Log in

vzw De Link schakelt armen zelf in

Project in de kijker

In dit artikel leest u een overzicht van de stand van zaken en verwezenlijkingen na 20 jaar werken met ervaringsdeskundigen in armoede in Vlaanderen en na 10 jaar werken met de methodiek rond opgeleide ervaringsdeskundigen door vzw De Link. Een bijdrage over de kracht en de noodzaak van empowerend werken.

Sedert het ontstaan van vzw De Link in 1999, maar eigenlijk vroeger al, in Kind & Gezin en vzw De Cirkel, worden mensen in armoede ingeschakeld als ervaringsdeskundigen binnen hulp- en dienstverlening. Vlaanderen was hiermee de eerste regio waar dit soort van projecten opgezet werd in armoedebestrijding. Sinds die start, nu ongeveer 20 jaar geleden, heeft dit ideeëngoed zich steeds verder ontwikkeld tot een inmiddels sterk onderbouwde en uitgewerkte methodiek en heeft de Vlaamse overheid altijd de ruimte gecreëerd en de nodige stimulansen gegeven om deze ontwikkelingen mogelijk te maken.

De basis van het ideeëngoed rond de inschakeling van ervaringsdeskundigen is het inzicht in de missing link die er is tussen mensen in armoede en de rest van de samenleving. Deze missing link vertrekt vanuit de enorme kloof op vlak van participatie, kennis, vaardigheden die mensen uit diepe armoede scheidt van andere mensen. Als gevolg van deze kloof leven mensen in armoede met een gekwetste binnenkant en een onbevredigd verlangen om er bij te horen. Anderzijds wordt de kracht die uitgaat van mensen in armoede vaak niet gezien, laat staan gewaardeerd.

De expertise die De Link ontwikkeld heeft, vertrekt net vanuit het geloof in die kracht van mensen in armoede. Hierdoor vertoont dit ideeëngoed een groot verwantschap met het empowerment denken dat wereldwijd aan belang wint. In Vlaanderen is het Tine Van Regenmortel die de waarde van deze benadering voor de armoedebestrijding verder onderbouwd heeft. De Link heeft een procesmatige opleiding uitgebouwd, waarin gewerkt wordt aan de gekwetste binnenkant van mensen die uitgesloten zijn van in hun kinderjaren. De mensen worden opgeleid en tewerkgesteld om als brugfiguur de invalshoek van armoede en sociale uitsluiting binnen te brengen in organisaties en beleid.

Na de eerste praktijkexperimenten rond de professionele inschakeling van mensen uit diepe armoede, werd al snel duidelijk dat dit niet mogelijk was zonder vooraf een degelijke opleiding aan te bieden. Deze zoektocht naar een vorm voor die opleiding, die geleid heeft tot de oprichting van vzw De Link, werd geïnitieerd vanuit het voormalige kabinet Leo Peeters, toen coördinerend Minister van Armoede.

In 1999 is vzw De Link dan gestart met de eerste opleiding voor ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting. Deze opleiding bestond uit een vooropleiding van 3 maanden, gefinancierd door VDAB en een opleiding van 3 jaar, gestoeld op de opleiding ‘Jeugd- en Gehandicaptenzorg’. Op basis van de evaluatie van deze opleiding en van het onderzoek naar de ervaringen met de eerste groepen, werden enkele zaken zeer snel duidelijk:
- De nood aan een eigen, specifieke opleiding met eigen inhouden en eindtermen;
- Het niet te overschatten belang van het eerste deel van de opleiding (de vooropleiding). Dit onderdeel moest veel grondiger en beter uitgebouwd worden. De diepte van de kwetsuren van mensen uit generatiearmoede en de veelheid van uitsluitingen op verschillende vlakken, vragen een lange en grondige periode van ontrafelen, uitwisselen, dingen een plek geven en verwerken. Wat startte als een vooropleiding van drie maanden groeide inmiddels uit tot een voortraject van 1 jaar.

Om te komen tot een eigen modulaire opleiding tot ervaringsdeskundige, was het echter belangrijk om te vertrekken van het concrete beroep waar deze opleiding toe opleidde. Vanuit onderzoek naar alle bestaande tewerkstelling van ervaringsdeskundigen in verschillende sectoren en organisaties, heeft de SERV het ‘Beroepscompetentieprofiel Ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting’ opgesteld. Hierin wordt omschreven welke taken en functies opgeleide ervaringsdeskundigen opnemen en over welke competenties zij moeten beschikken om deze functie uit te voeren.
Aan de hand van de competenties, omschreven in dit beroepsprofiel, werd dan samen met een aantal Centra voor Basiseducatie en met een aantal Centra voor Volwassenenonderwijs, een opleidingsprofiel uitgetekend waarin modules, eindtermen, stagedoelen,… werden opgenomen die het meest garantie gaven tot het behalen van die competenties. Ook werd, onder impuls van het kabinet van de vorige Minister van Onderwijs Vandenbroucke, de opleiding opgedeeld in een eerste jaar binnen basiseducatie, waar vooral het ‘onderzoek naar eigen kansarmoede-ervaringen’ centraal staat, en in een specifieke beroepsopleiding van 3 jaar binnen het volwassenenonderwijs. Het modulair uitgetekende opleidingsprofiel werd inmiddels goedgekeurd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs na unaniem positief advies van de VLOR, waardoor de opleiding ‘Ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting’ structureel erkend en regulier ingebed is in onderwijs.

Vanuit het geloof in de groeikansen die de opleiding biedt aan de deelnemers heeft dat kabinet er ook op aangedrongen dat De Link, samen met een aantal Centra Basiseducatie, een korter traject zou ontwikkelen en aanbieden aan een ruimere groep van mensen in armoede, gebaseerd op de inzichten en methodieken die verworven zijn binnen de opleidingen. Een van de meest belangrijke en in het oog springende effecten van de opleiding tot ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting is immers haar empowerend effect. Via deze opleiding en door de manier waarop ze georganiseerd is, kunnen mensen uit diepe armoede er effectief in slagen de armoedecirkel te doorbreken. Dit wordt ook beschreven in het onderzoek ‘Bruggen over woelig water. Is het mogelijk om uit de generatiearmoede te geraken?’ van de onderzoeksgroep Oases:
‘Mensen die de opleiding tot ervaringsdeskundige volgen, slagen er in de vicieuze armoedecirkel te doorbreken en ook de situatie voor hun kinderen te verbeteren. Bevraging van de omgeving leert dat er zelfs bij cursisten die voortijdig stoppen met de opleiding duidelijke positieve effecten zijn op persoonlijk vlak: communicatie, manier van omgaan met de eigen kinderen, met diensten, school,…’

De finaliteit van dit opleidingsverhaal is echter de tewerkstelling van ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting. Mensen úit de armoede worden ingeschakeld ín de armoedebestrijding. Ze kunnen beleidsmakers, hulp- en dienstverleners bewust maken van een stuk ontbrekende kennis over armoede. Door onder meer te tolken en te bemiddelen kunnen ze de leefwereld van armen duiden en de kennis over armoede vergroten om zo te helpen de kloof tussen armen en niet-armen te verkleinen. Het is hierbij belangrijk dat ervaringsdeskundigen niet alleen ingeschakeld worden om diensten te helpen mensen in armoede beter te bereiken en te helpen, maar ook om ten aanzien van de eigen organisatie aanwezige missing links te duiden en mee te verhelpen. De allereerste waarde, de diepste betekenis van de methodiek ervaringsdeskundigheid, is het bijdragen tot een beter begrijpen van elkaars leefwereld. Ook in de omschrijving van de functie van ervaringsdeskundigen in het beroepscompetentieprofiel van de SERV neemt men deze grondbetekenis van de methodiek als uitgangspunt:
SPOOR 1: Enerzijds gaat de ervaringsdeskundige in dialoog met collega’s, de organisatie en het beleid om het inzicht in de ‘missing link’ te verhogen. […]
SPOOR 2: Anderzijds zal de ervaringsdeskundige participeren in de activiteiten van de organisatie ter bestrijding van de armoede, maar dit steeds vanuit zijn specifieke invalshoek, gefocust op het recht en de gelijkwaardigheid van de kansarme.[…]

De tewerkstelling van opgeleide ervaringsdeskundigen is overigens iets waar Vlaanderen, gezien ook de uitstroom van ervaringsdeskundigen vanuit de opleidingen, de komende jaren sterk moet op inzetten.

Hoe dan ook, Vlaanderen heeft hier een sterk innovatief verhaal geschreven door deze methodiek van bij het ontstaan alle kansen te geven en door hem op deze korte termijn in te bedden en regulier te maken. Vlaanderen is een pionier binnen armoedebestrijding met een aanpak die men in andere regio’s en landen wat graag wenst over te nemen. In een onderzoek van het NICIS instituut in Den Haag (Nl) in opdracht van Europa wordt De Link dan ook genoemd als 1 van de 9 ‘good practices on active inclusion’ binnen de EU. Om één voorbeeld te noemen uit eigen land: vanuit het Forum social sur la précarité et la pauvreté, in Wallonië, is men sterk vragende partij om voor Franstalig België een project op te zetten gelijk aan dat van De Link. Het is belangrijk hierbij op te merken dat die interesse vanuit het buitenland vooral te maken heeft met de grote (h)erkenning van elementen uit de missing link en met het specifieke van de methodiek die De Link ontwikkeld heeft om mensen te empoweren.

Toon Walschap
Algemeen coördinator vzw De Link
Meer info via info@de-link.net of op 03/218.88.78

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 6 (juni), pagina 55 tot 57