Abonneer Log in

Poveri italiani... Partito Democratico in de knop gebroken?

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 5 (mei), pagina 45 tot 48

Rechts heeft de parlementsverkiezingen in Italië op overtuigende wijze gewonnen. Voor de Kamer behaalden Silvio Berlusconi (Popolo della Libertà, PdL) en zijn bondgenoten (Lega Nord, Movimento per l’Autonomia in Sicilië) 47% van de stemmen; de centrumlinkse Partito Democratico (PD, Walter Veltroni) en Italia dei Valori (Di Pietro) waren samen goed voor 37,6%. Van een nek-aan-nekrace, zoals de media verwachtten, is geen sprake geweest. De kiezer heeft een duidelijke uitspraak gedaan en voor de derde keer het vertrouwen gegeven aan Berlusconi. Als hij de rit uitrijdt, zal hij twaalf jaar zijn stempel hebben gedrukt op de Italiaanse politiek. Een beter bewijs dat verzamelde politieke macht, financiële macht en mediamacht renderen, is er nauwelijks te vinden.

Het past eraan te herinneren dat Berlusconi zijn politieke carrière perfect heeft voorbereid in de jaren 1980. Bettino Craxi, de toenmalige leider van de Italiaanse socialisten (PSI), stak hem een handje toe door de mediamagnaat geen strobreed in de weg te leggen. De regeringen Prodi en d’Alema maakten daarna de kapitale fout de belangenvermenging niet op de politieke agenda te zetten. In die jaren raasde een ware storm door het Italiaanse politieke landschap. De twee belangrijkste naoorlogse partijen, de Democrazia Cristiana (DC) en de Italiaanse communisten (PCI), vindt men vandaag niet meer terug in het Italiaanse parlement. De DC ging ten onder aan corruptie in 1993. De communisten geraakten op 13 en 14 april 2008 niet over de kiesdrempel van vier procent: hét politieke feit van deze verkiezingen. Daarnaast leiden de sociaaldemocraten (ex-communisten) geen apart politiek bestaan meer, een unicum in de West-Europese politiek. Zij vormen samen met democraten van overwegend christendemocratische signatuur (Margherita) de Democratische Partij, goed voor 33,2% van de stemmen; 1,9% meer dan het resultaat van de Ulivo in 2006. De Lega Nord - xenofoob, separatistisch, sterk in de steden - is vandaag de partij met de meeste anciënniteit in het Italiaanse parlement. Van een conservatieve revolutie gesproken.

Historici zullen later de passage van Berlusconi door de Italiaanse politiek proberen te duiden. Politieke commentatoren hebben vandaag geen afdoende verklaringen meer voor zijn succes. Met dezelfde retoriek, smakeloosheid, gigantische beloftes, anticommunistische prietpraat en privé-agenda wint hij telkens opnieuw verkiezingen. Hij lijkt nu zijn laatste kunstje te hebben geflikt. Maar je er kunt er donder op zeggen dat hij zijn zinnen heeft gezet op het presidentschap en dat Gianfranco Fini (of Franco Frattini) over twee jaar het premierschap overneemt. Aan het hoofd van Italië staat intussen weer een man die geen andersdenkenden of autonome geesten om zich heen duldt: niet in het Quirinale (zie zijn aanval op president Napolitano voor de verkiezingen), niet in het Campidoglio (zie zijn opmerking dat hij in Rome niet met een linkse burgemeester kan samenwerken), niet in de magistratuur (zie het psychiatrisch onderzoek dat hij rechters heeft aanbevolen), niet in het voetbal (zie zijn opmerking dat Totti niet goed bij zijn hoofd is vanwege zijn keuze voor Veltroni) en niet in zijn partij (die nooit een congres die naam waardig houdt). Feitelijk verdraagt Berlusconi alleen de vuilbekken van de Lega Nord om zich heen.

Curzio Maltese, een Italiaanse columnist, zegt dat ‘het een blunder is te geloven dat één persoon de oplossing vormt, maar dat het ook een blunder zou zijn te geloven dat één man het probleem is’. Dat is juist. Wellicht kunnen in de Italiaanse geschiedenis en traditie - een jonge natie, de economische en sociale achterstand van het Zuiden, de verschillen in taal en cultuur, de dominante rol van de kerk - structurele oorzaken voor de evoluties van vandaag worden gevonden. Maar op dat soort verklaringen zitten democraten in Italië en ver daarbuiten - in de Europese Unie - niet te wachten. Het land bevindt zich in een diepe crisis. Morgen moet Veltroni verantwoordelijke politiek bedrijven, het project van de Partito Democratico gestalte geven (want de tijd daarvoor ontbrak tot dusver) en laveren tussen de buitenparlementaire communistische oppositie en een regering met een sterke xenofobe, anti-Europese component.

De analyse

Een. Veltroni slaagt er niet in te doen wat Berlusconi wel doet: een divers publiek voor zich winnen, in het Noorden én het Zuiden stemmen halen, rijk en arm achter zich krijgen en de (werkende) jongeren aanspreken. Ilvo Diamanti, een van de scherpzinnigste Italiaanse politieke analisten, ziet het goed: hij vroeg zich daags na de verkiezingen af of er een toekomst is voor een partij die, in belangrijke delen van het land, die jongeren en veel gewone mensen niet aanspreekt. Feitelijk is de politieke geografie bij deze verkiezingen niet veranderd: centrumlinks heeft een meerderheid in het centrum van het land (Emilia-Romagna, Toscane, Umbrië, de Marken) en rechts is baas in het Noorden, het Zuiden en op de eilanden. De PdL van Berlusconi is de sterkste partij in de Mezzogiorno, maar ook in de historische bolwerken van links rukt zij op: in Toscane behaalde de PdL een historisch resultaat, met 23 van 56 zetels (Kamer en Senaat samengeteld)! In Molise en Basilicata, twee regio’s die in 2006 naar centrumlinks gingen, hield Veltroni stand, maar andere zuidelijke regio’s die centrumlinks in 2006 wist te veroveren, zoals Campanië (Napels!), gingen opnieuw verloren. In het Noorden is de PD alleen in Ligurië de eerste partij. In Piemonte, Lombardije en de Veneto krijgt zij weer klappen. Daar hebben ook veel arbeiders die voorheen voor de Rifondazione Comunista stemden, voor de Lega Nord gekozen. Jongeren stemmen er overwegend rechts.

Twee. Veltroni slaagt er (voorlopig) niet in om voldoende centrumkiezers voor zich te winnen. Dat is een onthutsende vaststelling, want de PD is immers opgericht om meer centrumstemmen te halen. En om dezelfde reden heeft Veltroni ervoor gekozen om zonder de radicaallinkse partijen (vroeger verenigd in de Unione) naar de kiezer te gaan. Dat novum in de Italiaanse politiek heeft dus niet gewerkt. Of nog niet gewerkt, zeggen sommigen. Ontegensprekelijk heeft Veltroni een prijs bepaald voor het ‘bordeel’ dat de laatste regering-Prodi is gebleken, want van welfare tot de buitenlandse politiek, constant is deze regering van binnenuit het vuur aan de schenen gelegd door radicaallinks. Er restte Veltroni te weinig tijd om dat beeld te doen verdampen. Centrumkiezers in het Noorden hebben geoordeeld dat het beter was om de ondernemer Berlusconi weer aan het roer van de staat te helpen. De Partito Democratico, amper een half jaar in de steigers, kon bij de middenklassen haar project niet overtuigend genoeg verkopen.

Drie. Veltroni slaagt er niet in om voldoende linkse kiezers voor zich te winnen. Veltroni mikte op de centrumkiezers, dat was zijn strategie; maar de heimelijke hoop bestond dat voldoende linkse kiezers voor hem zouden stemmen: met de dood in het hart, om tactische redenen, om Italië nog eens vijf jaar Berlusconi te besparen. Dat scenario heeft niet gewerkt. De PD deed het niet slecht, maar een toevloed van linkse stemmen heeft niet plaatsgevonden. De stemmen van de Arcobaleno - een resem communistische partijtjes die in 2006 goed waren voor 10% van de stemmen - zijn versnipperd geraakt: van elke tien Arcobaleno-stemmers bleven drie hun keuze van 2006 trouw, twee prefereerden de PD, de rest bleef weg van de stembus of koos (in het Noorden) voor een (extreem)rechtse partij. Wellicht zat de campagne van Veltroni niet echt goed op dat vlak: sterk gericht op waarden (het lekenkarakter van de staat, tolerantie, burgerzin, cultuur, rechten voor samenwonenden), met te weinig gevoel voor gewone mensen die de stijgende levensduurte dagelijks ondervinden en in de Noord-Italiaanse steden met toenemende onveiligheid worden geconfronteerd. Ook de regering van Prodi heeft te weinig duidelijk kunnen maken dat zij een herverdelingsagenda had en niet alleen bezig was met de (broodnodige) sanering van de overheidsfinanciën. Ten slotte heeft de PD ook te weinig afstand genomen van wie politiek verantwoordelijk was voor het afvalschandaal in Napels en omgeving.

De perspectieven

Met grote voortvarendheid hebben de Italiaanse bladen - en vooral die van Berlusconi - na de verkiezingen geschreven dat de PD een interne crisis wacht, ja zelfs de Europese verkiezingen van volgend jaar niet zal halen. Rechts is euforisch in Italië: Rome en Milaan zijn in haar handen, de communisten zijn uit het parlement verdreven en de ‘Kennedy’ van de Italiaanse politiek ligt tegen het vilt. Centrumlinks worstelt bovendien met zichzelf. De PD is een jonge partij, waarvan de identiteit niet vastligt en waarin diverse politieke culturen moeten worden verenigd. In Europa lijkt dit een uniek project (sociaaldemocraten en christendemocraten in één partij), in Italië is dit een wankel experiment, prematuur en uit wanhoop geboren. Toch wordt de PD bevolkt door de fatsoenlijkste elementen uit de Italiaanse politieke klasse, en alleen daarom al is zij een doorn in het oog van Berlusconi, Bossi en konsoorten.

Laten we zeggen dat er een pessimistisch en een optimistisch scenario klaarligt voor deze partij.

Volgens sommigen is de PD in de knop gebroken. Dit is geen levensvatbaar project en de verkiezingen hebben dit zogezegd aangetoond. Het enige resultaat ervan zou zijn dat de communisten uit het parlement zijn verdwenen - iets wat de rechterzijde nooit voor mekaar heeft gekregen - en dat Italië afstevent op een oncontroleerbare situatie, met een felle buitenparlementaire oppositie die wellicht ook de PD niet zal sparen. Er leven twee zielen in de borst van de PD en sommigen bij radicaallinks zullen niet nalaten om die uit elkaar te spelen. Zo kan de PD electoraal worden ge(k)raakt en blijft Italië overgeleverd aan een deels xenofobe rechterzijde. Dat is voor een weldenkende progressieve mens absoluut geen acceptabel scenario, maar het is wel wat kan gebeuren.

Volgens anderen is het electorale resultaat van de PD - niet echt slecht, maar ook niet goed - toch een opstapje naar een meer stabiele progressieve meerderheid in de toekomst. De politieke kaart is vereenvoudigd, al kan het nooit de bedoeling zijn geweest dat radicaallinks uit het parlement zou verdwijnen. Veltroni meent dat links in de Europese samenlevingen een minderheid is geworden. Zij moet mikken op een breed bondgenootschap van mensen die de samenleving willen hervormen en niet te veel focussen op de links-rechts tegenstelling. Veltroni kijkt verder dan de voorbije verkiezingen. Het is nu niet gelukt, de voorwaarden waren niet vervuld, maar hij weigert te geloven dat het hart van veel Italianen naar deze regeringscoalitie gaat. De rechtse euforie is misplaatst. Er was geen feest op straat, alleen angst, onverschilligheid, onbegrip voor het geruzie in de regering-Prodi en veel kwaadheid om slecht bestuur dat er niet in slaagt het huisvuil van de straat te halen. De nederlaag was geprogrammeerd.

Veltroni zal nu een paar zaken in orde moeten brengen. In het Noorden heeft de PD nood aan een nieuwe structuur om haar project uit te dragen. Zonder betere resultaten in dat deel van Italië zal de PD niet ver geraken. Maar ook in het Zuiden is er werk voor de boeg. Mensen moeten worden overtuigd om niet langer tegen hun belangen te stemmen; het Zuiden heeft immers nood aan andere beslissingen dan die welke men in het Noorden - bij de Lega Nord - voorstelt. Met andere woorden, ook de komende jaren zal de herverdelingsproblematiek (tussen rijk en arm, tussen Noord en Zuid) een prominente rol spelen in het politieke debat. Het is via dit debat dat de ziel van de Partito Democratico zal worden geformeerd.

Jan Vermeersch
*Redactielid Samenleving en politiek *

Italië - sociaaldemocratie - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 5 (mei), pagina 45 tot 48