Abonneer Log in

En het PS-apparaat, stáát!

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 6 (juni), pagina 23 tot 35

Voor alle duidelijkheid moet bij wijze van inleiding een mijlpaal worden uitgezet: deze bijdrage wordt geschreven tijdens de eerste twee dagen na de verkiezingszondag van 7 juni. De uitslagen zijn gekend, de coalities nog niet, al zijn er al vermoedens. Wat hierna volgt kan enkel een poging zijn om in te gaan op de algemene stromingen die naar aanleiding van deze verkiezingen bij het kiezerskorps kunnen worden waargenomen. In deze bijdrage ligt daarbij de nadruk op Wallonië, maar ook op Brussel en op Duitstalig België.

VLAANDEREN

Toch moeten we beginnen bij het Vlaamse parlement, waar Christian Van Eycken (UF) de enige Franstalige gekozene blijft. De Union des francophones boekte een zeer lichte winst in stemmen (van 43.391 in 2004 naar 47.319 in 2009, of van 6,52 naar 7 procent). Dit blijft ver beneden de verwachtingen. De UF was zegezeker, zeker van een tweede zetel, dankzij de aanwezigheid op de lijst van de drie niet-benoemde burgemeesters Damien Thiéry (Linkebeek), François van Hoobrouck (Wezembeek-Oppem) en Arnold d’Oreye (Kraainem). Zowel van Hoobrouck als d’Oreye hebben dubbele (adellijke) familienamen, maar gebruiken deze niet in de politiek. Ik vermoed dat die dubbele namen te nadrukkelijk verwijzen naar het Vlaanderen van vroeger, waar in bijna elke gemeente het bestuur vanuit een francofoon kasteeltje werd gevoerd. In het kanton Halle-Vilvoorde haalde UF 11,8 procent van de stemmen, een winst van één procent vergeleken bij 2004. Hieruit afleiden, zoals La Libre Belgique gevolgd door de Vlaamse pers deed, dat de verfransing oprukt (‘La périphérie se francise toujours’, d.d. 9 juni) lijkt mij sterk overdreven. Wel is het zo dat voor de Europese verkiezingen de uitslag van UF iets beter is, maar dat was in 2004 ook al het geval. Het aantal Brusselaars dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de jongste jaren heeft verlaten, ligt (veel) hoger dan de halve procent winst van UF. Ik heb de indruk dat daar twee waardevolle elementen van informatie kunnen worden uit afgeleid. Het eerste is dat de inwoners die Brussel voor de Vlaamse Rand inruilen niet allen francofonen zijn, maar ook Nederlandstaligen en vooral Europeanen en buitenlanders van alle slag. Er bestaat dus geen automatisme tussen stadsvlucht en verfransing.
Het tweede element lijkt mij te zijn dat de meeste nieuwe inwoners van de Vlaamse Rand niet de confrontatie met hun nieuwe (Vlaamse) gewest zoeken, maar de bestaande structuren aanvaarden. De harde houding van een aantal Vlaams-Brabantse burgemeesters (en een gekozene zoals N-VA’er Mark Demesmaeker) kan hierbij eerder een negatieve dan een positieve invloed hebben uitgeoefend. Zonder al het geruzie over die niet-benoemde burgemeesters en het uitblijven van de splitsing van het verkiezingsarrondissement Halle-Vilvoorde (voor de federale verkiezingen) zou de lijst UF misschien aan een afgang zijn begonnen. Daar ben ik, al is dit is niet te bewijzen, vrij zeker van.
Onthouden wij dat het UF status-quo blijft, één zetel ocharme op de 120 van het Vlaamse parlement, en dat de ‘oprukkende verfransing’ moet worden gerelativeerd, m.i. zelfs als thema mag worden afgevoerd. Men zou kunnen overwegen om in ruil voor de splitsing van Halle-Vilvoorde de Franstaligen in Vlaams-Brabant één of twee zetels te garanderen in het Vlaamse parlement, waar zij dan enkel over gewestzaken zouden mogen meestemmen (zoals de Franstalige opvolgers van Duitstalige gekozenen uit het arrondissement Verviers in het parlement van de Franse Gemeenschap, of de zes Vlaamse Brusselaars in het Vlaamse parlement).

BRUSSEL

In het Brusselse Gewest haalden de Vlaamse partijen 51.811 stemmen (op een totaal van 484.719), tegenover 62.516 in 2004, een uitgesproken verlies dus van iets meer dan tienduizend stemmen. Dit lijkt veel, is ook veel, maar er bestaat een rechtstreeks verband tussen dit verlies en de halvering van het aantal zetels van het Vlaams Belang (van zes naar drie). Het lijdt geen twijfel dat nogal wat Franstalige Brusselaars vorige keer op de lijst van gewezen politiecommissaris Johan Demol hadden gestemd, de man die met harde hand de Marokkanen uit Schaarbeek wou verdrijven. Het Vlaams Blok vervulde in Brussel ook de functie van het FN (Front National), maar op racisme en vreemdelingenhaat kan niet langer een partij en een programma worden gebouwd. De bevolking van Brussel is zeer heterogeen geworden, en dit sociologisch feit wordt meer en meer door de bevolking aanvaard. Mij troffen in die hele verkiezingsperiode in Brussel vooral de aanwezigheid en de persoonlijke inzet van allochtone kandidaten - waarbij ik in de toekomst een poging ga ondernemen om iemand met een naam als Aziz Albishari, Ahmed Mouhssin of Bertin Mampaka Mankamba niet langer als ‘allochtoon’ te omschrijven, zoals in het verleden op een bepaald moment in Wallonië mensen met namen als Van Cauwenberghe of Reynders niet langer op hun afkomst uit Vlaanderen werden beoordeeld. Dat de meeste van die nieuwe Brusselaars (ook al een slechte omschrijving, de meeste zijn hier geboren) op Franstalige lijsten fungeren, staat vast. De Vlaamse lijsten hebben nog te veel enkel een allochtoon-van-dienst. De massale aanwezigheid van deze nieuwe Belgen en niet-Belgen in het Nederlandstalig onderwijs maakt op termijn een bredere rekrutering mogelijk.

Ik behoor niet tot diegenen die onvoorwaardelijk pleiten voor tweetalige lijsten in Brussel, in een nogal doorzichtige poging om het aantal Vlamingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te maskeren. De Vlaamse aanwezigheid in het Brussels parlement is gegarandeerd (zeventien zetels), en dit lijkt mij een goed en democratisch systeem: minderheden - overal - hebben recht op bescherming, en als Vlaamse Brusselaars weten wij zelf wel dat wij in deze stad een minderheid uitmaken. Verder moet Vlaanderen als gemeenschap in Brussel aanwezig blijven, en zijn de Vlaamse stedelingen mans genoeg om zich tegelijk Vlaams én Brussels te voelen: politici als Guy Vanhengel en Pascal Smet zijn daar prototypes van. Ook bestaat de in het dorp Vlaanderen zo geminachte ‘Dansaertvlaming’ wel degelijk, al woont hij vaker in Jette of Molenbeek dan bij de Beurs of in de Dansaertstraat. Het gros van de Vlamingen in Brussel voelt zich goed in de stad, beter dan vroeger.
Op Didier Reynders na heeft niemand dit Brussels Model in vraag gesteld, dus waarom zouden wij alarm slaan. De toekomst van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel zal afhangen van twee elementen: de aantrekkingskracht die wij op de nieuwe Brusselaars uitoefenen, en de blijvende immigratie van vaak jonge Vlamingen, die hier studeren of een functie uitoefenen, of gewoon aangetrokken worden door het multinationale en het interculturele karakter van de stad. Dat deze vaak als jong gezin de stad gaan verlaten, hoeft geen probleem te zijn mits zij door een nieuwe generatie worden vervangen.

DUITSTALIG BELGIË

De beste, de meest fatsoenlijke van alle verkiezingscampagnes werd deze keer in Duitstalig België gevoerd: goede kandidaten, grondige debatten, geen extremistische partijen en geen schandalen. En de overheersende figuur van minister-president Karl-Heinz Lambertz. Dit alles heeft geleid naar een keuze voor het status-quo (met toch in de oppositie een verlies van een zetel voor de CSP, die naar Ecolo ging, en in de meerderheid een verschuiving van een zetel van PFF naar ProDG). Karl-Heinz Lambertz blijft hoofd van dezelfde coalitie van SP (socialisten), PFF (liberalen) en ProDG (vergelijkbaar met N-VA). Hier werd niet met modder gegooid. Men kan er in Vlaanderen en vooral in Wallonië iets uit leren. De krant Grenz-Echo en de regionale radio en televisie BRF gaven alle kandidaten en alle partijen het woord, en lieten ze ook uitspreken. Een groot verschil met de bij momenten irritante houding van de journalisten-debatleiders van de VRT. De openbare omroep zou hier haar huisstijl eens mogen herzien. Een journalist hoort niet het middelpunt van een debat te zijn, en de vijftien seconden-regel - geef niemand de tijd om langer te spreken - is een ramp en een aanfluiting van het menselijk intellect.
Nu zijn deze Duitstalige Belgen geen betere of meer verstandige mensen dan de gemiddelde Waal, Brusselaar of Vlaming, maar wat hen bindt is een eensgezindheid over wat voor alle partijen een minimumprogramma is: meer onafhankelijkheid tegenover Wallonië, met in de eerste plaats de overdracht van de bevoegdheden inzake Huisvesting en Ruimtelijke Ordening, evenals van de provinciale bevoegdheden, van het Waalse Gewest en van de provincie Luik naar de Duitse Gemeenschap, die op deze wijze evolueert naar een Gewest-Gemeenschap, naar Vlaams voorbeeld. Veel meer is er over deze verkiezingen niet te zeggen, behalve dat Vlaanderen er alle belang bij heeft om de banden met de Duitse Gemeenschap aan te halen, met het oog op een nieuwe fase in de staatshervorming. Hier zitten bondgenoten.

WALLONIË

De zondvloed die de PS van Elio Di Rupo in Wallonië zou wegvagen, is uitgebleven. En de man die voor schut staat is Didier Reynders, die tijdens de campagne zei dat zijn MR nooit met de PS zou regeren. Inmiddels werden de twee partijleiders al samen gezien, maar ik betwijfel de mogelijkheid van een Grote Verzoening zeer: geen MR-PS-regering in Wallonië, en vermoedelijk ook niet in Brussel. De enorme sprong voorwaarts van Ecolo heeft er in de eerste plaats voor gezorgd dat PS noch MR aan één coalitiepartner genoeg hebben, en dat men daar naar coalities met drie partners moeten. Op het vlak van het Waalse Gewest is dit nieuw. Op het moment dat ik dit schrijf hebben Ecolo en cdH zich aan elkaar vastgeklonken. Dit is niet alleen de verdienste van Jean-Michel Javaux, maar ook van Joëlle Milquet, in mijn ogen de meest onderschatte politica van haar generatie - en ik reken daar de heren politici ook bij. De vroegere PSC was op sterven na dood. Milquet heeft daar opnieuw een regeringspartij van gemaakt. Men doet haar ook onrecht aan haar steevast als Madame Non te omschrijven. Zij kan goed en grondig onderhandelen, en treedt in haar Brussel zeker niet Vlaamsvijandig op. De goede relatie tussen Joëlle Milquet en vice-premier Steven Vanackere kan op termijn leiden naar een verstandig - en vooral: goed voorbereid - gesprek over de staatshervorming, en misschien naar een betere relatie tussen CD&V en cdH. Alles wijst er dus op dat PS, Ecolo en cdH in Wallonië, en vermoedelijk ook in Brussel, de coalities zullen vormen.

Waarom is de Parti Socialiste niet aan haar schandalen ten onder gegaan? Dit was voor de meeste waarnemers toch dé grote verrassing van deze verkiezingen. Ik zie twee elementen van verklaring, die hier en daar al werden aangegeven: de grofheid van de campagne van Didier Reynders, die een aantal weifelende PS-kiezers terug naar de oude vertrouwde partij heeft gedreven. Maar misschien vooral de stevigheid van het PS-apparaat in Wallonië. Reynders heeft zodanig overdreven dat aan het bericht dat een Luikse onderzoeksrechter met het dossier-Van Cauwenberghe werd belast niet eens veel aandacht meer werd besteed. De ‘schandalen’ renderen niet meer. En Di Rupo, Rudy Demotte en Paul Magnette zijn in het overbrengen van hun boodschap geslaagd. En dat was zoiets als ‘wij zijn de nieuwe PS, de schandalen behoren tot de oude PS’. Reynders heeft dit met zijn onbehouwen optreden alleen maar versterkt.
Het PS-apparaat stáát dus nog altijd, en houdt vooral goed stand in de socialistische gebieden: Mons, Charleroi en ook Luik, met ‘papa Daerden’: ook zo iemand die, zoals Madame Non, in de toekomst best meer ernstig moet worden genomen. De man is echt niet zo gek als hij er soms uitziet (of zich voordoet). Misschien is het behoud van de macht van de PS binnen het klassieke territorium van de PS, de provincies Henegouwen en Luik, de belangrijkste vaststelling van de gewestverkiezingen van 2009. Als Di Rupo zijn interne sanering verder zet - en gezien zijn succes twijfelt daar geen mens meer aan - is de toekomst van de Parti Socialiste nog voor lange tijd verzekerd. Dat PS-apparaat bestaat trouwens niet alleen uit de partij, maar eveneens uit een aantal met de partij verbonden zuilen of organisaties, van de vakbond tot de regionale televisies, over (te talrijke) intercommunales, openbare ziekenhuizen, scholen, culturele instellingen en dies meer heen: zoals het Vlaanderen van de CVP in de jaren 1950 er uit zag. Wie binnen het PS-apparaat vertoeft voelt zich veilig.

Aan de verdwijning van het Front National (alle vier de zetels kwijt) kan ook niet zonder meer worden voorbij gegaan: racisme rendeert niet meer, wat ook blijkt uit de zware klappen die het Vlaams Belang in Vlaanderen kreeg. Daar komt bij dat het Front National in Wallonië al langer dan bij het Vlaams Belang ook aan intern geruzie ten onder is gegaan. Dit belooft dus voor het Vlaams Belang.
Laatste vaststelling: Paul-Henri Gendebien mag zijn rattachistische droom opbergen. Een aanhechting bij Frankrijk bekoort de Walen niet. Hieruit volgt dat zij Belg willen blijven. Hieruit volgt dat zij met de Vlaamse partijen verder zullen moeten onderhandelen over nieuwe stappen in onze staatshervorming, waaraan wij in gemeenschappelijk overleg - en met bijzondere meerderheden - al minstens een halve eeuw werken.

Guido Fonteyn
Journalist en auteur

PS - verkiezingen - Wallonië

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 6 (juni), pagina 23 tot 35