Log in

'Als de NAVO de passie preekt'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 9 (november), pagina 79 tot 80

Als de NAVO de passie preekt

Ludo De Brabander en Georges Spriet
epo i.s.m Vrede vzw, Berchem, 2009

Naar aanleiding van de zestigste verjaardag van de NAVO is bij EPO het boek Als de NAVO de passie preekt verschenen. Auteurs zijn Ludo De Brabander en Georges Spriet, al jaren werkzaam bij Vrede vzw.
Ontstaan in het begin van de Koude Oorlog heeft de NAVO zich na de val van de Muur moeten omvormen van een klassieke defensieorganisatie tot een interventiemacht. Aldus kan het bondgenootschap ook buiten het eigen grondgebied optreden. De auteurs maken brandhout van het nieuwe imago van de NAVO die zich als vredesbrenger profileert en zich volgens de auteurs ‘in een humanitair harnas’ hult ‘om de militarisering van de samenleving aanvaardbaar te maken’ waardoor verantwoordelijkheden en geostrategische motieven worden verborgen.
Motieven spelen in elk conflict wel een rol en de analyse ervan blijft een belangrijke oefening. Een centraal concept hierbij is het ‘militair industrieel complex’: de blijvende alliantie tussen zakenleven en de krijgsmacht, waardoor rivaliteiten heel snel als bedreigingen worden voorgesteld en waardoor een omvangrijke permanente oorlogsindustrie op poten is gezet sinds het ontstaan van de NAVO. Het militair bondgenootschap heeft zich, volgens de auteurs, van in het begin geprofileerd in een confrontatie- en bewapeningspolitiek waarbij de Sovjetdreiging en het belang van de NAVO behoorlijk zijn opgeklopt. De auteurs besluiten dan ook dat als er al die tijd geen oorlog is uitgevochten op het Europese continent, dit wellicht niet dankzij maar ondanks de NAVO is.
Met het einde van de Koude Oorlog is geen einde gekomen aan de spanningen in en rond de NAVO. Die zijn er nog altijd. Bijvoorbeeld met Rusland, maar ook met de Europese Unie en met een aantal lidstaten. Soms met dramatische gevolgen.
De bespreking van de oorlog in Joegoslavië dient hierbij als tragisch voorbeeld. Tijdens die oorlog hebben de leden van het bondgenootschap elk een eigen strategie gevolgd die het verloop van de oorlog heeft beïnvloed. De auteurs citeren een journalist van The New York Times: ‘De VS verwierpen telkens weer, op systematische wijze, elke vredesregeling waarover de Europeanen probeerden te onderhandelen. (…) Ik denk dat je zelfs kan stellen dat de VS herhaaldelijk de Europese en de VN-onderhandelde plannen saboteerden.’
Vooral het stuk over de moeilijke relatie tussen de Europese Unie en de NAVO is bijzonder interessant. Sinds de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees veiligheids- en defensiebeleid vormt de EU een voortdurende ‘kopzorg’ voor trans-Atlantisten. Veelzeggend zijn de woorden van Jaap de Hoop Scheffer, secretaris-generaal van de NAVO: ‘De situatie waarmee we geconfronteerd worden, is wellicht de grootste bron van frustratie van mijn mandaat. Als ik het bereik van de samenwerking in overweging neem tussen NAVO en EU (…) vormen de muren die opgericht zijn tussen beide organisaties een echte handicap en eerlijk gezegd zijn ze soms surrealistisch’.

In het boek nemen de auteurs stelling voor een alternatief buitenlandse zaken- en defensiebeleid. Zij maken hierbij het onderscheid tussen collectieve defensieorganisaties zoals de NAVO en collectieve veiligheidsorganisaties zoals de VN en de OVSE. ‘De ideale collectieve veiligheid is als het ware een pact tegen de oorlog. In de traditie van collectieve veiligheid is het een belangrijke bekommernis om te vermijden dat er machtrelaties in tegengestelde kampen zouden ontstaan, of dat er verdeeldheid zou worden gecreëerd ten aanzien van een of meerdere leden’. VN en OVSE benaderen meer het ideale type. De NAVO daarentegen vertoont hiermee weinig verwantschap. Ze groepeert om te beginnen slechts een beperkt aantal leden en de organisatie heeft geen reden van bestaan zonder de dreiging van een externe tegenstander. Bovendien stellen de auteurs dat militaire organisaties als de NAVO politieke, economische, sociale of ecologische problemen a priori als militaire problemen zullen benaderen. Zij erkennen dat een breed en divers palet van problemen uiteindelijk tot ernstige conflicten kan leiden. ‘Maar als de fundamentele oorzaken niet worden aangepakt, kan de militaire benadering ervan alleen maar leiden tot symptoombestrijding en nieuwe confrontaties’.

Met het boek leveren Spriet en De Brabander een mooi werkstuk af. Het boek is vlot en toegankelijk geschreven. Het boek is niet neutraal. Het stelt zich kritisch op ten opzichte van de NAVO. Maar menig vredesactivist zal daar geen graten in vinden en zal het boek wellicht als handboek kunnen gebruiken.

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 9 (november), pagina 79 tot 80