Abonneer Log in

No we can't, can we?

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 9 (november), pagina 1 tot 2

Dit weekend genoteerd uit de mond van een vooraanstaand CDA’ster in de Volkskrant: ‘Er moet iets van een Obama-gevoel in de partij groeien; een gevoel van verandering, hoop en oplichtende idealen, Yes we can, zeker het CDA’. Niet alleen in België dus, maar ook in Nederland staart men naar het fenomeen Obama als naar een lichtbak die inspiratie moet leveren voor wat in Europa en misschien bij uitstek in België bij de politieke partijen lijkt te ontbreken: idealen, hoop en verandering. Arm, vertwijfeld België: goed bestuur of toch niet? Splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde en Fortis of toch niet? Vliegtuigtaks of toch niet? Een begroting in evenwicht of toch niet? Oppositie voeren of in de regering zitten? Of toch niet? Of beide? Niemand van de betrokken regeringsleiders in onze federale regering weet nog hoe het verder moet. Iedereen kijkt vertwijfeld om zich heen. Geen leiderschap, geen richting, geen kompas. No we can’t, can we?

Dan maar met z’n allen starend naar Barack Obama… Toegegeven, het is moeilijk om onberoerd te blijven bij zoveel charismatisch vernuft en mobiliserend vermogen. Waar wachten wij op? Zullen Barack en de Verenigde Staten ons de weg wijzen? De Verenigde Staten met Europese staten of België vergelijken is appelen met citroenen vergelijken. Om te beginnen zijn de electorale verschillen groot: het kiessysteem, campagnemethoden en -regels en het partijsysteem zijn niet te vergelijken. Ook de maatschappelijke verschillen zijn immens: geen uitgebouwd socialezekerheidssysteem en geen fatsoenlijk openbaar onderwijs. Wat de campagne van Obama ons wel leerde, is dat in tijden van grote (economische) onzekerheid mensen boodschappers van hoop willen koesteren. Dat mensen bereid zijn te verenigen, en het zelfs prefereren boven gekissebis en partijpolitiek gemanoeuvreer. Tegelijkertijd gaat het om geloofwaardigheid, misschien wel de kern van politiek, vertrouwen en politieke electorale steun. Heel de Amerikaanse campagne draaide om de geloofwaardigheid (met de daaraan gekoppelde emotionele kenmerken) van de kandidaten. Stel de vraag: welk van de twee kandidaten was het meest geloofwaardig? Het antwoord op deze vraag is de naam van de elected president.

Zo zal het ook gaan bij de volgende verkiezingen in België en Vlaanderen. Wie zal het meest geloofwaardig (inhoudelijk en ideologisch) verhaal brengen en dit weten te koppelen aan de Vlaamse emotionele behoeften van bescheidenheid en eenvoud? Rechts en ultraliberaal lijkt de wind in de zeilen te hebben. Demagogische retoriek, bijgezet met agressief aanvallend taalgebruik, lijkt aan de winnende hand. Hun slogans gaan er als zoete broodjes in: ‘zé zijn al jaren aan de macht, zé profiteren allemaal van dezelfde pot, de pot waar wij gewone werkende mensen te veel voor moeten betalen’. En de staat, de overheid? ‘Inkrimpen en zo snel mogelijk!’ Maar als puntje bij paaltje komt, ‘nationaliseren die banken, waarvoor betalen we anders belastingen?’ Ultraliberaal rechts is ongeloofwaardig, de ‘mijn ideologie’ van hun voorman is gebakken lucht. De vlaktaks treft de laagste inkomens het meest, hun verhaal klopt niet.
Een sterke, verstandig regulerende overheid is nodig. Al moet deze overheid ook efficiënter gaan werken. Belastingen zijn nodig om onze uitstekende sociale zekerheid en ons onderwijssysteem te behouden. Al moet ook de inning van deze belastingen dringend efficiënter en eenduidiger gebeuren. De organisatie van een efficiënt en daadkrachtig overheidsapparaat is de taak van politieke partijen die begaan zijn met ons systeem. Het is ook de taak van de vakbonden om hierover op een eigentijdse manier mee haar verantwoordelijkheden op te nemen. Links, en niet alleen de politici van links, moeten resoluut durven gaan voor een duurzame samenleving. Ecologische en economische duurzaamheid moeten hét criterium worden van ons handelen. Het gaat niet op dat enkelingen bedrijven kunstmatig oppompen zodat ze gigantische kortetermijnwinsten genereren waarna de hele boel een luchtbel bleek te zijn en in het niets verdwijnt. Er moeten mechanismen worden ontwikkeld die het duurzame karakter van beleidsbeslissingen van het management voor het bedrijf in kwestie (en voor de samenleving als geheel, bijvoorbeeld op ecologisch vlak) in rekening brengt. Enkel via een regulerende overheid is deze doelstelling van een duurzame economie realiseerbaar. Het is ook de plicht van de overheid, en met andere woorden voor verantwoordelijke politieke partijen, dit te doen. Het gaat immers over het in stand houden, het verzekeren van de welvaart van de huidige en toekomstige generaties. Wie duurzaamheid niet als criterium wenst op te nemen, kijkt niet verder dan zijn neus lang is.
Het is nu het moment voor de linkse partijen om ons economisch model bij te sturen en duurzaamheid hoog op de politieke agenda in te schrijven. Het is nu het moment om te bewijzen dat een regulerende overheid noodzakelijk is en dat de overheid niet ten dienste moet staan van kortetermijnspeculanten maar moet denken aan een toekomstgerichte economie. Dit is geen pleiten voor een afschaffing van de vrije markt. De vrije markt is gedeeltelijk mee verantwoordelijk voor de welvaart van vandaag, maar deze vrije markt moet worden gereguleerd, de spelregels waarin ze moet fungeren, moeten duidelijk afgebakend worden met het oog op het in stand houden van onze welvaart voor huidige en toekomstige generaties.
Het is nu het moment van linkse partijen om een solidaire inclusieve en duurzame samenleving en programma op de politieke agenda te zetten. Vermits deze federale regering uitblinkt in niets doen, moet nu de kans worden gegrepen om de krachten te bundelen en het immobilisme en gebrek aan visie van de huidige regeringspartijen af te straffen. Misschien moeten we ons dan toch spiegelen aan Obama en uitroepen, zij het iets bescheidener, we blijven tenslotte Vlamingen: Yes we can, can’t we?

Patrick Vander Weyden
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - Barack Obama - ideologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 9 (november), pagina 1 tot 2