Log in

Experiment PGB: ondersteuningsbudgetten voor personen met een handicap

Project in de kijker

Het decreet op het persoonsgebonden budget (PGB) van 2001 bepaalt dat personen met een handicap een budget kunnen krijgen om zelf assistenten aan te werven, dienstverlening door voorzieningen te betalen en de kosten voor hulpmiddelen te betalen. Met een wetenschappelijk begeleid experiment (1 september 2008 - 31 december 2010) onderzoekt de overheid op dit moment de randvoorwaarden voor een uitvoering van dit kaderdecreet.

Het PGB-decreet vertrekt van de idee dat personen met een handicap veel meer zelf de regie over hun leven en ondersteuning moeten krijgen. Het kadert in de veranderende visie op personen met een handicap als volwaardige burgers met gelijke rechten en kansen. In andere Europese landen zoals Nederland en Zweden bestaat het PGB al geruime tijd. Zeven jaar na de totstandkoming van het PGB-decreet zet ook Vlaanderen een eerste voorzichtige stap in deze richting. Met een experiment wil men nagaan hoe persoonsgebonden budgetten kunnen bijdragen tot een vraaggestuurde zorg. Daarbij staat de versterking van de positie van mensen met een handicap centraal. In het Besluit van de Vlaamse Regering dat het wettelijk kader biedt voor dit experiment, werd wel enkel immateriële ondersteuning opgenomen. Op een experiment PGB voor hulpmiddelen is het nog wachten.

WAAROM PGB?

Niet dat er nog niets gebeurd is op vlak van zorgvernieuwing. Vandaag werken al 1725 mensen met een handicap met een persoonlijk assistentiebudget (PAB). Dit budget stelt hen in staat om zelf assistenten in dienst te nemen. Onafhankelijk van allerlei beperkende regels over bijvoorbeeld diplomavereisten kan de persoon zelf bepalen wie hem/haar het best helpt. Ook personen met een verstandelijke beperking werken met een PAB, hierbij ondersteund door professionele PAB-coaches en mensen uit hun persoonlijk netwerk.
De invoering van het PAB betekende een zeer belangrijke stap vooruit voor personen met een handicap die thuis wilden blijven wonen en niet langer willen afhangen van instellingen. Sommige mensen geven echter aan dat ze nog het best geholpen zouden zijn via een combinatie van PAB en een georganiseerde vorm van dienstverlening, zoals een dagcentrum, kortverblijf, zelfstandig wonen, begeleid wonen. Veel van dit soort combinaties zijn met de huidige regelgeving niet mogelijk. Het opheffen van deze overbodige regelgeving maar ook het omkeren van de financieringslogica zijn nu voorwerp van het PGB-experiment. Hierin kunnen mensen, naast het zelf tewerkstellen van assistenten, ook ondersteuning ‘inkopen’ bij dienstverlenende organisaties.

NUTSMAXIMALISATIE DOOR DE BELANGHEBBENDE ZELF

Tot nu toe worden de zorgaanbieders gesubsidieerd door de overheid voor een aantal ‘plaatsen’. Voorzieningen krijgen de budgetten en de verantwoordelijkheid om de zorg voor personen met een handicap te regelen. In het experiment wordt deze relatie echter omgedraaid. De persoon met een handicap wordt gezien als een burger die recht heeft op ondersteuning om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Dit recht op ondersteuning uit zich in een recht op een budget waarmee de persoon ondersteuning kan inkopen. De rechthebbende kan ervoor kiezen om dit budget zelf te gaan besteden.
Directe financiering van mensen maakt een zeer efficiënte besteding van overheidsmiddelen mogelijk. De persoon maakt immers zelf op elk moment de afweging welke activiteiten de belangrijkste zijn. In economische termen spreekt men van nutsmaximalisatie: de consument gaat op zoek naar een zo groot mogelijke behoeftebevrediging. Hij tracht zijn schaarse middelen zodanig aan te wenden dat hij een dienstenpakket verwerft dat maximaal aan zijn behoeften voldoet. Die behoeften zijn voor iedereen verschillend. Mensen kunnen een gelijkaardige beperking hebben maar een andere persoonlijkheid, een andere familiale situatie, andere aspiraties, andere noden. Maatschappelijke budgetten worden via directe financiering precies ingezet waar ze voor bedoeld zijn: ondersteuning op maat van … juist díe specifieke persoon.
Naast de optie voor directe financiering kan men ook kiezen voor een trekkingsrecht. Hierbij wordt het geld niet op de rekening van de rechthebbende gestort, maar sluit deze een overeenkomst af met een voorziening. In deze overeenkomst staat onder meer hoeveel zal worden aangerekend voor de geboden ondersteuning. Op basis van de overeenkomst wordt de voorziening vervolgens rechtstreeks door het VAPH vergoed, ook voor de organisatiegebonden kosten.

BEPERKINGEN EN MOGELIJKHEDEN

Laten we eens inzoomen op de pioniers van dit werken met een PGB en hun ervaringen. In de zomer van 2008 werden 200 mensen, die langer dan 3 jaar geregistreerd waren met een dringende vraag naar een plaats in een voorziening of naar een PAB, uitgenodigd om deel te nemen. Het gaat over mensen met een fysieke, verstandelijke en meervoudige handicap. Jammer genoeg werden enkel mensen uit Antwerpen en Halle-Vilvoorde aangeschreven. Deze beperking kwam er omwille van de organisatorische haalbaarheid van het wetenschappelijke veldwerk. De keuze viel op 2 regio’s die een relatieve historische achterstelling kennen op het vlak van subsidies voor zorginstellingen. De beslissing om enkel meerderjarigen toe te laten, is een gemiste kans om het werken met PGB bij kinderen te onderzoeken. Er werd ook niet gestreefd naar representativiteit van bijvoorbeeld dove mensen of mensen met autisme. Van het oorspronkelijke beoogde aantal van 200 deelnemers schieten er in oktober 2009 uiteindelijk 138 over. Mensen haakten onder meer af door onduidelijkheid over mogelijkheden van PGB na afloop van het experiment.
Niet alles loopt van een leien dakje in dit experiment. Mensen die met budgetten werken werden al wel uitbetaald en dus ook de voorzieningen die mensen met cash bedienen, zagen al geld. Maar de dienstverleners die via trekkingsrecht mensen ondersteunen, moesten tot nu toe alles ‘voorschieten’. Ook hebben de zorgaanbieders de bedenking dat het aantal budgethouders zo klein is dat het te moeilijk en niet de moeite is om hun aanbod anders te gaan organiseren.
Vragen rijzen er ook bij de inschaling en de budgetberekening. Men paste een nieuw inschalingsinstrument toe. Op basis van de inschaling krijgen mensen een budget toegewezen. Voor een aantal mensen is de discrepantie tussen hun ondersteuningsbehoeften en de budgethoogte echter groot! Ligt dit aan het inschalingsinstrument? Of komt het doordat de hieraan gekoppelde budgetberekening ontwikkeld werd op basis van het project zorggradatie? Bij de zorggradatie bracht men de huidige zorg van sommige gebruikers in kaart. Vooral de collectieve zorgvormen kwamen aan bod. Ambulante individuele dienstverlening zoals thuisbegeleiding werd niet meegenomen, het PAB evenmin. In het PGB experiment echter gebruiken de deelnemers hun budget veelvuldig voor deze individuele vormen van dienstverlening. Bij de zorggradatie ging men bovendien niet uit van de gewenste ondersteuning, maar wel van de gekregen ondersteuning. Problematisch bij de budgetberekening was dan weer dat het door de minister vastgestelde experimenteel budget van 4 miljoen euro onbespreekbaar bleef. De individuele budgetten werden in functie hiervan berekend en niet in functie van de ondersteuningsnoden.

GENUANCEERDE EN TOEKOMSTGERICHTE ANALYSE GEVRAAGD

Maar er zijn ook positieve verhalen! Ervaringen van de deelnemers geven nu al aan dat PGB de mensen de kans geeft om bijvoorbeeld veel minder afhankelijk te zijn van anderen. Mensen kunnen in grote mate zelf bepalen wie hen ondersteuning verleent en krijgen meer kansen om te ‘kunnen buitenkomen’ en te participeren in de gewone samenleving. En dat zijn nu toch juist belangrijke doelstellingen van het PGB…
Het experiment loopt nog tot eind 2010. Hopelijk krijgen we dan een zeer diepgaande analyse van wat er in dit project goed was en wat er beter kon. De conclusies moeten immers de basis vormen voor een beleid dat persoonsgebonden financiering op een goede manier wettelijk verankert. Of en hoe dit gebeurt, zal onder meer afhangen van de politieke wil, de bereidheid bij voorzieningen om mee te gaan in de omslag naar werkelijke vraagsturing en de vastberadenheid van organisaties van personen met een handicap om PGB mogelijk te maken.

Katrijn Ruts
Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap (GRIP) vzw
www.gripvzw.be
Meer uitleg: www.persoonsgebondenbudget.be, www.onafhankelijkleven.be

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 10 (december), pagina 41 tot 43