Log in

'Simone de Beauvoir - Alles welbeschouwd'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 6 (juni), pagina 54 tot 55

Simone de Beauvoir - Alles welbeschouwd

Joke J. Hermsen (red.)
Klement/Pelckmans, Kapellen/Kampen, 2008

Simone de Beauvoir is honderd jaar geleden geboren. Ik kan mij vergissen, maar ik heb de indruk dat dit aan Vlaanderen voorbijgaat. Zij is natuurlijk al twintig jaar dood, maar echt begrijpen doe ik het niet. Natuurlijk zijn haar romans ietwat gedateerd. Ze lezen echt niet meer zo vlotjes. En natuurlijk zijn er belangrijker filosofen. Maar wie zich herinnert hoeveel mensen zij bij haar leven bewogen heeft, kan alleen maar verwonderd zijn over het stilzwijgen waarin men haar hult. Of is het onverschilligheid? Zij is voor miljoenen vrouwen een lichtbaken geweest!
Dan is er nu toch een monografie, samengesteld door Joke J. Hermsen. Alleen reeds de verschijning is toe te juichen. Het boek heeft het nadeel van alle monografieën die door verschillende auteurs zijn geschreven. Het is gewoon nauwelijks een boek, want tussen de stukken is er weinig samenhang. Soms is er zelfs overlapping. Toch is het de moeite om het boek te lezen.

De auteurs tonen de veelzijdigheid van Simone de Beauvoir. Ze tonen ook dat zij wel degelijk een zelfstandig filosofe was en niet alleen maar de vriendin of de muze van Sartre. De Beauvoir was veel minder dan Sartre gefixeerd op het bewustzijn. Ze benadrukte de eenheid van lichaam en bewustzijn en schrijft positief over emotie. Juist de ontroering bijvoorbeeld laat toe de ander te ontmoeten. Sartre had zelf heel wat meer moeite om filosofisch bij de ander uit te komen. De Beauvoir was zeker niet extreem individualistisch. Waarschijnlijk stond zij op dat punt veel meer onder invloed van Maurice Merleau-Ponty. Hoe dan ook, haar Een moraal der dubbelzinnigheid, die ook in het Nederlands vertaald is, blijft zeker de moeite waard.

Natuurlijk heeft De tweede sekse uit 1949 heel wat meer invloed gehad. Het blijft een monument, dat zonder enige twijfel de vrouwenstrijd gevoed en gesteund heeft, ook van vrouwen die het boek misschien niet gelezen hebben. Echt belangrijke boeken hebben immers invloed los van de lectuur. Ook in dat boek toont zij zich niet zomaar een volgelinge van Sartre. Zij blijft voortbouwen op de idee van ambiguïteit, namelijk dat er wel degelijk ook een lichamelijke dimensie is die we onder ogen moeten durven zien. Er komt geen definitieve verzoening tussen de seksen. De ander zal ander blijven, maar het moet mogelijk zijn toch zonder vijandschap samen te leven.

De bundel schenkt gelukkig ook aandacht aan het werk van de Beauvoir over ouder worden. Eigenlijk verschilt haar analyse van de bejaarde niet veel van die van vrouwen. De vrouw is de ander, de man is het essentiële. Ook de bejaarde wordt volgens eenzelfde mechanisme uitgesloten. Actueel werk, zou ik denken. En wie het (her)leest, neemt er ook best haar twee boeken over ‘afscheid nemen’ bij, het afscheid van haar moeder en van Sartre. Heel mooi en ontroerend.

Magda Michielsen vat naar mijn aanvoelen de betekenis van Simone de Beauvoir voor de vrouwenbeweging het best samen: ‘Het was gedurende vele jaren gemakkelijker om de vrouwen aller landen te verenigen dan om de proletariërs aller landen te verenigen. Het bijzondere is dat de Beauvoirs eigen ideeën veel bijgedragen hebben aan het leveren van die bindende kracht’. (p. 115)

Ik herhaal dat de publicatie van het boek over Simone de Beauvoir moet worden toegejuicht. De samenstellers geven een behoorlijk beeld van het denken van de grote Française. Stiekem hoop ik dat er in dit jaar toch nog wat meer rond gedaan wordt.

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 6 (juni), pagina 54 tot 55