Abonneer Log in

Wie op de rem staat, geraakt niet vooruit

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 4 (april), pagina 1 tot 3

Als we de peilingen mogen geloven - en dat mogen we beslist niet - krijgt links in Vlaanderen op 7 juni een oplawaai van jewelste. Aan de halte van een nieuw Vlaams bestuur moeten sp.a en Groen! een lange rij centrumrechtse, populistische, rechtse en radicaal-rechtse partijen laten voorgaan. Zoals het er nu uitziet, zal links op de volgende bus moeten wachten.

Als die nog komt. Want rechts Vlaanderen zal ongetwijfeld met genoegen gebruik maken van publieke diensten om ze daarna met evenveel plezier op een streng dieet te zetten. We zien het vandaag gebeuren met de reddingsoperaties voor de banken én de steunmaatregelen voor de economie. In tegenstelling tot de VS, waar een minderheid die hard republikeinen tenminste het fatsoen had te leven naar hun mythe van de vrije markt en dus overheidssteun publiekelijk afwezen, is er in Europa amper een liberaal te vinden die niet gretig het handje uitsteekt om te kunnen eten uit de ruif van de gemeenschap. Na de maaltijd wordt er steevast semantisch nagetafeld over het onderscheid tussen de sterke overheid en de vette overheid. Vóór de steunmaatregelen was een sterke overheid noodzakelijk, na de maaltijd wordt er geschamperd over de veel te vette overheid. Zo weinig respect voor de solidariteit die gewone mensen opbrengen via de publieke dienstverlening werd zelden vertoond. Een mens zou in deze discussie op z’n minst een vorm van wederkerigheid mogen verwachten. In barre tijden is het een evidentie dat de gemeenschap een economie in nood bijspringt. Ze heeft daar ook alle belang bij. Maar dan lijkt het ook logisch dat de economische actoren zich bereid verklaren om de gemeenschap te steunen als die het moeilijk heeft. Ze heeft daar overigens ook alle belang bij. Maar herinner u hoe de energiesector zich vrolijk op de billen kletste toen voormalig minister Freya Van den Bossche een bijdrage vroeg om het stookoliefonds te spijzen, een arrogante afwijzing die ze vandaag herhaalt als huidig minister Paul Magnette hetzelfde vraagt. Solidariteit lijkt evident als de middelen van de gemeenschap naar de private sector stromen en hinderlijk als het omgekeerde gevraagd wordt. In zo’n context heb je de architecten van de solidariteit - de sociaaldemocratie - nodig om alle spelers mee in het bad te krijgen.

Kiezers hebben vandaag wel degelijk een keuze. Ze kunnen de mythe van zelfregulering en haar resultante - de deregulering - omarmen in de hoop dat de financieel-economische sector haar credo van maatschappelijk verantwoord ondernemen ernstig neemt. Of ze kunnen de feiten onder ogen zien en concluderen dat het feest van de hebzucht nu lang genoeg heeft geduurd en heldere regels opleggen die het gemeenschappelijk belang dienen.
Er is echter nog een tweede reden waarom links vandaag absoluut noodzakelijk is. Uitdagingen die zich al langer stelden, maar overstemd werden door het neoliberale feestgedruis, kunnen nu aangepakt worden: de klimaatproblematiek en de daaraan gekoppelde energieproblematiek, de wereldwijde armoede en de grote migratiegolven, het indrukwekkende watertekort dat eraan zit te komen - de zogenaamde water wars -, de toenemende gezondheidsproblemen, de teloorgang van de biodiversiteit, de denataliteit in Europa en de toenemende vergrijzing... Het zijn allemaal gekende problemen waar bibliotheken over vol geschreven zijn en die, zonder uitzondering, geen ernstig politiek en economisch antwoord hebben gekregen. Ook hier hebben kiezers een echte keuze. Ze kunnen kiezen voor de oplossingen van het verleden en hun stem geven aan partijen die weemoedig terugblikken op de gouden tijden van de jaren 1990. Of ze kunnen een optie nemen op de toekomst en kiezen voor de grote omslag. ‘Never waist a good crisis’, zei de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton tijdens haar recente bezoek aan Brussel. De financiële en economische crisis bieden ons de kans om verouderde sectoren te hervormen, bedrijvigheden zonder toekomst af te bouwen en te vervangen door een sociale, duurzame en innovatieve economie van de toekomst. Die toekomst wordt vandaag gemaakt of zal niet meer gemaakt worden. Op het smeulende puin van het neoliberalisme kan een nieuw Europa gebouwd worden, maar dat zal enkel gebeuren door visionaire bedrijfsleiders en partijen, door burgers en hun middenveld die geloven in de vooruitgang. En laat het geloof in vooruitgang nu net het handelsmerk zijn van de Europese sociaaldemocratie. Jazeker, je kan kiezen tussen de coalitie van een premier die in De Keien van de Wetstraat liet verstaan dat hij geen vragende partij was voor zijn baan en helaas moet werken met een coalitie én een regeerakkoord dat hij niet zelf heeft kunnen maken, voor een politicus die tegen zijn goesting premier is. Van de weeromstuit kan er zelfs gekozen worden voor de macho-variant van Pim Fortuyn. Of je kan kiezen voor een nieuwe generatie politici, die ongetwijfeld nog niets bewezen heeft, maar gedreven wordt door het geloof in de vooruitgang. Die keuze lijkt niet makkelijk te zijn. Is het daarom dat de peilingen een conservatieve reflex tonen? Is het omdat de toekomst ongekend is en gemaakt zal worden door een generatie die nog niets bewezen heeft? Kiest men daarom liever voor de zekerheden van een verleden, zelfs als dat haar eigen falen heeft aangetoond? En wordt die twijfel niet in heel Europa versterkt door reljournalistiek die liever focust op interpersoonlijke conflicten dan op inhoud?
De sp.a gaat in Vlaanderen naar de kiezer met de slogan ‘Nu zeker’. Die slogan slaat de nagel op de kop. Maar met een slogan alleen zullen de socialisten het verschil niet maken. De partij heeft zo lang mee bestuurd, dat zij zich de voorzichtige logica van de bestuurder heeft eigengemaakt. Dat zorgt er voor dat de partij tijdens de campagne riskeert met zichzelf compromissen te maken, nog voor die met eventuele coalitiepartners moeten worden gemaakt. Als sp.a zich in de aanloop naar 7 juni nog lang gedraagt als bestuurder, is de kans groot dat de partij niet lang meer zal besturen. Want wie al op de rem gaat staan nog voor hij vertrokken is, geraakt niet vooruit. Dat de partij nu met een Durfprogramma naar de kiezer wil stappen, is een goede zaak, op voorwaarde dat er echt gedurfd wordt. Durf zullen we nodig hebben als we de omslag willen maken. Een visionair programma voor de toekomst vertrekt van gemeenschapszin en herverdeling, maakt komaf met de feodale structuren die vandaag in Europa heersen en die de slagkracht van het oude continent versnipperen, strijdt nu zonder terughoudendheid voor een sociaal Europa, kiest radicaal voor duurzame innovatie en het creëren van nieuwe banen in de sectoren van de toekomst en maakt daarom overheidssteun afhankelijk van de wil om de grote omslag te maken, opteert voor een economie ten dienste van de hele gemeenschap en niet van een bevoorrechte elite, kiest voor een dynamische financiële sector die de bevolking niet bedriegt met luchtkastelen, erkent dat een samenleving gebaat is met twee grote dynamieken, namelijk een competitieve dynamiek (de enige die tot vandaag de steun genoot) en een coöperatieve dynamiek en weet dat beide dynamieken nood hebben aan een verschillende regelgeving. Terugkeren naar het verleden is vandaag helaas geen optie. Oude vormen en gedachten zullen verdwijnen in een wereld die zich op een kantelmoment bevindt. Wie straks kiest, moet beseffen dat onze kinderen niet gebaat zijn met de oplossingen van het verleden, omdat hun leven zich in de toekomst zal afspelen en zij terecht van ons een toekomstgerichte visie zullen verwachten. Alleen een progressieve stem biedt een garantie op verandering, zelfs als we die stem geven aan een nieuwe generatie politici die nog alles moet bewijzen. De oude generatie heeft immers al bewezen dat hun recepten heilloos zijn.

Jan de Zutter
Redactielid Samenleving en politiek

edito - sp.a - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 4 (april), pagina 1 tot 3