Log in

Cie Tartaren

Project in de kijker

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 2 (februari), pagina 33 tot 35

‘Niemand is verloren!’ Deze kreet kwam spontaan uit de keel van een toeschouwer tijdens de voorstelling van Don Quichot van Cie Tartaren, een sociaal-artistiek theatergezelschap uit de Leuvense ridderbuurt. Deze drie veelzeggende woorden vatten meer samen dan alle dossiers, beleidsnota’s allerhande, visieteksten en dergelijke, waar het bij de sociaal-artistieke praktijk om draait. Op een podium tonen mensen die door de rest als verloren bestempeld worden dat het er soms gewoon op aan komt om in het licht te gaan staan om gezien te worden. Dit licht, dit podium biedt Cie Tartaren aan een artistiek allegaartje dat officieel een sociale mix vormt, maar dat door onze hang naar een esthetische eenheidsworst, vooral uit de rand van de maatschappij komt.

‘We willen ons toch niet vereenzelvigen met sukkelaars.’ Wie niet voldoet aan de esthetiek van de perfectie, wie enkel op zijn gebreken wordt aangesproken, kan vaak hoogstens op een paternalistisch schouderklopje rekenen. Geen probleem, van zodra je de discussie overstijgt, over wat perfect of imperfect is, gaat het over echtheid, waarachtigheid, het handelsmerk van elke sociaal-artistieke beweging. Vreemd genoeg gaat het overstijgen van deze discussie over perfectie makkelijker in de onderste regionen van de maatschappij. Het is in die regionen dat die andere marginalen, de artiesten, deze sukkelaars kunnen ontmoeten. Al wie gedoemd is kunst te maken zoekt immers koortsachtig naar dit soort echtheid, een echtheid die tegelijkertijd uniek is. Misschien is dit de reden dat er geen twee identieke sociaal-artistieke bewegingen te vinden zijn in Vlaanderen: eenheidsworst, mijn kloten!

UNIEK

Ook Cie Tartaren is uniek, uniek in zijn ligging, uniek in zijn ontstaansgeschiedenis. Cie Tartaren is ooit ontstaan op een zeer organische manier. Dertig jaar geleden, aan een tafeltje in buurthuis ’t Lampeke, begon een viertal figuren ‘smoelen te trekken’. Eerst voor zichzelf, dan voor de andere tafeltjes, dan op een buurtfeest, later voor een Leuvens publiek, enzovoort. De Smoelentrekkers waren geboren. Stichters van het eerste uur luisterden naar de poëtische namen Berreke, Polle, Mammelies. Reden van ontstaan: omdat ze er goesting in hadden. Goesting, het woord dat de Nederlanders ons benijden, het toverwoord van al wie in Vlaanderen hip wil zijn in de culturele sector. Zelfs ministers schuiven het af en toe schalks tussen ronkende termen als transversaliteit en kruisbestuiving, in de hoop een parfum van echtheid en sympathie met de man in de straat uit te wasemen. Aan dat tafeltje in ’t Lampeke betekende goesting gewoon goesting!

Later, veel later, in 2006, zette deze beweging een even onverwachte als moedige stap: een artistiek doel werd geviseerd. Onder de naam ‘Cie Tartaren’ werd gezocht naar een sterke artistieke relatie met het publiek: het theatrale werk zette zich volledig in de wind door van zijn publiek een louter artistiek oordeel te vragen. Naast de sympathie en het warme hart dat Cie Tartaren binnen de buurt toegedragen krijgt, wilde Cie Tartaren een artistiek statement plaatsen, net zoals elk ander professioneel theatergezelschap. Sterker nog, dit allegaartje van mensen aan de rand, wilde een artistiek statement plaatsen waar een professioneel gezelschap niet toe in staat is: verbreding van het artistieke veld als het ware.

ECHTHEID

Basismateriaal is steeds die echtheid van mensen aan de rand, die als een spoetnik rond de mainstream mogen cirkelen, liefst zo ver mogelijk buiten hun atmosfeer. De kracht waarmee iemand die niets meer te verliezen heeft iets doet, zegt, zingt, ... op een podium, laat elke getrainde acteur groen zien van jaloezie. Waar je na 6 maanden method acting of wat dan ook moeizaam in slaagt om iets waarachtig uit je strot te krijgen, is dit voor bewoners van de rand (niet die van Brussel) een fluitje van een cent.
Voor de artiest die deze ontmoeting durft aangaan, in het beste geval deze meerwaarde durft te erkennen, is deze kracht een zegen. Natuurlijk heb je als getrainde acteur een veel breder palet, is je techniek veel verfijnder, ben je beter in staat om de grens tussen personage en persoonlijke intimiteit te bewaken. Al deze zaken kunnen door de artiesten doorgegeven worden in deze ontmoeting. Sterke artiesten durven hoog te mikken, moeten hoog mikken, en de capaciteiten waarover ze beschikken om dit doel na te streven liggen natuurlijk veel verder dan de mogelijkheden van kansarmen die weinig of geen artistieke scholing hebben gevolgd.
Als je echter als artiest durft te vertrekken van het beperktere palet van mensen aan de rand van de maatschappij en als je tegelijkertijd binnen deze smalle grenzen durft te graven en te wroeten in de diepte van deze mensen die geleefd hebben, is er sterke kunst mogelijk. Absolute voorwaarde is het elkaar aankijken als gelijkwaardige, zonder pretentie, zonder hiërarchie.
Doordat deze weg binnen deze smalle grenzen loopt, vraagt het wel de moeite van de geschoolde artiest om geduldig te zijn. Elke artistieke bewerking van het basismateriaal vraagt tijd, moet vaak worden uitgelegd. Op deze voorzichtige manier worden verregaande artistieke statements mogelijk, kan je het anekdotische overstijgen en ver doordringen in het abstracte, terwijl je steeds een band bewaart met de oorspronkelijke waarachtigheid.

DON QUICHOT

De laatste voorstelling van Cie Tartaren, Don Quichot, was een voorstelling van deze verregaande abstractie, een combinatie tussen beelden en beweging. Midden in deze sterk uitgepuurde, soms nihilistische voorstelling, duikt plotseling een schlager op van André Hazes: een levenslied in een abstract schilderij. Een met veel intellect gezegende toeschouwer, die waarschijnlijk de plicht heeft bij elk theaterstuk een diepzinnige quote te plaatsen, sprak van een ironische commentaar op Anne Teresa De Keersmaeker. Jammer genoeg was dit volgens hetzelfde sujet volledig de verdienste van de regisseur die met zijn ‘spielerei’ over de hoofden van de spelers heen een boodschap wil verkondigen.

De waarheid is veel eenvoudiger. Het liedje paste perfect bij wat de spelers voelden bij de thematiek van Don Quichot. De bewegingen waren een uitpuren van anekdotisch materiaal van de spelers zelf, vanuit dezelfde echtheid ontstaan net als het levenslied van André Hazes. Voor hen was dit voldoende om deze twee elementen naast elkaar te plaatsen. In de zaal zaten verscheidene kansarmen mee te zingen, dezelfden die de abstracte bewegingen ‘heel schoon’ vonden, zonder het een probleem te vinden dat het hun verstand te boven ging, ze keken immers met hun hart en hun buik.
Zoals in de onderste regionen van de maatschappij de mens veel makkelijker de ijdele hoop opgeeft om perfect te willen zijn, zo lijken deze mensen veel makkelijker het leven te vatten met hun hart en met hun buik. Het is net daar dat kunst moet ontstaan, en in deze heeft elke sociaal-artistieke beweging een belangrijke emancipatorische kracht. Niet het cliché van de emancipatorische kracht dat de kansarme door zijn succeservaring zijn miserie kan overstijgen. Daar is al voldoende inkt over gevloeid. Een sociaal-artistieke beweging heeft ook de emancipatorische kracht om de intellectueel te leren met zijn hart en zijn buik naar kunst te kijken, enkel met zijn hart en zijn buik. Durven zeggen: ’t was schoon, ‘k heb genoten. Anne Teresa De Keersmaeker? Speelt die ook mee? En, beste intellectueel, wanhoop niet. Niemand is verloren!

Johan Moonens
Artistiek verantwoordelijke Cie Tartaren
1

Noot
1/ Cie Tartaren werkt momenteel aan een nieuwe voorstelling: Hannibal, tweede deel van de Zonderlingtrilogie. Première is voorzien op 18 juni 2010 om 20u30, in ’t Wagehuys, Leuven. Meer info is te vinden op www.tartaren.be.

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 2 (februari), pagina 33 tot 35