Log in

Vechten voor werk, niet tegen werklozen!

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 3

Daags na de vakbondsbetoging voor werk van 29 januari kopte De Standaard ‘Stop met klagen en geef ons werk’. Ik kan daar helemaal inkomen. Dertig jaar geleden was ik zelf langdurig werkloos. Ik had een licentiaatdiploma, maar kwam gedurende drie jaar niet aan de bak. De RVA stuurde mij uiteindelijk naar een job in het bijzonder tijdelijk kader. Ik bleef in totaal zeven jaar in een nepstatuut. Nadien kon ik beginnen aan anciënniteit nul. Ik weet dus maar al te goed wat het is om werkloos te zijn. Het is als een trauma in mij blijven zitten. Toen ik twee jaar geleden toch weer een dossier moest laten opmaken raakte ik gewoon in paniek, ook al wist ik zeker dat het niet lang zou duren.

Zoveel jaar terug heb ik een brochure gemaakt met als titel ‘Geef ons werk en hou je commentaar.’ Ik wilde ermee ingaan tegen de vooroordelen ten aanzien van werklozen. Ze zijn lui en willen gewoon van hun uitkering profiteren bijvoorbeeld. Of, ze werken in het zwart en ondermijnen het reguliere circuit. En je kunt een heel eind doorgaan. Ik was werkloos toen men nog iedere dag en telkens op een ander uur moest stempelen. Vernederend, maar je had toch contact met je lotgenoten. Ik wist dat werklozen helemaal niet gelukkig waren met hun situatie. Ik wist ook dat zwartwerk vooral gedaan wordt door mensen die werk hebben. En dat is vandaag niet anders.

Dat de vakbonden respect vragen voor werknemers en voor werklozen is evident. Dat ze eisen dat er werk gecreëerd wordt, is zeker terecht. Dat ze de werkgevers voor hun verantwoordelijkheid plaatsen is absoluut aanvaardbaar. Maar dat ze van de gelegenheid gebruik willen maken om de controles op werklozen te stoppen is onbegrijpelijk. Ze vinden dat de regering werklozen obsessioneel laat doldraaien in de activeringscarrousel. Dat zou een straf zijn. Er is vandaag geen werk en dus moet je de werklozen gerust laten.
Zoveel jaar terug werd ik gerust gelaten. De RVA was nog niet gesplitst. In de drie jaar dat ik een stempelkaart had, ben ik twee keer geroepen. De ene keer om te zeggen dat het moeilijk zou zijn, de andere keer om te melden dat ze voor mij een BTK-project hadden. Wel, ik zou het zeker graag gehad hebben dat de RVA mij vaker geroepen had. Ik kwam rechtstreeks van de universiteit en wist van toeten noch blazen. Ik kwam ook uit een heel bescheiden gezin, zonder ook maar enige relaties. Ik was wat Jan Denys een arbeidsmarktanalfabeet noemt. Had men mij toen de weg getoond, naar werk of naar bijkomende opleidingen, dan was ik zeker niet zo lang werkloos geweest. En als het niet vlugger zou zijn gegaan, dan zou ik mijn competenties verbeterd hebben. Dat zou mij achteraf ten goede gekomen zijn. Alleen al het feit dat iemand zich om mij bekommerde zou mij ondersteund hebben. Maar de RVA liet mij gerust.
De RVA-controle en de VDAB-begeleiding zijn niet repressief. Wellicht loopt hier of daar een ambtenaar rond die zijn taak op die manier invult. In de tijd van de stempelcontrole waren er zelfs die genoegen putten uit het in rijen en op nummer zetten van de werklozen. Zo waren er toen ambtenaren en zo zijn er ongetwijfeld vandaag. Maar dat is niet de regel! De meeste proberen hulp te bieden. En die hulp leidt in veel gevallen niet vlug genoeg tot werk, dat is waar. Maar dat is hun fout niet. Toen de RVA dat soort hulp nog niet kon bieden, zijn mensen gewoon in de werkloosheidsput blijven zitten. Sommigen zitten er vandaag nog in. De vakbonden willen er toch niet verantwoordelijk voor zijn dat dit opnieuw gebeurt? Ze kunnen vandaag niet meer zeggen dat ze het risico niet kennen!

Waarover hebben ze het eigenlijk? In het vakbondsblad De Nieuwe Werker van 29 januari 2010 wordt de activering helemaal en correct uit de doeken gedaan. Wie minder dan 25 jaar is wordt na 15 maanden werkloosheid opgeroepen. Is hij ouder dan wordt hij opgeroepen na 21 maanden. Bij dat eerste gesprek wordt nooit een sanctie uitgesproken. Dat kan gewoon niet. Na een positief gesprek wordt de werkloze opnieuw 16 maanden gerust gelaten. De werkloze, die in de periode vóór de oproeping onvoldoende naar werk zocht wordt een soort contract aangeboden. Dat gebeurt in minder dan de helft van de gevallen. De andere helft doet dus voldoende inspanningen. In een contract staan afspraken over wat de werkloze de komende 4 maanden zal doen om aan werk te geraken of om zijn kansen op de arbeidsmarkt te verhogen. Dat kan gaan om sollicitaties, opleiding, begeleiding of een oplossing voor kinderopvang of wat dan ook. Na 4 maanden (voor de jongere zitten we dan aan 19 maanden, voor de werklozen die meer dan 25 jaar zijn aan 25 maanden) heeft hij opnieuw een afspraak met de RVA. Als het contract niet nagekomen is, kan hij een beperkte sanctie krijgen. In dat geval heeft hij weer 4 maanden bij en riskeert hij een uitsluiting. We zijn dan aan 23 maanden voor wie jonger is dan 25 jaar en aan 29 maanden voor wie ouder is. Indien de afspraken nagekomen zijn, duurt het opnieuw 12 maanden vooraleer de zogenaamde carrousel opnieuw begint. Een jongere is dan 35 maanden werkloos, iemand die meer dan 25 jaar is 41. Waar zijn we in godsnaam over bezig?

Je kunt ook gesanctioneerd worden omdat je niet genoeg gedaan hebt. In dat geval geeft de VDAB jouw geval door aan de RVA. Dat zijn de zogenaamde transmissies. Maar 95% van die transmissies gebeuren ten aanzien van personen die zich gewoon niet aangemeld hebben. Iets meer dan de helft blijft toch zonder gevolg. Is het normaal dat mensen uitgenodigd worden en gewoon niet komen? Ik vermoed heel sterk dat een aantal van die mensen behoren tot de zwakste categorieën. Dat was vroeger al zo met het zogenaamde artikel 80. Daarmee werden uitkeringen geschorst omdat de werkloosheid abnormaal lang was. De werkloze kon zich laten bijstaan door zijn vakbond. Toen ook waren de zwakkere werklozen gemakkelijker slachtoffer. Wel, het is aan de vakbonden om hun mensen daarin bij te staan. En wie niet verdedigbaar is, omdat hij vals speelt, moet worden geschorst.

Wil dit zeggen dat de RVA-procedure optimaal is? Natuurlijk niet. Het is effectief een carrousel die veel geld kost en niet altijd even efficiënt is. Men zou bijvoorbeeld beter selectiever oproepen. Voor sommigen is de periode tussen twee oproepingen gewoon te lang. Maar men mag de procedure niet afschaffen. Men mag de werklozen niet opnieuw aan hun lot overlaten. De sociale partners hebben de procedure sinds 2004 regelmatig geëvalueerd. Waarom zijn ze er niet in geslaagd om constructieve voorstellen te doen, ook niet toen er nog meer jobs waren? Ik heb zelf gewerkt voor twee Ministers van Werk die uitdrukkelijk en publiek verklaarden dat de activering van de RVA absoluut geen uitsluitingmachine mocht zijn. Een van die Ministers is het ooit in Charleroi aan de Waalse werklozen gaan uitleggen. De finaliteit moet werk zijn. En wanneer er geen werk is moet daar rekening mee gehouden worden. Een eenheidsregel over de regio’s heen is absoluut niet nodig en ook vandaag niet de praktijk. Er wordt wel degelijk rekening gehouden met regionale verschillen! Wat bazelt men toch?

Ik doe een oproep om hier echt niet te ontsporen. In een recente ABVV-publicatie beweert een jonge Franstalige politicoloog dat het activeringsbeleid de sociale zekerheid verzwakt en de winsten van de bedrijven vergroot. Maar het verzwaart vooral de druk van de werklozen op de werkenden. Zelfs werklozen opleiden verhoogt die druk! Ook hij wil dat ze gerust gelaten worden. Hij beoogt een herstel van de banden tussen werkenden en werklozen, maar creëert in feite een concurrentiële verhouding! Het spijt me, maar ik noem dat crimineel.

Wie ooit langdurig werkloos was kan alleen maar solidair zijn met wie vandaag werkloos is. Er mag absoluut geen jacht op werklozen georganiseerd worden. En het discours van de vacatures die onbezet blijven is al te gemakkelijk. De meeste raken op termijn ingevuld. Alleen zijn de gevraagde kwalificaties niet altijd onmiddellijk te vinden. Er is wel een groep werklozen die het bijzonder moeilijk heeft om werk te vinden. Men moet voor die groep niet minder, maar meer inspanningen doen. En er is ook een groep die wellicht nooit meer aan een job zal geraken. Men moet erover durven discussiëren om voor hen een statuut te bedenken dat hen definitief uit de werkloosheid haalt. Maar een algemeen discours van ‘laat de werklozen gerust’ gaat in tegen het belang van de werklozen. De vakbonden moeten vechten voor werk, niet tegen de werklozen.

Luc Vanneste
Redactielid Samenleving en politiek

edito - werkloosheid - werkgelegenheid - activering

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 3