Abonneer Log in

Een stadsproject voor Brussel

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 7 (september), pagina 4 tot 13

Vaak is Brussel het onderwerp van de laatste paragraaf van een nota over de hervorming van de Belgische Staat. Brussel wordt daarbij gezien als een bijkomend probleem, dat moet worden opgelost om het akkoord tussen Vlamingen en Franstaligen sluitend te maken. Omdat Brussel een tweetalig gewest is met territoriaal gebonden bevoegdheden1, waarbinnen zowel de Vlaamse als de Franse Gemeenschap de persoons- en cultuurgebonden materies2 aansturen, is er heel wat spitsvondigheid nodig om een communautair akkoord toepasbaar te maken op Brussel.

Het resultaat van de spitsvondigheden van de opeenvolgende staatshervormingen is een institutionele overkill: maar liefst zes verschillende normerende en uitvoerende organen oefenen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eigen bevoegdheden uit.3 Daar komt nog een gedecentraliseerd bestuur bij4, een agglomeratie, een gouverneur, een vice-gouverneur, 19 lokale besturen met lokale autonomie, en zes politiezones met elk een raad en een college. Dat allemaal in één stad van 162 vierkante kilometer en 1,1 miljoen inwoners.

De fragmentatie van het beleid heeft gevolgen voor het dagelijks leven. De 19 bureaus voor maatschappelijk welzijn hebben bijvoorbeeld verschillende inschrijvingsprocedures, wat de overdracht van dossiers complex maakt. Bepaalde wijken met een identieke veiligheidsproblematiek worden doormidden gesneden door de grens van een politiezone.5 De Minister van Mobiliteit kan de 19 burgemeesters wel vragen om specifieke snelheidsbeperkingen in te voeren op gemeentewegen, hij kan dat niet zelf beslissen. De buurt rond het Zuidstation ligt op het grondgebied van twee gemeenten: aan de ene kant van de spoorweg bepaalt Sint-Gillis het uitzicht van de wijk, aan de andere kant doet de gemeente Anderlecht dat. Een toerist heeft in Brussel de keuze tussen minstens drie verschillende toeristische diensten, telkens aangestuurd door andere overheden. Een buitenlandse investeerder heeft het zeer moeilijk te weten wat de verantwoordelijkheden zijn van al de verschillende overheden.

Iedereen is bevoegd, maar niemand echt verantwoordelijk

Een andere specificiteit van Brussel is de afwezigheid van een gemeenschappelijk beleid inzake onderwijs, cultuur, jeugd en sport. Elke Brusselaar kan kiezen voor een school, bibliotheek, kinderkribbe of sportclub erkend door de Franse of door de Vlaamse Gemeenschap.6 Regionale instellingen, of instellingen erkend door de beide Gemeenschappen zijn er in deze aangelegenheden niet. In een stad met meer dan 150 verschillende nationaliteiten, waar de helft van de bewoners geen Belgische achtergrond heeft, en waar het Engels is uitgegroeid tot de tweede gesproken taal7, is deze keuze niet altijd evident. Terwijl Brussel op zoek is naar stedelijke verbondenheid, leggen de beide Gemeenschappen nog te vaak de nadruk op het verschil. Nochtans tonen de grote Brusselse cultuurhuizen aan dat samenwerken wel degelijk mogelijk is, en zelfs verrijkend kan zijn voor de hele stad.8 De Gemeenschappen zijn een meerwaarde voor de stedelijke cultuur in Brussel, op voorwaarde dat ze met elkaar samenwerken.

Brussel als oplossing

Brussel mag dan wel institutioneel een Gewest zijn, de facto is het een stad, die de kern uitmaakt van een groter sociaaleconomisch stadsgewest (zie verder). Deze realiteit blijkt te weinig uit de institutionele organisatie van Brussel. Brussel is ‘een kleine wereldstad’, die tegelijk de hoofdstad is van een verdeeld land en van een vertwijfeld Europa. Brussel heeft in het federale België en in de Europese Unie een specifieke rol te spelen, als symbool van vereniging van verschillende volkeren en culturen.
Brussel onderscheidt zich van de ruim tweehonderd andere EU-stadsregio’s, omdat het de hoofdstad is van Europa.9 In België onderscheidt Brussel zich van de andere twee gewesten, omdat het de tweetalige hoofdstad is van de federale Staat10, en omdat het de enige grootstad is van het land.
Brussel heeft het potentieel om zijn internationale en hoofdstedelijk rol waar te maken. De sleutels zijn niet alleen economisch van aard, maar ook en vooral sociaal en cultureel. Vanuit een stedelijke dynamiek, die per definitie toekomstgericht is wegens de afwezigheid van een gemeenschappelijk verleden van de bewoners, kan deze stad vol talen en culturen een sociale samenhang opbouwen die exemplarisch is voor de andere twee Belgische gewesten, en voor Europa.
Brussel kan een oplossing, in plaats van een probleem, zijn. Brussel creëert welvaart, maar ook sociale cohesie in een stedelijke cultuur die de verschillen overstijgt. Brussel onthaalt en integreert, is het punt waar Vlamingen en Franstaligen samenwerken en elkaar ontmoeten, is een venster op de wereld voor Vlaanderen en Wallonië. Om deze rol van betekenis volledig waar te maken zijn dringend structurele hervormingen nodig (zie verder).

Voor iemand die niet vertrouwd is met het debat over Brussel, klinkt het voorgaande allicht als een evidentie. Welnu, dat is het niet. Regelmatig gaan er stemmen op om Brussel te besturen of ‘op te bouwen’ vanuit de Gemeenschappen.11 Als men over Brussel denkt in termen van de Gemeenschappen, dan is Brussel effectief een probleem, en geen oplossing. Dat model is een miskenning van Brussel zelf, van de Brusselaars, van de stad, van de evolutie die de steden in Europa ondergaan. Brussel is meer dan de optelsom van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap, en moet zijn eigen lot in handen nemen.

De toekomst is aan de steden

De wereld ondergaat de grootste golf van stedelijke groei uit de geschiedenis. Over twee jaar zullen wereldwijd voor het eerst meer mensen in een stad wonen dan op het platteland. Tegen 2050 zal zelfs 60% van de wereldbevolking stedelijk zijn. De golf van verstedelijking is het sterkst in Azië en Afrika, maar ook in Europa groeien de steden verder aan. Tussen 1950 en 2050 zal de stedelijke bevolking in Europa verdubbeld zijn.
Steden groeien en winnen aan belang. Europa is een aaneenschakeling van stadsregio’s. De natiestaten zien hun slagkracht en actieruimte sterk verminderen, terwijl netwerken van steden en regio’s de voorhoede vormen van een nieuwe samenleving. De steden zijn vandaag de sleutels van de mondiale economie.
Ook Brussel groeit en wint aan belang. Maar tegelijkertijd verlaten nog steeds goed opgeleide en goed verdienende bewoners de stad, en verliest het oude stadscentrum meer en meer centrumfuncties aan het hinterland. In vergelijking met andere Europese netwerksteden is het Brussels beleid te versnipperd om doeltreffend te kunnen reageren op deze problematiek. Er is nood aan een geïntegreerd stedelijk beleid binnen de kernstad, en op zijn minst aan een samenwerkingsplatform voor de hele Brusselse stadsregio (stad + suburbane rand).

De stadsvlucht

In Brussel neemt de bevolking toe. De afgelopen tien jaar is het aantal Brusselaars gestegen met ongeveer 80.000, tot 1.032.000 officiële inwoners.12 De stijging is vooral toe te schrijven aan geboortes - meestal in gezinnen van migranten en nieuwe Belgen - en externe migratie. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vangt één derde op van de externe migratie naar België.
Ondanks de bevolkingstoename is de stadsvlucht nog niet gestopt. Brussel verliest jaarlijks een tienduizendtal inwoners aan de periferie. Het gaat dan voornamelijk om gezinnen uit de middenklasse, hoogopgeleide jonge mensen die in de stad een professionele carrière hebben opgestart en na verloop van tijd - en uitbreiding van het gezin - de kernstad inruilen voor de suburbane stadsrand. Daar zijn ook meer en meer gezinnen bij met een niet-Belgische achtergrond. Verhuizen naar de rand is zowaar het summum van integratie geworden...

De instroom van starters en de uitstroom van middenklasse wijzen op een belangrijke onthaal- en opstartfunctie voor Brussel, die van belang is voor de andere twee gewesten. De stad moet er evenwel in slagen een groter aantal van de starters aan zich te binden, en ze bewust te laten kiezen voor een leven als fulltime stedeling. Het beleid van de Brusselse overheid moet gericht zijn op het in stand houden en verder uitbouwen van de roltrapfuncties van de stad: inburgering, scholingsmogelijkheden en de creatie van jobs. Daarnaast mag de aandacht niet verslappen voor de uitbouw van een aantrekkelijke woonstad: mooie pleinen en lanen, een groene leefomgeving, zachte vormen van mobiliteit, duurzame huisvesting, kindvriendelijkheid, kwalitatieve diensten, winkel- en uitgaansgelegenheden.
Het onthaalbeleid voor nieuwkomers, het onderwijs, het gezinsbeleid, de werkgelegenheid zijn materies die ondanks hun sterke verwevenheid en hun belangrijke functie in de stad verdeeld zijn over verschillende overheden, namelijk de twee Gemeenschappen en het Gewest. Om deze functies te optimaliseren en op elkaar af te stemmen, is er nood aan een gemeenschappelijk Brussels beleid, aangestuurd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Citymarketing

Brussel groeit, en staat bekend als één van de belangrijkste politieke netwerksteden van de wereld, met de aanwezigheid van het NAVO-hoofdkwartier en van de meeste EU-instellingen en -activiteiten. Brussel is het centrum van de op twee na rijkste regio van Europa13, met een uitstekende diensteneconomie en sterk ontwikkelde interstedelijke netwerken. Brussel is de op twee na belangrijkste congresstad van de wereld. Een 200-tal Europese regio’s hebben er een zetel. Na NYC is Brussel het belangrijkste diplomatiek centrum. Vlaams- en Waals-Brabant zijn niet toevallig de rijkste provincies van het land. Het economisch leven in deze provincies is volledig gericht op Brussel. De merknaam ‘Brussels’ zou internationaal meer waard zijn dan het merk ‘België’.14
En toch heeft Brussel een negatief imago. In het buitenland wordt de stad gezien als weinig opwindend. De naambekendheid komt voort uit de talloze keren dat een nieuwslezer een item begint met de woorden ‘Brussels has decided…’. Waarna niet zelden een onaangename mededeling komt. In de Anholt City Brands Index haalt Brussel nog net de top twintig van de hoofdsteden, maar het merendeel van de ondervraagden vermoedt dat, als ze een week doorbrengen in onze hoofdstad, er weinig boeiends te beleven valt. Als mensen gevraagd wordt om de stad ergens mee te associëren, is het topantwoord ‘Manneke Pis’. Onlangs nog werd Brussel door de lezers van de reiswebsite ‘Tripadvisor.com’ verkozen tot saaiste stad van Europa. Daar kan de dure merknaam alvast niet veel aan veranderen.
Op het vlak van citymarketing is er nog heel veel werk. Zonder de aanwezigheid van de Europese en internationale instellingen15 zou Brussel wegzakken tot een middelmatige Europese stad. Brussel is geen leesbare stad; je moet er al langer verblijven alvorens ze zich prijsgeeft. Toeristen op citytrip hebben daar weinig boodschap aan. Uit onderzoek is gebleken dat de meerderheid van de toeristen Brussel slechts één keer bezoekt. De stad moet zich niet volledig gaan toespitsen op de reisgidsen, maar een inhaalbeweging ten opzichte van pakweg Amsterdam of Barcelona is welkom. Het toerisme is een belangrijke factor voor de creatie van (laaggeschoolde) werkgelegenheid in de stad.
Citymarketing is evenwel meer dan toerisme. Het is ook het creëren van een stedelijke identiteit voor de bewoners. De beste marketing is het bouwen van een aantrekkelijke stad waar men niet uit wegvlucht. Het stedelijk beleid op het vlak van stedenbouw, architectuur, veiligheid, netheid, mobiliteit is daarom de beste strategie. Maar er is meer nodig. De huisstijl van Brussel is vandaag te diffuus om een eigen identiteit te creëren. Er zijn negentien + 1 symbolen in de stad. Het logo van het Gewest lijkt meer op reclame voor een bloemenwinkel. Het is tijd dat Brussel zich één huisstijl aanmeet, één logo, één slogan, waarin de stad in al haar functies wordt geïncarneerd, en waarin de Brusselaar zich herkent.
Sinds kort is er iets meer aandacht voor citymarketing in Brussel, met het zogenaamde Plan voor de Internationale Ontwikkeling, de geplande stedenbouwkundige projecten (congrescentrum, voetbalstadion, stedelijk park, openluchtzwembad), het richtschema voor de Europese wijk, het lichtplan, internationale architectuurwedstrijden, de keuze voor duurzame mobiliteit, etc. Maar als Brussel de concurrentie wil aangaan met andere Europese netwerksteden, dan zal er meer inventiviteit en durf aan de dag moeten worden gelegd. Terwijl Brussel nadenkt over het bouwen van de eerste sociale passiefwoningen, kondigt Amsterdam aan dat vanaf 2015 alle nieuwe woningen klimaatneutraal zullen zijn.

Het uitbouwen van een degelijke citymarketingstrategie kan alleen als het Gewest zelf alle hefbomen in handen heeft. Dat is vandaag niet het geval. Brussel moet als enige zijn eigen promotie kunnen voeren en moet daarom meer vat krijgen op de lokale besturen, om een citybranding (huisstijl, logo, slogan) op te leggen. Het toerisme, vandaag een bevoegdheid van de Gemeenschappen, moet worden geregionaliseerd. In de ruimere Brusselse stadsregio kan best worden samengewerkt met Vlaanderen en Wallonië, om een gemeenschappelijk programma voor de internationale promotie op te stellen (bijvoorbeeld ticketintegratie voor mobiliteit en cultuur, het instellen van het Engels als onthaaltaal).

De paradox van de rijke regio en de arme stad

De rijkdom en het internationaal imago van de Brusselse regio staan in schril contrast met de armoede onder de Brusselse bevolking. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest levert 20% van de Belgische toegevoegde waarde, de ruimere Brusselse stadsregio zelfs 30%. Toch is de Brusselse bevolking de armste van het land. Op het vlak van de werkloosheid behoort Brussel tot de twaalf slechtst scorende EU-regio’s van ruim tweehonderd. Eén derde van de Brusselse borelingen wordt geboren in een gezin zonder inkomen uit arbeid. De helft van de jonge werkloze Brusselaars heeft maximum een diploma lager secundair onderwijs.16
Een belangrijke reden voor deze tegenstelling is de combinatie van stadsvlucht, de beperkte omvang van het huidige Gewest en de fiscaliteit. Een groot deel van de Brusselse toegevoegde waarde wordt overdag gecreëerd in de stad, maar vertrekt ’s avonds samen met de 356.000 pendelaars naar Vlaanderen en Wallonië. Vermits in België belastingen worden betaald op de plaats waar men woont, en niet waar men werkt, moeten er andere manieren gevonden worden om de stad te vergoeden voor de uitgaven verbonden aan de belangrijke economische en hoofdstedelijke functie.
Nog redenen voor deze bevreemdende paradox zijn de typische mismatch tussen vraag en aanbod op de Brusselse arbeidsmarkt, het gebrek aan taalkennis van de Brusselse beroepsbevolking, de zwakke prestaties van vooral het Franstalig onderwijs, een ondoeltreffende activeringspolitiek, de aantrek van de stad op sociaal zwakke bevolkingsgroepen en de belangrijke onthaalfunctie van Brussel.
Om deze fenomenen doeltreffend aan te pakken is een upgrade nodig van de beschikbare beleidsinstrumenten: een geïntegreerd stedelijk beleid, meer samenwerking tussen de stad en het hinterland, een betere verdeling van de rijkdom binnen Brussel, maar ook tussen Brussel en het hinterland.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, verantwoordelijk voor het economisch beleid en de tewerkstelling, moet de mogelijkheid hebben zelf initiatieven te nemen inzake opleiding en vorming (bijvoorbeeld taalopleidingen), en moet de gemeenschappen meer aansturen inzake onderwijs, zodat de kwaliteit van de beroepsbevolking beter overeenstemt met de vraag op de arbeidsmarkt in Brussel en omgeving.
Daarnaast moet de aandacht blijven gaan naar het vergemakkelijken van de interregionale mobiliteit van werknemers, en naar een sluitende aanpak van de Brusselse werkloosheid.

Een geïntegreerd stedelijk beleid

De consolidatie van de verschillende overheden in Brussel tot een model met twee bestuurslagen (lokaal en stedelijk) en duidelijk afgelijnde bevoegdheden, is belangrijk voor de doeltreffendheid van het beleid. Voor de stedelijke aangelegenheden biedt schaalvergroting het voordeel van de synergie, de efficiëntie, het overzicht en het herverdelingseffect. Een lokale bestuurslaag met strikt (sub)lokale bevoegdheden en een loketfunctie biedt het voordeel van de nabijheid van het bestuur, de zgn. proximité.
Een vereenvoudigd bestuur is bovendien een meer democratisch bestuur. De kiezer weet wie verantwoordelijk is waarvoor, en kan zijn stemgedrag hierop afstemmen.

Het meest ideale en logische scenario is het samenvoegen van de stad en het Gewest in één bestuursniveau. Zoals Berlijn en Wenen is Brussel dan een deel van de federale Staat (het Hoofdstedelijk Gewest) en tegelijk een stad (de Stad Brussel), die ook de hoofdstad is van de federatie.
Dat scenario betekent enerzijds de uitbreiding van de Stad Brussel - vandaag één van de 19 Brusselse gemeenten - tot het hele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Brussel 19), en anderzijds de integratie van de stedelijke organen in die van het Gewest. De Minister-President van het Hoofdstedelijk Gewest is tegelijk de Burgemeester van de Stad en het hoofd van de politie. Naar buiten toe heeft Brussel één gezicht, en spreekt het met één stem. Intern is er ruimte voor variaties in het beleid en in de dienstverlening.
De lokale bestuurslaag wordt gevormd door de deelgemeenten of stadsdelen, met elk een rechtstreeks verkozen deelraad en een eigen college met een voorzitter. De deelraden oefenen lokale bevoegdheden uit met een eigen budget. Ze beschikken over een relatieve autonomie, wat betekent dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering de beslissingen van een stadsdeel kan overrulen als deze indruisen tegen het algemeen belang van de stad.17
De lokale aangelegenheden zijn vooral verbonden aan het bevorderen van de sociale cohesie in de wijken. Voorbeelden zijn lokale initiatieven inzake sport, cultuur, communicatie, jeugd- en seniorenwerking. Maar ook netheid is bijvoorbeeld een lokale aangelegenheid: de ervaring leert dat men voor de eigen deur schoner veegt dan in een ander deel van de stad. Daarnaast kan de deelraad adviezen verstrekken aan het stadsbestuur over de domeinen waarover hij geen bevoegdheid heeft, maar die wel het grondgebied van het stadsdeel aanbelangen. Elk stadsdeel heeft één loket, een meertalig huis waar de burger terecht kan voor onthaal, maatschappelijk welzijn, huisvesting, burgerlijke stand, politie. De vermoedelijke synergiewinst betekent een jaarlijkse terugkerende budgetruimte van 250 miljoen euro die nu in de inefficiëntie verdwijnt.

Een ander scenario is het behoud van het onderscheid tussen het subnationaal niveau van het Gewest en het lokaal niveau van de 19 gemeenten, in ruil voor een herverdeling van een aantal bevoegdheden tussen het Gewest en de 19 gemeenten. De leidraad bij de herverdeling is het wegwerken van concurrerende bevoegdheden en mogelijkheden tot blokkering. In Brussel is slechts één politicus nodig om een dossier te blokkeren, maar zijn er tien nodig om het te deblokkeren.18 De mogelijkheid om de lokale autonomie te misbruiken om de beleidsbeslissingen van andere overheden tegen te houden, moet worden uitgeschakeld.
Duidelijke en afdwingbare afspraken tussen het gewestelijke en het lokale niveau is het absolute minimumscenario. In het begin van de volgende legislatuur moet de Brusselse regering in elk beleidsdomein een echt contract afsluiten met elk van de 19 gemeenten. De contracten bevatten afspraken en resultaatsverbintenissen, die gekoppeld zijn aan de algemene en specifieke dotaties van het Gewest aan de gemeenten. De strategische beslissingen berusten bij het Gewest, de gemeenten verbinden zich ertoe deze na te leven en uit te voeren, op straffe van het verlies van een dotatie.
Een bijkomende denkpiste is het onttrekken van bepaalde strategische gebieden aan de gemeentelijke indeling, zoals in Amsterdam. Waarom niet de haven, het Zuidstation, de Europawijk, de NAVO-site beschouwen als exclusief gewestelijk gebied. Het zijn tenslotte hefboomgebieden die sterk gelieerd zijn met de strategische keuzes die exclusief op het gewestelijke niveau worden gemaakt.

De aanslepende discussie over de verhouding tussen het lokaal en het stedelijk niveau ligt communautair zeer gevoelig. De Franstalige politieke partijen gaan ervan uit dat de vraag naar een efficiënter stadsbestuur een vermomde Vlaamse communautaire eis is. De Nederlandstalige mandatarissen bekleden immers een minderheidspositie op het lokaal niveau19, terwijl ze op het gewestelijk niveau duidelijk beter vertegenwoordigd zijn.20 Een fusie van de 19 gemeenten, of meer bevoegdheden voor het Gewest, betekent in hun ogen ook meer inspraak voor de Nederlandstalige Brusselaars.
Franstalige politici maken in dat verband een denkfout. Brussel is namelijk een meertalig en een hoofdstedelijk gewest. De meervoudige hoofdstedelijk functie is onmogelijk te rijmen met een (grotendeels) eentalig Frans bestuur. Brussel is wat de lingua franca betreft een Franstalige stad21, het is zeker niet de stad van de Franstaligen. Slechts de helft van de Brusselaars beschouwt zichzelf als Franstalig.22 Bovendien ontvangt Brussel dagelijks 230.000 pendelaars uit Vlaanderen.
Dat betekent zeer concreet dat de Nederlandstalige Brusselaar bedankt voor ‘faciliteiten’ in Brussel, zoals de Parti Socialiste voorstelt in het kader van de oprichting van een Franstalige federatie ‘Wallonie-Bruxelles’.23 De meertalige functie van Brussel is een evidentie, en zo ook de Nederlandstalige aanwezigheid en participatie aan het bestuur. Nederlandstalige Brusselaars worden niet ‘getolereerd’ in deze stad, ze zijn van de stad en de stad is ook van hun. De stad is overigens van iedereen: ook van de Europese ambtenaren die veel te weinig betrokken zijn bij het bestuur van Brussel. Een grondwetswijziging om ook hen stemrecht te geven bij de Brusselse gewestverkiezingen is nodig.
Naast de verhouding tussen het lokale en het stedelijke bestuursniveau maken nog andere hervormingen deel uit van een consolidatie van het beleid. De agglomeratie en het ambt van de gouverneur kunnen best opgeheven en volledig geïntegreerd worden in de gewestelijke structuren. De zes politiezones kunnen worden herleid tot één zone met één veiligheidsverantwoordelijke aan het hoofd, namelijk de Minister-President van het Gewest. De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is vandaag enkel actief in de zgn. ‘bipersoonsgebonden aangelegenheden’24, maar moet ook uitgroeien tot een stedelijk platform voor het vormgeven en ondersteunen van gemeenschappelijke en meertalige culturele initiatieven.

Metropolitan governance

Het eigenlijke25 stadsgewest van Brussel is veel groter dan het bestaande Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Bij het ontstaan van België maakte de Stad Brussel de kern uit van een Brusselse agglomeratie bestaande uit de 19 Brusselse gemeenten. Vandaag is deze agglomeratie uitgegroeid tot de kern van een stadsgewest van 36 tot 62 gemeenten.26
De grenzen van de stad zijn grondwettelijk verankerd, omwille van de link met de taalgebieden en de spanningen tussen de gemeenschappen in het land. Er zijn redenen te bedenken om dat zo te houden, maar er zijn evengoed vele goede redenen om dat niet te doen. Het zou evenwel een vergissing zijn de ontwikkeling van een van de belangrijkste stedelijke regio’s van Europa te verwaarlozen omwille van communautaire spanningen. Brussel is de enige stad van Europa waar de suburbane rand mee beslist wat er in de stad gebeurt, maar omgekeerd niet. De verkeersinstroom in de stad via de Brusselse Ring (R0) wordt bijvoorbeeld geregeld door het Vlaams Gewest, en niet door Brussel. Brussel is niet betrokken bij de ontwikkeling van een visie op het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel. In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is Brussel een witte vlek. De pogingen om Brussel buiten te houden in het Vlaams gedeelte van de Brusselse stadsregio versterkt vooral het communautaire spanningsveld rond de tegenstelling stad-hinterland, en voedt de traditionele antistedelijke gevoelens.

Het gebrek aan samenwerking tussen de verschillende overheden in het stedelijk gebied rond Brussel is een handicap tegenover andere steden en regio’s. Het is noodzakelijk deze tegenstellingen opzij te zetten, en op zijn minst zeer dringend een platform op te richten voor metropolitan governance in de Brusselse stadsregio.
Metropolitan governance betekent niet dat er bevoegdheden worden afgestaan aan een nieuw bestuursniveau. De focus ligt op overleg en kennisuitwisseling, op het opstellen van een gemeenschappelijk meerjarenprogramma. Het grote voordeel is dat er nagedacht wordt over het geheel in plaats van afzonderlijk over de delen.
De partners in de Brusselse stadsregio zijn het Vlaams, Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, eventueel aangevuld met de federale Staat. De werkterreinen zijn internationale betrekkingen en promotie, economische en stedelijke ontwikkeling, bereikbaarheid, kwaliteit van het leven en het leefmilieu, solidariteit (sociale cohesie, fiscale coherentie, herverdeling). Concrete acties zijn het opstellen van een gemeenschappelijk ruimtelijk structuurplan, een mobiliteitsplan (transregionale verbindingen, ticketintegratie, verhogen van de intermodaliteit, etc.), de uitwisseling van werkzoekenden en vacatures, maar ook het afstemmen van het cultureel aanbod tussen de culturele centra in de rand en de cultuurhuizen in de kernstad.
De samenwerking is erop gericht de troeven van Brussel, Vlaams- en Waals-Brabant te optimaliseren, in het belang van de drie Gewesten. Mogelijks kunnen de gemeenschappelijke doelstellingen voorbereid worden in een op te richten Agentschap voor stedelijke ontwikkeling van de Brusselse metropool.
Wat evenwel ten stelligste vermeden moet worden, is de creatie van nog een structuur, waar vooral wordt gepraat zonder beslissingen te nemen. Niet zozeer de structuur is belangrijk, wel de wil om daadwerkelijk samen te werken.
Enkel in de stad zullen we erin slagen de verschillen te overstijgen. Brussel is een platform voor samenwerking, stedelijke cultuur, ontmoeting met de rest van de wereld. Brussel is een open stad, waar de dialoog het moet halen van het eigen grote gelijk.
De missie van Brussel als kleine wereldstad met een Europese functie moet vorm krijgen in een echt stadsproject. Daar is politieke durf en leiderschap voor nodig. Brussel moet zijn meertalige functie als Belgische en Europese hoofdstad uitstralen, en ook concreet maken door middel van gedurfde stedenbouwkundige projecten, de oprichting van een Europese bibliotheek en het opstarten van een cultureel project dat de Europese roeping van Brussel incarneert. We moeten over Brussel durven dromen, en deze dromen ook trachten te realiseren. Daar zijn stedelijke politici voor nodig, en geen verzameling van dorpspolitici.

Brussel is het bindmiddel van alle mensen die er hun thuis hebben gevonden. Brussels is what unites us all.

Pascal Smet
Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voor Mobiliteit, Openbare Werken, Taxi’s en Bijstand aan Personen

Bibliografie
- Eric Corijn, Brussel als Europees project, in: Geert Buelens, Jan Goossens, David Van Reybrouck (red.), Waar België voor staat - een toekomstvisie, Meulenhoff-Manteau, Antwerpen-Amsterdam, 2007.
- Filip De Rynck, Linda Boudry, Peter Cabus, Eric Corijn, Christian Kesteloot en André Loeckx (red.), De eeuw van de stad - Over stadsrepublieken en rastersteden, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Project Stedenbeleid, 2003, http://www.thuisindestad.be/Publicaties.html#eye15965775.
- Kris Deschouwer, Wim Van der Schoot, De bestuurlijke organisatie van Brussel in een comparatief perspectief: tussen centralisering en decentralisatie, in: Els Witte, André Alen, Hugues Dumont, Pierre Vandernoot, Roel De Groof (red.), De Brusselse negentien gemeenten en het Brussels model, Larcier, Brussel, 2003.
- Dirk Jacobs, Brussels: do you speak-a my language?, in: Geert Buelens, Jan Goossens, David Van Reybrouck (red.), Waar België voor staat - een toekomstvisie, Meulenhoff-Manteau, Antwerpen-Amsterdam, 2007.
- Rudi Janssens, Van Brussel Gesproken. Taalgebruik, taalverschuivingen en taalidentiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Taalbarometer II), VUB Press (Brusselse thema’s 15), Brussel, 2007.
- Reinoud Magosse, Branding Brussels as the capital of Europe? Exploring alternative ways of Imaging the city, Proefschrift VUB (prom.: Eric Corijn), oktober 2007.
- Alain Maskens, Nicolas Lagasse, Jeroen Van Nieuwenhove en Hugues Dumont, De institutionele toekomst van Brussel. Debat op basis van het ‘Brussels Manifest’, Brussels Studies, nr. 19, 16 juni 2008, www.brusselsstudies.be.
- Peter Taylor, Brussels in World City Networks, GaWC Research Bulletin, n° 223, 8 march 2007, http://www.lboro.ac.uk/gawc/.
- Joost Vaesen, Osmose, dwang en tegenmacht? De verhoudingen tussen de openbare besturen in Brussel, 1970-2004, Proefschrift VUB (prom.: Els Witte, Guy Vanthemsche), februari 2008.
- Rob Van Engelsdorp Gastelaars en David Hamers, De nieuwe stad - Stedelijke centra als brandpunten van interactie, Ruimtelijk Planbureau, Den Haag, 2006.
- Philippe Van Parijs, ‘Bruxelles aujourd’hui: dix paradoxes et cinq menaces’, Politique - revue de débats, n° 49, avril 2007.

Noten
1/ Economie, energie, openbare werken en vervoer, tewerkstelling, lokale besturen, ruimtelijke ordening, huisvesting, leefmilieu, waterbeleid.
2/ Cultuur, onderwijs en welzijn.
3/ Normerende organen zijn het federaal Parlement, het Vlaams Parlement, het Frans Gemeenschapsparlement, het Parlement van de Franse Gemeenschapscommissie (met gedelegeerde bevoegdheden), de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, en daar kunnen we nog een zevende aan toevoegen: het Europees Parlement.
4/ De Vlaamse Gemeenschapscommissie.
5/ Bijvoorbeeld de wijken Kuregem en Birmingham, in de gemeenten Anderlecht en Sint-Jans-Molenbeek, behoren respectievelijk tot de politiezone Zuid en West.
6/ Deze keuze is nooit definitief, er bestaat geen verplichte gemeenschapskeuze of subnationaliteit
7/ Zie voetnoot 21
8/ De samenwerking tussen de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en het Théatre National de la Communauté Française, de Ancienne Belgique (Vlaamse Gemeenschap) en de Botanique (Franse Gemeenschap), het Beschrijf (Vlaamse Gemeenschap) en Entrez Lire (Franse Gemeenschap).
9/ Hoewel de EU officieel geen hoofdstad heeft, ligt sinds de Europese toppen van Edinburgh (1992) en Nice (2000) officieel vast dat Brussel de plek is van de belangrijkste Europese besluitvorming.
10/ Feitelijk is slechts één van de 19 Brusselse gemeenten de drager van de titel van hoofdstad, en dat is de Stad Brussel. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat geografisch maar niet institutioneel één stad uitmaakt, heeft wel een hoofdstedelijke functie, maar is géén hoofdstad, om de eenvoudige reden dat het geen stad is, maar een Gewest.
11/ Resolutie betreffende Brussel in de volgende staatshervorming, Vlaams Parlement, 3 maart 1999, nr. 1341 (1998-1999).
12/ De bevolkingstoename is gedeeltelijk het effect van de regularisaties van illegalen in 2001, en dus deels fictief. Het aantal bewoners ligt bovendien hoger wegens het groot aantal illegalen in de stad. Het aantal illegalen in de stad wordt geschat op 50.000, of de helft van het aantal illegalen in België (Illegalen in België: interview met Johan Leman, Jura Falconis, KULeuven, 1996-1997, nr. 4)
13/ Het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking ligt slechts in twee Europese regio’s hoger dan in Brussel (BHG), namelijk in Londen centrum en in het Groothertogdom Luxemburg (Eurostat - cijfers van 2005)
14/ Plan voor de internationale ontwikkeling van Brussel - Basisschema, eindrapport opgesteld door PWC in opdracht van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 31 augustus 2007.
15/ De Europese en internationale instellingen in het BHG zijn goed voor 92.000 arbeidsplaatsen en 13% van het bbp van het BHG.
16/ Zo’n 45% van de werkloze jongeren (18-24 jaar) heeft geen diploma hoger secundair onderwijs (Welzijnsbarometer 2005, Observatorium voor Gezondheod en Welzijn van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie).
17/ Wat neerkomt op de toepassing van het algemeen administratief toezicht.
18/ Op gemeentelijk niveau zijn 19 burgemeesters, 142 schepenen en 482 raadsleden actief, plus de voorzitters en de raadsleden van de 19 centra voor maatschappelijk welzijn.
19/ Er zijn ongeveer 11% Nederlandstalige politici in de Brusselse gemeenteraden.
20/ De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is - op de Minister-President en de staatssecretarissen na - paritair samengesteld (2N-2F). In het Brussels Hoofdstedelijk Parlement zijn 17 van de 89 zetels gereserveerd voor Nederlandstalige politici (19%).
21/ De top 5 van de meest gesproken talen: Frans (95%), Engels (35%), Nederlands (28%), Spaans (7%) en Arabisch (6%) (Taalbarometer II).
22/ De anderen zijn Nederlandstalig, traditioneel tweetalig (NL-FR), nieuw tweetalig (F+andere taal) of anderstalig (Taalbarometer II).
23/ Note pédagogique: BHV, pourquoi ce n’est pas si facile?, Parti Socialiste, 8 mei 2008.
24/ Voornamelijk de inrichtende macht van de Iris-ziekenhuizen, het daklozenbeleid en het administratief toezicht op de OCMW’s.
25/ Het morfologische, demografische en economische stadsgewest.
26/ Volgens een recente geografische afbakening van de stadsgewesten door het ISEG van de KULeuven wordt het Brussels stadsgewest gevormd door de morfologische stad van 36 gemeenten (de aaneengesloten bebouwde zone), en een banlieu van 26 gemeenten (de suburbane zone die functioneel gericht is op de stad). De kernstad (Brussel-19) maakt deel uit van de morfologische stad.

Brussel - gewesten - Vlaamse Rand

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 7 (september), pagina 4 tot 13