Log in

Trividend, Hefaistos achterna

Project in de kijker

In september 2000 besloot de Vlaamse Regering tot de creatie van een impuls- en ondersteuningsprogramma van de meerwaardeneconomie. Dit Meerwaardenbesluit legde onder andere de fundamenten van het Vlaams Participatiefonds voor de Sociale Economie, dat later onder de benaming cvba Trividend bekendheid zou krijgen.

De naam Trividend verwijst naar de bekende triple bottom line: people, profit en planet, waarmee Trividend voornamelijk wil aangeven dat haar hoofddoelstelling ligt in het creëren van waarde, die zowel maatschappelijk, economisch als ecologisch verantwoord is. Het beginkapitaal (eind 2001) van 1,5 miljoen euro werd bijeengebracht door zowel private als publieke financiers, die een hart hebben voor de sociale economie. Zo vinden we bij de oprichters de namen terug van de voornaamste Vlaamse solidaire financiers (Hefboom cvba, Netwerk Vlaanderen vzw, Triodos Invest cvba), de Vlaamse overheid (vertegenwoordigd door de Participatiemaatschappij Vlaanderen) en enkele privé-investeerders (zoals KBC, Dexia en P&V Verzekeringen). Trividend is dus echt een mooi voorbeeld van een geslaagde PPS: een privaat-publieke samenwerking, waarbij de Vlaamse overheid zowel deelneemt in het kapitaal als in een deel van de werkingskost.
Inmiddels groeide het kapitaal van Trividend aan tot ongeveer 2,5 miljoen euro (eind 2007), vertegenwoordigd door 52 vennoten: 16 grotere kapitaalverschaffers (publiek en privaat) en 36 klanten, die ook allen één aandeel hebben onderschreven. Per juni 2008 investeerde Trividend reeds in een 60-tal dossiers (voor ruim 3 miljoen euro). Daarbij wordt er ook heel wat tijd gestoken in managementondersteuning en -begeleiding. Trividend wil immers meer zijn dan een louter door winst gedreven investeringsmaatschappij, het wil eerder een full service-vennootschap zijn in de sector van de sociale economie. Uit ervaring blijkt overigens dat de meeste investeringen in ondernemingen (en zeker in de sociale economie) pas succesvol zijn als die ook met de nodige betrokkenheid en expertise worden ondersteund.

Trividend kreeg als opdracht om, met de hulp van tijdelijke minderheidsparticipaties en achtergestelde financieringen, kleine en middelgrote ondernemingen binnen de meerwaardeneconomie een optimale ontwikkelingskans te geven. In een Charter legde het Meerwaardenbesluit ook vast welke de principes zijn die zowel Trividend als de ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd, willen nakomen. Het gaat daarbij vooral om :
- maximaal inspanningen te leveren om kansengroepen aan te werven en gelijkwaardige kansen te bieden in de onderneming;
- duurzame werkgelegenheid te creëren waarbij aandacht gaat naar billijke arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, arbeidsinhoud en arbeidsverhoudingen. Via maximale participatie van de werknemers te streven naar een optimale individuele en collectieve ontwikkeling;
- op een evenwichtige manier te voldoen aan de respectieve belangen van de stakeholders, dit is al wie betrokken is bij de activiteiten van de onderneming;
- voorrang te geven aan activiteiten, producten en productiemethoden die op korte en op lange termijn het leefmilieu respecteren;
- gelijktijdig te streven naar meerwaarden op economisch en sociaal vlak.

De sociale economie verschilt dus vooral van de zogenaamde ‘reguliere’ economie door de wijze waarop aan economie gedaan wordt. De sociale economie werkt vooral met kansengroepen en beoogt daarbij ook zinvol werk te creëren dat aan een reële maatschappelijke nood beantwoordt. Typische voorbeelden van sociale economiebedrijven zijn de beschutte werkplaatsen (voor mensen met een handicap), de sociale werkplaatsen (voor mensen die slechts werk op maat aankunnen), de initiatieven voor arbeidszorg (voor gedetineerden en ex-gedetineerden, verslaafden, ex-psychiatriepatiënten), de invoegbedrijven (waar een inhaalbeweging gemaakt wordt met langdurig werklozen en met al wie om een of andere reden uit de werkboot viel), de buurt- en nabijheidsdiensten (om de sociale cohesie in de buurt te verstevigen door een lokale diensteneconomie) en de activiteitencoöperaties (die mensen uit de werkloosheid opvangen om zelfstandig of bezoldigd werk te ontdekken). Veel van deze bedrijven zijn actief op domeinen die in onze maatschappij van groot belang zijn, ook al krijgen ze daar niet altijd de (financiële) waardering voor. Zo zijn er de laatste jaren vanuit de sociale economie tal van interessante initiatieven genomen, die onze leefwereld alleen maar kunnen verbeteren. Hierbij kunnen we onder andere verwijzen naar een aantal coöperatieven die actief zijn in de sector van de eerlijke handel in het Noorden met het Zuiden, naar de kringloopwinkels, naar tal van sociale werkplaatsen die verdienstelijk werk leveren in het onderhoud van het gemeentelijk groenwerk, naar bedrijven die zich vanuit een oprechte ecologische zorg richten op de installatie van zonnepanelen of dakisolatie, naar de dienstencheque- en leerwerkbedrijven, naar de wereldwinkels, de bio-restaurants, etc. Recent nam Trividend een kapitaalsparticipatie in de cvba Freedom of Movement om bij te dragen in de productie door een beschutte werkplaats van een bijzonder originele ‘instaphulp’, die op een traditioneel bagagerek kan worden gemonteerd om personen met een handicap uit de rolstoel in de auto te tillen.

Trividend verleent dus aan dergelijke sociale economiebedrijven zowel achtergestelde leningen als kapitaalsparticipaties. Trividend zelf investeert daarbij vandaag niet meer dan 150.000 euro per klant, maar als de financieringsvraag van de klant hoger ligt, doet Trividend zijn best om te bemiddelen bij een derde (bijvoorbeeld het Kringloopfonds). Trividend is bij kapitaalsparticipaties steeds minderheidsaandeelhouder en blijft in principe niet langer dan zes jaar aandeelhouder. Trividend beoogt een rendement van 4% per jaar, als gecreëerde meerwaarde bij de uitstap. Hoewel Trividend als financier dicht bij het ondersteunde bedrijf betrokken wil blijven, zal Trividend zelden zelf een bestuurdersmandaat in dit bedrijf opnemen. Hiertoe wordt wel een beroep gedaan op een breed netwerk van professionele bestuurders. Bij achtergestelde leningen (tegen de prime rate volgens de looptijd +2%) bedraagt de maximumduur 10 jaar.
Het feit dat de samenwerking tussen Trividend met de overheid op dit ogenblik in de beste omstandigheden verloopt, blijkt onder meer uit het feit dat Trividend zopas nog een bijkomende opdracht kreeg van de Vlaamse overheid, namelijk het uitwerken van een management rapporteringstool, aangepast aan de ondernemingen in de sociale economie. Trividend zal dit instrument, na de huidige test- en optimalisatiefase bij haar eigen klanten, ter beschikking stellen aan de hele sector van de sociale economie.

Tot slot nog dit: in de oude Griekse samenleving stond de God Hefaistos bekend als degene die de mensen het vakmanschap had aangeleerd. Deze god was zelf befaamd om zijn grote kunsten als kopersmid. Hij vervaardigde alles met bescheiden (gerecycleerd?) materiaal. Hij genoot groot aanzien, ook al had hij zelf een fysisch tekort. Hij had een klompvoet. De bekende Amerikaanse socioloog Richard Sennett eindigt zijn recentste boek De Ambachtsman. De mens als maker (Amsterdam, Meulenhoff, 2008) als volgt: ‘Hefaistos met de klompvoet, trots op zijn werk maar niet op zichzelf, is de meest waardige persoon die we kunnen worden’. Het klinkt als een ode aan de sociale economie.

Mark Lambrechts
Bestuurder Trividend

www.trividend.be

sociale economie - PPS - publiek-private samenwerking

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 2 (februari), pagina 46 tot 48