Log in

'Democratie voor de elite'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 1 (januari), pagina 68 tot 69

Democratie voor de elite

Michael Parenti
Berchem, Uitgeverij EPO, 2008

Michael Parenti is politicoloog en doctoreerde aan Yale University. Hij staat bekend als een progressieve intellectueel wiens boek Democracy for the few in de Verenigde Staten reeds aan een achtste druk toe is. Dat boek werd nu ook naar het Nederlands vertaald.
Dat Parenti naast politicoloog een geëngageerd schrijver is, mag blijken uit zijn voorwoord. Meer zelfs, hij is ervan overtuigd dat beide niet van elkaar los te koppelen zijn: ‘Politiek bestuderen betekent politiek bedrijven, want het is een activiteit waarbij je nauwelijks onpartijdig kunt blijven’. Hij wil een genuanceerd verhaal brengen waarin plaats is voor wat misloopt zonder daarom van elke deugd van het Amerikaanse politieke bestel een kwaad te maken. Iets wat hij de linkse maatschappijcritici in de VS duidelijk verwijt. In zijn analyse staat de nauwe band tussen politieke en economische macht voorop: om de drijfveren van het politieke systeem te kunnen begrijpen, moet het ‘kapitalisme’ in het plaatje worden betrokken.
Daarnaast is in dit boek, net als in zijn ander werk, ook plaats voor historische duiding. De fundamenten en de historische ontwikkeling van de Amerikaanse politiek komen ruim aan bod. De klemtoon ligt daarbij op de politieke economie van het overheidsbeleid. In zijn boek vertrekt Parenti vanuit een overtuiging dat politieke ontwikkelingen niet toevallig gebeuren. Hij probeert daarentegen aan te tonen dat de meeste gebeurtenissen voortkomen uit een complex van factoren die allemaal te maken hebben met macht, rijkdom, klasse en systeem. Hij erkent echter wel dat het menselijke handelen een instrument kan zijn van die structuur: ‘Diegenen die macht uitoefenen, moeten er wel bewust naar streven om dat wat hun de alleenheerschappij heeft bezorgd, te behouden en te bevorderen’. Vandaar dat hij dit menselijk handelen ook omschrijft onder de vorm van ‘samenzweringen’.

In het eerste hoofdstuk, Politiek en engagement, formuleert Parenti de hoofdstelling van zijn boek. Deze luidt dat het geïdealiseerde beeld dat we van de democratie in de VS voorgeschoteld krijgen - als zijnde een pluralistisch staatsbestel waar de politieke instellingen goed werk leveren en waar er geen sprake is van machtsconcentratie - niet klopt met de realiteit. De Amerikaanse regering behartigt hoofdzakelijk de belangen van de rijke Amerikanen ten koste van alle anderen. Politiek en economie zijn nu eenmaal twee kanten van dezelfde medaille. Dit kenmerk zit structureel in het politieke systeem ingebakken. Via het beïnvloeden van de media, lobbywerk, het gerechtelijke apparaat, buitenlandse interventies, enz. proberen de Amerikaanse politieke partijen dit systeem in stand te houden. Vervolgens gaat hij over tot een analyse van de ongelijke verdeling van rijkdom in de Verenigde Staten. Wie echt rijk is haalt zijn inkomen uit investeringen, minder gegoeden halen hun inkomsten uit arbeid met een daaraan gekoppeld loon. Kapitaalsconcentratie, het kunstmatig hoog houden van prijzen in functie van winstgeneratie, de monopolies in de landbouw,… het leidt er allemaal toe dat de 1% rijkste inwoners van de VS tussen de 40 en 50% van de nationale rijkdom bezitten. Parenti wil hiermee de mythe die zegt dat de VS een natie van middenklassers is, ontkrachten. De overgrote meerderheid van de Amerikanen is arbeider en in 2005 leefden zo’n 37 miljoen inwoners onder de armoedegrens. Het kapitalistische systeem vertroetelt met andere woorden een kleine minderheid ten koste van vele anderen.

Dat deze ongelijkheid verder draagt dan het economische systeem, toont Parenti aan in het vervolg van dit boek. Hij omschrijft de VS als een plutocratie waarbij de waarde van elke persoon wordt afgemeten aan de materiële welstand die hij heeft weten te verwerven. Het Amerikaanse opvoedingssysteem behoort tot de sleutelsectoren van deze plutocratische cultuur: een eenzijdige, weinig kritische historische visie aangeleerd vanaf de lagere school en een hoger onderwijssysteem dat is aangetast door de bedrijfscultuur. En toch: ‘een maatschappij waarin geld de levenskansen bepaalt, is niet alleen een symptoom van een door hebzucht gedreven cultuur, het is ook een overlevingsfactor. Naarmate de bedrijven hun greep op de economie versterken, moeten mensen harder werken om hun positie te handhaven’. Parenti definieert democratie als een regeringssysteem dat zowel naar vorm als naar inhoud de belangen van het hele volk vertegenwoordigt. Het gewone volk moet van zijn vertegenwoordigers verantwoording kunnen eisen door kritiek te leveren, via periodieke verkiezingen en door ze zo nodig af te zetten. Politieke en economische onderdrukking horen niet thuis in een democratie, en democratie is meer dan vrij zijn om te zeggen wat je wilt zeggen. Niet alleen politieke procedures bepalen het democratische gehalte van een samenleving, maar ook de sociale rechtvaardigheid waar het systeem voor staat moet mee in rekening worden gebracht. En net daar loopt het mis in de Verenigde Staten. Dit toont Parenti ten overvloede aan via voorbeelden uit verschillende beleidsdomeinen: het geldverslindende defensiebeleid, het ontoereikende sociale en gezondheidsbeleid, het gebrek aan gelijke kansen, de positie van de president als hoeder van het systeem, enz.

Met zijn aanklacht tegen de grote machtsconcentratie in het Amerikaanse politieke bestel pakt Michael Parenti op een zeer toegankelijke manier een eerder moeilijk politiek thema aan, wat wellicht mee het grote succes van dit boek in de Verenigde Staten verklaart. Het boek leunt bij momenten inderdaad eerder aan bij een aanklacht dan een analyse, maar daarvoor waarschuwde Parenti ons al in zijn voorwoord. Al zullen bepaalde lezers hier misschien wel op afhaken. Als hij aan het einde van zijn boek stelt dat de Amerikaanse regering, wanneer ze zich bemoeit met de economie vooral het systeem dat de winsten centraal stelt versterkt, lijkt hij wel visionair. In een periode van financiële en groeiende economische crisis, waarin de macht van het casinokapitalisme en de Amerikaanse financiële dominantie op zijn minst in vraag wordt gesteld, is dit boek meer dan het lezen waard.

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 1 (januari), pagina 68 tot 69