Log in

'Europa. Strategie voor een wereldmacht'

Uitgelezen

Europa. Strategie voor een wereldmacht

Sven Biscop
Academia Press, Gent, 2010

Het moet een kleine twintig jaar geleden zijn dat er in het Europees Parlement voor het eerst grondig gedebatteerd werd over het gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid van de Europese Unie. In linkse fracties lag dat punt heel moeilijk. Tot er iemand met een eenvoudig argument aankwam: is het niet minder gevaarlijk één enkel leger te hebben dan negen verschillende legers? En is één leger niet makkelijker te controleren dan negen verschillende legers (de EU had toen negen lidstaten)? Vandaag heeft de EU 27 lidstaten. De vraag stellen is ze beantwoorden.

Het is ook dat punt dat Sven Biscop lijkt geïnspireerd te hebben voor zijn boek over de Europese Unie als wereldmacht. ‘Vandaag geven we allemaal samen immers veel meer geld uit aan overbodige capaciteiten dan we nodig zouden hebben om de lacunes in onze capaciteiten weg te werken’ (p. 90). De 27 lidstaten van de EU hebben momenteel bijna twee miljoen mannen en vrouwen in uniform. Tachtigduizend daarvan nemen momenteel deel aan operaties in EU, NAVO of VN-verband. Daar bovenop nog eens zestigduizend manschappen uitzenden - wat volgens een besluit van de Europese Raad zou moeten kunnen - lijkt echter veel te hoog gegrepen.
Er is echter nog veel meer aan de hand met de ‘strategie’ van de Europese Unie. Zo’n strategie is er namelijk niet of nauwelijks. Het Europese Veiligheids- en defensiebeleid is er gekomen zonder enige strategische visie. Pas in 2003 kreeg Solana, toen de hoge vertegenwoordiger voor BZ in de EU, de opdracht om een document te schrijven. Die strategie stelt dat de EU internationale kwesties moet aanpakken op een ‘preventieve, holistische en multilaterale manier’. En nog: ‘De diplomatieke inspanningen en het beleid op het gebied van ontwikkeling, handel en milieu moeten dezelfde agenda volgen’. Deze drie principes, zo stelt Biscop, zijn een weerspiegeling van de waarden waarop de EU zelf is gebouwd.

Echter, in de praktijk wordt de strategie nauwelijks toegepast. Er is nooit een opvolgingsmechanisme uitgewerkt en de uitvoering wordt niet aan de Raad gerapporteerd. De EU staat ook voortdurend voor dilemma’s, zowel met haar landbouwbeleid (vaak in strijd met ontwikkeling) als met het vereiste respect voor mensenrechten en democratie (vaak in strijd met de samenwerking in de strijd tegen het terrorisme). Daardoor kunnen de geloofwaardigheid en de legitimiteit van de EU makkelijk ondermijnd worden.
In 2008 werd een tweede strategiedocument geschreven, alweer zonder opvolgingsmechanisme. Intussen was de EU echter uitgebreid met de landen van Centraal-Europa en dat leidde tot nog meer verdeeldheid dan al eerder het geval was.
Van die verdeeldheid en dit gebrek aan coherentie geeft Biscop tal van voorbeelden. Op die manier, zo stelt hij, loopt de EU het risico volkomen irrelevant te worden. Zijn boek is dan ook een pleidooi om een duidelijke strategie uit te stippelen, met doelstellingen, met instrumenten en met de vereiste middelen. Zeker nu het Verdrag van Lissabon van kracht is geworden en er een Hoge Vertegenwoordiger is die tegelijk vice-voorzitter van de Commissie werd met een Europese Dienst voor Extern Optreden, lijkt dit meer dan dringend te zijn geworden.

Dit boek geeft een zeer helder overzicht over wat kan en niet kan in de EU en waarom dat zo is. Biscop is echter een onvoorwaardelijk EU-minnaar en gaat misschien iets te makkelijk voorbij aan een aantal evidente problemen. Zijn alle lidstaten er echt van overtuigd dat de ‘waarden’ van de EU, zoals ze in het jongste verdrag staan opgesomd, ook echt internationaal moeten worden verdedigd? Denk aan de sociale dimensies van het Europese samenlevingsmodel. Biscop wijst er zeer terecht op dat de EU door velen niet langer als een na te volgen model wordt gezien. Of nog, moet de EU echt een ‘wereldmacht’ worden? Het is een punt waar zeer veel discussie over mogelijk is. Wat zijn de ‘vitale belangen’ van zo’n wereldmacht? En ook al wordt er heel eventjes naar verwezen, is de grote verdeeldheid en het gebrek aan coherentie niet ook een gevolg van een bewuste strategie van andere ‘wereldmachten’?
Biscop heeft overschot van gelijk als hij stelt dat een buitenlands en defensiebeleid een duidelijke strategie vereisen. Zijn boek is bijzonder leerrijk en zeer helder geschreven. Ik vrees echter dat de op ‘waarden’ berustende identiteit van de EU meer ideaal dan werkelijkheid is. Wat Biscop vooral aantoont is dat er nog steeds een gebrek aan politieke wil is om tot een echte Europese eenheid te komen in deze zo gevoelige materie. Eens te meer wordt hiermee bewezen dat het overduidelijke ‘gemeenschappelijke belang’ moet onderdoen voor individuele macht.

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 7 (september), pagina 86 tot 87