Abonneer Log in

'Le Krach parfait. Crise du siècle et refondation de l'avenir'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 6 (juni), pagina 68 tot 69

Le Krach parfait. Crise du siècle et refondation de l'avenir

Ignacio Ramonet
Galilée, Paris, 2009

De gewezen hoofdredacteur van Le monde diplomatique maakt in Le Krach parfait een analyse van de crisis van 2008. Op zich interessant, want zo zie je dat de crisis helemaal niet uit de lucht komt vallen, maar de consequentie is van politieke keuzes die sinds dertig, veertig jaar gemaakt worden. Maar het boekje is vooral belangrijk omwille van zijn politieke besluit. Vlaanderen kan er iets van leren.

Ramonet valt met de deur in huis: we beleven het einde van het kapitalisme. Een economisch systeem zonder regels, het ultraliberalisme, is over. Laten we die kans niet liggen en de economie herinrichten op een basis die rechtvaardiger, meer solidair en democratischer is. Wat op financieel vlak gebeurde, is te vergelijken met de val van de Berlijnse muur op het geopolitieke vlak: een Copernicaanse omwenteling. Eigenlijk mogen we niet van een crisis spreken. Het is een revolutie, in die zin dat het kapitalisme niet langer een systeem vormt, geen evenwicht meer vindt. Om de banken te redden worden op korte tijd ongelofelijke sommen gevonden. Om de helft van de mensheid die in armoede leeft te helpen vindt men nauwelijks iets.

Volgens Ramonet gaat alles terug tot 1971, het moment waarop Nixon het Bretton Woods systeem doorbreekt door de omwisselbaarheid van de dollar in goud op te geven. De Chicagoschool kwam aan de macht en adviseerde politici als Suharto, Pinochet, Thatcher en Reagan. Zij installeerden een agressief neoliberalisme en een militant anti-keynesianisme. Armoede werd de schuld van de armen zelf. Het milieu werd geplunderd. Ook de sociaaldemocraten namen het liberale discours over. Sterker nog, in landen als Frankrijk, Italië en Venezuela waren het sociaaldemocraten die het neoliberalisme installeerden. In de vroegere Oostbloklanden stonden nog de meest orthodoxen op.

Dat dit ooit op zijn grens zou stoten werd voor het eerst duidelijk in 1997-1998, toen de Aziatische tijgers op hun muil kregen. Het tweede symptoom kwam in 2000 boven, toen de internetbuil openbarstte, met schandalen als Enron en Parmalat. In plaats van die symptomen ernstig te nemen, werd het kapitalisme alleen maar brutaler. Er kwamen nieuwe roofzuchtige beleggingsfondsen, waarbij pas echt handel gedreven wordt met lucht en zonder dat de beleggers dat zelf beseffen. Aan de ene kant werden fortuinen verdiend, aan de ander kant werd er - uit naam van het neoliberalisme - op los gerationaliseerd. Begin 2008 kon men het ergste al zien aankomen. In de VS stortte de immobiliënmarkt in, waarbij echt kleine mensen gave en goed verloren. Ze waren belazerd door banken, die eigenlijk een soort piramidesysteem opgezet hadden dat onvermijdelijk moest ineenstorten.
Het resultaat is een catastrofe. Al meer dan 25.000 miljard euro zijn in rook opgegaan. Een belangrijke bank ging failliet, andere banken moesten worden overgenomen. En de slimme bankiers hebben niets zien aankomen. Dat geldt trouwens ook voor de economisten. Behalve Roubini en Krugman bleven zij het neoliberalisme preken. Alleen zou het nu duidelijk moeten zijn dat de vrije markt zonder de inmenging van de staat niet kan functioneren. ‘Haar eigen vraatzucht leidt tot zelfdestructie.’ (101) Met zo’n economie is het niet denkbaar ook nog de ecologische problemen of het mondiale voedselprobleem aan te pakken.

Links moet ermee ophouden de neoliberale economie te ondersteunen. Het moet opnieuw opkomen voor wie er het slachtoffer van is. De sociale kwestie moet weer centraal staan. Het kan beginnen met drie zaken: fiscale paradijzen moeten worden opgeheven. Inkomsten op kapitaal moeten zwaarder belast worden. En alle financiële transacties moeten worden belast (Tobintaks). Maar het komt er vooral op aan om meer controle te krijgen op economische beslissingen. De economie moet gewoon democratischer worden.
De crisis is vorig jaar niet uit de lucht komen vallen, maar is de consequentie van het neoliberalisme uit de jaren 1970. Je lost het probleem alleen op als je dat neoliberalisme overwint. Vandaag beleven we het failliet van het neoliberalisme, laten we de kans grijpen en niet nog eens proberen het op te lappen. Dat is in een notendop de redenering van Ramonet. Het is sloganesk weergegeven en ik ontken niet dat ook de lectuur van het boekje dat misschien niet helemaal zal overwinnen. Maar het belangrijkste lijkt me dat wel degelijk een lijn gezien wordt. Het belangrijkste is dat we durven zeggen dat het neoliberalisme tot catastrofes leidt. Dat we durven zeggen dat we daar een halt willen tegen roepen. Dat links ophoudt zich in een neoliberale mantel te hullen. Links is niet liberaal! Links heeft een ander economisch systeem op het oog. Voor links gaat het om de sociale kwestie. Ook in Vlaanderen blijft links te zeer twijfelen. Het beseft dat remedies die enkele maanden geleden ondenkbaar waren terug op tafel liggen. Maar het durft niet voluit gaan. Het durft geen alternatief aan te bieden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 6 (juni), pagina 68 tot 69