Log in

'Macht of kracht? Waarom een sociale beweging nodig is'

Uitgelezen

Macht of kracht? Waarom een sociale beweging nodig is

Jan Renders
Davidsfonds, Leuven, 2010

Jan Renders was van 2002 tot 2010 voorzitter van het ACW, de koepel van de Christelijke arbeidersbeweging. Hij kwam van de universiteit op de ACV-studiedienst terecht, stapte op een bepaald moment over naar het ACW-Leuven, werd aangesteld om te helpen de beweging te actualiseren en te vernieuwen en schopte het ten slotte tot voorzitter. Hij sluit zijn loopbaan af met een boekje in de reeks ‘Kopstukken in Vlaanderen’.
Jan Renders twijfelt in elk geval niet, zoals uit de ondertitel blijkt. Er blijft behoefte aan gemeenschapsvorming en een sociale tegenmacht. In het verleden bracht de zuil veilige geborgenheid. Nu kunnen de mensen kiezen, maar ze schrikken ook terug voor de verantwoordelijkheid. Ze missen een referentiekader. Het ACW bood dat vroeger aan. Het was zelfs een belangrijke factor in de ontvoogding in Vlaanderen. Vandaag kan het dat volgens Renders nog, al moet dat kader nu anders ingevuld worden. Het ACW blijft een brede sociale beweging, met een programma voor de gehele samenleving. Dat programma wordt overigens uitgebreid toegelicht.

En het ACW kan effectief nog volk mobiliseren. Ongeveer 40% van de Vlamingen is rechtstreeks of via een nevenorganisatie bij het ACW aangesloten. Het is bezig met vakbondswerking, welzijnszorg, achtergestelde jongeren, vrede, derde wereld en sociale economie. Arco is ook nog een niet te onderschatten coöperatieve tak, die heel belangrijke belangen heeft bij Dexia. We hebben dat overigens kunnen merken toen de bank op een bepaald moment in ademnoot kwam. Het duurde niet lang vooraleer er politiek ingegrepen werd. Los daarvan breekt Renders terecht een lans voor het coöperatieve model, dat het pure winstbejag een beetje kan bijsturen.
Op welke manier heeft de beweging zich echt vernieuwd? Het vraagt weinig moeite om te aanvaarden dat het nieuwe middenveld wel degelijk een belangrijke bijdrage kan leveren aan het sociaal kapitaal van een samenleving. Maar hoe nieuw is het ACW? Renders heeft als persoon in de modernisering in elk geval een belangrijke rol gespeeld. Hij vindt het essentieel dat de beweging de andere middenveldorganisaties opvat als bondgenoten. Ze is opener geworden en ook minder afhankelijk van een politieke partij. Het is trouwens onmiskenbaar dat het ACW mee gestalte heeft gegeven aan de zogenaamde ‘Staten-generaal van het middenveld’, die later omgedoopt werd tot ‘De Verenigde Verenigingen’, een samenwerkingsverband van ongeveer het ganse Vlaamse middenveld.

En wat met de socialistische arbeidersbeweging? Renders toont vrij eerlijk hoe de christelijke arbeidersbeweging vanuit een antisocialistische invalshoek ontstaan is. Vandaag wordt samengewerkt, maar Renders toont toch weinig opening om de twee bewegingen ooit te laten samensmelten. Een beetje vreemd als je de 12 fundamentele doelstellingen van het ACW en zijn organisaties leest. Ze laten zich samenvatten als: meer sociale rechtvaardigheid, een meer democratische en verdraagzame samenleving en een kwaliteitsvolle en duurzame samenleving. Waar zouden de socialisten dan problemen mee hebben? Met het twaalfde punt: ‘Ruimte scheppen voor het geloof’? Renders haast zich om hierbij op te merken dat hij niet verwacht dat iedereen die bij het ACW aansluit katholiek zou zijn. Het volstaat eerbied te hebben voor ieders persoonlijke inspiratie. Welke hedendaagse socialist heeft het daar moeilijk mee?

Of is de band met de politiek toch minder los dan Jan Renders wil laten geloven? Er zijn de bevoorrechte partners, dit wil zeggen CD&V-politici die zich tot het ACW bekennen en als zodanig erkend worden. Dat ACW-mandatarissen tot eenzelfde partij behoren zou de doelmatigheid verhogen. Met hen wordt maandelijks overlegd. Maar er zijn ook andere politici waar eerder punctueel kan mee samengewerkt worden. Jan Renders verhaalt hoe hij op een bepaald moment namens het ACW in het CVP-bureau zat, maar tegelijk goede contacten had met politici van een andere kleur. En hij schrijft: ‘Nooit heb ik dat aangevoeld als deloyaal ten aanzien van onze politieke opdracht en ten aanzien van de ACW-mandatarissen in de christendemocratie.’ (116) Ik denk dat Jan Renders een correct en eerlijk man is en dat hij hier de waarheid spreekt. Maar hij toont daarmee de grens aan. Het zou beter zijn om daar niet flauw over te doen. Alle pogingen om die grens te overschrijden zijn in het verleden mislukt, omdat de christelijke beweging in ons land in wezen antisocialistisch van inspiratie blijft. Dit is ongetwijfeld minder fanatiek dan in de 19de eeuw, maar het komt toch nog altijd neer op het verschil tussen familie zijn en geen familie zijn. Buiten de familie is op een pragmatische manier samenwerking mogelijk, maar er is geen echte band. Met doelmatigheid heeft dat weinig te maken.

Het ACW is in Vlaanderen een belangrijke tegenmacht en dat zal nog een hele tijd zo blijven. Jan Renders geeft aan zijn opvolger een beweging door die zich in de loop van de tijd aangepast heeft en daardoor ook vandaag nog een heel belangrijke slagkracht heeft. Het boek geeft een mooie inkijk in de beweging. Het is ook geschreven voor een breed publiek, dat misschien niet altijd meer doorheeft hoe die beweging in elkaar zit. Dat een eengemaakte linkse beweging nog niet voor morgen is, komt duidelijk uit de verf. Maar er kan worden samengewerkt.

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 6 (juni), pagina 76 tot 77