Abonneer Log in

Quo vadis, sp.a?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 10 (december), pagina 1 tot 3

Het project van Anciaux dwingt de sp.a om nu al een beetje kleur te bekennen.

Een kartel is een moeilijke samenwerking tussen twee onafhankelijke partijen van gelijkgezinde andersdenkenden. Moeilijk omdat de partners de hele tijd moeten uitleggen waarom een zeer verregaande samenwerking - gezamenlijk programma, lijsten, campagne, coalitiestrategie, fracties - wel mogelijk is maar een fusie niet. Waarom ze zo verschrikkelijk op elkaar lijken dat ze quasi alles samendoen, maar net niet genoeg om in elkaar op te gaan. Een kartel moet m.a.w. gelijktijdig overeenkomsten en verschillen benadrukken. Het is dus een inherent ongemakkelijke electorale constructie.

Die interne druk neemt toe als de ene partner veel zwaarder weegt dan de andere. Vl.Pro overleefde bij gratie van grote zus en had voordien nooit haar autonome marktwaarde bewezen. Vl.Pro was in het kartel gestapt om te overleven. De sp.a om die procenten die Spirit in de beginjaren misschien opleverde. In een gespannen markt maakt dat het verschil tussen winst en verlies én kan dat de pikorde tussen aan elkaar gewaagde middelgrote partijen doen kantelen. Ook omdat het imago van openheid en samenwerking past bij het partijprofiel van moderne socialisten. Deze motieven zijn weg gesleten. Het verwijt dat ze zonder dat kartel niets betekent, tast al jaren de geloofwaardigheid van Vl.Pro aan. Sp.a wordt geassocieerd met een partijtje dat volgens velen eigenlijk geen bestaansreden heeft. En dat bovendien intern verdeeld was over de voor de sp.a evidente toekomst: een fusie van beiden in een nieuw geheel.

Na PRO (Stevaert) en de ‘progressieve projectlijsten’ (Vande Lanotte) is de sp.a van plan om ná de verkiezingen van juni 2009 een nieuwe poging te wagen om de partij fundamenteel open te breken en te laten opgaan in een bredere progressieve verzameling. Althans, zo ging het niet tegengesproken gerucht binnen en buiten de sp.a. Dat hadden ze ook bij Vl.Pro gehoord. En werden ze ongerust. Die plannen betekenden immers het einde van het kartel, dus van de onafhankelijkheid van beide partners. Voor de kleinste is dat zo goed als een opslorping. Voor de sp.a betekent dat ook heel wat. Dat aspect wordt minder bekeken.

Die discussie speelde al een tijdje voor het ontslag van Bettina Geysen. De gebeurtenissen die erop volgden, zijn bekend. Het einde van het kartel met die verdeelde en vage Vl.Pro’ers was vermoedelijk goed nieuws voor sp.a. Van een echte bevrijding is geen sprake. In plaats van het kartelgedoe is er nu discussie over ‘het project’ dat Bert Anciaux op de Grasmarkt wil planten. Deze discussie was voorzien voor na 7 juni 2009. Ze komt onvoorzien en te vroeg.

De sp.a kan niet zomaar neen zeggen. Al jaren zegt de partij terecht dat ze moet openstaan voor samenwerking met andere progressieven. Als Anciaux aan de deur staat kan Gennez hem niet snel afwijzen, dat is zeker geen uitnodiging voor anderen die erover nadenken om de sp.a te vervoegen. Ingaan op zijn voorstellen is ook niet evident. De interne kritiek die de voorbije weken opstak over de voorwaarden die Anciaux aan zijn transfer verbond, spreekt boekdelen.

Anciaux doet door zijn twijfel ook de sp.a pijn. Blijkbaar is die sp.a in haar huidige vorm zo onaantrekkelijk dat ze helemaal moet vervellen - zelfs met een nieuwe naam - opdat Anciaux ze goed genoeg zou vinden. Blijkbaar is het socialisme van de sp.a weinig toekomstgericht en sociaal en nog van dat, want dat moet volgens Anciaux helemaal anders. Elke keer dat Anciaux herhaalt dat hij niet zomaar naar sp.a kan overlopen, zullen sommigen ongetwijfeld denken dat er dan toch iets moet schelen met die sp.a. Er moet blijkbaar iets mis zijn met de politieke soort ‘socialist’, want Anciaux wil dolgraag naar de sp.a, maar een socialist, nooit van zijn leven. Hoogstens als onafhankelijke mét de belofte dat de partij straks opgaat in een groter geheel.

Volgens Anciaux moet sp.a straks een onderdeel - de stam - worden van een ruimer project waar vrijdenkers, links-liberalen, progressieve flaminganten en ACW’ers zich thuis moeten vullen. Zijn doel is een nieuwe partij waarin sp.a een sterke partner moet zijn. En dat had nog allemaal moeten lukken voor de verkiezingen van juni volgend jaar. Behoorlijk onmogelijk en onverstandig. Het is onmogelijk om nog voor de verkiezingen een ‘nieuw project’ te lanceren. Zo’n hervorming kost tijd, die er niet meer is. Met een halfafgewerkt product naar de kiezer trekken is dom. Dat zal niemand overtuigen en het zal meteen, vanaf de eerste verkiezingsdeelname, zwak scoren en dus vanaf het begin besmet zijn. Zelfs een nieuwe naam helpt niet. Weinig kiezers zullen die op hun kiesbrief herkennen.

Mocht dat grote project niet lukken voor juni 2009, dan is dat wellicht niet eens een probleem. Anciaux stelt het slagen van dat nieuw project niet als voorwaarde om straks een sp.a-zetel in te nemen. Maar zelfs als dat project er voor juni 2009 niet komt, dan nog bezorgt het de sp.a een probleem. Ze moet er namelijk al over communiceren. Het is voor (potentiële) kiezers immers interessant om te horen wat de sp.a met de partij zal doen nadat de stemhokjes zijn gesloten. Waarvoor kiest iemand die straks voor de sp.a kiest? Wat zijn ze daar van plan, ná juni 2009? Als de sp.a vandaag zegt ‘helemaal niets’, dan staat Anciaux voor schut. En zullen weinigen dat geloven. Als de sp.a zegt ‘we zullen wel zien’, zullen een aantal kiezers ongerust worden. Of twijfelen. Wie koopt straks een product waarvan de makers vooraf zeggen dat het na de aankoop van aard zal veranderen, maar dat nog niet te zeggen is wat ze uiteindelijk zullen overhouden?

Het project van Anciaux dwingt de sp.a om nu al een beetje kleur te bekennen. Nog voor daar intern met de basis - die na de nederlaag van juni 2007 weer belangrijker heet te zijn - is over gesproken. Moet Anciaux nu een tendensrecht krijgen? Terwijl sp.a-Rood dat niet mocht?

De deur openzetten en samenwerken met andere progressieven is één zaak. Maar moet dat, zo ja hoe, gestalte krijgen in een nieuwe partijvorm en -organisatie? De sp.a wou daar om begrijpelijke redenen niet over communiceren tijdens de campagne. Met dank aan het project Anciaux zal ze daar nu wellicht wel een en ander over moeten verduidelijken. De kiezer wil weten welk vlees hij straks in de kuip heeft. Als de kiezer de vraag niet stelt, zullen journalisten dat doen.

De verbreding en verruiming van sp.a is geen optie, maar een must. Maar dat moet doordacht en in overleg met de hele partij gebeuren. Een van de vele vragen is immers of de term ‘socialisme’ daarbij moet verdwijnen. Volgens Anciaux wel. Zo onafhankelijk is de koers van deze nieuwkomers dus ook weer niet.

De ‘nieuwe generatie’ lanceert zichzelf met voorstellen tegen de economische crisis. Het is verstandig om in deze tijden van vertwijfeling, voor partij en samenleving, terug te grijpen naar de core business. Maar eerder dan de concrete voorstellen - die gezien de bestuurservaring wel slim en doordacht zullen zijn - is vooral de taal waarin ze geformuleerd worden cruciaal. Wat zijn de onderliggende waarden en beginselen die maken dat het geheel meer is dan de som van alle specifieke voorstellen? Wat is de kleur en teneur die dit herstelplan moeten opwekken? Achter die cruciale identiteit gaat nog een andere, veel diepere schuil: wat voor soort partij wil en zal sp.a zijn of worden?

Caroline Gennez stelde enige tijd geleden in De Morgen de vraag of er ‘op een bepaald moment’ beter geen ‘nieuw project’ boven de doopvont gehouden moet worden. De vraag stellen, is ze beantwoorden. Wanneer is dat bepaald moment? En wat is dat nieuw project? Wil de partij het marktleiderschap op links bereiken via de ombouw naar een brede, centrumlinkse partij? Een beweging van iedereen die warm, sociaal, positief of progressief is? Desnoods zonder veel verwijzing naar de socialistische ideologie? Een zogenaamde open progressieve partij, een huis met vele kamers die elkaar vinden rond centrale waarden als ‘progressief’, ‘sociaal’ en ‘eerlijk’. Waar de sp.a als het ware in verdwijnt. Of moet dat eerder gebeuren door het benadrukken van de ‘moderne’, lees pragmatische socialistische overtuiging, gericht op specifieke groepen, belangen en kwesties? Moet de sp.a meer Frank Vandenbroucke worden of meer sp.a-Rood? Of ergens daartussen in? Zal de partij erin slagen om in dit debat de taalstrijd te overstijgen en het over de inhoud van strategieën en fundamentele opties te hebben, in plaats van over labels of mensen?

Wie enkele weken geleden in De Zevende Dag getuige was van het debat tussen de voorzitsters van sp.a, Vl.Pro en Groen! zag dat links-progressieve samenwerking, laat staan binnen eengemaakte structuren, bijzonder moeilijk en zelfs onnatuurlijk is. Het is even ambitieus als de hoop dat er ooit een partij opstaat die conservatieven samenbrengt uit pakweg Open Vld, LDD, N-VA, CD&V of Vlaams Belang. Als socialisten en links-liberalen te veel verschillen om een kartel in leven te houden, dan is ‘progressief’ als onderscheidend kenmerk wellicht onvoldoende als verbindend element.

De sp.a zal vanuit haar eigen kracht op zoek moeten naar verbreding en verdieping, sinds eeuwen een Leitmotiv van het Vlaams socialisme. Wie enige rol en betekenis wil spelen, kan niet anders dan langs de middenklasse passeren. Het socialisme is er dan wel niet voor iedereen; er zal meer volk moeten op afkomen dan het huidig ledenbestand.

De socialistische partij heeft een fantastische geschiedenis achter zich. De vraag is hoe de toekomst er moet uitzien. Wie er nu in actief is, heeft het voorrecht op een cruciaal moment het verschil te kunnen maken.

Carl Devos
Politicoloog (UGent) en redactielid Samenleving en politiek

edito - sp.a - kartels - partijwerking

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 10 (december), pagina 1 tot 3