Log in

'Verder dan morgen. Gesprekken met uitzicht op de toekomst'

Uitgelezen

Verder dan morgen. Gesprekken met uitzicht op de toekomst

Kathleen Van Brempt
Houtekiet, Antwerpen/Amsterdam, 2008

Om een of andere reden publiceren politici graag boeken. Willen zij zich daarmee een plaats in de eeuwigheid veroveren? Hun dagelijkse werk levert daar in elk geval weinig uitzicht op. In het verleden hebben vele politici echter gewoon pulp geproduceerd. Niet zo Kathleen Van Brempt. Eigenaardig, want zij begint haar boek met ‘Ik ben geen schrijver’. Zij noemt zich eerder een doener dan een denker. En toch heeft ze een boeiend geschrift afgeleverd.

De formule is overigens op zich origineel. Zij presenteert vier delen. Elk deel begint met een theoretisch stuk, waarna één tot drie interviews volgen, die ze zelf afgenomen heeft. Het gaat om gesprekken met diverse specialisten. Belangrijk is dat ze zich niet richt tot dat handvol Vlaamse intellectuelen die overal worden opgevoerd. Ze heeft gesproken met mensen die soms minder bekend zijn, maar niet minder tot nadenken aansporen. Helemaal niet slecht, voor een vrouw die geen schrijver is.

Van Brempt wil het niet hebben over klassieke socialistische thema’s, zoals sociale zekerheid, gezondheidszorg, pensioenen en werk. Daar zijn in de partij meer geschikte mensen voor, vindt ze. Ze concentreert zich liever op thema’s waar socialisten te weinig mee bezig zijn: duurzaamheid, burgerschap, gezin en socialisme. Ik geef van die verschillende delen enkele kernideeën weer; een samenvatting zou te uitgebreid worden. Wie het boek leest, zal ervaren dat de theoretische stukken soms anticiperen op de interviews. Af en toe levert dat een herhaling op. Maar dat is detailkritiek.

De socialisten hebben gewoon te lang gewacht om milieu in hun agenda op te nemen. Milieu is echter voor alles een sociaaleconomisch thema. De milieubeweging is niet in staat gebleken echt vat te krijgen op de problemen, de socialisten moeten dat wel proberen, maar ze moeten dan ook radicaal durven zijn. Het volstaat niet minder te vervuilen, want als steeds meer bedrijven wat minder vervuilen is het eindresultaat meer vervuiling. Van Brempt sympathiseert met een van haar gesprekspartners, een Duitse chemicus, Michael Braungart. Hij verdedigt het principe van cradle to cradle: je mag enkel afvalvrije producten gebruiken die gerecycleerd kunnen worden tot nieuwe producten. We hebben nood aan een andere economie die de huidige productieprocessen durft in vraag te stellen. Het is dan heel cruciaal om de bedrijven volledig verantwoordelijk te stellen voor wat ze produceren.

Bij de monetair specialist Bernard Lietaer vindt de auteur een tweede belangrijk, maar niet zo alledaags thema: 98% van het geld wordt niet gebruikt om te betalen, maar om te speculeren. Er is nood aan een complementair muntsysteem. In Japan hebben ze dat bijvoorbeeld al begrepen. Het is een soort tijdskrediet: iemand verleent zorgen aan oudere mensen, wordt daar niet voor betaald, maar krijgt tijd op een rekening. Wanneer hij of zij zelf zorgen nodig heeft, kan hij of zij die daarmee betalen. Fantastische idee, die trouwens op een beperkte wijze ook in ons land uitgetest werd! Op zijn minst zou dit een deel van de oplossing kunnen zijn voor al dat werk dat ligt te wachten, maar niet gedaan wordt wegens te duur. Laten we uitkijken naar de Antwerpse parallelle munt Brabo!

In het tweede deel gaat Van Brempt op zoek naar gedeeld burgerschap. Kordaat kijkt ze het probleem van de migratie in de ogen. Ze laat zich begeleiden door de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, de Gentse antropoloog Rik Pinxten en de Belgisch-Nederlandse sociologe Marion Van San. De socialisten hebben een belangrijk deel van hun achterban verloren aan het Vlaams Belang. Ook hier pleit Van Brempt voor een nieuwe samenleving. We moeten vooral duidelijk bepalen welke waarden en idealen we samen willen delen. Dat is geen tolerante samenleving, die grootmoedig ‘afwijkingen’ aanvaardt. Het is actief pluralisme, dat het anders zijn durft ondersteunen.

Socialisten kunnen wel degelijk ingrijpen in maatschappelijke processen. Maar ze moeten - opnieuw - radicaal durven zijn. Ook op dit vlak moeten de bedrijven voor hun verantwoordelijkheid gesteld worden. Ze moeten gewoon verplicht worden borg te staan voor nieuwkomers. Vlug zal blijken dat ze toch liever putten uit onze eigen arbeidsreserve. Je hoort in elk geval Van Brempt niet protesteren wanneer Cohen zegt dat je op de eerste plaats iets moet doen aan de scheve Noord-Zuidverhoudigen. Dat kan alleen maar betekenen dat alles op korte termijn duurder wordt, maar in the long run wordt een eerlijke verhouding goedkoper. En zolang die verhoudingen niet in orde zijn, moeten we regels opstellen voor wie wel en wie niet binnen mag.

Het derde deel gaat ervan uit dat de samenleving de hoeksteen van het gezin is. De auteur wil focussen op de intrinsieke kwaliteiten van het gezin als basis voor gemeenschapsvorming. En dan komt het er vooral op aan de combinatie arbeid en zorg voor mannen te versterken. Zij gelooft er duidelijk sterk in dat het verlof tijdens en na de zwangerschap uitgebreid moet worden, waar vooral de mannen een groter aandeel moeten van krijgen. Verplicht als het moet. Zij volgt daarin de Noorse politicus Kjell Erik Ole. Hij heeft het over het activeren van de rol van de vader.

Het laatste en wat mij betreft het belangrijkste deel gaat over het socialisme. Daarvoor wordt gesproken met Katja Van Putten en Sunder Katwala. De eerste is marketingspecialiste, van het bureau Fé. De tweede is secretaris-generaal van de Fabian Society. Van Brempt pleit voor een nieuw compromis tussen solidariteit en individualisme. De overheid moet zodanig hervormd en versterkt worden dat zij maatwerk kan afleveren. Daarin past een bescherming van de consument. Die consument moet worden geëmancipeerd, maar je bereikt dat niet door een vingertje in de lucht te steken en een toespraak te houden over consuminderen.

Met Van Putten wijst de auteur naar een nieuw soort consument, de cultural creatives, die wel belang hechten aan waarden. Vandaag zijn ze niet of slecht georganiseerd. Ze vertolken een mengeling van liberale, sociaaldemocratische, christendemocratische, groene en persoonlijke standpunten. Die geëngageerde burgers moeten bij het beleid van de partij betrokken worden. De oude partijstructuur moet daarop afgesteld worden.

Ik ben het fundamenteel oneens met wat Van Brempt schrijft over de consumenten en dat is dan ook het enige belangrijke verschil van mening. Ik denk eerlijk gezegd dat die creatieve consumenten helemaal niet zo creatief zijn als ze zelf wel zouden willen. Ik twijfel er natuurlijk niet aan dat consumenten beschermd moeten worden, maar ik ben er helemaal niet van overtuigd dat dit ook maar iets met politiek te maken heeft. Ik denk dat socialisme te maken heeft met de inrichting van de samenleving en dat is een sociaaleconomisch vraagstuk, een vraagstuk van politieke economie. Consumentenorganisaties zijn bezig met de individuele bescherming van hun leden. Maar dit meningsverschil doet voor mij het boek niet dicht. Veel belangrijker is vast te stellen dat Van Brempt een aantal frisse en dikwijls heel concrete ideeën bijeengesprokkeld heeft, die tot inspiratie en nadenken aanleiding geven. Heel af en toe doet zij alsof haar partij nog alles moet ontdekken. Dat is niet echt zo voor het milieuprobleem, maar ook niet voor de gezinsproblematiek of deze van burgerschap. Wel juist is dat sp.a de consequenties niet aandurft. Daarom is het heel belangrijk dat Kathleen Van Brempt wel radicaal durft te zijn. Als we haar recepten, bijvoorbeeld op het vlak van milieu en geld, maar ook op de Noord-Zuidverhoudingen, uitproberen dan moeten we wel degelijk aan fundamenten schudden. Haar oproep om bedrijven echt voor hun verantwoordelijkheid te stellen is volkomen terecht. Het is hartverwarmend dat een minister in functie zover durft door te denken. Zij heeft niet alleen nagedacht, zij denkt inderdaad verder dan morgen. Toch een beetje jammer dat ze niet ook de klassieke thema’s heeft aangeraakt. Het boek zou al te dik geworden zijn, maar misschien kan zij er een tweede boek van maken. Ik voorspel dat er dan bijvoorbeeld een totaal ander communautair verhaal uitkomt dan waar sp.a zich vandaag laat door meeslepen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 8 (oktober), pagina 52 tot 54