Abonneer Log in

Een nieuwe koers voor Europa?

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 6 (juni), pagina 15 tot 22

De kiezers die zich in de 27 lidstaten van de Europese Unie (EU) de moeite hebben getroost zich naar het stemhokje te begeven, hebben de kaarten geschud. Behoorlijk herschud, zo blijkt bij nader toezien. Ondanks de economische crisis hebben linkse partijen in bijna alle lidstaten, België inbegrepen, een deel van hun aanhang verloren. Met desastreuze gevolgen voor de socialistische fractie in het Europees Parlement. Ligt zo’n resultaat in de lijn van de kiescampagne die werd gevoerd? Hoe kunnen we de nieuwe machtsverhouding interpreteren? En wat zal daarvan het resultaat zijn de komende vijf jaar?

27 + 1 KEER CAMPAGNE VOEREN

Hoeft het nog gezegd? ‘Europese’ verkiezingen bestaan niet. Van 4 tot 7 juni werden in de lidstaten van de Unie afzonderlijke verkiezingen georganiseerd waarvan de optelsom de samenstelling van het Europees Parlement bepaalt. Omdat de verkiezingen ‘nationaal’ worden georganiseerd, zijn ook de kandidaten, de thema’s enz. ‘nationaal’. En, niet onbelangrijk, omdat ook de media binnen de lidstaten opereren, de gespecialiseerde EU-pers uitgezonderd, worden de Europese verkiezingen steevast verbinnenlandst. Het is alsof de regionale tv-zenders het monopolie zouden hebben op de berichtgeving over de Vlaamse verkiezingen. In de voorbije vijf jaar zijn er geen noemenswaardige initiatieven genomen om aan dit euvel iets te verhelpen. Dat er geen echte Europese verkiezingen hebben plaatsgevonden, laat staan een Europese campagne, hoeft dus geen verbazing.

En toch. Europartijen trachten sinds jaar en dag hun lidpartijen op één lijn te krijgen in de aanloop naar de verkiezingen. Dat lukt niet altijd en het resultaat is ook niet altijd indrukwekkend. Zo blinken Europese kiesprogramma’s meestal niet uit in helderheid en worden ze niet door alle lidpartijen als (even) bindend beschouwd. Europartijen beseffen dit. Ze zijn zelf vragende partij om de stembusslag te ‘europeaniseren’. Sinds kort hebben ze daar ook het geld voor. Een deel van de toelage die ze via het Europees Parlement ontvangen, mag tijdens de kiescampagne worden ingezet. Maar structureel verandert er dus niets. Zo hebben Europartijen geen greep op de selectie van de kandidaten en de samenstelling van de lijsten. Wie dus uiteindelijk in de fracties zetelt, ontsnapt volledig aan de controle van de Europese partijleiding.
Europartijen zijn evenwel creatief. Ze proberen via omwegen de 27 nationale verkiezingen te beïnvloeden. Zo kwam het verkiezingsprogramma van de Partij van Europese Socialisten (PES) tot stand via een uitgebreide consultatie en participatie van militanten en belanghebbenden, dikwijls via maar feitelijk ook langs de lidpartijen om. Met een dergelijke bottom-up approach stelde de PES haar lidpartijen voor een voldongen feit. Aan de basis van het document waarover ze vroeger autonoom een akkoord sloten, dikwijls middels de tekst grotendeels uit te vlakken, lag nu een uitgebreide en langdurige consultatie die niet zomaar van tafel kon worden geveegd. Bovendien creëerde de totstandkoming van Mensen centraal: een nieuwe koers voor Europa, zoals het PES-verkiezingsprogramma voluit heet, een sterk mobiliserend effect. En omdat het gros van de communicatie elektronisch verliep (nog een manier om de lidpartijen te omzeilen), hoefde de jongere generatie geen extra drempel te overwinnen. Qua interactiviteit liep de PES ver voor op de andere Europartijen. Maar dat ze haar verkiezingsprogramma al begin december in Madrid had gelanceerd, werd wegens de zich razend snelle ontwikkelende financiële en economische crises plots een nadeel.

In tegenstelling tot vele andere partijen, ook binnen Vlaanderen, koos sp.a ervoor het gros van het PES-programma over te nemen. Tijdens de campagne kwam de Vlaamse toets uiteraard sterk aan bod, met onder meer de strijd tegen de kinderarmoede en een pleidooi voor een Europees minimuminkomen en een ring van windmolenparken in de Noordzee. Door de partijtop werd Vlaams minister Kathleen Van Brempt aangesteld als lijsttrekker. Van Brempt was reeds tussen 1999 en 2003 lid van het Europees Parlement. Klaarblijkelijk had Frank Vandenbroucke bedankt voor de eer en mocht uittredend Europarlementslid Mia De Vits, in 2004 nog lijsttrekker, het voor bekeken houden. Na wat interne schermutselingen en publieke verontwaardiging annex twijfel nam De Vits uiteindelijk genoegen met een verkiesbare plaats voor het Vlaams Parlement. De andere uittredende Europarlementsleden Saïd El Khadraoui en Anne Van Lancker namen plaats twee en drie voor hun rekening. In 2004 was het nog net andersom. Omdat de peilingen slecht weer gaven voor de sp.a kreeg Van Lancker feitelijk een strijdplaats aangeboden. Haar lange staat van dienst, door collega’s gewaardeerde inzet en haar succes bij de Bolkensteinrichtlijn-bis werden duidelijk niet of onvoldoende gewaardeerd. Ook Bert Anciaux stond voor een moeilijke karwei: als lijstduwer aantonen dat hij op eigen kracht een politiek mandaat in de wacht kon slepen binnen zijn nieuwe partij, de sp.a.

Omdat de Europese stembusslag samenviel met de regionale verkiezingen was er nauwelijks aandacht voor het Europees Parlement. Alleen de zogenaamde titanenstrijd tussen de voormalige premiers Guy Verhofstadt (Open Vld) en Jean-Luc Dehaene (CD&V) kon de media bekoren, net zoals vijf jaar geleden trouwens. Die tweestrijd ging uiteraard ten koste van de andere lijsttrekkers. En, wellicht belangrijker, de focus kwam op de kandidaten, eerder dan op de programma’s te liggen. Weliswaar hielden Verhofstadt en Dehaene aanvankelijk de boot af voor een ‘nationaal’ duel. Maar eens ook de televisie in stelling werd gebracht, was het kwaad geschied. Het brede publiek onthield toch vooral dat beiden het met elkaar eens waren over de toekomst van Europa maar dat alleen de weg daartoe verschilde. Welk Europa de andere partijen voorstonden, kwam daardoor nooit echt uit de verf.
Spannend was het alleszins daar er door de opkomst van Lijst Dedecker (LDD) en het uiteenvallen van de kartels meer kapers op de kust waren dan in 2004. Bovendien moest Vlaanderen in de nieuwe samenstelling van het Europees Parlement één zetel inleveren. Ook de peilingen stonden op onweer, ondanks de economische en financiële crisis. Blijkbaar hechtten de kiezers weinig of geen geloof in de socialistische recepten om de crisis te boven te komen.

Dat ook de ‘Europese’ strijd op het scherp van de snee werd geleverd, werd enkele dagen voor de stembusslag overvloedig bewezen. Normaliter is bij de start van de nationale campagnes de rol van de Europartijen uitgespeeld. Niet zo voor de PES. Enkele dagen voor 7 juni spaarde ze haar kritiek op haar politieke tegenstrevers niet, onder meer door te waarschuwen voor de ‘Twelve Terrible Candidates’ die volgens de PES niets positiefs bij te brengen hadden in het nieuwe Parlement. Pittig detail: als enige ‘Vlaming’ prijkte LDD-kandidaat Derk Jan Eppink op de lijst. Hem werd vanalles aangewreven maar dat hij één van de grote voorstanders (en middels zijn toenmalige baan bij Eurocommissaris Bolkestein) en voortrekkers van de vermaledijde Bolkesteinrichtlijn was geweest, werd kennelijk over het hoofd gezien. De strijd was aan de scherpe kant aangezien de PES van plan was de Europese Volkspartij (EVP) van haar troon te stoten. Sinds 1999 leverde zij de grootste fractie. Dankzij het vertrek van de Britse Conservatieven uit de EVP-fractie, de economische crisis en de gebrekkige populariteit van tal van centrumrechtse regeringsleiders, hoopte de PES opnieuw de grootste fractie te worden.

RUK NAAR RECHTS

‘Elke verkiezing heeft haar verrassing’. Dat geldt zeker ook voor de Europese verkiezingen van 2009, maar niet wat de opkomst betreft. Een verdere daling was voorspeld, ondanks het ‘historisch’ dieptepunt van vijf jaar geleden. Dat slechts een schamele 43 procent van de kiezers is komen opdagen, tast de geloofwaardigheid van het nieuwe Europees Parlement aan. Ook al haalt het Amerikaanse Congres bij zogenaamde mid-term elections slechts de helft van die score (en tast dit haar legitimiteit niet aan), naar Europese normen is dit ondermaats. Het is de belangrijkste les van deze verkiezingen. Maar, net als vijf jaar geleden, de les die ook het snelst zal worden vergeten. Probleem: een eenvoudige, pan-Europese remedie ligt niet voor de hand aangezien het opkomstcijfer niet veel meer is dan een gemiddelde. Nederland en het Verenigd Koninkrijk doen het bijvoorbeeld zeer slecht maar andere ‘traditionele’ eurokritische landen zoals Denemarken scoren opvallend hoog. Iedereen veegt dus beter voor eigen deur. Hebben de nationale partijen voldoende aandacht besteed aan hun Europese mandatarissen? Hoe hebben politici in het algemeen Europa de afgelopen vijf jaar behandeld? Als gemakkelijke schietschijf of als houvast in tijden van economische rampspoed? En wat hebben de media, ook in deze de usual suspects, er van gebakken? De vraag stellen is ze beantwoorden. Stel dat kranten, radio en televisie vijf jaar lang geen aandacht besteden aan één van de belangrijkste sporten, voetbal bijvoorbeeld. Zal er dan nog veel tamtam gemaakt worden rond de finale van de Champions League? Twee weken voor de verkiezingen een offensief organiseren waarin het voetbal wordt geridiculiseerd en de supporters als kleuters worden behandeld, kan daar niets aan verhelpen. Integendeel.

Ook een goede score voor de EVP was voorspeld. Maar dat de fractie omzeggens even groot zou blijven, zelfs na het vertrek van de Britse Conservatieven en het Tsjechische ODS van president Václav Klaus, had niemand voorzien. Hier en daar verliest een lidpartij of wordt een status-quo, zoals in Vlaanderen, als een overwinning gevierd. Maar de ruime zeges in onder meer Frankrijk, Polen, Hongarije en Italië (hoewel minder dan voorspeld) maken veel goed. En dat de Duitse christendemocraten beter standhouden dan verwacht, is niet alleen cruciaal in functie van de Bundestagswahl van eind september. Dat zal niet zonder gevolgen blijven voor de interne machtsverdeling binnen de fractie, in de eerste plaats wie de EVP als kandidaat-parlementsvoorzitter zal voordragen. Maar ook met wie de EVP het daarover op een akkoordje wil gooien. En wie wordt haar geprivilegieerde partner in de uitoefening van de wetgevende, controlerende en budgettaire taken van het nieuwe Parlement? Getalsterkste is in deze kwestie onontbeerlijk. In het Europees Parlement palmen christendemocraten en conservatieven opnieuw één derde van de zetels in en, belangrijker, de afstand ten aanzien van de andere fracties is sterk toegenomen. De nieuwe EVP-fractie is nu ongeveer even groot als de tweede en de derde grootste fractie samen.

Die afstand heeft veel, zoniet alles, te maken met de belabberde score van de PES. In bijna alle lidstaten gaan de socialisten en sociaaldemocraten erop achteruit. De uitzonderingen bevestigen de regel, Griekenland bijvoorbeeld. Labour leed een historische nederlaag; de Franse Parti Socialiste kreeg een oplawaai van jewelste; de Nederlandse PvdA verloor klaarblijkelijk veel kiezers aan Geert Wilders, enzovoort. Dat de uittredende fractieleider en kandidaat-parlementsvoorzitter Martin Schultz een zware nederlaag leed in zijn Duitsland, geeft alleszins de indruk dat de PES collectief heeft gefaald. Het stemmenverlies was voorspeld in de peilingen, maar de omvang heeft toch nog voor een verrassing gezorgd. Bij zogenaamde second-order elections, verkiezingen die ondergeschikt zijn aan de als belangrijker geachte nationale verkiezingen en die er dus niet echt toe doen, worden traditioneel regeringspartijen afgestraft, behalve bij het begin van hun ambtstermijn. Aangezien de meerderheid van de regeringen in de lidstaten van de EU in handen is van centrumrechts, zou je voor de Europese verkiezingen een linkse overwinning verwachten. Niet dus. Ook dat mechanisme is geen certitude meer.

Een deel van hun kiezers zijn de socialisten wellicht verloren aan de groenen die een heel goede beurt maken. Ze stijgen een plaats in de rangorde en worden nu de vierde grootste fractie. De liberalen blijven de derde grootste fractie, evenwel zonder veel glans aangezien ze een pas op de plaats maken. Als de Italiaanse Partido Democratico (goed voor 20 verkozenen) voor de liberalen kiest, dan komt daar evenwel een mooie bonus bovenop. Maar eveneens bestaat de kans dat de partij van Romano Prodi voor de PES kiest (om de critici binnen de Partido Democratico over de streep te halen, zou een naamsuitbreiding van de fractie worden overwogen). Uiterlijk midden juli is de samenstelling van de fracties bekend.

Tot het kamp van de winnaars behoren ook de eurosceptici en, tot op zekere hoogte, populistisch rechts. De eurokritische en eurosceptische stemmen zijn duidelijk sterker vertegenwoordigd in het Europees Parlement. Ruim 100 van de 732 zetels worden nu bezet door tegenstanders van de manier waarop Europa het momenteel uitzingt. Maar daarmee is ook het voornaamste gezegd. Omdat het zo’n bont allegaartje is, gaande van extreemlinks tot extreemrechts, zullen ze in verspreide slagorde aantreden. Daardoor zullen ze geenszins tot de club van de middelgrote fracties toetreden, met alle gevolgen van dien: minder spreektijd, minder goede posities in de commissies, minder kansen om het wetgevend werk te beïnvloeden, enz. Het uittredend Parlement heeft daar al min of meer op geanticipeerd door de lat nog een beetje hoger te leggen: om als fractie erkend te worden, zijn nu 25 verkozenen uit 7 lidstaten nodig. De vraag is dus of een deel van de eurosceptici die horde zal kunnen nemen.

Ook in België hebben de socialisten een deel van hun Europese aanhang verloren. In Vlaanderen scoorde de sp.a-lijst 4,5 procent lager dan vijf jaar geleden. Dat het in 2004 nog om een kartellijst ging, doet niet veel af van dat verlies aangezien toenmalig spirit-boegbeeld Anciaux ook toen lijstduwer was en SLP, de opvolger van spirit, bij de Europese verkiezingen barslecht scoorde. De lijst van Nelly Maes bleef ruim onder de 1 procent die de partij bij de Vlaamse verkiezingen haalde. Ter vergelijking: PVDA+ met Tine Van Rompuy, zus van Herman en Eric, haalde bijna dubbel zoveel stemmen. Dat ook Groen! ter plaatse bleef trappelen, is opmerkelijk. Het betekent alleszins dat, interne stemverschuivingen buiten beschouwing gelaten, sp.a en Groen! op Europees vlak geen communicerende vaten zijn. Mogelijks heeft sp.a een deel van haar kiezers verloren aan extreemlinks. Maar dat kan nooit de volledige verklaring zijn. Daarvoor is het verlies van sp.a te groot en de winst van extreemlinks te klein. In vergelijking met 2004 verloren sp.a en SLP samen 150.000 kiezers. Bovendien scoorde de Europese lijst van sp.a 2 procent (bijna 90.000 kiezers) lager dan het Vlaamse gemiddelde. Voor dat laatste is mogelijk het Verhofstadt-effect verantwoordelijk: Open Vld scoorde Europees opmerkelijk hoger dan Vlaams. Mogelijk stemden een pak ‘paarse’ kiezers op Verhofstadt terwijl ze omwille van strategische redenen (de ‘nuttige’ stem) op Vlaams vlak sp.a trouw bleven. Pittig detail: wat het aantal voorkeurstemmen betreft, is Louis Tobback (lijstduwer bij de opvolgers in 2004 en 2009) de enige die standhoudt, al scoort Anciaux ook in 2009 beter dan de burgemeester van Leuven. In tegenstelling tot de andere topkandidaten, gaat hun beider penetratiegraad er evenwel op achteruit. Het resultaat is alleszins dat sp.a het met één zetel minder moet stellen. Daarmee is aan de Europese loopbaan van Van Lancker voorlopig een einde gekomen.

Ook de Franstalige socialisten moeten één zetel inleveren. In vergelijking met 2004 scoorde de PS 7 procent lager (van 36,09 naar 29,10). Bovendien is er ook aan de zuidkant van de taalgrens één zetel minder te verdelen. Ecolo daarentegen strijkt een winst op van 13 procent (ook hier kan binnen de linkerzijde de winst van de ene niet volledig het verlies van de andere verklaren). Dit levert haar een tweede zetel op. Voorlopig keert alleen Véronique De Keyser (PS) terug naar het Europees Parlement. De anderen zijn neofieten of het is nog onduidelijk of de verkozenen ook daadwerkelijk hun zetel zullen opnemen. De meest opmerkelijke nieuwkomer is Frédéric Daerden, zoon van Waals minister Michel Daerden, die als enige kandidaat erin slaagde vanop een onverkiesbare plaats verkozen te worden. Met zo’n 90.000 voorkeurstemmen haalde hij het vierde beste resultaat in Franstalig België.

BARROSO II

De historisch slechte score van de socialisten zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de werking van het Parlement. De eerste test is de verkiezing van de parlementsvoorzitter. Wie zal de PES voordragen en zal ze in staat zijn het opnieuw op een akkoordje te gooien met de EVP? Of komt er een alternatieve alliantie tussen de liberalen en alles wat links is? Dat laatste wordt bijzonder moeilijk en lijkt nu minder waarschijnlijk dan ooit. Idem voor de tweede test: de goedkeuring door het Parlement van de voordracht door de Europese Raad van de kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie. Het heeft er alle schijn van dat dit opnieuw José Manuel Barroso zal zijn. Hoewel Barroso niet door iedereen geliefd is in de EVP en vooral bij de andere fracties stevige kritiek te verduren krijgt, is de kans erg klein dat hij een geloofwaardige uitdager op zijn weg zal vinden. Reeds tijdens de campagne kwam de verdeeldheid binnen de socialistische familie duidelijk aan de oppervlakte. Terwijl PES-voorzitter Poul Nyrup Rasmussen hemel en aarde trachtte te bewegen om een gemeenschappelijke socialistische kandidaat naar voor te schuiven, stemden socialistische premiers als Brown (Verenigd Koninkrijk), Zapatero (Spanje) en Socrates (Portugal) in met de verlenging van het mandaat van Barroso. Een weinig verheffende episode, temeer daar er een kans is blijven liggen om met een kandidaat van links de campagne voor de Europese verkiezingen te kruiden. Vergeten we ook het dubbelspel van de Duitse SPD niet: om haar eigen kansen op een Parlementsvoorzitter gaaf te houden, kon de partij tijdens de campagne nooit voluit gaan in haar kritiek op 5 jaar neoliberaal beleid onder leiding van Barroso. Te midden van een economische crisis die de zwaktes van het neoliberalisme blootlegde, was ook dat erg pijnlijk. Maar als de SPD ook de Bundestagswahl van eind september verliest en Barroso II pas in het najaar van start gaat (nadat het Verdrag van Lissabon in werking is getreden), dan krijgen we misschien toch een heel ander plaatje. Waarom zouden de socialisten die nieuwe Commissie dan nog steunen? De onderhandelingspositie van de PES en (vooral) de liberale fractie (die evenmin haar kritiek op Barroso spaart) zal er sowieso op vooruitgaan. Hoewel de EVP de stembusslag glansrijk heeft gewonnen, is door het verlies van de socialisten ook de steun van de liberalen noodzakelijk om Barroso in het zadel te houden. Op zijn kousenvoeten krijgt Barroso dus geenszins een meerderheid van het Parlement achter zich. Inzoverre de liberalen zich weinig inschikkelijk opstellen (en dat is met de gedoodverfde nieuwe fractieleider Verhofstadt niet onwaarschijnlijk), verhogen ook de kansen van de socialisten om één en ander uit de brand te slepen. Of ze kunnen het samen op een akkoordje gooien. Op de verkiezingsavond zag EVP-voorzitter Wilfried Martens die bui al hangen. Het staat buiten kijf dat over de toekomst van Barroso nog een hartig woordje zal worden gesproken tussen de drie politieke families, veel meer dan vijf jaar geleden.

Mogen we met dit nieuwe Parlement ook vonken verwachten in de loop van de legislatuur? Op het eerste zicht brengen de eurosceptici een nieuw geluid binnen in het democratisch debat en daar kan toch niemand echt op tegen zijn. Hun aanwezigheid verplicht de voorstanders van Europese integratie duidelijke argumenten op tafel te leggen in plaats van zich te beroepen op een niet-bestaande consensus. Daarin ligt ook een grote rol voor de nieuwe PES-fractie. Als één van de oorzaken van haar nederlaag wordt trouwens verwezen naar haar tweeslachtige houding ten aanzien van het voortschrijdende integratieproces: sommige lidpartijen zijn traditioneel pro-Europees, andere laten veeleer eurokritische of eurosceptische geluiden horen. Geen enkele politieke familie kan dit debat nog langer uit de weg gaan. Ook de EVP en de liberalen niet, want ze kampen met net hetzelfde probleem.
Maar hebben we ook goede redenen om zo’n scenario te verwachten? Neen, helaas niet. Meer eurosceptici in het Parlement zal paradoxaal leiden tot minder debat. De traditionele families zullen immers meer dan vroeger op elkaar aangewezen zijn om de noodzakelijke meerderheden in het Parlement te halen. De verschillen tussen EVP, PES en liberalen zullen dus minder uitgesproken zijn. Want laten we eerlijk zijn: tot een echt gesprek met de eurosceptici zal het niet komen. Feitelijk zitten ze gevangen in een cordon sanitaire. Nu en dan zullen ze met ludieke acties of het opdiepen van nieuwe schandalen de media halen. Ja, dat wel. Maar zullen ze ook wegen op de werking van het Parlement? Verkiezingswinst omzetten in tastbare resultaten, zo eenvoudig is dat niet in een sterk versplinterd parlement. Maar dat betekent ook dat verliezers niet noodzakelijk aan macht en invloed hoeven in te boeten. Natuurlijk, minder parlementsleden betekent minder mensen en middelen. Maar wat is het netto-effect op vlak van beleid? Plus ça change, plus ça reste la même chose. Wie de vergelijking maakt met politiek Vlaanderen en de rol die linkse partijen daarin (kunnen) spelen, ziet meteen dat de Europese waarheid dichter bij huis ligt dan dat je op het eerste gezicht zou denken.

Steven Van Hecke
Departement Politieke Wetenschappen - Universiteit Antwerpen

Europa - Europees Parlement - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 6 (juni), pagina 15 tot 22