Log in

'De val van Prometheus. Over de keerzijde van de vooruitgang'

Uitgelezen

De val van Prometheus. Over de keerzijde van de vooruitgang

Ton Lemaire
Ambo, Amsterdam, 2010

Prometheus staat symbool voor vooruitgang. Dat is de idee dat alle belangrijke problemen opgelost kunnen worden door meer wetenschappelijke kennis, betere apparaten en een maximale productie. Lemaire noemt dit een bijgeloof, dat irrationele wortels heeft en dus gevaarlijk is. Het is een surrogaatreligie met eigen idolen, dogma’s en taboes. Hij probeert een aanzet te geven tot een alternatief, dat in essentie neerkomt op maat houden, een groei die voorzichtig en bescheiden is.

Het vooruitgangsideaal stamt van het einde van de 18de eeuw. Het putte zijn inspiratie uit de natuurwetenschap, maar kreeg de eeuw daarop een bijna metafysische dimensie. Vooruitgang werd herleid tot bewegen om te bewegen. Het is een op hol geslagen bedrijvigheid. Al op het eind van de 19de eeuw kwam twijfel op. In de 20ste eeuw werden we daarenboven geconfronteerd met een aantal enorme negatieve gebeurtenissen. En toch is het ideaal niet opzij geschoven, ook al hebben velen het gevoel dat we vandaag leven in een bezeten wereld, waarvan de toekomst totaal onzeker is.

We proberen het optimisme hoog te houden. Consumeren beantwoordt aan een hedonistisch individualisme, dat alleen in het heden geïnteresseerd is. Het verleden wordt op heel veel manieren geconserveerd, maar het is niet ons verleden. We hebben er geen enkele band mee, het is geen levend verleden. We leven in een opeenvolging van actualiteiten waar nauwelijks een verband tussen bestaat. De geschiedenis is geen continuïteit, een samenhangend geheel waar wij deel van uitmaken. We leven trouwens in het algemeen in een gefragmentariseerde wereld. Zelfs de wetenschap is in fragmenten, tot het uiterst doorgedreven specialismen, uiteengevallen. En de media zorgen voor een selectieve versimpeling, filteren weg wat hen niet uitkomt. Lemaire noemt dat een hapsnapcultuur.

De mens wordt stilaan gevangene van zijn eigen destructiviteit. Al geruime tijd hebben we de ecologische draagkracht van de aarde overschreden. Er dreigt een totale impasse, indien we er niet in slagen een sociale en ecologische economie te realiseren, die gericht is op de bevrediging van menselijke behoeften. Het is een utopie, en men moet oppassen met de excessen van utopieën, maar ze laat tenminste een uitweg zien uit de georganiseerde waanzin. Want de idee dat economische groei permanent en oneindig zou kunnen zijn, is inderdaad een collectief waanidee. Die groei vernietigt gewoon. En nochtans is groei van de groei de essentie van het kapitalisme. Dat moet onvermijdelijk in conflict komen met de trage kringlopen van de natuur. Dat vooruitgang zichzelf verteert kan je zo begrijpen uit de wetten van de entropie. We moeten ervan af dat een economie de hele cultuur doordringt en zich kan losmaken van sociale, politieke en morele domeinen. Laat de oplossing vooral niet over aan economisten, want zij zullen alleen maar pleiten voor meer. Prometheus had last van wat de Grieken Hybris noemden. Hij dacht dat hij zo maar de grenzen die de goden getrokken hadden, kon overschrijden. Het is hem zuur opgebroken. We moeten onszelf begrenzen en maat houden, we moeten een economie installeren van het genoeg. Schaarste is een categorie die de rijke samenlevingen geïntroduceerd hebben. Ze globaliseren zelfs de schaarste, maar ze doen dat door geen grenzen te stellen aan hun eigen behoeften. Iedereen weet ondertussen dat ze ecologisch zwaar boven hun stand leven.

De milieucrisis staat voor de crisis van de moderniteit. Er moet een radicale verandering van de cultuur komen. Wat Lemaire betreft komt dat neer op een ecologisering van ons wereldbeeld: het gevoel van een intieme verbondenheid met de planeet; het besef dat de mens niet de heerser van de natuur is; een esthetische en spirituele ontvankelijkheid voor de natuur als totaliteit; de idee dat de aarde in zichzelf waardevol is. Eenvoud en levenskunst zijn positief: meer vrije tijd; rijker sociaal leven; kleinere ecologische voetafdruk; besef van verbondenheid of kosmisch bewustzijn; genieten zonder zich voortdurend te bekommeren over rendement en deadlines. Zo’n wereldbeeld staat in elk geval haaks op een monotheïsme zoals in het Jodendom en het Christendom. Dit gaat ervan uit dat de schepper niet aanwezig is in wat hij schept. Juist daardoor is de natuur ‘ontgoddelijkt’ of ‘onttoverd’. Zo’n natuur mag grenzeloos geëxploiteerd worden. Ondertussen heeft het moderne subject de plaats ingenomen van god, maar het atheïstisch humanisme heeft de mens niet onttroond als maat van alles.

Er is een soort synthese nodig, een gematigd humanisme dat voorzichtig ecocentrisch is. Dat wil zeggen een humanisme dat het eigene van de mens erkent, maar tegelijk de plaats van die mens in de natuur niet uit het oog verliest. In dat humanisme staat de mens niet boven de natuur, maar hij is er ook niet volledig aan ondergeschikt. Hij maakt deel uit van een alomvattende natuur, maar doet dat op een specifiek menselijke manier. Dat wil zeggen dat hij een kritische afstand bewaart. Alleen de mens is in staat tot het erkennen en toekennen van waarde, maar dat belet niet dat de natuur tegelijk een intrinsieke waarde heeft. We hebben maat en begrenzing nodig, maar die is te vinden in een werkelijkheid die groter is dan het subject.

Prometheus is ontketend, de vooruitgang heeft alle remmen losgeslagen. Hoe kan hij in toom gehouden worden? Prometheus staat vijandig tegenover de natuur, hoe kan dat conflict overwonnen worden? Marcuse verwees naar Orpheus, de mythische figuur die juist verwantschap met de natuur toont. In de Griekse oudheid bestonden de benaderingen van Prometheus en Orpheus naast elkaar. Er was een evenwicht, uit angst voor Hybris. Het is precies dat evenwicht dat hersteld moet worden. Natuurwetenschap zorgt niet voor de enige kennis. Er is ook kennis die de afstand overbrugt tussen een waarnemend subject en een waargenomen object. Het is een soort esthetische kennis, een pure en integrale waarneming, die streeft naar een symbiose van subject en object. Kennis veronderstelt een soort initiatie, maar beseft ook dat ze nooit volledig kan zijn. De natuur blijft finaal een stuk onbekend. Dit staat ver van het Hegeliaanse en Marxistische kennen. Alleen wordt hun idee van realisering van het zelfbewustzijn steeds reëler en wordt ook de schaduwkant, die destructief is, duidelijker en duidelijker. Hun arrogante humanisme dreigt ons noodlottig te worden. Er is nood aan een postprometheïsche invulling van vooruitgang. Groei-dwang moet worden ingeruild voor welzijn, innerlijke groei en rechtvaardigheid. Er is een filosofie van het genoeg en de eindigheid nodig. Met Camus moeten we beseffen dat onvolmaaktheid weliswaar onvermijdelijk is, maar daarom niet onleefbaar. Het menselijk bestaan heeft een tragisch aspect, maar dat hoeft hem niet te beletten gelukkig te zijn. Iedereen moet wel beseffen dat de laatste vragen niet te beantwoorden zijn.

Ik heb nogal veel plaats ingenomen om de hoofdidee van Lemaire weer te geven en heb vele zijwegen overgeslagen. Ik heb daarmee eigenlijk alleen maar de bedoeling aan te tonen dat hij opnieuw een heel belangrijk boek gepubliceerd heeft. Ik heb indertijd Met open zinnen begroet als het magnum opus van Lemaire, maar ik denk nu dat hij zichzelf toch blijft overtreffen. En hij drukt zich misschien ook helderder uit dan ooit. Het boek telt bijna 350 bladzijden, maar het leest als een trein. Alle hoofdstukken zijn trouwens kort en overzichtelijk. De auteur geeft aan dat je ze eigenlijk apart kunt lezen en dat is waar, maar het zou jammer zijn.

De hoofdstelling is uiteraard niet nieuw. Vele anderen hebben de groeilogica aangeklaagd en aangetoond dat die onvermijdelijk desastreus zou uitlopen. In Vlaanderen deed Rudolf Boehm dat reeds in de jaren 1970. Zijn leerling Willy Coolsaet hamert al jaren onvermoeibaar op diezelfde nagel en heeft van de uitbouw van een filosofie van de eindigheid zijn levenswerk gemaakt. Maar in de loop van de tijd werden die pleidooien steeds meer overstemd door het lawaai van de losgeslagen samenleving. Het is gewoon goed dat er weer iemand is die het zonder gêne en in niet mis te verstane woorden formuleert. En Lemaire slaagt er ook zonder meer in dit te kaderen in een meer omvattend verhaal. Het is onze cultuur die ziek is en die ziekte heet: economisme. We hebben die cultuur (en de moraal) laten opvreten door de economie en die dreigt fataal te pletter te storten. Wie vandaag probeert te doen alsof het een zaak van oplappen is, vergist zich op een pijnlijke wijze. Natuurlijk is het eenvoudig om daartegenover te pleiten voor een economie van het genoeg. Lemaire is zoveel jaar geleden voor een deel uit de samenleving gestapt en heeft zich teruggetrokken op het Franse platteland. Ik vermoed dat zijn leven daar niet zo simpel is, maar ik denk toch vooral: zo kunnen we het niet allemaal doen. Alleen is dat geen argument dat op zich zijn redenering kan ontkrachten. Laten we er minstens bij stilstaan en er ernstig over nadenken. Maar Lemaire gaat nog een stuk verder. Hij probeert een aanzet te geven voor een nieuw humanisme. Met open zinnen ging daar ook al over en wellicht zal er nog veel meer moeten worden geschreven om het ten volle uit te werken. Maar het is meer dan een verdienstelijke poging om naast de wetenschappelijke kennis ook plaats te geven aan een andere kennis, die een meer directe toegang geeft tot de realiteit, maar die evenwaardig is. Lemaires pleidooi voor een filosofie van de eindigheid hoort ernstig genomen te worden en dit is inderdaad ook een filosofie van het genoeg. De mens staat niet boven de natuur en kan niet om het even wat doen. Hij is ook niet volledig aan die natuur onderworpen, omdat hij op een specifiek menselijke manier kritische afstand bewaart. Dat is zijn vrijheid, maar vrijheid in verantwoordelijkheid. Het is effectief eindigheid, maar er is geen enkele reden om daardoor ongelukkig te zijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 7 (september), pagina 82 tot 85