Log in

Hoofddoekenverbod wordt politieke beslissing

redactioneel

Meer dan 100 jaar nadat Friedrich Nietzsche god dood heeft verklaard, worstelen de moderne westerse samenlevingen nog steeds met de aanwezigheid van religie(s) en gelovigen van allerlei slag. De Belgische en Vlaamse samenleving vormt daar geen uitzondering op. Met name de aanwezigheid van de islam maakt dat religie als onderwerp van maatschappelijke discussie niet van de agenda verdwijnt. Ook in het onderwijs blijft levensbeschouwing een hot issue. Minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) had waarschijnlijk nooit gedacht dat hij zo snel met zoveel levensbeschouwelijke thema’s geconfronteerd zou worden. In september 2009 was er een verhit hoofddoekendebat en de ‘dreiging’ dat er moslimscholen zouden worden opgericht. In het kielzog van het hoofddoekendebat werd ook de zin van de huidige organisatie van de levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs in vraag gesteld. En alsof dat nog niet genoeg was, stelde René Stockman, de overste van de Broeders van Liefde, eind oktober voor om volgend schooljaar ‘echte’ katholieke scholen op te richten.

En ondertussen zijn we alweer een hoofddoekendebat verder. Op 16 maart hield de Raad van State immers zitting naar aanleiding van de klacht tegen het algemeen verbod op het dragen van levensbeschouwelijke kentekens in het Gemeenschapsonderwijs. Vier dagen daarvoor werd de nota Vermeersch strategisch in de media gebracht. Etienne Vermeersch stelt de hoofddoek gelijk aan een ‘uiting van een fundamentalistische interpretatie van de koran en de sunnah’ en argumenteert dat er ‘geen enkel solide argumentatie bestaat tegen de algemene beslissingen van schoolnetten om een hoofddoekenverbod in te voeren’. Hij roept de overheid op zich niet langer schuldig te maken aan ‘een onduldbare vaandelvlucht’ en dringend een decretaal kader te creëren. De discussie werd hiermee meteen in een bepaalde richting gestuurd: naar een decreet op een algemeen verbod - Frankrijk achterna dus. Op 15 maart werd, onder meer in een opinietekst die door tientallen academici is ondertekend, aangegeven dat de noodzaak van een decretaal kader niet meteen moet resulteren in een algemeen verbod. Naast de vraag of zo’n algemeen verbod wel wenselijk is en op dit moment het juiste signaal geeft, is het ook helemaal nog niet duidelijk of er voor dergelijke maatregel wel een politiek draagvlak bestaat. De nota Vermeersch zou immers verkeerdelijk de indruk kunnen wekken dat je op basis van wetenschappelijke argumenten een beslissing inzake de hoofddoek op school zou kunnen nemen. Het toelaten of verbieden van de hoofddoek blijft echter steeds een politieke beslissing. Hiertoe moeten niet alleen de wetenschappelijke en theologische argumenten in rekening worden gebracht, maar ook de maatschappelijke context en de politieke machtsverhoudingen.
Op 18 maart maakte de Raad van State haar oordeel bekend: De Raad schorst het GO! verbod van 11 september 2009 met betrekking tot het dragen van levensbeschouwelijke kentekens en aan het Grondwettelijk Hof wordt gevraagd of het verbod niet in strijd is met artikel 24 van de Grondwet. De Raad van State lijkt immers niet zeker wie beslissingsbevoegdheid heeft in deze materie: de scholen(koepels) of het Vlaams Parlement.

Indien dit laatste het geval is, zullen de politici het hoofddoekendossier op hun bord krijgen. Tot hiertoe hebben de meeste politici, ook de minister, zich echter nauwelijks over de zaak uitgesproken. Iedereen is voorzichtig, onder meer omwille van de interne verdeeldheid hieromtrent. We kunnen ons gemakkelijk voorstellen hoe moeilijk het in verschillende partijen zal zijn om in dit dossier eensgezindheid te krijgen in eigen rangen. Denken we maar aan de ruzie binnen de Gentse christendemocraten naar aanleiding van het hoofddoekenverbod voor stadspersoneel, en denken we maar aan het verschil in benadering inzake dit thema tussen de sp.a burgemeesters van Gent en Antwerpen. Groen! weet alvast welke richting het uitmoet. Op 12 maart al verscheen een persbericht waarin werd aangegeven dat Groen! het actief pluralisme verdedigt en een decreet zal indienen dat een verbod door de netten op levensbeschouwelijke symbolen zal verbieden. Voor de sociaaldemocraten ligt het punt minder gemakkelijk. De sp.a zal immers rekening moeten houden met het zogenaamde dubbel-electoraat waarvan een groot deel negatief staat ten aanzien van de multiculturele samenleving en de problemen die dat met zich meebrengt. Bovendien kampt links met een imagoprobleem omdat het in het verleden te laks zou hebben opgetreden inzake de islam en de multiculturele thema’s in het algemeen. Steun aan een hoofddoekenverbod zou bij een deel van het electoraat ongetwijfeld goed vallen. Anderzijds kent de partij ook verschillende allochtone politici, heeft ze een relatief grote electorale achterban bij de verschillende allochtone gemeenschappen en moet ze ook de bekommernissen van de progressieve middenklassers die de multiculturele samenleving welgezind zijn behartigen. Caroline Gennez heeft zich in september 2009 al over het thema moeten uitspreken: ‘Laat me duidelijk zijn: ik ben tegen een algemeen hoofddoekenverbod’. Ze sprak toen ook haar vrees uit dat ‘het hoofddoekendebat veel moslims de indruk geeft dat de samenleving hen viseert’. En, zo voegt ze er terecht aan toe: ‘in een aantal gevallen zal die indruk niet eens onterecht zijn’. Ik ben benieuwd of ze dit standpunt ook in de toekomst verder zal (kunnen) handhaven.

Maar eigenlijk zou de politieke discussie niet beperkt mogen blijven tot uiterlijke kentekens. Een diepgaander debat over levensbeschouwing en onderwijs dringt zich op. Deze discussie zou ook opengetrokken moeten worden tot buiten het parlement. Er is nood aan een bredere maatschappelijke discussie waaraan ook de onderwijskoepels en de levensbeschouwingen constructief en open hun steentje bijdragen. En laat ons hopen dat hierbij de verkrampte en blokkerende stellingen die meestal nog de (verzuilde) sfeer van de jaren 1950 uitademen, doorbroken kunnen worden.
De uitdaging is immers niet gering: Hoe wil het GO! het ‘actief pluralisme’, waarmee het sinds enkele jaren uitpakt, concretiseren? Hoe willen we het dramatische niveau van de levensbeschouwelijke geletterdheid bij jongeren, die 12 jaar levensbeschouwelijke vakken hebben moeten volgen, aanpakken? Wat is de betekenis van het woord ‘katholiek’ in een school waarin zowel de leerkrachten als de leerlingen nauwelijks of geen affiniteit meer vertonen met de katholieke kerk en traditie? Wat is het statuut van het vak rooms-katholieke godsdienst in een katholieke school met 80% moslims? Bestaat er voldoende draagvlak voor het organiseren van de verschillende levensbeschouwelijke vakken naast elkaar in het officieel onderwijs? Hoelang dulden we nog dat er in levensbeschouwelijke vakken dingen over homo’s, Darwin en man-vrouw relaties worden gezegd die al lang niet meer door de beugel kunnen? Hoe zullen we jongeren leren omgaan met (levensbeschouwelijke) diversiteit?
Ik weet het, levensbeschouwing is geen hip politiek thema en ik hoor alle politici al zeggen: ‘geen prioriteit nu’. Bovendien hebben we sinds het Schoolpact van 1958 toch min of meer schoolvrede en is de samenleving levensbeschouwelijk gepacificeerd. Maar wat als die vrede haaks staat op de (sterk gewijzigde) maatschappelijk realiteit en het compromis inhoudelijk steeds verder uitgehold wordt? Er zal deze legislatuur nog veel te doen zijn over de hervorming van het secundair onderwijs. Ik hoop dat het element levensbeschouwing daar alsnog ook mee wordt in opgenomen en dat toch enkele politici de moed hebben in dit verband hun nek uit te steken.

Patrick Loobuyck
Redactielid Samenleving en politiek

edito - onderwijs - hoofddoeken - levensbeschouwing

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 4 (april), pagina 1 tot 3