Abonneer Log in

Een zichtbare hand, met positieve gevolgen?

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 4 (april), pagina 72 tot 80

Op een studiedag van het Vlaams ABVV, de ACOD, de FSMB en S&D, de socialistische fractie in het Europarlement op 8 februari 2010, werd ingegaan op de vraag ‘Maakt Europa sterke overheidsdiensten nog mogelijk?’. Aanleiding was de discussie over de Diensten van algemeen economisch belang in de Europese regelgeving. De energiemarkt heeft een eigen Europees regelgevingskader, maar de recente ervaringen met de liberalisering van de energiemarkt bieden interessant studiemateriaal voor de discussie over de toekomst van sectoren als de gezondheidssector en de arbeidsbemiddeling. Hoe moeten we terugblikken op de vrijmaking van de elektriciteits- en aardgasmarkt in Vlaanderen tot nog toe?

De liberalisering van de energiemarkt betekent in essentie het loslaten van het monopolie op de levering van elektriciteit en aardgas aan eindverbruikers. De elektriciteits- en aardgasnetten zijn echter een natuurlijk monopolie, het zou met andere woorden te duur en maatschappelijk inefficiënt zijn om ook daar concurrentie toe te laten en parallelle netten uit te gaan bouwen. De verwachte effecten van de introductie van concurrentie in de energieproductie en -levering zijn een betere dienstverlening, druk op de prijzen en meer innovatie en keuze in het aanbod.

TOEPASSING IN VLAANDEREN

Vlaanderen koos ervoor om de markt veel vroeger volledig open te stellen dan opgelegd werd door Europa. Dat vereiste dwingende en dringende aanpassingen aan de interne organisatie bij de historische marktspelers, zoals Electrabel en SPE en de energie-intercommunales. Er moesten ook processen ontworpen worden om uitvoering te geven aan de werking van de markt: het proces om te wisselen van energieleverancier, bijvoorbeeld. De bedrijfsprocessen moesten opnieuw uitgetekend worden en de ondersteunende systemen aangepast aan de nieuwe vereisten die door de vrijmaking werden opgelegd. Het correct laten functioneren van een geliberaliseerde energiemarkt vergt veel omvangrijkere informatiestromen dan vroeger het geval was. Dit alles betekende een zware uitdaging en belangrijke investeringen voor de betrokken bedrijven en hun werknemers.
Technisch gesproken heeft de liberalisering niet tot problemen geleid. Stroom en gas bleven ook na de liberalisering betrouwbare nutsvoorzieningen: het licht en de verwarmingsketel bleven branden. Ook het verdwijnen van Sourcepower in 2002, de enige elektriciteitsleverancier die in vereffening moest gaan, bracht geen directe problemen mee voor de klanten. Het is de enige keer dat beroep moest worden gedaan op het systeem van de ‘noodleverancier’. De klant verloor wel plots zijn gekende en vertrouwde contacten voor zijn vragen over energie en verwachtte dalende facturen door de liberalisering.
De concurrentiedynamiek leidde tot de creatie van heel wat nieuwe bedrijven, zowel in Vlaanderen en België, als de komst van een aantal buitenlandse energiespelers naar ons land. De ontvlechting (‘unbundling’), in combinatie met nieuwe taken voor de distributienetbeheerders, hebben tot een stijging van de tewerkstelling in het netbeheer gezorgd. Dit alles heeft de tewerkstelling in de energiesector gestimuleerd.

RESULTATEN VAN DE LIBERALISERING

De snelle opening van de markt in Vlaanderen leverde positieve resultaten op voor de energieafnemers. Dit wordt duidelijk bewezen door de vergelijking van de prijsevolutie in de verschillende gewesten in de periode dat de markt in Vlaanderen al vrijgemaakt was, maar in Wallonië en Brussel nog niet. Deze prijsevoluties toonden aan dat de concurrentie tussen energieleveranciers in die periode onmiskenbaar een drukkend effect had op de prijzen. Deze informatie werd - en wordt ten dele nog steeds - moeizaam geaccepteerd bij het grote publiek, door een zeker gevoel van wantrouwen en het voorheen weinig bewust omgaan met energie, maar ook een gebrek aan kennis. Deze factoren maken dat de gemiddelde verbruiker erg lang twijfelde - en vaak nog steeds twijfelt - over een actieve deelname aan deze nieuwe markt. Er is geen indicatie dat de druk op de prijzen als gevolg van de concurrentie tussen energieleveranciers ondertussen verminderd is. De zeer recente studie van CREG1 over de evolutie van de elektriciteitsprijs voor huishoudelijke afnemers, bevestigt inderdaad dat het voordeel - zeker in de eerste jaren van de liberalisering - in Vlaanderen reëel was. Door de geleidelijke toename van de distributienettarieven, beginnen de huidige prijzen echter dichter naar een fictief doorgetrokken ‘gereguleerd tarief’ te evolueren.
We moeten ons er echter van bewust zijn dat het ten dele over potentiële vruchten gaat: pas indien de energieverbruikers een actieve houding op de markt aannemen, kunnen ze ten volle van deze vruchten genieten. Toch werkt concurrentie ook algemeen: de druk die door de nieuwkomers uitgeoefend wordt, dwingt de gevestigde waarden ertoe om ook hun prijzen te drukken, zelfs voor hun ‘passieve’ klanten. Zoniet is het risico te groot dat deze hun trouw aan het bedrijf opzeggen. Informatie is dus cruciaal: zonder informatie komen klanten niet in beweging en blijft de liberalisering een dood gegeven. We zullen later ingaan op de rol van de overheid als verschaffer van neutrale informatie.

De energieregelgeving in Vlaanderen was, net als de kalender van de vrijmaking, ambitieuzer dan wat strikt opgelegd wordt door Europa. Zo koos Vlaanderen voor een ver doorgedreven vorm van ontvlechting (‘unbundling’) tussen de energieleveranciers, die een concurrentiële activiteit uitvoeren, en de netbeheerders, die een natuurlijke monopolieactiviteit uitoefenen. Op Europees vlak is unbundling een van de meest controversiële aspecten, waarover slechts uiterst moeizaam consensus kan worden bereikt. De Europese regelgeving gaat dan ook nog steeds minder ver dan wat Vlaanderen vanaf het begin oplegde. Dit heeft ertoe geleid dat er van bij de start een dynamiek tot stand kwam waarbij het beheer van de netten een eigen, onafhankelijke koers kon varen. Toch moest de VREG, de Vlaamse energieregulator, op een bepaald ogenblik ingrijpen en een substantiële boete opleggen aan de gemengde netbeheerders, omdat de scheiding van de geïntegreerde systemen die ze deelden met Electrabel, te lang aansleepte. We kunnen nu vaststellen dat dankzij deze beleidskeuze voor een duidelijke afscheiding van netbeheer en energielevering, de situatie in Vlaanderen duidelijker is dan in veel andere landen van de Europese Unie en dat hierdoor de marktwerking verbeterd wordt.
Werkmaatschappijen die de taken van de netbeheerders uitvoeren, zijn een recentere evolutie. Deze werkmaatschappijen werden opgericht om de middelen van de netbeheerders efficiënter in te zetten en de duidelijkheid voor de consument verder te verhogen.

SOCIALE EN ECOLOGISCHE CORRECTIES OP DE MARKT

De situatie is er op een aantal punten zeker op vooruitgegaan met de liberalisering. Dit is de verdienste van de politieke erkenning dat de liberalisering van de energiemarkt geen blinde liberalisering mocht worden, die alle regels overboord gooit om de markt zo vrij mogelijk te laten. Dit zou een aantal effecten hebben die maatschappelijk onverantwoord zijn. Sociaal zwakkere klanten die hun energiefactuur moeilijk kunnen betalen, zouden hierdoor bijvoorbeeld van energie afgesneden kunnen worden. Energieverbruik zou uit winstbejag zoveel mogelijk aangemoedigd worden met alle negatieve gevolgen voor het milieu. En investeringen in hernieuwbare energie zouden niet plaatsvinden omwille van de concurrentiedruk van (afgeschreven) steenkool- en kernenergiecentrales. Dus werden een aantal correcties aan het marktmechanisme aangebracht door middel van het opleggen van sociale en ecologische openbaredienstverplichtingen aan de energieleveranciers en aan de distributienetbeheerders.
Waar vroeger mensen met betalingsproblemen met een 6 ampère stroombegrenzer moesten leren leven, is er nu de budgetmeter, die toelaat om op volle sterkte stroom te verbruiken zolang de budgetmeterkaart opgeladen wordt. Wie de budgetmeterkaart niet oplaadt, valt terug op 10 ampère, waar dit vroeger 6 ampère was. In heel het proces rond wanbetaling van huishoudelijke afnemers, spelen de Lokale AdviesCommissies (LACs) en de OCMWs een belangrijke rol. Ze begeleiden mensen met betalingsproblemen in hun relatie met de netbeheerder, die de rol van ‘sociale leverancier’ kreeg toebedeeld. Zeer recent is ook een aardgasbudgetmeter beschikbaar gekomen. Hoewel dit instrument in een eerste fase een grote aanpassing bij de gebruikers vergt, zal ook voor aardgas de budgetmeter uitgroeien tot een instrument dat helpt om energiearmoede te beheersen, door afsluiting te verhinderen.

Naast de sociale openbaredienstverplichtingen, voerde de Vlaamse overheid ook een ecologische correctie op de marktwerking in door de invoering van groenestroom- en warmtecertificaten. De producenten van elektriciteit op basis van hernieuwbare energie of door middel van warmtekrachtkoppeling ontvangen deze certificaten als bewijs voor hun productie. De elektriciteitsleveranciers moeten ieder jaar een oplopend aantal certificaten inleveren, als bewijs dat zij de nodige bijdrage leveren aan de productie van een stijgende hoeveelheid milieuvriendelijk opgewekte energie. De doelstelling is om tegen 2012 minstens 6% van de geleverde stroom te betrekken uit hernieuwbare energiebronnen. Tegen 2020 moet 13% van de geleverde stroom uit hernieuwbare bronnen komen. Het ecologisch beleid inzake energie is succesvol. Wat de productie van stroom op basis van hernieuwbare energie betreft, zit Vlaanderen op schema.
Wat warmtekrachtkoppeling betreft, is een inhaalbeweging nodig geweest, omdat het warmtekrachtcertificatensysteem later gestart is dan het systeem van de groenestroomcertificaten. Ondertussen zit ook de toepassing van warmtekrachtkoppeling boven het vooropgestelde groeipad.
De eindafnemers in Vlaanderen zien op hun elektriciteitsfactuur, naast hun verbruik van de laatste drie jaar, ook de oorsprong van de elektriciteit. De vermelding op de factuur van de evolutie van het elektriciteitsverbruik gedurende de laatste drie jaar, zet hen aan om rationeel met energie om te gaan. De Vlaamse overheid moedigt dit aan door middel van premies via het Rationeel EnergieGebruik-beleid.

WAT KAN BETER?

Net zoals overal in Europa, bleek de voorbereiding van de bedrijven (energieleveranciers, netbeheerders) op de uitdagingen van de liberalisering niet op alle vlakken afdoende. Ook de regelgeving vertoonde (en vertoont in zekere mate nog steeds) hiaten. De evoluties binnen de energiesector gaan trouwens nog steeds erg snel. De liberalisering van een markt gaat steeds gepaard met onvoorziene en onvoorzienbare ontwikkelingen, waarop dus gaandeweg een aangepast antwoord moet worden geformuleerd door de overheid en door de betrokken bedrijven. Dit gaat niet altijd vlot. Een voorbeeld hiervan vormen de moeilijkheden die voortvloeien uit de verhuis van energieverbruikers. Ook de dienstverlening van de bedrijven kreeg en krijgt nog steeds veel kritiek: slecht bereikbare call-centers, gebrekkige informatieverstrekking, moeilijk te vergelijken offertes, onmogelijk te begrijpen facturen,... Toch blijkt uit enquêtes dat het merendeel van de energieafnemers tevreden is over de dienstverlening van zowel de energieleveranciers als de netbeheerders.
Ook op het vlak van de rechten van de energieconsument bleken er na de vrijmaking van de markt een aantal lacunes in de algemene wet op de consumentenbescherming. De VREG werkte actief mee aan het akkoord ter bescherming van de huishoudelijke energieafnemers, dat onder impuls van toenmalig minister van consumentenzaken Freya Van den Bossche tot stand kwam. Dit akkoord loste na de liberalisering heel wat problemen voor de huishoudelijke energieconsument op. Toch is het schrijnend dat de al lang aangekondigde federale ombudsdienst voor energie slechts zeer recent, ruim 7 jaar na de liberalisering, opgericht werd. In afwachting hiervan heeft de VREG - met de steun van de Vlaamse infolijn 1700 - sinds de eerste dag een actieve rol gespeeld om energieafnemers die de weg kwijt waren te helpen met de oplossing voor hun complexe problemen.

ENERGIEARMOEDE

Toch moet worden erkend dat de liberalisering van de energiemarkt een aantal ongewenste effecten heeft voor de zwaksten in de samenleving. De complexiteit is zonder twijfel toegenomen, de informatie van de bedrijven in de energiesector en - laten we eerlijk zijn - ook vaak de informatie van de overheid, is te moeilijk toegankelijk voor veel mensen. Ook de versnippering van bijvoorbeeld de premies die vanuit diverse overheidsniveaus verstrekt worden voor energiebesparende maatregelen, leidt tot te hoge drempels voor veel mensen.
De situatie inzake energiearmoede is echter niet achteruitgegaan ten opzichte van de situatie van voor de vrijmaking, op een aantal vlakken is er zonder twijfel vooruitgang geboekt. Zo laten budgetmeters mensen met financiële problemen toe om - mits de nodige budgetplanning - hun toegang tot energie te behouden, waar deze vroeger verminderd werd tot een niveau dat geen normaal comfort meer toeliet of zelfs volledig afgesloten werd.
Het feit dat energieprijzen op bepaalde ogenblikken stijgen onder druk van de prijsontwikkeling voor brandstoffen op de internationale markten, deed zich ook voor in de periode voor de energieliberalisering en leidde toen eveneens tot een stijging van het aantal mensen dat de energiefactuur niet meer kon betalen. Het kader waarin mensen met betalingsmoeilijkheden nu terecht komen, is duidelijker en beter gestructureerd dan vroeger, precies omdat de overheid de nood aan een sociale correctie op de marktwerking heeft onderkend en dit kader gaandeweg nog bijgestuurd heeft.

INVLOED OP DE TEWERKSTELLING

Bekeken op niveau van de Europese Unie of op niveau van de individuele lidstaten, stellen studies meestal vast dat de liberalisering van de energiemarkt een negatieve invloed had op zowel de kwaliteit als de kwantiteit van de tewerkstelling in de energiesector. Meestal wordt hierbij opgemerkt dat er wel een positief effect te verwachten is in andere sectoren.
Vlaanderen en België schijnen te ontsnappen aan deze algemene Europese tendens. Cijfers tonen aan dat hier integendeel de tewerkstelling binnen de energiesector toegenomen is.2 Globaal ligt het aantal tewerkgestelden in de energiesector in 2008 zo’n 36% hoger dan in 1999. Er vonden wel verschuivingen plaats binnen de subsectoren. Zo daalde de tewerkstelling in de productie van elektriciteit, maar deze daling werd ruimschoots gecompenseerd door een stijging in de distributie. Dit kan ook een statistisch fenomeen zijn, omdat voor de unbundling een heleboel taken inzake productie, levering, transmissie en distributie op een geïntegreerde manier uitgevoerd werden, en mogelijk gemakshalve aan de rubriek productie toegekend werden. De subsectoren ‘handel in elektriciteit’ en ‘transmissie van elektriciteit’ kennen de grootste groei tussen 1999 en 2008.

De verklaring moet op twee niveaus gezocht worden. Enerzijds betekende het overheidsbeleid, dat investeringen in de productie van elektriciteit op basis van duurzame energiebronnen en door middel van warmtekrachtkoppeling aanmoedigt, een stimulans voor investeringen en dus tewerkstellingsschepping in de productie van elektriciteit. Deze groei situeert zich deels in nieuwe bedrijven, die personeel aanwierven. Anderzijds heeft de vroege en duidelijke keuze voor verregaande unbundling vermeden dat eerst - zoals het geval was in Nederland - een rationaliseringsgolf door de energiesector (productie - levering - netbeheer) trok, om dan pas jobs te ontdubbelen bij de splitsing van levering en netbeheer. De keuze voor unbundling maakte dat de historische leveranciers een deel van hun personeel konden afstoten naar transmissie en netbeheer en op die manier de productiviteitsverhoging konden realiseren die nodig was voor het aangaan van de concurrentie met de nieuwkomers op de markt voor energielevering. Van deze bedrijven ging ten slotte ook een netto tewerkstellingsaangroei uit. Deze factoren samen maken dat de ontwikkeling van de tewerkstelling in de energiesector een afwijkende trend vertoonde in ons land ten opzichte van de rest van de EU. Toch kunnen we niet ontkennen dat in diverse subsectoren, zoals het netbeheer, de druk op de medewerkers sterk verhoogde sinds de aankondiging van de liberalisering.

INFORMATIE

Stilaan raakt een meerderheid van de afnemers vertrouwd met de geliberaliseerde energiemarkt, maar de behoefte aan informatie en kennis blijft groot. Van in het begin was er grote nood aan informatie, zowel algemene informatie over de nieuwe principes en rolverdeling die de liberalisering van de energiemarkt invoerde, als praktische tips en hulp bij het kiezen van een energieleverancier. We zien ook dat telkens de media aandacht besteden aan de energiemarkt en berichten over de besparing die potentieel kan worden gedaan door een weloverwogen keuze voor een energieleverancier, het aantal bezoekers van de vergelijkingsmodule op de VREG-website piekt. Toch is er nog veel werk aan de winkel: de energiefactuur bijvoorbeeld is voor veel energieafnemers een bron van ongenoegen. In dat licht is het misschien verbazend dat onderzoek leert dat de grote meerderheid van de mensen tevreden is, zowel over de factuur als over de dienstverlening van hun energieleverancier, wat al een belangrijke verklaring vormt waarom veel afnemers bij hun oorspronkelijke leverancier gebleven zijn.

NOOD AAN EEN NEUTRALE INFORMATIEBRON

Belangrijk is het feit dat in de oorspronkelijk wettelijk vastgelegde opdrachten voor de Vlaamse energieregulator, informatieverlening niet expliciet voorzien was. Van bij de start heeft de VREG echter het belang van goed geïnformeerde energieverbruikers ingezien en heeft daarom ingezet op het verstrekken van neutrale informatie. Pas later is deze rol expliciet in de wetgeving onderkend en heeft de VREG de taak gekregen om als neutrale informatieverstrekker voor de energieverbruikers en over de energiemarkt op te treden.
De website van de VREG is een belangrijk referentiepunt geworden, ook toegankelijk voor mensen met beperkingen, zoals gegarandeerd door het Anysurfer label. Ook de nieuwsbrieven krijgen maand na maand meer lezers. De V-test op de VREG website die alle huishoudelijke afnemers en kleine ondernemingen3 toelaat om objectief informatie over het aanbod van de energieleveranciers te vergelijken, kent een voortdurend stijgend aantal gebruikers. De consument zonder toegang tot het internet kan telefonisch beroep doen op deze dienstverlening.
Informatie kan ook een kortetermijnoplossing bieden voor structurele problemen op de energiemarkt. Het verhuizen van afnemers zorgde initieel voor zeer veel problemen. Enerzijds door gebrek aan kennis bij de klanten, maar ook omdat de marktprocessen niet goed gestructureerd waren. Door een informatieve folder met aangepaste verhuisformulieren op te maken, kon de VREG enerzijds het informatieprobleem aanpakken en anderzijds een discussie met de energiesector opstarten over het beter structureren van dit marktproces. Aanpassingen op procesniveau worden met de energiebedrijven besproken en gaandeweg doorgevoerd.

ONVOLLEDIGE VRIJMAKING

Van bij de start van de liberalisering werd gewaarschuwd dat de ontwikkeling van concurrentie op de markt voor eindafnemers enkel duurzaam kan zijn als er ook meer concurrentie komt aan de productie- en invoerzijde van de markt. Als alle concurrerende energieleveranciers die actief zijn op de distributiemarkt, gedwongen zijn om zich bij éénzelfde partij te bevoorraden op groothandelsniveau, kan je bezwaarlijk van echte concurrentie spreken. Ondanks de verbetering van de transportcapaciteit op de grenzen en de openstelling ervan voor de concurrerende energieleveranciers en de oprichting van de elektriciteitsbeurs BelPEx, blijft dit de achilleshiel van het huidige, bescheiden succes van de Vlaamse energieliberalisering. Deze maatregelen, samen met de komst van nieuwe productiecapaciteit, vooral in de vorm van productie op basis van hernieuwbare energie en/of op basis van warmtekrachtkoppeling, hebben de situatie wel verbeterd, maar niet structureel. Er zijn volgens de federale regulator CREG nog steeds indicaties dat Electrabel de groothandelsmarkt controleert, en op die manier het prijspeil beheerst.
Fusies of overnames van energieleveranciers, zoals de laatste jaren veelvuldig voorkwamen4, kunnen de concurrentie verminderen, maar het tot stand komen van sterkere uitdagers voor de gevestigde waarden kan dan weer zorgen voor meer concurrentie.
Betekent de vaststelling dat er nog een aantal zaken verbeterd kunnen worden dan dat de liberalisering nog verder doorgedreven moet worden, bijvoorbeeld door bepaalde taken die tot nog toe gereguleerd werden, voor concurrentie open te stellen? Zo gaan er soms stemmen op om de activiteiten in verband met het beheer en het lezen van de elektriciteits- en aardgasmeters te liberaliseren. Ook hiervoor bestaan modellen, zoals - opnieuw - Groot-Brittannië, maar ook Nederland. Bij onze noorderburen werd de concurrentie op de metermarkt echter weer afgebouwd naar aanleiding van de invoering van de ‘slimme meters’.
Het installeren, onderhouden en aflezen van de energiemeters is een taak voor de distributienetbeheerders. Het lijkt inderdaad een goede zaak deze situatie te bevestigen, eerder dan ervan af te wijken. Maar het bevestigen van deze taak, brengt meteen ook mee dat de netbeheerders de rol van marktfacilitator moeten opnemen, met andere woorden dat ze dienstenleverancier moeten zijn voor de andere actoren op de energiemarkt: de afnemers, maar ook de energieleveranciers, de evenwichtsverantwoordelijken5, enzovoort.
Op Europees niveau wordt de noodzaak om deze marktfaciliterende rol op een voldoende brede manier, maar ook op een efficiënte wijze, in te vullen, nu expliciet door de regulatoren onderstreept. Ook in de toekomst, als we naar een intelligent elektriciteitsnet geëvolueerd zijn, zal deze marktfaciliterende rol belangrijk blijven en mogelijk zelfs nog complexer worden. Er zullen dankzij de slimme meters die een onderdeel vormen van dat intelligente elektriciteitsnet, immers nog andere partijen geïnteresseerd zijn in de data uit de slimme meters, en mogelijk zelfs in het aansturen van de slimme meters of de domotica die achter de slimme meter opgesteld staat.
Die slimme meters zullen de tendens naar steeds alertere energieverbruikers ondersteunen. Aangespoord door een groeiend besef over de beperktheid van de energiebronnen, zorg voor het milieu en het aandeel van elektriciteit en aardgas in zijn budget, wenst hij zijn energieverbruik op te volgen, gepaste investeringen te doen en zich goed te informeren. Maar ook de ontwikkeling van steeds meer productie-eenheden die zich bij de energieafnemer bevinden, zogenaamde decentrale productie, vergt aanpassingen aan het elektriciteitsnet. Meer bi-directionele stromen, minder voorspelbaarheid, anders beveiligd. Dit is een ernstige uitdaging voor de netbeheerders. Het antwoord hierop is een actief, ‘slimmer’ beheer van het net.

CONCLUSIE

Ik wil hier het debat niet aan gaan of een liberalisering de juiste manier is om de energiemarkt te structureren en omkaderen. Gegeven de beslissingen die Europa sinds het midden van de jaren 1990 hierover neemt, zie ik de liberalisering eerder als een feit waarvan de nationale en regionale regelgevers moeten vertrekken. Wel wil ik hier duidelijk stellen dat een half afgewerkte liberalisering de minst wenselijk uitkomst is. De huidige situatie leidt er toe dat te weinig voordelen van de vrijmaking van de energiemarkt tot bij de klant doorstromen en dit zowel in termen van kostprijs als op kwalitatief vlak. Een te groot deel van de opbrengsten, inclusief die van het ecologisch ondersteuningsbeleid, komen nu toe aan de partijen die de energiemarkt en de markt voor hernieuwbare energie domineren.
Betekent dit dat het correct is te stellen dat de liberalisering van de energiemarkt mislukt is? Het is mijns inziens onterecht de vrijmaking volmondig mislukt te noemen. De ervaring met het Vlaamse regelgevend kader en bepaalde aspecten van het tariefbeleid zijn zeker positief en kunnen positieve resultaten voorleggen tot op het niveau van de energieverbruikers. De overheid heeft tijdig geanticipeerd op de nieuwe situatie die door de liberalisering tot stand kwam en heeft het nodige gedaan om de markt op een aantal cruciale vlakken bij te sturen: tariefregulering voor de activiteiten die in handen van natuurlijke monopolisten kwamen, sociale regelgeving om de huishoudelijke klanten te beschermen tegen de gevolgen van energiearmoede en tegen agressieve verkoopspraktijken van de commerciële partijen, ecologische openbaredienstverplichtingen om de markt bij te sturen in de richting van rationeel energiegebruik en duurzame energieopwekking. Al deze overheidsinitiatieven waren en zijn niet perfect, maar globaal genomen neemt de overheid in deze aspecten haar verantwoordelijkheden op. De positieve resultaten van dit overheidsbeleid mogen worden erkend.
Het deel van de energieliberalisering dat wel mislukt is, betreft zoals hoger betoogd het openbreken van de markt op niveau van de ‘klassieke’ productie door middel van aardgas, steenkool, brandstof en nucleaire energie en de handel in energie op groothandelsniveau. Dat heeft ertoe geleid dat een basisvoorwaarde voor het creëren van een gunstige situatie voor de energieverbruikers niet vervuld werd en de liberalisering dus vooralsnog onaf blijft.

Dirk Van Evercooren
Sociaal-Economisch directeur Vlaamse Regulator voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG)

Noten
1/ Studie CREG ‘Evolutie van de elektriciteitsprijzen op de residentiële markt’, februari 2010.
2/ Analyse op basis van gegevens uit de Belfirst databank, ter beschikking gesteld door Voka.
3/ Met een elektriciteitsverbruik tot 60 MWh/jaar.
4/ Als voorbeeld kan worden verwezen naar onder andere de overname van Electrabel door Suez, de fusie van Gaz de France en Suez, de participatie van het Engelse Centrica en Electricité de France in SPE, gevolgd door de uitkoop van Centrica door EdF dat hoofdaandeelhouder werd van SPE, de overname van Nuon door het Zweedse Vattenfall en van Essent door het Duitse RWE,…
5/ Hiermee wordt de rol aangeduid van de partij die verantwoordelijk is voor het voorspellen van het verbruik van de klanten van een bepaalde energieleverancier gedurende de volgende dag en het voorzien, door produceren of aankopen, van de nodige energie om in deze vraag te voorzien. Deze evenwichtsverantwoordelijkheid wordt door veel energieleveranciers zelf opgenomen, maar kan ook uitbesteed worden aan een gespecialiseerde speler.

energie - energiebeleid - liberalisering elektriciteitsmarkt

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 4 (april), pagina 72 tot 80