Abonneer Log in

Mogen we nog staken?

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 3 (maart), pagina 54 tot 58

Het accepteren van de staking als actiemiddel is een teken van civilisatie. Hoe beschaafder de maatschappij wordt, des te volwassener gaat ze om met collectieve conflicten. In België hebben we nog een lange weg te gaan.

VAN VERBOD NAAR GEDOOGBELEID

De stakingspost was voor de Eerste Wereldoorlog uitgesloten. Het belemmeren van de vrijheid van arbeid werd immers verboden door het artikel 310 Strafwetboek. Het feit dat dit artikel in 1921, tezamen met de totstandkoming van de wet op de verenigingsvrijheid, werd afgeschaft, wordt door sommige auteurs naïef geïnterpreteerd alsof er toen een stakingsrecht was geboren. Echter, ook na 1921 mogen werkwilligen nog niet fysiek worden geïntimideerd, de openbare orde mag niet worden verstoord, enz. Wie dat toch doet, riskeert gevangenisstraf, maar dan op grond van andere bepalingen van het strafrecht (dan artikel 310 Sw.). De werknemer kan nu wel het werk neerleggen zonder hiervoor (door de overheid) te worden gestraft. Deelnemen aan een staking impliceert echter dat de arbeidsovereenkomst door de werkgever als beëindigd mag worden beschouwd. De repressie wordt dus onder een andere vorm georganiseerd.
Vanaf de jaren 1950 werd door de rechtspraak de schorsingsleer ontwikkeld. Dit komt er grosso modo op neer dat een staking een schorsing van de overeenkomst impliceert (te vergelijken met de juridische toestand waarin een zieke zich bevindt) in zoverre een stakingsaanzegging werd gerespecteerd. Het arrest van het Hof van Cassatie van 21 december 1981 (SIBP v. De Bruyne) zorgt voor een paradigmawissel. Werknemers hebben - volgens het Hof - het recht om het werk neer te leggen; de werkgever mag hiervoor de arbeidsovereenkomst niet beëindigen. Zelfs een ‘wilde’ staking (d.i. een staking die niet wordt aangezegd) is nu mogelijk. Deze jurisprudentie - die tot op de dag van vandaag wordt gevolgd - heeft zeer belangrijke gevolgen gehad; dat is althans de stelling die ik hierna formuleer en waarvan ik meen dat ze spoort met de bevindingen van een aantal sociale wetenschappers.1

EEN NIEUWE ETAPPE IN DE SOCIALE VERHOUDINGEN

Tot 1981 kent de staking in sommige sectoren2 een stereotiep verloop. Wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst ten einde loopt, formuleren de vakbonden nieuwe (loon)eisen die (uiteraard) niet worden ingewilligd. Er volgt dan een stakingsaanzegging die bijvoorbeeld na veertien dagen verloopt. De werkgever heeft zijn voorzorgen kunnen nemen. In de aanloop naar de staking werd veel geproduceerd en de voorraden werden buiten het bedrijf in veiligheid gebracht. De actie duurt vaak weken. Op het moment dat de stocks bijna uitgeput en de actievoerders stakingsmoe zijn, zetten de partijen zich aan tafel en komt men tot een akkoord. Bij de nieuwe start wordt de productie opgevoerd. Het loonverlies wordt gecompenseerd door overuren.
Zolang dit ritueel wordt gevolgd, is er geen probleem. Door het arrest De Bruyne wordt de betovering echter verbroken. De niet-naleving van de verplichting om de staking aan te zeggen, heeft immers geen effect meer. Hierdoor verliest de vakbond zijn initiatiefrecht. Dissidente elementen kunnen zonder enig probleem een staking beginnen én op elk moment. Zij moeten toch geen repressie vrezen. De werkgever moet plots niet langer alleen maar rekening houden met de vakbonden, maar met alle werknemers. Hij verliest de greep op het conflict en gaat op zoek naar andere middelen om de werknemers in het gareel te houden. Een daarvan is het inschakelen van de rechterlijke macht.

DE JURIDISERING VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSVERHOUDING

In 1987 maken we een première mee: een werkgever die geen uitweg meer ziet, stapt - met succes - naar de kortgedingrechter om tussen te komen in een collectief conflict. De techniek is eenvoudig. De werkgever vraagt, bij monde van zijn advocaat aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg door middel van een eenzijdig verzoekschrift (i.e. zonder tegenspraak) en onder verbeurte van dwangsom, dat de stakingsposten worden verwijderd. Indien een en ander wordt toegestaan, wordt de rechterlijke beschikking door een deurwaarder in een bevelschrift gegoten en aan de actievoerders overgemaakt. De stakingspost krijgt een document waarin wordt gevraagd op te krassen. Wie niet weg is, is gezien… en moet de dwangsom ophoesten die vaak enkele duizenden euro bedraagt.

EEN PERFIDE PROCEDURE

In het begin schreeuwden vakbonden moord en brand: de rechterlijke macht zou niet bevoegd zijn. Het is correct dat je aan een rechter niet kan vragen om een staking te beëindigen. Werkgevers doen dat evenwel niet. Zij klagen aan dat zij het bedrijf niet mogen betreden (wat een schending van het eigendomsrecht is), dat de werkwilligen worden geïntimideerd (wat een schending van de vrijheid van arbeid is), enz. Hiervoor is de rechter wel bevoegd.
De procedure roept echter veel vragen op. Het probleem is dat wordt gewerkt met een ‘eenzijdig’ verzoekschrift. Officieel weet de werkgever niet wie er voor de poort staat; hij kan geen namen noemen. Er is geen tegenpartij en dus ook geen tegenspraak. De vordering wordt beslecht tijdens een onderonsje tussen de voorzitter en de advocaat van de werkgever. De voorzitter kan eender wat op de mouw worden gespeld. In de voorbije jaren hebben we dan ook een massa drogredenen de revue zien passeren. De eerste prijs gaat naar een producent van brandblusapparaten die een magistraat overtuigde dat - indien de beschikking niet werd afgeleverd - brandgevaar dreigde in gans het land. Dat de firma geen monopolie had (en men dus ook elders terecht kon) werd even vergeten.
Een bijkomend probleem is dat in de regel naar de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg wordt gestapt. Deze is minder vertrouwd met de arbeidsverhoudingen dan zijn collega van de arbeidsrechtbank en zal vaak sneller geneigd zijn om toe te geven.
Wanneer de beschikking wordt afgeleverd en door de deurwaarder aan de stakingsposten wordt gegeven, is de actie meestal snel beëindigd. Je kan weliswaar achteraf nog via het zogenaamde derdenverzet bij dezelfde rechtbank de beschikking betwisten. Maar, zelfs indien men dan gelijk krijgt, is dat een pyrrusoverwinning. Er zijn al enkele weken verstreken en niemand heeft er nog zin in.
Naar aanleiding van de stakingen tegen het Generatiepact in 2005 hebben bepaalde advocatenkantoren op een vrij agressieve wijze reclame gemaakt voor deze union-busting techniek en hebben hem ook verfijnd. Daar waar men zich vroeger vooral beperkte om naar de rechter te stappen wanneer acties al bezig waren, stelt men nu een vordering in wanneer de stakingen nog maar worden aangekondigd. Daarnaast wordt de beschikking ook vaak niet uitgevoerd. Ze wordt met andere woorden niet aan de stakingsposten overhandigd. Wanneer met de vakbonden wordt onderhandeld, wordt even met de beschikking gezwaaid waardoor de machtsverhoudingen plots worden gewijzigd. De werkgever ligt weer bovenaan. Het beroep op de rechter is een onderdeel van de onderhandelingsstrategie geworden.

EEN NIEUWE WIND?

Niet alle rechters spelen het spel mee. Begin november 2008 besliste de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen3 dat hij het eenzijdig verzoekschrift niet moest inwilligen.
De procedure mag zijns inziens alleen worden gebruikt ‘in geval van volstrekte noodzakelijkheid’. In casu was de actie echter nog niet begonnen en de voorzitter uitte zijn verwondering over het feit dat een vordering werd ingesteld omdat feitelijkheden ‘zouden’ worden gepleegd. Hij redeneerde dat - indien zich problemen met betrekking tot de openbare orde stellen - de ordediensten maar moeten tussenkomen.
Op 3 december jl. werd dan door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne4 een derdenverzet behandeld dat nogal wat media-aandacht heeft gekregen. Op 7 november had de werkgever, een warenhuisketen, door middel van een eenzijdig verzoekschrift gedaan gekregen dat ongeveer eender welke actie onmogelijk werd. Het gevolg van de beschikking was dat de stakers de facto alleen nog maar thuis in hun zetel konden gaan zitten.
De voorzitter van de rechtbank besloot echter naar aanleiding van het derdenverzet de oorspronkelijke beschikking te vernietigen. De argumentatie bevat een aantal opmerkelijke bedenkingen. De werkgever had initieel gebruik gemaakt van het eenzijdig verzoekschrift omdat het onmogelijk was om de tegenpartij te kennen. Daarop repliceerde de voorzitter dat de werkgever de syndicale gesprekspartners kende en deze maar had moeten oproepen. Daarnaast had de werkgever oorspronkelijk zijn zin gekregen omdat hij had aangevoerd dat de economische activiteit volledig zou worden lamgelegd. Hierbij merkte de voorzitter op dat dreigen tot het normale ‘instrumentarium’ (sic) van een sociaal conflict behoort. Net zoals de rechter te Mechelen meent zijn Veurnese collega dat hij niet preventief moet oordelen over conflicten. Het is weliswaar te vroeg om van een trend te spreken en het is ook nog niet zeker dat andere voorzitters hun collega’s zullen volgen.

SUGGESTIEMENU

Vakbonden hebben een perceptie van de collectieve actie die verschilt van deze van de magistratuur. Off the record zal menig militant toegeven dat een beetje trekken en duwen nodig is opdat een actie kans op slagen heeft. In de jaren 1960 en 1970 werd dit als een deel van het spel beschouwd (in zoverre er geen al te buitensporig geweld werd gebruikt). Nu is er geen ruimte meer voor dergelijk gedrag. De vrijheid van arbeid van de werkwilligen primeert. Voor de rechter is de staking ook strijdig met de heilige drie-eenheid van het burgerlijk(e) recht.
- Art. 1134 BW: de staker voert zijn contractuele verplichting om te werken niet uit; dit is muiterij.
- Art. 1382 BW: de staker berokkent (economische) schade;
- Art. 544 BW: de stakingspost (die inherent is aan de schade) verhindert de ondernemer om ongestoord van zijn eigendom(srecht) te genieten.
Werknemersorganisaties hebben de neiging om deze juridisering te negeren. Reeds meer dan twintig jaar beperken zij zich tot een woordenstrijd: het stakingspiket is een recht. Deze mantra wordt steeds weer opgedreund. Parallel hiermee worden - telkens wanneer een werkgever zijn gelijk haalt voor de rechtbank - een aantal fellow-travellers aangepord in hun pen te kruipen om de schending van de vakbondsvrijheid aan te kaarten. Dat is echter een foute strategie. Het gros van de magistraten kan toch niet worden overtuigd. Er moet een parlementair initiatief komen om de wapengelijkheid te herstellen.
Een belangrijk argument pro een dergelijke strategie is dat de manoeuvreerruimte van de rechter wordt beperkt. Nu opereert de magistratuur in een juridisch vacuüm waardoor le gouvernement des juges niet veraf is. Door een wet(swijziging) wordt de rechter echter terug la bouche de la loi: niet onbelangrijk in tijden van verrechtsing.

Hierna volgen een aantal suggesties die in het verlengde liggen van denkpistes die door Laurette Onkelinx als Minister van Werk reeds werden geëxploreerd. Zij hebben dus niet alleen een maatschappelijk draagvlak ter linkerzijde, maar zijn ook zo redelijk/evident dat zij moeilijk door fatsoenlijk rechts kunnen worden afgewezen.

· De voorzitter van de arbeidsrechtbank bevoegd
Sociale conflicten zouden alleen maar mogen worden behandeld door de voorzitter van de arbeidsrechtbank. Deze magistraat is vertrouwd met de geplogenheden van het sociaal overleg en weet beter dan wie ook of hij de advocaat (die vaak alleen maar voor de arbeidsgerechten pleit) kan vertrouwen.

· Tegensprekelijke procedure
Uiteraard kent de werkgever niet alle personen die de stakingspost bemannen, maar hij zou de leden van de vakbondsafvaardiging en/of de gewestelijke secretaris kunnen oproepen. Waarom dit niet in het Gerechtelijk Wetboek inschrijven?

· Plaatsbezoek
Nu oordeelt de rechter zonder de tegenpartij gehoord te hebben en gelooft hij dus vaak de werkgever op zijn woord. Waarom kan een beschikking niet afhankelijk worden gesteld van een plaatsbezoek naar analogie met wat parketmagistraten doen? Zo zou de voorzitter met eigen ogen kunnen vaststellen of er al dan niet een probleem is.
Idealiter wordt ook de werkgever verplicht om aanwezig te zijn bij het plaatsbezoek. Een stakingspost is vrij confronterend en een dergelijke ervaring zou hem wel tweemaal doen nadenken alvorens anderen het vuile werk voor hem te laten opknappen.

· Geen actio ad futurum
Een rechter moet tussenkomen wanneer er zich een concreet probleem stelt. Een aankondiging van acties volstaat niet. Nu wordt op grond van een of ander pamflet vaak een beschikking afgeleverd en wordt dit door de werkgever misbruikt om de onderhandelingen in zijn voordeel te beslechten. De uitspraak van de Mechelse rechter verdient dus navolging en zou ook best wettelijk worden verankerd.

· Voorafgaande procedures
Zelfs wanneer een werkgever een actie uitlokt (bijvoorbeeld door elke dialoog te weigeren) kan hij nog naar de rechter. Waarom laat men de procedure op eenzijdig verzoekschrift (indien men deze zou handhaven) niet (mede) afhangen van de verzoeningsbereidheid? Zo zou de werkgever het bewijs moeten kunnen leveren van het feit dat hij gehoor heeft gegeven aan een oproep van het paritaire verzoeningscomité.

OORLOG EN VREDE

In 1908 gaf Eduard Bernstein een aantal lezingen aan de Université nouvelle de Bruxelles onder de titel La grève et le lock-out en Allemagne. Leur forces, leur droit et leurs résultats. Hij begon zijn besluit met de woorden ‘La grève, en définitive, est une lutte, c’est-à-dire une espèce de guerre’. Honderd jaar later is deze uitspraak nog steeds actueel. De staking slaat nog altijd wonden in het economische weefsel. We voeren echter geen oorlogen meer zoals een eeuw geleden en ook de wijze waarop met collectieve conflicten wordt omgegaan, is grondig geëvolueerd door de sociale dialoog. Deze krijgt echter klappen, onder andere ten gevolge van de onvolwassen manier waarop sommigen zich gedragen tijdens een collectief conflict. Het wordt dan ook tijd dat we beginnen na te denken over een vernieuwde sociale dialoog aangepast aan de 21ste eeuw. Een stakingswetgeving een democratie waardig is daar een hoeksteen van. Het recht is de oorzaak van de huidige impasse, maar het heeft ook de mogelijkheid om ons hieruit te bevrijden.

Patrick Humblet
Vakgroep sociaal recht, Universiteit Gent

Noten
1/ Zie bijvoorbeeld M. Capron, Tien jaar sociale conflicten, VMT, 2006, nr. 2, p. 43 die ook de verandering in de sociale conflicten eind jaren 1980 situeert. Kurt Vandaele plaatst de trendbreuk iets later, namelijk medio jaren 1990 (K. Vandaele, Disciplinering, decentralisatie, staatsinmenging,…en tertialisering. De stakingsevolutie in België na 1970, in C. Devos en P. Humblet (red.), Arbeid vs. Kapitaal. Een kwarteeuw staking(srecht), Gent, Academia Press, 2007, p. 69)
2/ Dit scenario, gebaseerd op mijn ervaringen in een scheikundig bedrijf waar ik voor mijn studies heb gewerkt, was zeker niet uniek.
3/ Rb. Mechelen, 7 november 2008, AR 2008/1266/B, onuitgegeven.
4/ Rb. Veurne, 3 december 2008, AR 3351/BR, onuitgegeven.

arbeid - rechtspraak - stakingsrecht

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 3 (maart), pagina 54 tot 58