.

Een eerste nieuw element dat in de analyse wordt aangeraakt, is het stedelijk karakter van de recente immigratiebewegingen. Er wordt vastgesteld dat achterblijvers en nieuwkomers mekaar terugvinden in troosteloze wijken, waar sociale controle wegvalt en criminaliteit zich kan nestelen. De beelden van de rellen in de Parijse banlieus zijn niet veraf. Oorzaak is volgens Scheffer dat het drieluik gezin-school-werk niet meer functioneert als maatschappelijk kader. De ruimtelijke concentratie van migranten die leidt naar gettovorming is natuurlijk verkeerd, maar kan ook bekeken worden als een vorm van conflictvermijding (men leeft letterlijk naast elkaar) en zelfs als een middel om de groepsidentiteit te behouden. Stadsplanners hebben diverse pogingen ondernomen om getto’s te vermijden maar zijn daar zelden in geslaagd. Toch vindt de auteur dat de stedelijke omgeving zeer grote kansen biedt om precies een goede integratie te realiseren.

Een tweede element dat de auteur niet uit de weg gaat, is de segregatie in het onderwijs. Hij spreekt ronduit over ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen. De kritische grens ligt dan blijkbaar bij één derde migrantenkinderen op school. Hij betreurt dat de school die bij uitstek ‘een oefening in samenleven met kinderen met een uiteenlopende achtergrond’ is, de taak niet meer kan vervullen. Ook hier zijn er pogingen ondernomen om te mengen. De rechtstreekse methode is daarbij mislukt, onrechtstreekse menging lijkt beter te werken.

Onder de titel ‘De grote volksverhuizing’ gaat Scheffer dieper in op de immigratiegolven in Europa in het algemeen en in Nederland in het bijzonder. De Europese migratiegolven zijn vooral ingegeven door sociaaleconomische motieven. De eerste immigranten waren letterlijk gastarbeiders. Velen zijn gebleven in het land van aankomst en zijn nu niet (meer) actief. Hun aanwezigheid kwam er op vraag van de werkgevers, die zich verder niet bekommerden met hun integratie in de samenleving. De migranten die naar Europa gekomen zijn, deelt de auteur als volgt in: postkoloniale migranten, gastarbeiders, gezinsmigranten en vluchtelingen.
Hij verwijt Nederland in deze een ‘vermijdingsgedrag’. De aanwezigheid van nieuwkomers gaf Nederlanders de kans om over zichzelf kritisch na te denken. Dat hebben ze niet gedaan. De zo geroemde Nederlandse tolerantie is volgens de auteur een laisser faire geworden. Over tolerantie zegt Scheffer: ‘Tolerantie vraagt een open samenleving waar de meningen vrijelijk kunnen botsen en waar tegelijk eenieder beseft dat de maatschappelijke vrede vraagt om een zorgvuldige naleving van de wetten. En om zelfbeheersing, die niet mag worden verward met vrees’. Achter de afzijdigheid gaat in Nederland ook een koloniale geschiedenis schuil. Ook het migratiebeleid in Frankrijk, Duitsland en Groot Brittannië worden kort belicht. Daarbij worden meer gelijkenissen vastgesteld dan op het eerste gezicht zou blijken.

In hoofdstuk 6 komt Scheffer tot zijn basisstelling onder de titel: ‘Het multiculturalisme voorbij’. Hij stelt een omslag in het denken vast waarbij het multiculturele denken plaats ruimt voor ‘een hernieuwde nadruk op het ideaal van een gedeeld burgerschap’. Zijn bezwaren tegen multiculturalisme zijn de volgende:

  1. Mensen worden uit naam van een cultureel pluralisme in etnische categorieën opgesloten. Op die manier wordt een gemeenschappelijke norm losgelaten.
  2. De moderniteit als gemeenschappelijke horizon wordt onderschat. Zo stelt Scheffer dat de solidariteit in een verzorgingsstaat vraagt naar een sterk besef van gemeenschappelijke identiteit.
  3. Aan culturen wordt geen verklarende waarde toegekend. Het multiculturalisme gaat er vanuit dat alle culturen gelijkwaardig zijn. Dat is niet zo. De auteur beweert dat ook socio-economische verschillen kunnen worden verklaard door gebruiken in het land van herkomst.
  4. Multiculturalisme snijdt samenlevingen los van hun geschiedenis. Nieuwkomers zouden volgens Scheffer ook het collectief geheugen van de ingezetenen moeten kennen.
  5. Multiculturalisme leidt tot een onwenselijk rechtspluralisme. De auteur vindt het onaanvaardbaar dat andere rechtsvormen (bijvoorbeeld de sharia) invloed zouden hebben op ons rechtsbestel.

Tegenover dit multicultureel denken stelt Scheffer de wens om te komen tot een nieuw gedeeld (wereld)burgerschap. Om zijn visie te staven gaat hij uitgebreid in op de geschiedenis van de immigratie in de Verenigde Staten. Het beeld van de smeltkroes, waarbij diverse immigratiegolven geleid hebben tot een gedeeld Amerikaans burgerschap is voor Scheffer het bewijs dat het kan. Natuurlijk zijn de omstandigheden grondig verschillend met Europa. Amerika was letterlijk een nieuw continent. De eerste immigranten kwamen uit Europa. Er waren geen kolonies en er was de erfenis van de slavernij. Het integratieproces is ook niet zonder slag of stoot gekomen. Er waren hevige conflicten en er is nog steeds grote maatschappelijke ongelijkheid. Toch vindt de auteur dat wat in de VS gebeurde inspiratie kan geven voor een nieuw burgerschap.

Vooraleer tot zijn slotconclusie te komen, maakt Scheffer een zijsprong naar de islam. Onder de titel ‘Het verdeelde huis van de islam’ maakt hij een bilan op van de hervormingsbeweging in de islam en heeft hij het uitgebreid over godsdienstvrijheid en de scheiding tussen kerk en staat. Uit een stukje geschiedenis stelt de auteur dat de vroegere kruistochten niet zo erg verschillen van de jihad. Alleen is de betekenis van de kruistochten uit ons (collectief) geheugen gewist. De islamitische wereld heeft lang een machtspositie bekleed in Europa. De neergang op het einde van de achttiende eeuw kwam dan ook hard aan. Grof geschetst zijn er twee reacties gekomen: enerzijds een modernisering en navolging van het Westen (bijvoorbeeld het Turkije van Atatürk) en anderzijds de opkomst van het fundamentalisme. De hoop wordt gevestigd op een hervorming van de islam. Arabische wetenschappers geven daarbij zelf aan wat de grootste tekorten zijn van de islamlanden: gebrek aan democratische vrijheden, de zwakke positie van de vrouwen en een kennisachterstand. Probleem is dat de islam een heropleving kent (zie de Humo-enquête) in een steeds meer seculiere maatschappij. Het verplicht ons om oude discussies over godsdienstvrijheid en de scheiding tussen kerk en staat opnieuw te voeren.

In dit hoofdstuk gaat Scheffer ook kort in op het hoofddoekendebat. De hoofddoek heeft vele betekenissen, zegt hij: hij is onderdeel van een schaamtecultuur, een religieuze verplichting en een politiek statement. Sommigen vinden het zelfs een symbool van gelijke behandeling en een stap naar de buitenwereld. Als het dragen van de hoofddoek een eigen vrije keuze is dan zal iedereen zich daarbij moeten neerleggen, aldus Scheffer. Hij vindt dat een hoofddoekverbod enkel kan wanneer een publieke functie echt neutraliteit vereist (bijvoorbeeld politie).
Door de duidelijke aanwezigheid van de islam in onze landen is de crisis van de islam (hervorming versus fundamentalisme) onvermijdelijk ook onze crisis geworden. Dat daarbij duidelijke en correcte informatie en een meer objectieve beeldvorming (zie nogmaals de Humo-enquête) broodnodig zijn, spreekt voor zich.

In het slothoofdstuk werkt de auteur nog eens zijn basisstelling uit.
Integratie dwingt aan alle kanten tot zelfonderzoek. Hij vertrekt van het gegeven dat de vraag naar inburgering is uitgemond in een zoektocht naar eigentijds burgerschap. Dat burgerschap, met rechten én plichten, moet niet gerelativeerd maar juist meer benadrukt worden. Migranten moeten daarbij voor zichzelf bepalen hoe ze zich verhouden tot het land van aankomst. Ingezetenen moeten zich openstellen voor de bijdrage van de nieuwkomers en hun uitnodigen en uitdagen tot medeverantwoordelijkheid. Hij pleit voor een ‘wij’ dat zowel ingezetenen als nieuwkomers omvat.

Hoe ziet Scheffer dat concreet? Op de eerste plaats worden nieuwkomers in het gezin, op school en op de werkplek ingewijd in de samenleving. Het is voor de auteur meteen het aangewezen drieluik voor integratie en het verwerven van burgerschap. Het burgerschap, gebaseerd op de democratische verworvenheden, bevat rechten én plichten. ‘Die verplichtingen komen niet in mindering op de vrijheid, maar vormen er mede de grondslag van’.

De grondregel voor elke integratie is voor de auteur: ‘wederkerigheid op basis van gelijke behandeling’. Hij knoopt er drie bedenkingen aan vast: Veronderstelt gelijke behandeling morele neutraliteit van de overheid of niet? Werkt positieve discriminatie? En ten slotte stelt hij de vraag of de vermijding niet is doorgedrongen in ons taalgebruik. Zo verzet hij zich met klem tegen de woorden autochtoon en allochtoon. Ze blijven zorgen voor een tweedeling in de samenleving en geven geen uitsluitsel wie nu juist allochtoon wordt genoemd. Ook in andere taalgebieden is er een variatie aan termen die meer of minder waardegeladen zijn. Scheffer spreekt in zijn boek consequent over migranten en hun kinderen, over nieuwkomers en ingezetenen. Hij vermijdt woorden die verwijzen naar meerderheden en minderheden. Graag gebruikt hij termen die vooruitwijzen, zoals gedeeld burgerschap.

Tot slot stelt Scheffer dat we voor de keuze staan: zien we de migranten van vandaag als de medeburgers van morgen? Verwachten we dat ze deel worden van de collectieve herinnering en op hun manier het beeld van het land van aankomst beïnvloeden? Conflicten zullen daarbij onvermijdelijk zijn en zijn op zich ook een teken van integratie. Bedoeling moet zijn om te komen tot ‘een nieuw wij - een wij dat degenen omvat die zich, ongeacht hun herkomst, verbonden voelen met het land van aankomst’.

Het boek van Paul Scheffer heeft geen antwoord gegeven op al mijn vragen, maar heeft me wakker geschud en me tot kritisch denken uitgedaagd. Je hoeft het lang niet eens te zijn met alles wat Scheffer schrijft, maar het boek is een sterke prikkel voor een debat dat we niet langer uit de weg mogen gaan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 10 (december), pagina 50 tot 53