Abonneer Log in

'Met alle geweld'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 3 (maart), pagina 62 tot 64

Met alle geweld

Hans Achterhuis
Lemniscaat, Rotterdam, 2008

De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis werkt gestaag verder. Pas in emeritaat en er verschijnt opnieuw een grondige studie. We zijn ondertussen al bijna dertig jaar verder dan het jaar waarin zijn filosofische bestseller De markt van welzijn en geluk voor het eerst verscheen. Hij vroeg zich eind 1979 kritisch af of een bestendige groei van het welzijnswerk wel zo positief is. In de voetsporen van onder meer Ivan Illich doorzag hij dat het welzijnswerk integendeel tot afhankelijkheid leidt van diegenen die er door geholpen zouden moeten worden. Het heeft eigenlijk vooral tot functie om de welzijnswerkers een inkomen te geven. In Arbeid, een eigenaardig medicijn geeft hij daar een vervolg aan.

Achterhuis had toen al De moed om mens te zijn (over Albert Camus) en De uitgestelde revolutie (over Zuid-Afrika) en Filosofen van de derde wereld gepubliceerd. In 1988 kwam Het rijk van de schaarste, een heel belangrijke analyse van de fundamenten van onze samenleving. Die wordt door schaarste beheerst. Dat is echter geen objectief gegeven, maar precies het resultaat van de manier waarop die samenleving ingericht is. De schaarste wordt daardoor alleen maar groter. Het helpt niet om steeds meer te willen produceren.
Tien jaar later onderneemt hij in De erfenis van de utopie een zoektocht naar de gevaarlijke kanten van de utopie. Wie krampachtig een ideale samenleving wil realiseren, grijpt onvermijdelijk naar totalitaire oplossingen. In 1999 verscheen zijn essay Politiek van de goede bedoelingen. De aanleiding is een poging de gebeurtenissen in Kosovo te begrijpen. In navolging van Hannah Arendt (en Machiavelli) maakt hij een strikt onderscheid tussen politiek en moraal. Goede bedoelingen leiden wel eens tot perverse politieke resultaten.
Ik ga in dit summiere overzicht voorbij aan talloze andere publicaties van Achterhuis. Ik wilde alleen in herinnering brengen dat hij één van de weinige belangrijke Nederlandstalige filosofen is. Meteen zie je de rode draad in zijn werk: als je iets halsstarrig probeert te realiseren, ben je misschien wel bezig iets totaal anders - en wellicht gevaarlijks - te doen. En ik heb daarmee ook de belangrijkste inspiratiebron van Achterhuis aangegeven: de Duits-Amerikaanse politiek filosofe Hannah Arendt. Hij had slechter gezelschap kunnen kiezen, want men kan haar tot de allergrootste filosofen rekenen. Maar niet voor niets heb ik ook Ivan Illich genoemd. Hij is vandaag misschien wat vergeten, maar men zou weer meer de vraag moeten durven stellen waar we in werkelijkheid mee bezig zijn.

Eind 2008 verscheen dus Met alle geweld. Het is een monumentale filosofische zoektocht van meer dan 700 bladzijden, waarin de auteur probeert zo veel mogelijk ‘facetten en gezichten van geweldgebruik in onderling verband te presenteren’ (p. 24). Hij doet dat als filosoof, maar hij put ook uitvoerig uit de literatuur en haalt het werk van de etholoog Konrad Lorenz van onder het stof. Maar voor alles pleit hij tegen iedere monocausale verklaring. Wie denkt één bron van geweld te kunnen aanduiden, riskeert heel gewelddadig bezig te zijn. Hij verschaft zich dan immers het morele recht om die ene bron desnoods gewelddadig uit te roeien. Achterhuis noemt dat een doel-middelredenering: het doel heiligt de - gewelddadige - middelen. Zelf wil hij niet één verhaal vertellen, maar vele fragmentarische verhalen, die misschien hier of daar zelfs tegengesteld aan elkaar zijn. Hij positioneert zich op die manier (in navolging van Sam IJseling) aan de kant van het zwakke en bescheiden denken
Meteen is de invloed van Hannah Arendt duidelijk. Hij neemt van haar het onderscheid tussen macht en geweld over. Macht is het vermogen om gezamenlijk te handelen. Macht heeft te maken met politiek, niet met techniek. In techniek zit per definitie een element van geweld, van aanranden van de natuur. In de publieke ruimte kan men ontsnappen aan geweld. Geweld wordt ingezet op het moment dat macht afbrokkelt. Niet dat geweld per se af te keuren is, maar je moet ervoor oppassen dat de doelen die je ermee wilt bereiken, beperkt gehouden worden. Geweld sluipt binnen in de politiek door het geloof in de maakbaarheid. De Homo Faber kiest zijn middelen in functie van zijn doeleinden en dat kunnen gewelddadige middelen zijn. Het doel-middelschema kan zelfs tot extreme gewelddadigheid leiden, zoals geïllustreerd in het marxisme en het fascisme. Maar je kunt het ook zien bij dierenactivisten en het Islamterrorisme. Ook het geflirt van onder meer Sartre met het zogenaamd structureel geweld past in dit rijtje.

Het is niet mogelijk de enorme rijkdom van het boek en dus ook de andere facetten in kort bestek samen te vatten. Ik laat enkel een paar namen en begrippen de revue passeren. Auteurs als Von Clausewitz, Tolstoi en JM Coetze spelen een sleutelrol, maar ook Hegel, Carl Schmitt en Marquis de Sade. Het universele principe van erkenning/ontkenning van de ander als ander wordt een hoofdbron van geweld genoemd. Zogenaamd willekeurig geweld verbergt een gebrek aan erkenning. Achterhuis gaat in op de oude mythes van Oedipus, Achilles en Kaïn en Abel. Geweld op een gemeenschappelijke vijand kan zorgen voor eenheid, in een wereld waarin juist steeds meer afsluitende of beschermende eenheid verloren ging. Monotheïsme, dat denkt de ene waarheid in pacht te hebben, leidt heel gemakkelijk tot geweld. Het christendom kent in elk geval een lange geschiedenis van intolerantie en geweld. Het hoofdstuk over de genocide in Rwanda is indrukwekkend. Het wij-zij mechanisme speelde er een belangrijke rol in, ook al is het nooit voldoende voorwaarde. Achterhuis gaat nog uitgebreid in op de notie van een zogenaamde gerechtvaardigde oorlog. Humanitaire interventies worden nogal gemakkelijk naar voor geschoven om oorlogsinitiatieven te rechtvaardigen. Wellicht is er op dit vlak in een gemondialiseerde wereld nood aan nieuwe regels en afspraken

Arendt ontkomt finaal niet aan kritiek. Achterhuis volgt haar in haar analyse van de banaliteit van het geweld, in het bijzonder in haar Eichman-studie. Maar hij toont dat ze in haar studie over de revolutie ondanks alles het geweld verdoezelt. Zij wil zo graag in het ontstaan van de VS een nieuw politiek begin dat niet steunt op geweld vinden, dat ze het geweld op de Indiaanse en zwarte bevolking over het hoofd ziet. Eigenlijk is er geen geweldloos begin denkbaar, is de les die René Girard leert. Het is bijna een oerfenomeen, waar de ‘mimese’ het grondmechanisme van uitmaakt. In de navolging van de begeerte van de ander ontstaat geweld, dat enkel tot stand kan komen door het te projecteren op een zondebok. In de hedendaagse wereld, waarin verschillen niet langer door hiërarchische verhoudingen worden vastgelegd, is de strijd om materiële en immateriële goederen totaal geworden. De algemene conclusie van Achterhuis is dat aan geweld niet te ontkomen valt. Het is gewoon inherent aan de menselijke conditie. De droom van totale geweldloosheid is zelfs gevaarlijk. We moeten ermee leren leven, om het te kunnen domesticeren. Achterhuis wil graag het pleidooi overnemen van Chantal Mouffe voor het politieke conflict. Niet het consensusdenken, maar het politieke meningsverschil is de essentie van de politiek.

Je krijgt het nieuwste boek van Hans Achterhuis niet in één ruk gelezen. Heel veel van zijn beschouwingen en redeneringen vragen een tweede en derde lezing. Het is denkbaar dat ‘een zwakke en bescheiden lezer’ er het hele jaar 2009 mee bezig is. Het zal op het vlak van zijn lectuur in elk geval een vruchtbaar jaar worden. Maar als je dan toch bezig bent, lees of herlees ook een paar oudere zaken. En als je haar werk nog niet kent, ontdek Hannah Arendt. Het was voor mij, zoveel jaar terug, een van de mooiste geschenken die een auteur mij ooit gegeven heeft. Het overzicht van zijn werk, ook al was het in vogelvlucht, toont hopelijk dat hier terecht van het magnum opus gesproken wordt. Achterhuis herneemt thema’s waar hij al meer dan dertig jaar mee bezig is en geeft er een verklaring mee aan één van de belangrijkste fenomenen waar we mee geconfronteerd worden. Belangrijk is dat hij zelf geen monocausale verklaring geeft, maar het geweld vanuit zoveel mogelijk gezichtspunten benadert.

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 3 (maart), pagina 62 tot 64