Log in

Is een openbare bank de beste garantie voor duurzaam en ethisch bankieren?

Duurzaam en ethisch bankieren kan maar gebeuren op drie voorwaarden: de bankiers moeten worden verplicht mee te werken aan een duurzaam economisch groeimodel dat iedereen ten goede komt, ze moeten de juiste prikkels krijgen om dit te doen en er is een democratische controle nodig op de sector. Om de eerste twee voorwaarden te vervullen is onmiskenbaar een sterke overheidsinterventie nodig. De vraag is hoever die moet gaan. Om de laatste voorwaarde te vervullen moeten de burgers het heft in eigen handen nemen.

HEBZUCHT LEIDT TOT WAANZIN

Laat je de vrije markt spelen, dan dansen de meeste bankiers op een enkele uitzondering na naar de pijpen van de aandeelhouders gestimuleerd door de bonussen, premies en gouden parachutes die ze toegestopt krijgen, ongeacht hun prestatie. Gedreven door hebzucht deden de meeste bankiers tot nu toe hun uiterste best om hun aandeelhouders te bevredigen door te pogen zoveel mogelijk winst te maken op een zo kort mogelijke termijn. Ze bedachten daarvoor innovatieve technieken zoals effectisering en gebruikten buitenbalansvehikels en fiscale paradijzen om regels en controle te omzeilen. Personeel en klanten werden ingeschakeld in dit raderwerk. Hun belangen behartigen was geen prioriteit voor de bankiers. Het algemeen belang behartigen was evenmin een prioriteit.
Maar kunnen we hen dat kwalijk nemen? Er was niemand die hen verplichtte andere doelstellingen na te streven. Hebzucht is menselijk en werd beloond in plaats van bestraft door het casinokapitalisme. Om de winsthonger te stillen hebben banken enorme risico’s genomen. Ze hebben hun balansen tot in het extreme opgeblazen. Ze hebben hun buffers afgebouwd en hun alarm uitgeschakeld omdat het allemaal veel te goed ging. Het systeem leek te werken. Maar terwijl ze schuldeiser werden van vele mensen en instellingen, maakten ze op die manier zichzelf ook afhankelijk, zonder bovendien te weten van wie of van wat.

Dit alles naar het grote voorbeeld van de Verenigde Staten. Dat land heeft de facto vele andere landen aan zich onderworpen door ze wijs te maken dat ze moesten moderniseren met de hulp van Amerikaanse ingenieurs- en bouwbedrijven en enorme hoeveelheden Amerikaans krediet. Als de landen in kwestie het moeilijk kregen met hun afbetalingen, kregen ze uitstel van betaling in ruil voor toegang tot grondstoffen zoals olie.1 Maar de VS hebben zelf ook enorme schulden opgebouwd en hebben zich afhankelijk gemaakt van landen als China om als dé consumptiemaatschappij van de wereld te kunnen blijven doorgaan. Hoe lang zullen die globale onevenwichten nog kunnen standhouden?
Niet toevallig zijn de innovatieve financiële technieken, die bijna de ondergang van het banksysteem teweeg brachten, bedacht in de VS. Niet toevallig is de financiële crisis ontstaan in de VS om dan over te waaien naar onze contreien. Niet toevallig is de Amerikaanse overheid, tegen al haar neoliberalistische principes in, moeten tussenkomen om het internationaal banksysteem te redden, en uiteraard is het nu in de VS (samen met het Verenigd Koninkrijk) dat de machtige financiële lobby’s aan het werk zijn om de regelgevende initiatieven, die vooral vanuit Europese impuls ontstonden naar aanleiding van de crisis, af te zwakken.

Je kan je afvragen of ze hun lesje dan nog niet geleerd hebben in de VS. Maar het enige dat telt, is dat er geld moet vloeien vanuit het buitenland naar de grote Amerikaanse bedrijven, naar de Amerikaanse elite die ook op politiek vlak mee aan de touwtjes trekt. Denk maar aan de familie Bush. Toen vader Bush nog vicepresident van de VS was, werd zoon Bush lid van de raad van bestuur van en consultant bij Harken Energy Corporation. Toen vader Bush verkozen werd tot president van de VS, begon de regering van Bahrein te onderhandelen met Harken Energy over offshore olieboorrechten. Binnen een paar weken tijd steeg de prijs van het aandeel van Harken met 20%.2
Die geldstroom van het buitenland naar de VS moet zo weinig mogelijk obstakels tegenkomen op haar weg. De financiële sector speelt hierbij een sleutelrol. Dus waarom zou de Amerikaanse regering de sector onderwerpen aan strengere regels en toezicht? Duurzaam en ethisch bankieren heeft nu eenmaal geen plaats in het Amerikaanse imperium zolang er aan het hoofd van dat imperium geen politici staan die hebzucht verafschuwen en solidariteit willen uitdragen. Obama doet ongetwijfeld wat hij kan om veranderingen door te voeren maar zolang een aantal andere oudgedienden in de Amerikaanse politiek aan de macht blijven, zullen fundamentele wijzigingen uitblijven.

Maar ook in België is de realiteit jammer genoeg niet anders. De laatste en onverwachte reddingsoperatie van KBC van 15 mei 2009 toont aan dat de Belgische overheid in de reddingsoperaties vooral gedreven wordt door de bekommernis om de aandeelhouders niet te veel te schaden. Dit valt vooral op bij KBC met aandeelhouders die een sterke politieke invloed uitoefenen en de overheid konden overtuigen geen directe kapitaalinbreng te doen en zo de invloed van de bestaande aandeelhouders intact te laten. Ook het koninklijk besluit van 10 augustus 2009 betreffende de dekking van verliezen opgelopen op bepaalde financiële instrumenten door KBC spreekt boekdelen. Hiermee verleent de Staat haar dekking aan de verliezen opgelopen door KBC op een portefeuille financiële instrumenten. De Staat dekt de aandeelhouders maar wat met de kleine spaarders, investeerders en werknemers?

Ook al faalt het systeem dat opgezet is door de private bankiers en dat geruggensteund wordt door de overheden, zij zullen er wel voor zorgen dat zij nooit de slachtoffers worden van hun eigen hebzucht. Het slachtoffer is Jan Modaal. Aangezien de aandeelhouders maximaal gespaard worden, moeten de belastingbetalers bijdragen zonder tegenprestaties. Om dit aanvaardbaar te maken worden de reddingsoperaties en de precieze risico’s die de overheid en dus de belastingbetalers nemen zo ondoorzichtig mogelijk gemaakt door vooral overheidswaarborgen op rommelkredieten te voorzien, waarbij de mogelijke kostprijs op de begroting slechts op langere termijn voelbaar zal zijn.
Het neoliberalistisch systeem heeft ons gereduceerd tot consumenten die het systeem ondergaan. Maar de omvang van de huidige financieel-economische crisis heeft toch wel een aantal mensen wakker geschud. Het wordt tijd dat we opnieuw het heft in handen nemen en zelf aan politiek gaan doen. We hebben dus een nieuw project, een nieuw systeem nodig. We moeten zelf keuzes durven maken. We moeten weten waarin we investeren.

EEN VINGER IN DE PAP

Voor een ommezwaai in de banksector moet de overheid opnieuw meer grip krijgen op de sector en hem in de juiste richting duwen. Er mag dan ook geen volgende reddingsoperatie van een bank meer gebeuren zonder dat de overheid een (dikkere) vinger in de pap krijgt bij die bank. Een nationalisatie is het beste middel om die overheidscontrole te garanderen en is een hefboom om het beleid van de bank te beïnvloeden. Tot nu toe hebben de reddingsoperaties voor de banken al veel belastinggeld gekost, en riskeren ze nog meer geld te kosten, zonder waarborgen voor de werkgelegenheid, voor een voorzichtiger beleid of voor een bijdrage tot een duurzame economische relance. Bij een nationalisatie krijgt de belastingbetaler tenminste een aantal waarborgen in ruil voor zijn geld en als er winst wordt gemaakt dan komen de dividenden ten goede van de openbare financiën. De kostprijs van de reddingsoperaties mag niet in het nadeel zijn van de werknemers, de sociale uitkeringstrekkers of de overheidsdiensten. En reken maar dat er nog steeds insolvabele banken zijn. Men weet alleen niet welke en misschien weten ze het zelf wel niet.
Het argument dat de overheid een slechte manager is en dat de privé het altijd per definitie beter doet, is onzin, in het bijzonder in de financiële sector. We zitten in de diepste financiële crisis in zeventig jaar, veroorzaakt door onverantwoord risicogedrag en hebzucht van private bankiers en wat krijgen we te horen? Overheden moeten geen banken runnen. De staat moet zo snel mogelijk miljarden ophoesten om die banken overeind te houden en dan weer de private bankiers verder laten spelen.

… OF ZELF DE PAP MAKEN?

Hoewel niet alle genationaliseerde banken onbeperkt in overheidshanden hoeven te blijven, is er naast de tijdelijke nationalisering van banken met problemen wel nood aan een echte openbare bank die een katalysator moet zijn voor duurzaam en ethisch bankieren ter bevordering van een duurzaam economisch groeimodel.
Een model van economische groei gebaseerd op krediet en speculatie is niet duurzaam en bijzonder onevenwichtig gebleken. Het heeft geleid tot een aangroei van het aandeel van de winsten in het nationaal inkomen, meer bepaald de winsten van de financiële sector, ten koste van de lonen, met een groeiende inkomensongelijkheid tot gevolg. Bijgevolg staken mensen zich in de schulden. Zo zagen de werkende armen in de VS zich gedwongen een risicovolle hypotheeklening te nemen om zich een dak boven het hoofd te kunnen veroorloven. Toen de huizenmarkt instortte, volgde de rest van het financieel systeem als in een dominospel. Het zijn de lage lonen die aan de basis liggen van deze crisis!
Een duurzaam evenwichtig economisch groeimodel moet streven naar herverdeling, solidariteit, gelijkheid en rechtvaardigheid. Dit dankzij een combinatie van aanzwengeling van de vraag gebaseerd op waardige lonen en een goede sociale bescherming, waarbij rekening gehouden wordt met de nieuwe uitdagingen ten gevolge van de klimaatverandering, zonder de sociale uitdagingen (zoals de gevolgen van de vergrijzing) over het hoofd te zien. Waardige lonen en een goede sociale bescherming mogen niet meer gezien worden als de vijand van een krachtige duurzame groei.

Een openbare bank die kwaliteitsvolle werkgelegenheid garandeert, het beslissingscentrum in België houdt en een langetermijnstrategie voert door de spaargelden te richten naar economische, sociale en ecologische projecten kan een cruciaal overheidsinstrument zijn om dit model tot stand te brengen. Een openbare bank kan een sleutelrol spelen in de financiering van de ontwikkeling van hernieuwbare energie (zonne-energie, windmolenparken, …), van een grootscheeps isolatieprogramma van het privaat woningpark, van innovatie, onderzoek en ontwikkeling.
In Brazilië heeft men al langer begrepen dat de overheid meer moet tussenkomen in de economie via openbare banken. Men heeft daar de keuze gemaakt om de binnenlandse vraag aan te zwengelen door speciale kredieten te verstrekken aan de werknemers tegen een lagere interestvoet, door het krediet voor kleine boeren uit te breiden, door het stimuleren van productie en investeringen via twee grote openbare fondsen beheerd door de openbare banken.
Een openbare bank kan ook een veilige haven zijn voor het spaargeld van kleine spaarders en kredieten met een rechtvaardige interestvoet verlenen aan kleine investeerders. Iedereen moet de mogelijkheid krijgen een woning te kopen met een betaalbare lening. Dat was ook de opzet van Roosevelt toen die in 1938 Fannie Mae, de Amerikaanse Federal National Mortgage Association, oprichtte. Door de ineenstorting van de huizenmarkt in de nasleep van de Grote Depressie wilden private investeerders immers niet meer in hypotheekleningen investeren. In 1968 werd Fannie Mae geprivatiseerd maar bleef het financiële dekking door de Amerikaanse regering behouden én kreeg het vrijstelling van belastingen en toezicht. Als privé-instelling moest Fannie Mae echter ook en in de eerste plaats (?) de aandeelhouders bevredigen en winstmaximalisatie nastreven. Dat werd uiteraard vergemakkelijkt door de vrijstelling van belastingen en toezicht. In 1970 werd Freddie Mac, een soortgelijk bedrijf gecreëerd om de monopoliepositie van Fannie Mae aan te vechten. De combinatie van snelle groei en excessieve hefbomen maakte dat ze beiden zeer kwetsbaar werden voor een nieuwe ineenstorting van de huizenmarkt. Die kwam er in 2008. Om een socio-economische ramp te vermijden moesten de twee kredietreuzen onder overheidstoezicht geplaatst worden. De overheid kan het tenminste niet maken mensen op straat te zetten zodra ze een kleine vertraging oplopen op de aflossing van hun hypotheeklening.
Een openbare bank kan bovendien de facto een regulerende rol spelen in het voordeel van de spaarders door concurrenten te dwingen de rentevoet op spaarboekjes aan te passen aan de eigen rentevoet. Een openbare bank zou stabiliteit en rust kunnen brengen op de financiële markten en andere banken tot eerlijker en ethischer bankieren aanzetten.

ZONDER ZICH TE VERBRANDEN

De toch wel verregaande samenwerking tussen Wall Street en het Witte Huis zien we ook bij de Belgische overheid en KBC en maakt de nood aan criteria voor een geslaagde openbare bank pijnlijk duidelijk. Ze moet worden gerund door professionele mensen zonder winstimperatieven en zonder politieke manipulatie met behulp van een ethische code die onder meer de strategie en de financiële politiek van de bank vastlegt en met de grootst mogelijke transparantie en controleerbaarheid. Deze niet-beursgenoteerde instelling moet zich terugplooien op haar kerntaken. Ze moet spaargeld verzamelen en kredieten verstrekken die geïnvesteerd worden in de reële economie. Haar economische activiteiten moeten ethisch verantwoord zijn, wat respect voor mens, milieu en arbeid betekent. De speculatieve activiteiten moeten worden uitgeschakeld. Ze mag geen onrealistische woekerwinsten nastreven zodat de spaarders de garantie hebben dat ze niet onder druk gezet worden om gestructureerde producten te kopen. De bank zal haar winsten kunnen baseren op reële economische activiteiten en niet op financiële producten allerhande waarvan de reële risico’s nog amper gekend zijn. Zodoende kan ze een voldoende beloning voor het spaargeld verzekeren. Het moet een bank zijn die de hele gemeenschap dient: het personeel, de klanten, de belastingbetaler, de reële economie.

FINANCIËLE CENSUUR

Een openbare bank mag dan wel een katalysator zijn voor ethisch bankieren, zonder aangepaste regulering en een versterkt toezicht zal men de vernietigende hebzucht moeilijk kunnen bedwingen. Na een tijdperk van privatisering en deregulering keren we terug naar een tijdperk van nationalisering en regulering. Aangezien de financiële sector zich van landsgrenzen niet veel aantrekt, is het van belang dat regulering en toezicht op Europees en op internationaal niveau worden aangepakt. Het investeringsbeleid, het risico-, preventie- en veiligheidsbeleid moeten onder handen worden genomen. Alle financiële instellingen en producten moeten onder regulering en toezicht gebracht worden. De creativiteit van private bankiers moet in goede banen geleid worden om andere Madoffs te ontmoedigen. De bankiers moeten de juiste prikkels krijgen om met een langetermijnvisie te werken. Dat betekent dat hun vergoedingen moeten worden gereguleerd en gekoppeld aan langetermijnresultaten zoals tewerkstelling.
Het allerbelangrijkste is nog de democratische controle. Overheden hebben al eens de neiging om bepaalde belangengroepen voor te trekken. Waarom heeft Minister van Financiën Reynders anders in april de basisrente op spaardeposito’s beperkt tot 3%? Deze maatregel komt enkel de banken ten goede en zeker niet de spaarders. Het democratisch verkozen parlement moet erop toezien dat de regering optreedt in het belang van alle burgers.
De burger zelf heeft ook de mogelijkheid en de plicht het beleid van de banken te beïnvloeden. Want de banken zelf leren niet gauw uit hun fouten. We moeten opnieuw het heft in handen nemen. We moeten zelf keuzes durven maken. We moeten weten waarin we investeren. We laten ons te snel verleiden door het vooruitzicht van aantrekkelijke rendementen. We vergeten daarbij al te gemakkelijk dat er aan elke belegging een risico verbonden is. Velen laten ook na uit te zoeken waarin de bank hun spaargeld investeert. Zijn het wapens? Zijn het bloeddiamanten? Toegegeven, de transparantie is ver zoek. Het is aan de overheid die te bevorderen. Maar we kunnen niet ontkennen dat we graag onze kop in het zand steken. Zo dragen we bij tot het in standhouden van een systeem waar we zelf niet beter van worden. Integendeel, het zijn de aandeelhouders van de banken die er beter van worden. Waarom wil de overheid dan geen aandeelhouder worden en blijven?

Jo Vervecken
Economisch adviseur ABVV federaal

Noten
1/ John Perkins, Confessions of an economic hit man, 2004.
2/ ibid.

duurzame economie - openbare bank - ethisch beleggen

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 7 (september), pagina 36 tot 41