Log in

China: de comeback van Confucius

De openingsceremonie van de Olympische Spelen in Beijing was een mooi staaltje van hoe de Chinese maatschappij werkt. De omvang van het indrukwekkende spektakel weerspiegelde het massale van China. De gigantische aantallen mensen die rimpelloos, als één organisme, bewegingen uitvoerden toonde een georkestreerd militairachtig groepskarakter, een perfect raderwerk waarbij ieder zijn rol op zich neemt. De gesofisticeerde opeenvolging van de uren durende evenementen weerspiegelden het organisatietalent van China.

Inleiding

De Chinese cultuur is geïnspireerd door twee belangrijke filosofieën die China duizenden jaren tot op vandaag hebben gedomineerd: het taoïsme en het confucianisme. Beide systemen zijn holistisch.
Het holistische denken ziet socio-politieke fenomenen in relatie met natuurlijke kosmische patronen in een proces van onderlinge afhankelijkheid van oorzaak en gevolg.1 Dat betekent dat alle dingen in het universum met elkaar verbonden zijn. Ook de mens maakt deel uit van dat systeem; zijn acties hebben invloed op de rest. Het holistische gedachtegoed zorgt ervoor dat China, ook vandaag nog, veel belang hecht aan numerologie, windrichtingen, sterrenstanden, enzovoorts. Die numerologie kwam duidelijk tot uiting zowel bij de voorbereiding van de Olympische Spelen als bij de openingsceremonie zelf: de Spelen begonnen om 8 minuten na 8 op 8 augustus 2008, 2008 paukenspelers, 2008 schaduwboksers (taijiquan), de Olympische mascottes refereren aan de Vijf Elementen2, de voetstappen van vuurwerk tijdens de openingsceremonie liepen langs de Noord-Zuid as3 van Beijing, een as die cruciaal is in de principes van de Fengshui 4, het systeem volgens hetwelk heel de stad is opgebouwd.
De openingsceremonie liet er ook geen twijfel over bestaan dat Confucius terug is in China. Een van de adembenemende scènes werd gevormd door duizenden als literaten5 geklede acteurs met klassieke geschriften in de hand die confucianistische spreuken scandeerden zoals ‘Wanneer een vriend van ver komt, is dat geen geluk?’ uit de Lun Yu, de Analecten van Confucius.6 Tijdens de ceremonie werd het Chinese karakter voor ‘harmonie’ (he) gevormd.
Confucius is helemaal terug en daarmee ook de etiquette, de rituelen, een vaste plaats voor iedereen in het hiërarchische systeem van sociale status. Iedereen in het hele raderwerk kent zijn plaats en gedraagt zich overeenkomstig daarmee. Bij ceremonieën weerspiegelt de plaatsbepaling van de zitplaatsen de hiërarchie tussen de mensen. Jacques Rogge, voorzitter van het IOC, zat rechts van president Hu Jintao, op de plaats waar de belangrijkste gast volgens zijn status in deze omstandigheden hoort te zitten.

Nu China sterker wordt (en de impact van de communistische ideologie zwakker) zien we een heropleving van de traditionele Chinese cultuur in al zijn aspecten. Taoïsme en confucianisme worden opnieuw actief gepromoot. De Chinese regering promoot een samengaan van een harmonieuze maatschappij (harmonie is het sleutelbegrip in het confucianisme) en een wetenschappelijke ontwikkeling. Modern China is dus een mengeling van communisme, confucianisme, taoïsme en modernisering door wetenschap en technologie. Decennialang al is China bezig technologische kennis op te slorpen. China maakte de stap van planeconomie naar ‘markteconomie met Chinese karakteristieken’. Die term ‘Chinese karakteristieken’ betekent dat de overheid marktmechanismen tot op zekere hoogte toelaat, maar tegelijkertijd controle behoudt over wat het cruciaal acht: telecommunicatie, energie, enzovoorts. De modernisering en ontwikkeling in China bereiken stilaan maar zeker een maturiteit waarbij steeds minder uit het buitenland zal worden opgeslorpt en waarin steeds meer in de traditie zal worden gezocht naar geschikte oplossingen voor de problemen van deze tijd.
Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat China een bloeiperiode kent na het opslorpen en assimileren van vreemde invloeden.

Confucianisme versus ‘Verlichting’ begin 20ste eeuw

Eind 19de en begin 20ste eeuw werd het traditionele sinocentrische wereldbeeld in China vervangen door het Westers wetenschappelijke denken, het ‘nieuwe leren’ (xin xue), geïnspireerd door de westerse Verlichting. In 1905 werd het confucianistische staatsexamen, dat China eeuwenlang had voorzien van een uitgebreid ambtenarenapparaat, afgeschaft. Darwin, Newton, Huxley, Smith, Stuart Mill, Spencer, Montesquieu, Kant, Nietzsche, Schopenhauer en vele andere werden in het Chinees vertaald. Er werd gesproken over de ‘Verlichting’ van China. De Vier Mei Beweging in 1919 werd symbool voor de veranderingen in de Chinese maatschappij. Chen Duxiu, een van de prominente figuren van de nieuwe beweging, promootte ‘Mr. Science and Mr. Democracy’. Het confucianisme kwam onder vuur en werd verantwoordelijk geacht voor de achterstand van China. De fascinatie voor het Westen moet uiteraard tegen de achtergrond van de tijd worden gezien. Na de Opiumoorlog in 1840 kende China onophoudelijk oorlogen waarbij het land het onderspit moest delven. Westerse mogendheden probeerden delen van China te koloniseren en dat lukte ook gedeeltelijk. Het land voelde zich verplicht om westerse kennis te verwerven om te kunnen weerstaan aan de internationale militaire macht.
De verwesterlijking lokte echter felle discussies uit tussen de voorstanders van het westerse gedachtegoed en de voorstanders van de eigen traditie. Het ‘Nieuw Confucianisme’ kwam dan ook in de jaren 1920-30 als tegenreactie tegen de golf van ‘verwestering’ die aan de gang was. Het confucianisme werd gezien als middel tegen westerse dominantie. In 1921 schreef neo-confucianist Liang Shuming zijn invloedrijke boek East - West Cultures and their Philosophies (Dong xi wenhua ji qi zhexue) waarin hij het confucianisme verdedigde en een te grote overname van westerse instituties afkeurde.

Communisme vervangt confucianisme

Sinds 1949 is in China één partij aan de macht: de Chinese Communistische Partij (CCP). Daarnaast bestaan in China acht andere, ‘democratische’ partijen. Die hebben echter enkel een adviserende rol. Eens een beslissing is genomen door de CCP moet iedereen volgen.
De CCP, die als oorspronkelijk doel had een klasseloze maatschappij te creëren, trachtte tijdens de jaren van Mao Zedong de confucianistische invloeden, hun hiërarchie, ritueel en harmonie uit te roeien. Vooral tijdens de Culturele Revolutie en in de jaren 1970 met onder meer de anti-Confucius campagne werd geprobeerd om Confucius voorgoed naar de geschiedenis te bannen.
De CCP leek zich echter niet bewust te zijn van het feit dat ze zelf geïnspireerd werd door wat ze probeerde uit te bannen. In Marx against Marxism _7 drukt Loewenstein het helder uit: _The mystical ‘great harmony’ of old changed into the scientific ‘great harmony’ of Communist society, and the passive subordination under heaven changed into active commitment to the collective; but the impersonal and authoritarian hierarchy, datong (the great togetherness), was preserved. Content and attitude changed but not the structure. Where once practical actions were accompanied by Confucian ceremonies, they were now accompanied by quotations of Mao.
De communistische centralistische organisatie die tot op vandaag de administratie en allerlei instituten (als media, onderwijs, sport) in China structureert, is inderdaad perfect compatibel met wat China eeuwenlang had gekend. De keizer en zijn ambtenarenapparaat werden vervangen door de CCP en haar kaderleden, maar het controle- en organisatiesysteem was niet nieuw. Het idee van het rolmodel dat de anderen moest inspireren, werd eveneens overgenomen van het confucianisme. Het rolmodel was nu de maoïstische revolutionaire held in plaats van de confucianistische literaat, maar het systeem was hetzelfde.
De CCP deed ook een poging om de nauwe samenhang van Chinese families, die door de eeuwen heen de basis waren geweest in de confucianistische maatschappij, te doorbreken. Een Chinese familie is een afspiegeling van de centralistische structuur van de traditionele maatschappij. Specifieke termen binnen de Chinese familie benoemen ieders plaats binnen de familiepiramide op basis van leeftijd, geslacht, al dan niet aangetrouwd. Op die manier blijft de hiërarchie bestendigd. Het invoeren van het systeem van de communistische werkeenheid, een systeem waarbij iedereen woont waar hij werkt, en waarbij dus het werk bepaalt waar iemand woont eerder dan familiebanden, had in vele gevallen tot gevolg dat familieleden ver van elkaar woonden.

Na het invoeren van de hervormingen in 1978 en de ontmanteling van het systeem van de werkeenheid, herstelde de Chinese maatschappij zich van het totalitaire communisme van tijdens Mao Zedong. Door de heropleving van allerlei tradities in het liberalere klimaat van de jaren 1980 werd al gauw duidelijk dat de CCP de oppervlakte van de Chinese maatschappij een nieuw laagje vernis had gegeven maar dat daaronder het traditionele China diep geworteld bleef.
Dit neemt niet weg dat de klassenstrijd ook positieve gevolgen heeft gehad voor de hedendaagse Chinese maatschappij. De positie van de vrouw is volgens het confucianisme ondergeschikt aan de man. Traditioneel gehoorzaamt ze eerst aan haar vader, dan aan haar man, en dan aan haar zoon. Door het communisme kende China een vrouwenemancipatie. In vergelijking met andere confucianistisch geïnspireerde landen als Japan en Korea is de vrouw in China duidelijk meer geëmancipeerd. Al leeft ook in China het traditionele patroon nog voort op vele plaatsen.

Confucius’ Comeback

Ondanks de verwoede pogingen van de CCP om Confucius’ invloed uit te schakelen, is hij nooit helemaal weggeweest. Tot vandaag blijft de Chinese maatschappij sterk hiërarchisch. Het confucianistische gedachtegoed zit zo diepgeworteld in de Chinese cultuur dat enkele decennia communisme slechts een rimpel op het wateroppervlak lijken te zijn geweest. Na de introductie van de hervormingen in 1978 laaiden de discussies over marxisme en confucianisme opnieuw fel op. De confucianistische traditie maakte opnieuw opgang. De Academy of Chinese Culture, voorgezeten door Tang Yijie, professor filosofie aan Beijing Universiteit en fel verdediger van Confucius, pleitte voor een heropleving van de confucianistische traditie om de westerse dominantie te overwinnen.
In de jaren 1980 was er immers opnieuw een golf van buitenlandse invloeden met massale vertalingen in het Chinees. Zowat alles wat op filosofisch en theoretisch vlak in het Westen ooit was geschreven, werd in een periode van een aantal jaren in het Chinees vertaald.8 In het ideologische vacuüm na de Culturele Revolutie weerklonken verschillende stemmen die elk hun visie over de toekomst van China verdedigden. De discussies over hoe het met China verder moest, laaiden hoog op en resulteerden in wat in China de ‘Culturele koorts’ (wenhua re) werd genoemd. Verschillende trends kunnen worden onderscheiden.9 De Futurologen kunnen worden gezien als een voortzetting van de Vier Mei beweging. Zij verdedigden een verwestering in drie stappen: de introductie van geavanceerde technologie, de versterking van democratie en wetgeving en snelle hervorming van de economie. De Hermeneutici bestonden uit een jongere generatie van wetenschappers, allemaal geboren na 1949 en dus doordrongen van het socialistische gedachtegoed van Mao Zedong. Zij namen een radicale houding aan ten opzichte van de Chinese traditie, focusten op de Geisteswissenschaft en adopteerden westerse theoretische discours.
De Culturalisten reageerden al vrij snel op de Futurologen en wilden een herwaardering van het confucianisme. Liang Shuming - die inmiddels in de negentig was - werd weer uitgenodigd voor lezingen. Het confucianisme moest oplossingen bieden voor de ideologische crisis na de Culturele Revolutie. Het confucianisme werd gezien als een dynamisch begrip van traditie dat oplossingen voor de eigentijdse tijd zou kunnen bieden, eerder dan in een conservatieve interpretatie. De Culturalisten kunnen dus niet worden gezien als een puur traditionalistische tendens. Modernisering was een ‘creatieve transformatie’ van traditie.10

Confucianisme vandaag in de Chinese Volksrepubliek

Sinds 2004 wordt Confucius weer actief gepromoot door de vierde generatie Chinese leiders met Hu Jintao en Wen Jiabao. Hun beleid wil er een zijn van ‘wetenschappelijke ontwikkeling’ (kexue fazhan) en ‘harmonieuze maatschappij’ (hexie shehui). Plotseling wordt de Chinese maatschappij weer overspoeld met de Klassieken. Die worden verspreid in de vorm van kinderboekjes, stripverhalen, tot en met middelbareschoolboeken. Studies over de betekenis van het confucianisme voor China vandaag zijn alom te vinden.11 De basis van het confucianisme behoort opnieuw tot het curriculum in scholen en wordt zelfs in de centrale partijschool gedoceerd. Het memoriseren van de Klassieken en van historische verhalen in het algemeen heeft tot doel om rolmodellen altijd bij de hand te hebben.
Naast het officiële onderwijs bestaan talloze privé-initiatieven om buiten het schoolcurriculum kennis op te doen over het confucianisme. In de bedrijfswereld geven high profile Chinese bedrijven zelfs cultuurtrainingen geworteld in het confucianisme.12
Maatschappelijk is er sprake van een popularisering van het confucianisme die zowat de hele Chinese bevolking aanspreekt. De Chinese Centrale Televisie, de CCTV, creëerde een platform13 om de traditie opnieuw te introduceren bij het volk. Professor Yu Dan, een van de sprekers, werd zo populair dat er geen Chinees meer is die haar niet kent. Door de populariteit op TV begon ze ook boeken te schrijven. Haar boek over de Analecten van Confucius14 werd populairder dan Harry Potter. Er werden op enkele maanden tijd drie miljoen exemplaren van verkocht. Intellectuelen verwijten Yu Dan dat ze het confucianisme te vrij interpreteert en populariseert, maar intussen hebben brede lagen van de bevolking weer kennis gemaakt met Confucius’ geschriften.
In 2008 herstelde de Chinese regering een aantal traditionele feestdagen, zoals Qingming, het herdenkingsfeest voor de doden, en Duanwu, het Drakenbootfestival (gebaseerd op de maankalender) opnieuw in ere. Het wordt steeds duidelijker hoe China de traditie opnieuw omhelst.

Confucianisme en onderwijs

Het onderwijs in China legt andere prioriteiten en gebruikt andere methoden dan in het Westen, waar mensen zelfstandig leren werken en denken vanaf het ogenblik dat ze naar school gaan. Leerlingen leren argumenteren en discussiëren en hun standpunt te verdedigen. Het onderwijs in China legt de nadruk op (feiten)kennis, memoriseren en op het volgen van het morele rolmodel. Morele ontplooiing is even belangrijk als kennis opdoen. Een leraar in China heeft maatschappelijk geen hoge positie, maar krijgt enorm veel respect. Studie is altijd belangrijk geweest in confucianistisch China. Confucius zegt: ‘Wie van dag tot dag beseft wat hem ontbreekt, en van maand tot maand nooit vergeet wat hij al heeft geleerd, kan een liefhebber van studie worden genoemd’.15 Van een leraar wordt ook vandaag nog verwacht dat hij zichzelf zodanig cultiveert dat hij een lichtend voorbeeld is voor de studenten, zodat zijn moraliteit kan uitstralen op de studenten.
Het verschil in focus van het onderwijs is dieper geworteld dan men op het eerste gezicht zou denken. Ondanks het feit dat het communisme al sinds 1949 de Chinese maatschappij domineert, is het verbazingwekkend hoezeer het onderwijs nog altijd de confucianistische moraal weerspiegelt. Professor Tang Junyi16 die het confucianisme bestudeerde tijdens de communistische periode komt tot de conclusie dat de idee van de humanities in het Westen zijn wortels heeft in de Grieks-Latijnse traditie, geïncorporeerd in de studia humanitatis door de Humanisten in de Renaissance, en tot doel heeft de mens te onderwijzen tot een vrij persoon en goed burger. Terwijl de Chinese idee van humanities zijn oorsprong heeft in de Yi Jing, geïncorporeerd in het educatieve ideaal van het confucianisme. Humanities is in China verbonden met de wederzijdse samenhang en relatie tussen mens en natuur. De Chinese term voor humanities (renwen) benadrukt de idee van de mens (ren) eerder dan van externe activiteiten (wen). Het vraagt van de mens een bewuste erkenning van de immanente morele deugd, enkel daardoor kan een mens zijn authentieke ik bereiken.17
Het fundamentele verschil ligt in de manier waarop een mens naar zichzelf, naar de ander en naar zijn omgeving, de natuur kijkt. De Socratische methode die in het Westen de manier is om tot kennis te komen, is immers verbonden met de ideeënwereld van Plato. Het dualistische van Plato en Descartes is in China niet aan de orde omdat het Chinese denken refereert aan een holistisch systeem waarbij mens en natuur van dezelfde orde zijn en er geen sprake is van een ideële wereld.

China verandert drastisch vandaag. Er is een kloof ontstaan tussen wat de economie nodig heeft en de vaardigheden die het onderwijs creëert.18 Chinezen ontwikkelen een veel beter geheugen dan westerlingen en hebben meer feitenkennis. Ze leren in de eerste plaats om het rolmodel te volgen. Discussiëren, een eigen mening verkondigen en verdedigen, behoort tot de westerse traditie. Het zijn vaardigheden die in het Chinese onderwijs niet aan de orde zijn. De confucianistische idealen: ‘morele waardigheid’ (dao de), ‘kennis’ (zhi) en een gezond lichaam (ti) bepalen het onderwijs. Integriteit en kennis worden even hoog geschat. Zelfcultivatie uit zich in werkattitude. Chinezen moeten leren om hard te werken en om ‘bitterheid te eten’ (chi ku). Doorzettingsvermogen is een waarde die wordt opgelegd door de talloze spreuken die het Chinees daarvoor heeft, zoals ‘druppend water doorboort een steen’, of ‘de geur van pruimenbloesem kent zijn oorsprong in de bittere koude’.
Door de economische ontwikkeling en internationalisering zijn er talloze samenwerkingsverbanden met westerse universiteiten ontstaan waar de nadruk op andere vaardigheden ligt. Het schoolsysteem in China is meer divers geworden dan ooit. Privéscholen bestaan naast het officiële circuit. Eén soort van privéscholen zijn de confucianistische lagere scholen, waar de kinderen opnieuw een traditionele opleiding krijgen zoals in het oude China. Ook internationaal worden wereldwijd steeds meer Confucius instituten opgericht om de Chinese taal en cultuur uit te dragen.
Een ander aspect dat in deze context van onderwijs thuishoort, is taal. Door de globalisering en de internationalisering is Engels de lingua franca geworden, niet enkel als communicatiemiddel, ook als drager van nieuwe kennis. Engels heeft als taal meer macht gekregen. De dominantie van het Engels legt nieuwe uitdagingen op aan het globale onderwijs.19 Dit zorgt voor een onevenwicht dat een westerse dominantie impliceert. Van Chinezen wordt verwacht dat ze de kennis die in de Engelse taal wordt verspreid, kennen. Van westerlingen wordt niet verwacht dat ze ook maar iets van al wat in China wordt gepubliceerd, kunnen lezen in de oorspronkelijke taal. Dit impliceert dominantie van het Westen waar zelfs in de academische wereld weinig vragen bij worden gesteld. Het is volkomen aanvaardbaar in het Westen om een land dat de grootte heeft van China te gaan bestuderen enkel op basis van vertalingen.

Confucianisme, werkethiek en bedrijfscultuur

De confucianistisch geïnspireerde organisatie berust op een systeem van meritocratie. De meest getalenteerde personen worden naar boven gestuwd; de besten worden rolmodel en krijgen beslissingsmacht. Wie bovenaan in de hiërarchische structuur terechtkomt, heeft dus zijn plaats verdiend. Factoren van invloed zijn leeftijd, kennis, zelfcultivatie, moreel gedrag. Wie bovenaan staat verdient zijn plaats en moet in alle omstandigheden in zijn status worden erkend. Wie onderaan staat gehoorzaamt, stelt geen vragen. Ook hij kent zijn plaats. Dit zorgt ervoor dat in Chinese organisaties en bedrijven een sterke hiërarchie heerst. In die hiërarchie is ieder persoon een radertje, zich uitermate bewust van zijn status/positie. Iedereen heeft een duidelijk omschreven taak. Opdrachten worden van boven naar onder gegeven en zijn meestal gedetailleerd omschreven. Initiatieven komen van degenen die bovenaan staan. De duidelijk omschreven taak wordt vol toewijding uitgevoerd, maar niets daarbuiten. Initiatief nemen als lagergeplaatste wordt gezien als ongepast en het niet respecteren van hiërarchie.
In de jaren 1980 ontwikkelde Michael Bond, samen met zijn groep Chinese onderzoekers (bekend als de Chinese Culture Connection aan de Universiteit van Hongkong), een Chinese Value Survey. Tot dat moment werd de Chinese maatschappij en cultuur bestudeerd vanuit een westers perspectief. De Chinese Value Survey werd onder meer gebruikt om de theorie van Hofstede20 in perspectief te plaatsen. Vragen die in de survey aan bod komen, gaan over de confucianistische culturele waarden als filiale piëteit, voorouderverering, gehoorzaamheid aan ouders, zelfcultivatie, gematigdheid, het gulden midden, menslievende autoriteit, gezicht en uitvoering van rituelen. Verschillende onderzoekers kwamen op basis van de Chinese Value Survey tot de conclusie dat westerse theorieën niet geschikt zijn om Chinese waarden te onderzoeken. De term ‘Confucianistische dynamiek’ werd geformuleerd om de Chinese waarden te omschrijven.21

Confucianisme en ritueel (li)

Li, vaak vertaald als ‘etiquette’ gaat veel verder dan het hebben van goede manieren. Het gaat altijd om sociale interactie en niet om slechts een persoon. Li zorgt ervoor dat de harmonie tussen mens en natuur, en de harmonie tussen mensen onderling wordt geregeld. Het is bijgevolg nauw verbonden met sociale status. Ritueel zorgt voor een verschillende behandeling van verschillende mensen in overeenkomst met hun status. De rituelen zorgen ervoor dat de hiërarchische status tussen mensen duidelijk gemaakt en bestendigd wordt. Dit staat haaks op de westerse praktijk die geïnspireerd wordt door de idee dat iedereen gelijk is en gelijkwaardig moet worden behandeld.
Westerlingen snappen vaak niet hoe belangrijk rituelen zijn in China.22
Ook vandaag worden alle relaties in China beheerst door li. Of het nu gaat om overheidsrelaties, bedrijfsrelaties, of andere, de etiquette bepaalt hoe mensen zich ten opzichte van elkaar moeten gedragen. Als de rituelen worden nageleefd heerst harmonie. Dit komt tot uiting in de plaatsbepaling aan tafel, in manieren van begroeten, in lichaamstaal, in taal en woordgebruik, zelfs bij het toasten moet de ondergeschikte zijn glas lager houden.

Confucianisme en politiek

Op het eerste gezicht lijkt het confucianistische ideaal met de strenge hiërarchische structuur niet compatibel met democratie. Al sinds de vroege discussies eind 19de eeuw en begin 20ste eeuw zoeken intellectuelen als Sun Yat-sen, Kang Youwei en Liang Qichao echter naar een mogelijkheid om confucianisme met democratie te verbinden. De idee van compatibiliteit van confucianisme en democratie werd eerst in de praktijk gebracht in de overzeese Chinese gebieden en in andere Aziatische landen. Het confucianisme domineert vandaag een groot aantal economisch sterk ontwikkelde gebieden in Azië: Singapore, Japan, Korea, Taiwan, Hongkong. De politieke structuur van de meeste van deze regio’s is democratisch, terwijl al deze maatschappijen sterk worden bepaald door het confucianisme dat ingeeft hoe mensen zich tot elkaar moeten verhouden. Zuid-Korea, Taiwan en Japan hebben een democratisch bewind en zijn tegelijk zeer sterk confucianistisch. In Zuid-Korea, de regio die misschien het meest confucianistisch is van Azië, speelden confucianistische intellectuelen zelfs een actieve rol in de pro-democratie beweging die uiteindelijk leidde tot de oprichting van een electorale democratie.23 Een probleem dat met het samengaan van confucianisme en democratie gepaard gaat, is dat de verwachtingen ten aanzien van leiders die op het hoogste niveau verkozen worden soms mateloos hoog zijn.24
In de Chinese Volksrepubliek is de CCP aan de macht. Met de economische ontwikkelingen zien we binnen de partij grote veranderingen. Voor de CCP is het huidige systeem het ‘eerste stadium van socialisme’, wat betekent dat er sprake is van een transformatie naar een hogere en superieure vorm.25 China heeft door de geschiedenis heen een zeer sterk centralistisch bewind gekend. De omvang van het land maakt democratie een moeilijk te verwezenlijken zaak. Op dit moment bestaat een democratische verkiezing enkel op het laagste niveau van de piramide. Dat laagste niveau kiest de leiders van het hogere niveau. Op dit moment is het niet duidelijk welke richting de CCP in de toekomst zal uitgaan. De herintroductie van het confucianisme duidt in ieder geval op een afwijking van het pure communistische pad.

Jeanne Boden
Sinologe, doceert aan BICCS/VUB 26

Noten
1/ Goldman Merle, Ou-Fan Lee Leo, An Intellectual History of Modern China, Cambridge University Press, Cambridge 2002, p. 16
2/ De Vijf Elementen (wu xing), ook vertaald als de Vijf Fasen, Vijf Processen, refereren aan dynamische begrippen (hout, vuur, aarde, metaal, water) die aan de basis liggen van alle dingen. Refererend aan de Vijf Elementen kent de Chinese cultuur de vijf richtingen, de vijf kleuren, de vijf smaken, de vijf geuren, de vijf dieren, de vijf organen, de vijf muzieknoten, enz.
3/ Volgens het klassieke Chinese kosmologische concept is de Poolster als vaste ster aan de hemel cruciaal in de cyclus van de natuur. De Poolster staat symbool voor de Chinese keizer die het mandaat van de hemel heeft en die zorgt voor harmonie tussen hemel en aarde. Om die reden is de Verboden Stad waar de keizer woonde gebouwd volgens de principes van de Fengshui die beschrijven hoe en waar en in welke richting menselijke constructies moeten worden geplaatst om in harmonie te zijn. De Noord-Zuid as loopt pal doorheen de Verboden Stad en doorheen heel Beijing. Het is niet toevallig dat het Vogelnest, het Olympisch stadion, in het Noorden van Beijing staat. Het is ook niet toevallig dat het Vogelnest rond is en de Waterkubus ernaast vierkant. Traditioneel geloven de Chinezen dat de hemel rond is en de aarde vierkant. Dat wordt weerspiegeld in de Tempel van de Hemel in Beijing en vandaag dus ook in de Olympische gebouwen.
4/ Het Chinese holistische universum zoals het eeuwenlang dominant was, tot begin 20ste eeuw, wordt goed beschreven in Aylward Thomas F., The Imperial Guide to Feng Shui & Chinese Astrology. The only authentic translation from the original Chinese, Watkins Publishing, London, 2007.
5/ In keizerlijk China bestond slechts één curriculum in de Confucianistische scholen: de Klassieken. Wie gestudeerd had, werd een ‘geleerde’ of ‘literaat’ (wenren).
6/ Engelse vertaling van de Lun Yu: Yang Bojun, Waley Arthur, Lun Yu, The Analects. Hunan People’s Publishing House, Foreign Language Press, 1999
7/ Loewenstein J., 1970, Marx against Marxism, Routledge & Kegan Paul, London, p. 178 quoted in Qu Sanqiang, Copyright in China, Foreign Language Press, Beijing, 2002, p. 31
8/ Het spreekt voor zich dat er sprake was van veralgemeningen en uit de context gerukte begrippen en theorieën. Zhang Xudong, Chinese Modernism in the Era of Reforms, Cultural Fever, Avant-Garde Fiction, and the New Chinese Cinema, Duke University Press, Durham, London, 1997, p. 237, beschrijft het voorbeeld van Cui Junyan, een Chinees film theoreticus die in 1985 het essay Informatie over Moderne filmtheorie publiceerde in het tijdschrift Wereldcinema (Shijie dianying). Het essay was gebaseerd op een aantal lezingen die in 1984 in Beijing door Amerikaanse filmtheoretici waren gegeven. In de plaats van een rapport te maken van de lezingen ontwikkelde Cui zijn essay in een systematische commentaar op cruciale theoretische kwesties. Omdat er op dat moment in China zo weinig vertalingen beschikbaar waren, werd Cui’s interpretatie van de historische ontwikkeling van de westerse film gelezen zonder enige context.
9/ Zhang Xudong, 1997, pp. 35-70
10/ Ibid, p.43
11/ Zhu Ruikai, Dangdai xin ruxue, Xuelin chubanshe, Shanghai, 2006
12/ Bell Daniel, China’s New Confucianism. Politics and Everyday Life in a Changing Society, Princeton University Press, 2008, p. 12.
13/ CCTV 10 Bai jia jiangtan (letterlijk: honderd scholen discussieforum)
14/ Yu Dan, Yu Dan ‘Lun Yu’ Xin De, Beijing Zhonghua Shuju, 2007
15/ Lun Yu, 19:5
16/ Tang Junyi (1909-1978) publiceerde onder andere The Spiritual Value of Chinese Culture (1953), The Re-establishment of Humanistic Spirit (1955), Cultural Consciousness and Moral Reason (1958), The Development of Chinese Humanistic Spirit (1958).
17/ Cheung Chan Fai, ‘Tang Junyi and the Philosophy of ‘General Education’, in: De Bary Theodore, Confucian Tradition and Global Education, Chinese University Press Hong Kong, Columbia University Press, New York, 2007, p 66
18/ De kloof bestaat vooral bij internationale bedrijven in China waar van een werknemer of manager verwacht wordt dat hij initiatief neemt, zelfstandig werkt en zelf creatieve oplossingen zoekt voor problemen.
19/ Kwan Tze-wan, The Overdominance of English in Global Education, in: De Bary Theodore, Confucian Tradition and Global Education, Chinese University Press Hong Kong, Columbia University Press, New York, 2007, p 77
20/ Hofstede Geert, Cultures’ Consequences, Comparing Values, Behaviors, Institutions and Organizations Across Nations, Sage Publications, Thousand Oaks, London, New Delhi, 2001.
21/ Peng Shiyong, Culture and Conflict Management in Foreign-invested Enterprises in China. An Intercultural Communication Perspective. Peter Lang, European University Studies, Vol. 369, 2003, p. 51.
22/ Bij de bouw van een belangrijk project als The Bird’s Nest worden architecten Herzog en De Meuron op een bepaald ogenblik door hun Chinese partner gevraagd om te gaan lunchen. Wanneer ze met hun westerse efficiëntie in het hoofd antwoorden dat ze geen tijd hebben, reageert hun Chinese partner ontzet en zegt dat ze moeten omwille van li, ritueel.
23/ Bell Daniel, 2008, p. 195.
24/ Ibid, p. 196.
25/ Ibid, p. 3.
26/ Jeanne Boden (1957) is sinologe. Ze vertaalde hedendaagse Chinese literatuur in het Nederlands. In haar beschouwende publicaties richt ze zich op de Chinese cultuur, het Chinese denken en de ontwikkelingen in de Chinese maatschappij vandaag. In 2002 richtte ze opleidings- en adviesorganisatie ChinaConduct op (www.chinaconduct.com).
Zij doceert aan BICCS/VUB. Momenteel doet ze onderzoek naar het Chinese holistische denken in China vandaag (Universiteit Gent). Belangrijkste publicaties: De essentie van China. Communicatie - cultuur - committent (Coutinho 2006). The Wall behind China’s open door. Towards efficient intercultural management in China (ASP 2008).

China - Confucius - levensbeschouwing

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 7 (september), pagina 55 tot 63