Abonneer Log in

'Hoe goed is het goede doel?' / 'Koe 80 heeft een probleem' / 'De stille dood van het neoliberalisme'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 10 (december), pagina 54 tot 55

Hoe goed is het goede doel?

Thierry Debels
Borgerhoff & Lamberigts, Gent, 2007

Koe 80 heeft een probleem

Dirk Barrez
epo, Berchem, 2007

De stille dood van het neoliberalisme

John Vandaele
Houtekiet, Antwerpen, 2007

De drie onderwerpen lijken momenteel goed in de markt te liggen, hoewel het boek van Thierry Debels ontegensprekelijk de meeste media-aandacht heeft gekregen. Het heeft dan ook een erg provocerende ondertitel: 100 Euro in de collectebus van 11.11.11 levert slechts 1 Euro in het Zuiden op. Vlaanderens koepelorganisatie van de Noord-Zuid beweging diende prompt klacht in.
Die ondertitel zal nooit kunnen worden hardgemaakt, hoewel de auteur terecht een aantal wantoestanden in de goededoelenbusiness over de hekel haalt. Hij bespreekt het gebrek aan transparantie, het onvermogen om te communiceren over mislukkingen en de vele misbruiken. Hij heeft het daarbij niet enkel over de ontwikkelingsngo’s, maar over alle organisaties die een beroep doen op de goedhartigheid van de burger, van kankeronderzoek tot de islamitische caritas met terrorismelinks.
De auteur klaagt op een ernstige manier een aantal feiten aan die naar alle waarschijnlijkheid volledig juist zijn. Maar hij doet dat wel vanuit een duidelijk ideologisch oogpunt. Als economist - de wetenschap van de vrijheid - wil hij efficiency zien. En geld dat hier wordt opgehaald, moet meteen opbrengen bij diegenen waarvoor het was bestemd, wat de ontwikkelingsngo’s betreft dus bij de armen van het Zuiden. Zo werkt het uiteraard niet. En zo moet het ook niet werken, want ontwikkeling is meer dan een ‘goed doel’. Vaak kan in het Noorden veel meer voor de ontwikkeling van het Zuiden worden gedaan dan in dat Zuiden zelf.
Dat neemt niet weg dat de auteur gelijk heeft met zijn aanklacht tegen het gebrek aan transparantie bij de ngo’s. Die hoeven eigenlijk ook niet te klagen, want al jarenlang weigeren ze iedere terechte vraag te beantwoorden en weigeren ze het debat. Ze hebben deze aanklacht dan ook in zekere zin zelf veroorzaakt. Maar de probleemstelling van de auteur zit fout. Voor een structurele analyse van de N-Z verhoudingen moet je niet bij hem zijn en Afrikanen, zo stelt hij, kan je best als kinderen behandelen.

Het boek van Dirk Barrez geeft het verhaal van twee landbouwmodellen. Enerzijds de agro-industrie met het zandlopermodel - bovenaan een groot aantal producenten en onderaan een groot aantal consumenten. Daartussen, in het smalle gedeelte, zit een kleine aantal ‘outputgiganten’ en distributiebedrijven. Zij hebben de feitelijke macht in handen en zorgen voor relatief goedkope producten die echter niet altijd sociaal- of milieuvriendelijk tot stand kwamen. Het andere model is de familiale landbouw die zorgt voor zelfvoorziening, met een korte keten naar de consument en een goede kwaliteit.
Voor de auteur kan er geen twijfel aan bestaan dat we dit tweede model moeten bevorderen. Niet alleen zorgt het voor vrije arbeid voor boeren en boerinnen, het zorgt tevens voor een goed milieu, eerlijke prijzen en goede kwaliteit. Hij wijst op de nefaste rol van de WTO en ontkracht de vele mythes waar de regeringen van arme en rijke landen blijken in te geloven. In de landbouwsector is er namelijk geen vrijhandel. Hij geeft ook een flinke sneer naar de ngo’s die menen dat alles wordt opgelost door de landbouwsubsidies van de Europese Unie af te schaffen.
Zonder naïef te geloven in de automatische weldaden van boerenbewegingen en coöperaties, wijst hij er wel op dat die bewegingen levensnoodzakelijk zijn om macht terug te winnen van de multinationale ondernemingen. Het is niet met hulp of ontwikkelingsprojecten dat de boeren in de derde wereld worden geholpen, zij helpen zichzelf, organiseren zich en stellen hun eisen.

Het boek van John Vandaele lijdt aan hetzelfde euvel als zijn vorige boek (Het recht van de rijkste. Hebben andersglobalisten gelijk?): een misleidende titel. Waar hij zich twee jaar geleden in de ondertitel afvroeg of de andersglobalisten gelijk hadden om daar vervolgens met geen woord meer over te reppen, stelt hij nu dat het neoliberalisme een stille dood aan het sterven is. De auteur kan best gelijk hebben, maar waarom hij dat denkt wordt in het boek niet duidelijk. Dat neoliberalisme wordt ook nergens gedefinieerd of omschreven. Wel wordt een analyse gemaakt van sommige aspecten van de mondialisering met - hoe kan het anders - winnaars en verliezers.
De auteur ziet de kloof tussen Noord en Zuid verkleinen. Ook dat wekt verbazing, want de cijfers over de ongelijkheid in de wereld zijn allesbehalve eenduidig en meestal ideologisch gekleurd. De ongelijkheid binnen de landen zou dan weer wel toenemen, en daarom moet er een binnenlandse herverdeling zijn, op basis van een sterke overheid met goed bestuur en belastingen. Mondiale herverdelingsmechanismen worden bij Vandaele niet besproken.
Die sterke overheid met goed bestuur is zowat het enige element wat Vandaele aanhaalt om de dood van het neoliberalisme te stellen, wat impliciet uitsluit dat er ook zo iets als een neoliberale sterke staat kan bestaan. Herverdeling valt vooralsnog in geen enkel document van de Wereldbank of het IMF te bespeuren, en zij zijn het toch die met hun structurele aanpassingsprogramma’s en armoedevermindering het neoliberalisme verspreiden.
Het boek leest zeer vlot, hoewel de auteur zich vaak bezondigt aan de stijl die ook zijn tijdschrift Mo\* zo eigen is: enerzijds, anderzijds. Laat de lezer het zelf maar uitzoeken. Dat is ook het grote verschil met de twee andere werken waar de lezer een duidelijke mening krijgt voorgeschoteld waar hij voor of tegen kan zijn.
Vandaele brengt de gebruikelijke goede boodschap: er zijn veel problemen, maar we zijn nu de goede weg aan het opgaan, something is being done. Geen reden tot bezorgdheid dus. Echter, de huidige financiële crisis werpt toch een schaduw over deze goednieuwsshow. En ook al pleiten enkele VN-instellingen voor een beleid dat breekt met het neoliberalisme, in de praktijk van de instellingen die het voor het zeggen hebben - Wereldbank en IMF - is daar bitter weinig van te merken.

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 10 (december), pagina 54 tot 55