Log in

Het generatiepact revisted

Poging om in de waarheid te leven

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 6 (juni), pagina 9 tot 15

sp.a discussieert. Prachtig, laten we daar allemaal aan meedoen en we krijgen zonder enige twijfel een veel betere partij. Maar in de discussie komen geregeld verwijten terug over het generatiepact. Vooral leden en militanten die bij de vakbond aanleunen, zitten daar kennelijk mee in hun maag. Daarmee zou de partij echt een foute richting ingeslagen zijn en noch min noch meer verraad gepleegd hebben aan zijn achterban. Ik was in de totstandkoming van het pact een medespeler, zij het op de achtergrond. Ik was namelijk directeur van de beleidscel werk (zeg maar kabinetschef van de Minister van Werk) toen de onderhandelingen gevoerd werden. Ik heb zelf mijn wortels in de vakbeweging en kan niet verhelen dat de verwijten mij ook persoonlijk raken. Ik zal nochtans niet proberen het eigen gelijk aan te tonen. Hierna volgt geen omstandige inhoudelijke analyse, maar een kort overzicht van de weg die gevolgd werd. Er zijn ongetwijfeld fouten gemaakt, maar dan wederzijds. Zolang men dat niet erkent, zal de bladzijde niet omgeslagen worden. En wil men de verhouding tussen partij en vakbond normaliseren, dan moet die bladzijde gewoon gedraaid worden. Poging in de waarheid te leven is de titel van een boek van Václav Havel. Hij was dissident onder het communistische regime in Tsjechoslowakije en werd later president. Laat ons gewoon de waarheid onder ogen zien. Dat lijkt me een noodzakelijke voorwaarde om elkaar in de ogen te kunnen kijken. Alle verhoudingen in acht genomen, was het ook in Zuid-Afrika een onmisbare stap om tot een normale samenleving te komen.

Een socialist zet de sociale zekerheid niet op het spel

Het begint met de regeringsverklaring in 2003. De regering kondigde maatregelen aan om de vergrijzing aan te pakken. Minister Frank Vandenbroucke liet de Hoge Raad voor Werk een studie uitvoeren, maar er werden tegelijk ook andere gemaakt. Allemaal kwamen ze tot de conclusie dat opgetreden moest worden, wil men de problemen de baas blijven. Men kan op dat moment natuurlijk het studiewerk nog verder uitpuren, maar die conclusie bleek niet te vermijden. Om ze nog anders te formuleren: als werknemers niet langer aan het werk blijven, komt vanaf 2010 en zeker vanaf 2015 de betaalbaarheid van de pensioenen in het gedrang. Ook de kost voor de gezondheidszorgen wordt steeds moeilijker draagbaar. Die boodschap vond Minister Van den Bossche midden 2004 op haar werktafel, toen zij het roer van haar voorganger overnam. Niets doen was geen optie. Een socialist zet de sociale zekerheid niet op het spel! Er was de regeringsverklaring en er was een wetenschappelijk onderbouwde argumentatie om niet te dralen. Hoogstens kon men bekvechten over het precieze jaartal: 2010, 2015 of misschien later. Maar er zullen vroeg of laat problemen zijn. Eigenlijk ontkenden ook de sociale partners dat niet. Er was alleen het boekje van de ACV-studax Gilbert Deswert, dat hem de bijnaam negationist opleverde. Maar zelfs hij ontkende niet dat er een probleem is; wel twijfelde hij of al onmiddellijk maatregelen nodig waren. Voor de rest erkende iedereen dat er zich een sombere wolk over de toekomst gevormd had.

De partners bedanken om het zelf te doen

Vandaar dat de Minister al in de zomer 2004 contact nam met alle sociale partners. Sommigen lieten haar overigens vrij lang wachten. Haar eerste idee was om de partners de discussie alleen te laten voeren. Die stonden op het punt de gesprekken over een Interprofessioneel akkoord aan te vatten. Freya Van den Bossche vroeg hen daarin ook plaats te voorzien voor de eindeloopbaanproblematiek. Geen van hen is daar willen op ingaan. Het heette dat de kar te vol geladen zou worden. Ze hadden te veel andere problemen op te lossen. Dat zal wel, maar de waarheid is toch ook dat ze vreesden die discussie niet tot een goed einde te kunnen brengen. Ze lieten daarom de kans liggen om zelf het heft in handen te houden. Zouden ze gelukt zijn, indien ze er toch aan begonnen waren? De sfeer was in ieder geval heel slecht. Het VBO was op het einde van die zomer naar buiten gekomen met een zeer agressieve boodschap over arbeidsduurvermeerdering. Zelfs het IPA werd uiteindelijk niet door alle organisaties ondertekend. Er was overduidelijk een enorm wantrouwen onder de partners. Maar ze hebben het hoe dan ook gewoonweg niet geprobeerd!
Het spreekt vanzelf dat de Minister er daarna niet aan gedacht heeft om dan maar alleen verder te gaan. De partners moesten bij de discussie betrokken blijven. Maar dan kreeg ze als rekwest: eerst het IPA! En op het einde van dat jaar hadden de vakbondsleiders internationale verplichtingen in het buitenland. Maar ondertussen mocht er wel op een technisch niveau gesproken worden. Dat bleek een codewoord om te zeggen: er mag gedaan worden alsof er gesproken wordt. Alle partners stuurden mensen naar de werkgroep die geen enkel mandaat hadden om ook maar iets te zeggen, laat staan om zich ook maar tot iets te verbinden. Tot eind 2004 moesten de studies bekeken worden, daarna moesten de verschillende oplossingen met elkaar vergeleken worden. De technici stelden vragen en nog eens vragen, maar het leverde allemaal niets op. Om gek te worden gewoon.

De regering wil het brugpensioen niet afschaffen

Om aan de buitenwereld een duidelijk signaal te geven dat de discussie toch niet begraven werd, organiseerde de regering in november 2004 een ‘hoogmis’ in het Brusselse Egmontpaleis. Er werden 32 richtsnoeren wereldkundig gemaakt. Er is op het niveau van de regering over onderhandeld, zodat we van een regeringstekst mogen spreken. De tekst begint met de opsomming van een aantal principes. Die wijzen er duidelijk op dat de regering niet uit was op een confrontatie met de partners. Niet raken aan de wettelijke pensioenleeftijd was het eerste principe. Het tweede: voor wie al in een systeem van vervroegde uittreding zit, verandert niets. Het laatste: toegangsvoorwaarden, financiële voorwaarden en duur van de uittredingsstelsels kunnen worden veranderd. Met andere woorden: aan de pensioenleeftijd wordt niet geraakt en het brugpensioen blijft bestaan. Er blijft ook een specifieke regeling voor zware arbeidsomstandigheden en voor bedrijven in herstructurering. Maar er zullen in de toekomst minder mensen op brugpensioen kunnen vertrekken. Daarnaast sloegen de richtsnoeren op mogelijkheden om oudere werknemers te stimuleren om langer aan de slag te blijven en om werkgevers aan te moedigen om oudere werknemers in dienst te houden. Het was toen al duidelijk dat geprobeerd moest worden op de hele loopbaan in te werken om werknemers langer in dienst te houden. Minister Van den Bossche heeft dit in oktober 2004 nog eens benadrukt in een bijdrage voor Samenleving en politiek (jg.11, nr.8). Toen lanceerde zij voor het eerst de idee dat brugpensioen bij herstructureringen wel mogelijk moet blijven, maar niet de eerste en vanzelfsprekende oplossing mag zijn. Ze had het toen ook al over tewerkstellingscellen, die alles op alles moeten zetten om de bedreigde werknemers opnieuw aan het werk te helpen.

Processie van Echternach

De richtsnoeren waren een uitgangspunt, geen eindpunt. Maar de partners hebben de uitgestoken hand niet aangenomen. Ze hadden zelf tegenvoorstellen kunnen doen of amendementen op de richtsnoeren kunnen indienen, maar ze hebben in de technische werkgroepen alleen maar tijd laten verliezen. Toen hen begin 2005 de vraag gesteld werd om eindelijk eens ernstig te beginnen, kwamen zij op de proppen met de sectorale onderhandelingen. Die moesten eerst afgerond zijn, vooraleer er echt over de eindeloopbaan kon worden gesproken. Ongeveer rond Pasen probeerde de regering een nieuwe tactiek uit. Gedaan met de gesprekken met de technici, wel spreken met politieke verantwoordelijken, zij het niet noodzakelijk de toponderhandelaars. Spreken, niet onderhandelen. Proberen te achterhalen waar er vooruitgang in de discussie mogelijk was en waar het absoluut onmogelijk zou zijn om een compromis te bereiken. Een lijst opstellen, meer niet. Dat bleek toch wel zeer moeilijk, maar er werd enige vooruitgang bereikt. Probleem was dat de partners dat niet in openheid wilden doen. Eigenlijk heeft de basis van de vakbonden nooit echt geweten dat die gesprekken plaatsvonden.
Op een bepaald moment overhandigde de top van het ACV aan de Minister van Werk een zeer duidelijke lijst. Daarin stond wat aanvaardbaar was en wat niet. De voorzitter van het ACV heeft het er later in een uitgebreid interview in Knack over gehad. Hij was ontgoocheld over de reactie van de Minister Van den Bossche, die de tekst zonder meer van tafel zou hebben geveegd. Haar kabinetschef, zo staat er in het weekblad, had nochtans gezegd dat het een interessante tekst was. De Minister had verwacht dat de christelijke vakbond wat meer zou bieden dan een overzicht van standpunten waar zij konden mee leven en niet. Ze had duidelijke compromisvoorstellen gewenst. En gezien de tijdsinvestering die de gesprekken ondertussen gekost hadden, was dat ook een normale verwachting. De kabinetschef, die de technische vertragingsmanoeuvres en de informele gesprekken met de politieke verantwoordelijkheden had meegemaakt, wist dat dit te vroeg was. Maar eigenlijk had de Minister gelijk. We waren bijna een jaar bezig en er was nog altijd niets fundamenteels gebeurd!

De nota Vanthuyne is een discussietekst

De Minister besliste toen om een tekst op de onderhandelingstafel te deponeren. Het was geen regeringstekst. Het was niet eens een tekst die haar eigen visie vertolkte. Die nota zou later bekend worden als de nota Vanthuyne, omdat de ambtenaar die de pen gehouden had zijn naam op iedere bladzijde had laten staan. Er is door de vakbonden moord en brand over geschreeuwd. Het zou een onevenwichtige tekst zijn, die vooral standpunten van het VBO vertolkte. Ik daag iedereen uit een lijst te maken met twee kolommen. In de ene kolom schrijft men de voorstellen die de vakbonden goed uitkomen, in de andere de voorstellen waar het VBO en UNIZO makkelijker kunnen mee leven. Ik maak me zonder meer sterk dat de kolommen ongeveer even lang zullen zijn. We hadden er echt goed over gewaakt dat er een evenwicht zou zijn. Maar je moet een evenwicht ook wíllen zien. Hoe dan ook, over de bedoeling van de tekst is waarschijnlijk onvoldoende duidelijk gecommuniceerd.

Over de tekst is ook niet op voorhand op het niveau van de regering gesproken. Dat zou trouwens heel moeilijk geweest zijn, want het was een uitgebreide tekst. Het zou weken en weken gevraagd hebben om er overeenstemming over te bereiken en vrijwel zeker zou er dan geen goed evenwicht meer in zitten. Maar toen de sociale partners negatief reageerden, haastte op regeringsniveau iedereen zich om zich van de tekst te distantiëren. Vooral de PS liet zich niet onbetuigd om te tonen dat ze eigenlijk aan de kant van de vakbonden stond. Dat is natuurlijk dodelijk voor wie met de tekst vereenzelvigd wordt. En wat erger is: het zou nog vele maanden duren vooraleer een regeringsstandpunt afgesproken zou worden. Het was op zich al een probleem dat niet de verantwoordelijke Minister van Werk de onderhandelingen kon voeren. Ze moest altijd de bijna voltallige regering meenemen. Maar wat erger is, op de regeringsbank werd vooraf geen standpunt afgesproken. Zo kun je niet onderhandelen! Zo bak je op voorhand een mislukking in. Er is altijd wel iemand die afstand neemt, die het anders ziet. Om het helemaal complex te maken vervoegde de Minister van Buitenlandse Zaken op een bepaald moment de onderhandelaars. Hij had met de materie niets te maken, hij was ook geen vice-premier. Maar hij kwam toch de onderhandelingen mee bepalen. En dan had zijn bijdrage vooral betrekking op het element sanctie, wat voor de vakbonden gewoon olie op het vuur was.

De nota Vanthuyne werd net voor de zomervakantie 2005 uitgedeeld. Die hele zomer is er over gesproken tussen de regering en de sociale partners. Vlak na de zomer waren de standpunten langs beide kanten al flink bijgestuurd. Er is die zomer zelfs een nieuwe versie van de tekst geschreven die al in de richting van een compromistekst ging. De tekst is nooit gebruikt. Al vlug bleek namelijk dat de partners wel wilden discussiëren, maar dat mocht niet geweten worden. Vooral de vakbonden wilden enkel informeel meedoen. Tekenend is dat na de vakantie een speciale editie uitgegeven werd van De Nieuwe Werker, het ledenblad van het ABVV, waarin commentaar en kritiek gegeven werd op de oorspronkelijke versie. Over de zomergesprekken werd met geen woord gerept. De achterban kreeg de indruk dat de regering per se de nota Vanthuyne wou doordrukken! Het is ook waar dat niet iedereen haast maakte met de gesprekken. De voorzitter van het ACV heeft in hetzelfde Knack-interview gedaan alsof de gesprekken pas vooruit gegaan zijn op het ogenblik dat Minister Van den Bossche bevallen was en dus niet meer meedeed. Dat is niet waar. De gesprekken sleepten zich voort, onder meer omdat op dat moment een van de onderhandelaars zich voorbereidde op een belangrijk congres. Ze mochten pas achteraf ten volle gevoerd worden.
Luc Cortebeeck had in juli 2005 verklaard dat zijn organisatie bereid was te staken. Dat was voor het ABVV een reden om zich extra militant op te stellen. Het kan in de geest van de ABVV-ers niet dat zij minder militant zouden zijn dan het ACV. Na de zomer stuurden daarom velen aan op een confrontatie. Ze zouden het ACV nu eens aan de woorden van hun voorzitter herinneren!

De regering, ik heb er al op gewezen, nam ondertussen geen standpunt als regering in. Dat was koren op de molen van wie beweerde dat zij uiteindelijk het brugpensioen wilde afschaffen. Reeds in de richtsnoeren was duidelijk dat dit niet de bedoeling kon zijn. Minister Van den Bossche en de toenmalige voorzitter van sp.a hadden trouwens al herhaaldelijk publiek gezegd dat dit niet het geval kon zijn. Eigenlijk geloofden de mensen dat niet meer. En op die manier is de hele discussie vooral een discussie over brugpensioenen geworden. Waarschijnlijk heeft de Minister van Werk daar te weinig weerwerk tegen geboden. Reeds de naamkeuze in het begin - eindeloopbaandebat - was niet zo goed. Maar waarschijnlijk is er hoe dan ook te veel gefocust op die eindeloopbaan. Het is vooral de PS geweest die - terecht - heeft aangedrongen op een verruiming. Maar wat er in de uiteindelijke overeenkomst stond over jongeren en sociale zekerheid kon nooit meer in de volle schijnwerpers geraken.

Stommiteiten

Hierbij komen nog een paar belangrijke stommiteiten. Men moest zonodig de speciale brugpensioenregeling voor de metaal aanvallen. En waarschijnlijk zijn daar meer dan voldoende argumenten voor te vinden. Maar wie de vakbonden ook maar een klein beetje kent, kon weten dat dit een enorme agressie zou opwekken. De metaalcentrales zijn binnen de vakbonden nu eenmaal zeer militante centrales. Het is achteraf ook gebleken dat de regering op dat punt bakzeil moest halen. Het was een strategische fout, want ondertussen was er heel veel emotie rond ontstaan. En emotie die overkookt, laat hoe dan ook een wrang gevoel achter.
Van dezelfde orde is de aanval op de kleine Canada Dry-regeling. Dat men de regeling van het brugpensioen niet kan veranderen zonder ook aan die Canada Dryregelingen te raken, is evident. Anders werken ze als communicerende vaten: minder brugpensioen leidt gewoon tot meer Canada Dry. Maar dat het nodig is om aan de kleine opleg, die veel sectoren voorzien, te tornen is een ander zaak. Het gaat om zoiets als 5 euro per dag, een bedrag dat het verschil kan uitmaken tussen net niet en net wel toekomen. Wie vindt dat hij die van de kleine mensen mag afpakken, is bezig met mensen pesten. Het gaat hier niet om mensen met grote inkomens! En toch bleef de regering - ook de socialisten binnen de regering - daar een hoofdstrijd van maken. Wie zijn eigen mensen sart, kan hun vertrouwen niet behouden! Het is trouwens achteraf gebleken dat het enige zinvolle dat men kon doen, was om over die aanpak een streep te trekken. Er is uiteindelijk niets van overgebleven, maar ten koste van heel veel emoties.
Maar ook de vakbonden verloren op een bepaald moment de pedalen. De ABVV-onderhandelaars kregen van hun mandaatgevers geen enkele speelruimte. Ze kwamen naar de onderhandelingstafel om steeds opnieuw te herhalen dat niets mogelijk was. Na enige tijd speelden ze gewoon niet meer mee. Ik zeg dit met spijt in het hart, maar het is de waarheid. Geen enkele onderhandelaar kan op die manier een resultaat bereiken. De ACV-verantwoordelijken probeerden wel te onderhandelen. Er werd op een bepaald moment apart met hen gesproken, ook door sp.a en PS. Dat heeft - en dat is begrijpelijk - heel veel kwaad bloed gezet, maar het was dat of het hele project onmiddellijk begraven.

Leeftijd van het brugpensioen toch op 60

Luc Cortebeeck heeft zijn nek uitgestoken en dat heeft hem bijna zuur opgebroken. In de discussie over het brugpensioen lanceerde sp.a een piste waarbij de leeftijd voor het brugpensioen op 56, 57 en 58 jaar zou worden vastgelegd. De voorwaarden tot de toegang zouden zodanig bepaald worden dat er uiteindelijk minder werknemers van zouden kunnen genieten. De liberalen wilden echter per se een verhoging naar 60 jaar. In praktijk hoefde er voor hen niet veel te veranderen, daarvoor zouden er voldoende uitzonderingen toegestaan worden. Maar de regel moest 60 worden. Cortebeeck kon de eerste piste volgen, niet de tweede. Uit informele gesprekken met voorzitters van centrales wisten we dat ook binnen het ABVV een oplossing in die richting doenbaar was. Maar op een bepaald moment gaf vice-premier Laurette Onkelinx toe. Ze verklaarde zich ermee akkoord dat de regel 60 jaar zou worden, maar dat er ruime uitzonderingen zouden komen. sp.a is haar vrij vlug gevolgd. Ik weet tot op vandaag niet echt waarom, maar het is een belangrijke fout geweest. Misschien vreesde men nooit tot een oplossing met de liberalen te kunnen komen. Maar hoe dan ook, daardoor is de indruk gewekt dat ook de socialisten de leeftijd omhoog wilden. Cortebeeck liet zich ook om de tuin leiden. Er is op een avond en op zijn vraag een mail naar hem verstuurd. Ook daar verwijst de voorzitter naar in zijn latere Knack-interview. Hij had die mail aan de premier gevraagd om zijn achterban ervan te overtuigen dat de leeftijd niet zou veranderen. De tekst was echter heel dubbelzinnig opgesteld, zodat de premier er achteraf alle kanten mee uitkon. En om het helemaal bont te maken: de andere partners kregen de tekst niet op papier, maar moesten het doen met een voorlezing.
Het ABVV had ondertussen eenzijdig een staking uitgeroepen. Het liet het ACV niet eens meebeslissen over de datum. Het ACV kon niet anders dan volgen. Op de dag zelf bleek de stakingsbereidheid een stuk groter dan de leiders zelf hadden ingeschat. Toen was het hek natuurlijk van de dam. We waren dan al bijna eind 2005. Op 28 oktober kwamen er nog 100.000 vakbondsmilitanten op straat. De regering kon niet meer terug, de vakbonden evenmin. Maar eigenlijk stonden ze niet meer zover van elkaar. Vooral de aanvulling langs de kant van de bestrijding van de jongerenwerkloosheid en de sociale zekerheid hadden in normale omstandigheden een glijmiddel moeten zijn. Ze zijn er vooral gekomen onder impuls van de PS. Maar het kon niet meer baten. De breuk was reëel.

Een balans

In de zomer van 2004 besefte iedereen dat er iets moest gebeuren aan de vroege uitstap van werknemers in ons land. Er is echter nooit overeenstemming bereikt over de dringendheid van een ingreep. De sfeer onder de partners was ook behoorlijk verziekt. En de regering slaagde er niet in om eensgezind achter een doelstelling te staan. Op die manier zijn onderhandelingen bijna niet tot een goed einde te brengen. En toch is een akkoord niet ver geweest. Toen ik na de verkiezingen van 2007 mijn bureau moest opruimen en alle elementen van het generatiepact nog eens in handen nam, ook elementen die niet in de media geweest zijn, was dat in elk geval mijn overtuiging. Ik heb alles in een doos gestoken en aan het Amsab - Instituut voor Sociale Geschiedenis overgemaakt. Ik denk dat een jonge student binnen een aantal jaren een mooie thesis zal schrijven, waarin hij mijn stelling zal kunnen staven. Als dat zo is, hebben we een kans gemist. Ik denk dat het generatiepact vandaag een onmiskenbare uitwerking heeft, maar het had veel beter gekund.

De partners hebben het niet aangedurfd de discussie onder elkaar te voeren. Zij hebben het aan de regering afgegeven, maar verloren daardoor natuurlijk ook het initiatief. Ze wisten dat de regering voort wilde maken, maar hebben moedwillig gedurende maanden vertragingsmanoeuvres uitgevoerd. Daarmee maak je een oplossing niet makkelijker. Ze hebben al die maanden niet gecommuniceerd over wat er aan het gebeuren was, zodat hun kader en hun achterban ervan uitging dat er niets gebeurde. De nota Vanthuyne kwam dan ook als een donderslag bij heldere hemel. Die nota is zowel door de regeringsleden als door de partners onheus behandeld. Er werd een standpunt in gelezen, terwijl hij een uitgangspunt voor een discussie wilde zijn. Maar wat erger is, over de vooruitgang in de discussie over die nota werd opnieuw niet gecommuniceerd, zodat de indruk gewekt werd dat de regering halsstarrig op zijn positie bleef staan. Het ACV deed stoer en dreigde met een staking. Het werd er achteraf door het ABVV op vastgepind. Het ABVV gaf zijn woordvoerders geen millimeter speling. Zo konden die niet aan de onderhandelingen blijven deelnemen. Ze werden op een bepaald moment dan ook gewoon aan de kant gezet! In het algemeen is de hele discussie psychologisch beperkt geweest tot een discussie over brugpensioenen. De positieve maatregelen over jongeren en de sociale zekerheid leken wel ondergesneeuwd.
Maar ook de regering gaat niet vrijuit. Het was een cruciale fout om de tekst Vanthuyne op tafel te leggen, zonder dat de hele regering er achter stond. De idee van een discussietekst bleek niet te werken. Het was niet doenbaar om de onderhandelingen met de hele regering te voeren. Er werd geen regeringsstandpunt afgesproken en op de bank van de regering zaten een paar ideologische scherpslijpers. Met hen was een behoorlijk akkoord niet mogelijk. Er zijn ook een paar psychologische blunders geweest, met name de aanval op de metaal CAO’s en de kleine Canada Dry’s. Maar de doodsteek kwam bij manier van spreken door de aanvaarding van de regel van 60 jaar voor het brugpensioen. Dat gaf de indruk dat de leeftijd opgeschoven werd.

Luc Vanneste
Redactielid

cartoon: © Arnout Fierens

generatiepact - sociale dialoog - vakbond - pensioen

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 6 (juni), pagina 9 tot 15