Log in

'Omgaan met multiculturaliteit en religieus pluralisme in het onderwijs'

Omgaan met multiculturaliteit en religieus pluralisme in het onderwijs

Lies Sercu (red.)
Acco, Leuven/Voorburg, 2007

Dit boek bundelt de teksten van een gelijknamige studiedag die doorging in het najaar van 2006 aan de K.U.Leuven. Deze studiedag werd georganiseerd door het Vliebergh-Sencienavormingscentrum dat zich voornamelijk richt naar godsdienstleerkrachten en alumni godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid. Het boek is echter interessant voor een breder publiek. Iedereen die met culturele en religieuze diversiteit in het onderwijs in aanraking komt, kan iets aan het boekje hebben. De enige bijdragen die voornamelijk godsdienstleerkrachten zullen aanspreken zijn die van de theoloog Jean Paul Pinxten, die het als verantwoordelijke voor de pedagogische begeleidingsdienst van de Salesianen van Don Bosco heeft over de eigen identiteit van het ‘katholieke onderwijs’; en die van Jean Agten die het als lector godsdienstdidactiek heeft over het leren van levensbeschouwelijke communicatie in een lerarenopleiding, en dit met de context van een multilevensbeschouwelijke samenleving voor ogen.

De bijdragen zijn divers van aard en inhoud. Sommige teksten vertrekken vanuit de concrete onderwijsrealiteit, andere bevatten meer algemene beschouwingen over (omgaan met) diversiteit en multiculturaliteit. Na de inleiding van K.U.Leuven Rector Marc Vervenne plaatst Jef Verschueren (UA) het thema diversiteit in een breder en vooral talig perspectief. Vanuit een sociolinguïstisch perspectief zet hij kritische kanttekeningen bij het (selectieve) onderwijsbeleid ten aanzien van meertaligheid. Ook Johan Leman en Ann Trappers (KUL) kijken met een kritische bril naar het overheidsbeleid dat op een soms eenzijdige manier leerachterstand wil wegwerken of voorkomen door een doorgedreven taalbeleid te voeren. Zij pleiten voor meer aandacht voor de thuistaal-anders-dan-het-Nederlands, voor een grotere betrokkenheid van allochtone ouders en voor een meer comprehensive onderwijssysteem met heterogenere klasgroepen, met als doel het watervalsysteem dat ons onderwijs zo kenmerkt te doorbreken.
Herman Frooninckx was tot voor kort directeur van De Ham, een Mechelse school die erg multicultureel was geworden, daar eigenlijk ook het slachtoffer is van geworden en ondertussen is opgegaan in COLOMAplus, waarvan Frooninckx nu sinds september 2007 algemeen directeur is. Deze directeur schrijft als ervaringsdeskundige een boeiend en erg eerlijk stuk over de mogelijkheden en beperkingen van de multiculturele school, over de soms legitieme, soms overdreven angst bij leerkrachten die in een gekleurde school aan de slag moeten en over de verantwoordelijkheid van witte (concentratie)scholen.

Ook Lies Sercu (K.U.Leuven) schrijft een praktijkgerichte bijdrage. Haar bijdrage wil aantonen dat de keuze van leermiddelen niet vrijblijvend is. Bepaalde leermiddelen bevestigen immers vooral oppervlakkige vooroordelen of clichés, terwijl andere leermiddelen dieper graven, contextualiseren, interculturaliseren en oog hebben voor relaties tussen culturen. In het licht van de eindterm ‘Opvoeden tot burgerzin’ en in het licht van het verstevigen van de sociale cohesie binnen onze samenleving, is het belangrijk dat culturele inhouden van leermiddelen kritisch worden benaderd. Sercu suggereert dat er op dat vlak nog heel wat werk aan de winkel is.

Het boek sluit af met een meer theoretische bijdrage van Bart Verbesselt (K.U. Leuven en de Katholieke Hogeschool Leuven) waarin wordt ingegaan op de problematiek van het cultuurrelativisme. Hij doet dit voornamelijk aan de hand van een kritiek op het werk van Paul Cliteur en een presentatie van de inzichten van Benjamin Barber (Jihad vs. McWorld).

In de inleiding wordt gesteld dat het boek wil nagaan hoe het onderwijs een bijdrage kan leveren tot het bevorderen van sociale cohesie in onze multiculturele en plurireligieuze maatschappij. Het is opvallend dat in verschillende bijdragen gewezen wordt op het belang van het respect voor en de erkenning van de eigen identiteit als voorwaarde voor sociale cohesie. Dit staat haaks op de manier waarop meestal over integratie als voorwaarde voor sociale cohesie wordt gedacht. Veelal wordt integratie geïnterpreteerd als: een minderheid moet zich inpassen in een meerderheid - op vlak van attitude, scholing, waarden, etc. Indien een minderheid echt goed geïntegreerd is, houdt ze op als minderheid te bestaan omdat ze in de meerderheid is opgegaan. Vanuit het perspectief van de minderheden zelf echter komt een integratiebeleid op basis van een formeel gelijk burgerschap niet tegemoet aan hun wens aan erkenning van de eigen identiteit. Een politiek van erkenning of een politics of difference is dus nodig om minderheden een echt gevoel van integratie te geven. We kunnen deze spanning aanduiden als de ‘integratie-erkenning paradox’: de groep wil de ‘eigen’ identiteit bewaren om zo tezelfdertijd te integreren in de dominante samenleving. Of sterker nog: ‘Respect voor diversiteit, tot op het individuele niveau, is de voorwaarde voor sociale cohesie, en het fundament van een politiek van gelijkheid (die de mythe van de ‘gelijke kansen’ overstijgt).’ (Verschueren, p. 32) De erkenning van het verschil kan het gevoel van desintegratie en van uitsluiting net verminderen. Of omgekeerd, indien een samenleving (en daarin ook het onderwijs) niet in staat is om het verschil te erkennen, kan men er moeilijk op rekenen dat de culturele of religieuze minderheden zich zullen willen integreren. Voor nogal wat onderwijzend personeel, niet het minst directies, vergt dergelijk inzicht echter nog een sterke mentale omslag en het ziet er niet naar uit dat het maatschappelijke klimaat van vandaag deze omslag zal stimuleren.

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 2 (februari), pagina 58 tot 59