Abonneer Log in

Is sp.a 'te links' of Vlaanderen 'te rechts'?

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 7 (september), pagina 46 tot 53

Op 13 juni 2010 behaalde de sp.a de slechtste score sinds de Eerste Wereldoorlog. Deze uitslag zet tot denken aan. Dit essay heeft een dubbele bedoeling. Enerzijds proberen we aan te tonen dat mensen die de nederlaag wijten aan een ‘te linkse’ koers, te kort door de bocht gaan. Anderzijds probeert dit essay de contouren vast te leggen van een langetermijnstrategie voor de partij. Het komt er niet zozeer op neer om een ‘gat’ in het centrum te vullen, maar er moet vooral meer ruimte gecreëerd worden voor het linkse gedachtegoed in Vlaanderen.

De voorbije federale verkiezingen hebben de Vlaamse linkerzijde gereduceerd tot een pijnlijk dieptepunt. Sp.a (14,6%), Groen! (6,9%) en PVDA+ (1,3%) klokten samen af op een kleine 23% van de stemmen.1 De linkse ‘koek’ kromp hierbij zelfs nog ten opzichte van 2009 (toen nog met SLP als onafhankelijke partij). Ondanks deze dramatische cijfers blijft het voorlopig relatief windstil rond de sp.a. ‘We hebben standgehouden en dat is gegeven de omstandigheden een verdienste op zich’ is de meest gehoorde interpretatie van de resultaten.

Maar wie dieper graaft, ziet toch een opmerkelijk discours opsteken. ‘Bij de socialisten werd Achiel Van Acker uit zijn graf opgedolven om één van de meest oud-linkse campagnes ooit te maken. Dat mag dan enige euforie bij hardcore ABVV-militanten hebben losgemaakt, het heeft voor de rest geen stem opgebracht’, schreef Yves Desmet op 16 juni in De Morgen.2 Op het partijbureau van 14 juni 2010 stelden een aantal aanwezigen de linkse koers van de campagne in vraag: ‘Wij moeten de volgende vier jaar gebruiken om eindelijk een moderne, sociale partij te worden. Die ruk naar links was onzin. We moeten terug naar het centrum, we moeten weer aanslaan bij de jeugd’.3 In sommige kringen wordt de verkiezingsnederlaag dan ook toegeschreven aan de ‘te linkse’ of ‘oud linkse’ koers. Maar houdt deze lezing van de resultaten wel steek? Om de discussie helder te voeren, maken we een onderscheid tussen de vormelijke aspecten van de campagne enerzijds en de inhoudelijke aspecten anderzijds. Ten slotte buigen we ons over de vraag naar een langetermijnstrategie voor de partij. Het komt er volgens ons niet op aan om het ‘gat’ in het centrum te vullen, maar om net links van het centrum ruimte te creëren. Meer actie in plaats van reactie is dus noodzakelijk.

ACHIEL VAN ACKER VANONDER HET STOF

Met ‘oud links’ wordt op vormelijk vlak doorgaans het terugplooien op de eigen zuil en de eigen symbolen bedoeld. Tijdens de afgelopen campagne stond de roos inderdaad subtiel op de affiches van de sp.a en werden de socialistische kandidaten sinds lange tijd terug expliciet gepromoot in talrijke folders van de Bond Moyson en de verschillende takken van het ABVV. Symbool voor deze ‘oud linkse’ aanpak was het uitpakken met de socialistische voorman Achiel Van Acker. ‘Nieuw links’ staat dan weer voor het verbergen van iedere expliciete link naar de socialistische ideologie. Het naar de kiezer trekken onder de noemer ‘stadspartij’ en het werken met sociaalprogressieve ‘projectlijsten’ zijn daar goede voorbeelden van. Volgens sommigen kan men maar beter naar deze ‘nieuw linkse’ koers terugkeren.

Twee bedenkingen zijn hierbij op hun plaats. Ten eerste zijn we er niet van overtuigd dat de ‘oud linkse’ campagne echt kiezers afgeschrikt heeft. Kiezers die een afkeer hebben van alles dat van dicht of van ver met de socialistische zuil te maken heeft, lezen de bladen, folders en affiches van deze zuil niet, en worden er bijgevolg ook niet door afgeschrikt. Dus men kan over deze aanpak minstens stellen ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. Het is natuurlijk wel mogelijk dat er ook geen nieuwe kiezers mee bereikt werden. Ten tweede hebben zowel de ‘oud linkse’ als de ‘nieuw linkse’ aanpak al tot een verkiezingsnederlaag geleid. We mogen immers niet vergeten dat de ‘nieuw linkse’ projectlijsten tijdens de Ja!-campagne de sp.a tot het dieptepunt van 2007 geleid hebben. Een juistere conclusie zou bijgevolg kunnen zijn dat op vormelijk vlak de tweedeling ‘oud links’ - ‘nieuw links’ absoluut niet alles bepaalt. In de mate van het mogelijke kunnen de sterktes van beide vormen met elkaar gecombineerd worden. De ‘oud linkse’ aanpak om de eigen achterban te mobiliseren, de ‘nieuw linkse’ vorm om de zwevende kiezers aan te spreken. Het is immers niet ongewoon om verschillende doelgroepen met verschillende campagnes te bereiken.

DE SP.A IS ‘TE LINKS’

De sp.a-campagne van 2010 kan ook inhoudelijk als linkser dan de voorgaande beschouwd worden. De sp.a pleitte onomwonden voor een vermogenswinstbelasting, het optrekken van de minimumpensioenen, plafondprijzen voor geneesmiddelen, enzovoort.4 Of het programma ‘links’ was, hangt van het referentiepunt af, maar ze was in ieder geval inhoudelijk linkser dan de voorgaande sp.a-campagnes.5 Critici stellen nu dat deze koers te links was en dat de partij daardoor verloren heeft. Hun redenering luidt dat de sp.a links van de partij niets meer te winnen heeft. De linkse stemmen zijn reeds verdeeld onder Groen!, de sp.a en een aantal radicaal linkse partijen. Echt groeipotentieel is er bijgevolg enkel in het centrum. Wil de sp.a terug verkiezingen winnen, dan moet ze bijgevolg inhoudelijk opschuiven naar het centrum.

Recent verkiezingsonderzoek bevestigt inderdaad dat Vlaanderen op sociaaleconomisch vlak eerder (gematigd) rechts is.6 De personen die in 2009 op de sp.a of op Groen! stemden, situeren zich eerder sociaaleconomisch links van het politieke spectrum, terwijl de kiezers van de andere partijen zich in het politieke centrum of aan de rechterkant bevinden. Tussen beide kiezersgroepen gaapt er bijgevolg een ideologische kloof. Op basis van deze onderzoeksresultaten leek professor Marc Hooghe in het juni-nummer van Samenleving en politiek dan ook te suggereren dat de sp.a (maar ook Groen!) inhoudelijk naar het centrum moeten opschuiven, willen ze terug structureel nieuwe kiezers winnen.7 Dezelfde redenering vinden we ook bij Patrick Janssens terug in zijn analyse van de verkiezingsnederlaag van 2007. Hij stelde vast dat ‘sp.a-spirit kiezers verloor in het centrum en niet of minder ter linkerzijde’.8

OF… IS VLAANDEREN ‘TE RECHTS’?

We betwisten de resultaten van bovenstaand verkiezingsonderzoek zeker niet. Vlaanderen is inderdaad momenteel op sociaaleconomisch vlak (gematigd) rechts. We zijn het echter niet eens met de strategische gevolgtrekking dat de sp.a inhoudelijk naar het centrum moet opschuiven. We hebben hiervoor verschillende argumenten.

Ten eerste kan men zich afvragen wat er structureel te winnen valt in het centrum. Stel dat de sp.a (terug) opschuift naar het centrum en bijgevolg ideologisch nauwelijks nog verschilt van de CD&V en Open Vld, waarom zou men dan nog op de sp.a moeten stemmen? Enkel de stijl en het politieke personeel maken dan nog een verschil. Dat zijn twee zaken waarvan de populariteit uitermate wispelturig zijn. Deze strategie kan eventueel leiden tot winst op korte termijn, maar zal zeker geen duurzame winst opleveren. Een nieuwe bocht richting het centrum zou de geloofwaardigheid van de partij bovendien niet ten goede komen.

Het grootste probleem met de bovenstaande redenering is echter dat deze vertrekt vanuit een statische politieke behoefte: de verdeling van politieke voorkeuren ligt al vast en politieke partijen moeten zich daar zo veel mogelijk naar richten. Dit is niet alleen een zeer mak uitgangspunt, maar ook zeer fout. Internationaal onderzoek heeft immers aangetoond dat kiezersvoorkeuren niet stabiel zijn en gestuurd kunnen worden door de politiek.9 Zo werd bijvoorbeeld aangetoond dat een toenemend anti-Europees discours een vermindering van de publieke steun voor de Europese integratie met zich meebracht.10 Ook in Vlaanderen zijn de politieke opinies allesbehalve statisch. Zo stelden professor Bart Meuleman en professor Jaak Billiet vast dat de gepercipieerde bedreiging door migranten tijdens de jaren 1990 eerst afnam om vervolgens sinds het einde van de jaren 1990 terug toe te nemen.11 Hoewel verder onderzoek vereist is, zijn deze professoren de mening toegedaan dat het racistische discours van het toenmalige Vlaams Blok hiervoor een niet te onderschatten verklaringsfactor vormt. We vermoeden bovendien dat het groeiende electorale succes van Vlaams nationalistisch rechts de laatste jaren onder meer veroorzaakt werd door een toenemende dominantie van het Vlaams nationalistische discours in media en politiek. Een dominantie die net versterkt werd doordat de centrumpartijen dit discours overnamen uit vrees als ‘slechte Vlamingen’ te worden bestempeld.

Naast de strategie waarbij de partij zich richt op de zogenaamde ‘centrumkiezer’ en het ‘gat in het centrum’, bestaat er nog een andere mogelijkheid om de sp.a te herlanceren. Men kan er immers naar streven om de kiezer te overtuigen van de eigen standpunten en op die manier zelfs een ‘gat op links’ te creëren. Politicologen spreken in dit verband over het onderscheid tussen ‘preference accomodation’ en ‘preference shaping’.12 Bij de eerste strategie passen de partijen zich aan de kiezers aan door zoveel mogelijk hun standpunten op te nemen in het partijprogramma. Bij de tweede strategie proberen partijen de kiezers van hun eigen standpunten te overtuigen. In feite zou deze laatste strategie dé doelstelling moeten zijn van elke partij. In plaats van het ‘gat in het centrum’ te vullen zou de sp.a dan ook een nieuw gat links moeten creëren. Het is niet de sp.a die ‘te links’ is, maar Vlaanderen dat te veel naar ‘rechts’ is opgeschoven. Het komt er met andere woorden op aan om de publieke opinie terug naar links te doen opschuiven. Dat zal tijd vergen, veel tijd en het zal zeker niet eenvoudig zijn. Desalniettemin pogen we hieronder toch voorzichtig een aantal zaken aan te brengen die de kans op slagen kunnen vergroten.13

WE MOETEN WEER VOORUIT

Het begint een dooddoener van formaat te worden, maar het is in de eerste plaats belangrijk dat de sp.a eindelijk eens uitmaakt waar ze voor staat én waar ze op de lange termijn met de maatschappij naar toe wil. De partij mist een duidelijk profiel. Uit een bevraging blijkt bijvoorbeeld dat 43% van de sp.a-leden en 67% van de mandatarissen vinden dat de sp.a het aan een duidelijke en herkenbare boodschap ontbreekt.14 Dat gebrek aan ideologisch profiel heeft er toe geleid dat de partij steeds meer in het dominante (centrum)rechtse discours in Vlaanderen is mee gestapt. Zo argumenteerde professor Dries Lesage aan de hand van vier casussen (rechtvaardige fiscaliteit, staathervorming, multiculturele samenleving en milieu) dat links zich al te vaak heeft neergelegd bij de (centrum)rechtse mainstream en hierdoor het rechtse discours eigenlijk onbedoeld versterkt heeft.15 Het is hoogstwaarschijnlijk ook dit gebrek aan ideologische weerbaarheid dat aan de basis ligt van het pleidooi dat de sp.a te links is en terug naar het centrum moet.

Hoe moet die boodschap er dan uitzien en hoe moet die verkocht worden? We geven in dit essay bewust geen concrete antwoorden op deze vragen, omdat we de mening toegedaan zijn dat het in de eerste plaats aan de leden van de sp.a is om dit uit te maken. We beperken ons hier tot het formuleren van een vijftal algemene suggesties.

Eerst en vooral moet de boodschap gestoeld zijn op een originele analyse van de maatschappij vertrekkende van principes als solidariteit, sociale rechtvaardigheid, vrijheid en democratie. Wat loopt er structureel fout in de samenleving? Welke mechanismen leiden tot welke mistoestanden? Hoe wordt de sociale ongelijkheid gereproduceerd? Momenteel is er geen centrale boodschap, omdat er geen of toch te weinig een fundamentele analyse van de maatschappij wordt gemaakt. Het is niet dat de sp.a voor veel maatschappelijke problemen geen pasklaar antwoord in haar partijprogramma heeft staan (dat heeft ze wel degelijk). Het probleem is dat de kiezers en de leden niet langer de coherentie van de vele standpunten zien, doordat de sp.a niet vertrekt vanuit een duidelijke maatschappijanalyse. Men ziet doorheen de bomen het bos niet meer. Bij deze denkoefening moet men niet per se tabula rasa maken van het verleden. Het kan niet de bedoeling zijn om het socialisme terug volledig opnieuw uit te vinden. Links is momenteel te vaak bang van de eigen schaduw.

Ten tweede moet men vanzelfsprekende zaken terug in twijfel durven trekken. In plaats van op oude vragen nieuwe antwoorden te geven, moet men nieuwe vragen durven stellen. Wat kunnen we beter niet aan de markt overlaten? Welke zaken doet België beter dan de deelstaten? Hoe kan de maatschappij zich aanpassen zodat etnische minderheden erin een plaats vinden? Wanneer is een begrotingstekort gerechtvaardigd?16 Het belang van ‘framing’ mag men hierbij niet onderschatten.17 Ieder woord of concept heeft immers een bepaalde connotatie. De partij moet bijgevolg rechtse concepten ontmaskeren. Spreek liever over ‘publieke bijdragen’ dan over ‘belastingen’, gebruik ‘etnische minderheden’ als je ‘allochtonen’ bedoelt18, bestempel ‘de vrije markt’ als ‘de neoliberale markt’… Door vanzelfsprekende zaken terug in twijfel trekken, zal de sp.a bovendien minder als een partij van het establishment beschouwd worden.

Ten derde moet de partij meer investeren in zowel zijn kaders en militanten als zijn maatschappelijke inbedding. Uit een ledenbevraging blijkt dat mandatarissen en actieve leden nauwelijks ideologisch van elkaar verschillen.19 Ze nemen een gematigd linkse positie in. Wat minder links zijn dan weer de ‘steunende’ leden, gevolgd door de ‘passieve’ en ‘papieren’ leden en de sp.a-kiezers. Hoewel een selectiemechanisme niet uitgesloten is (bijvoorbeeld meer progressieve mensen engageren zich vlugger), lijkt politieke activering toch te renderen. Mensen die actiever en bewuster nadenken over sociale ongelijkheid gaan linkser en progressiever denken. De partij moet bijgevolg investeren in het actief betrekken van zijn leden. Hoewel laagdrempelige activiteiten zeker moeten blijven bestaan, moet men verder inzetten op vorming en debat. Zowel de oude als de nieuwe communicatiekanalen kunnen hiervoor gebruikt worden. De Visie-congressen zijn hier zeker een goede aanzet voor.
Uit dezelfde ledenbevraging blijkt bovendien dat de leden pleiten voor een grotere maatschappelijke verankering. Meer dan 70% van de leden wil dat de bevoorrechte relaties met het ABVV en socialistische mutualiteit terug versterkt worden. Iets meer dan de helft van de leden wil bovendien dat ook de banden met middenveldorganisaties zoals Greenpeace, de Gezinsbond, Natuurpunt… aangehaald worden. De band moet dus (terug) versterkt worden met zowel de ‘oude’ als de ‘nieuwe’ sociale bewegingen, op voorwaarde natuurlijk dat het geen amalgaam wordt van al te diverse politieke ideeën. Het ontwikkelen van zo’n goed sociaal netwerk kan ook kaderen in een strategie om de voorkeuren van de kiezers te ‘scheppen’. Mensen die zich sterk met een partij of beweging associëren, zijn immers geneigd om diens standpunten over te nemen.20 Daarnaast moet ook nagedacht worden over het steunen van ‘onafhankelijke’ linkse denktanken die de publieke opinie beïnvloeden. De rechterzijde heeft op dat vlak reeds een rijke traditie in Vlaanderen (denk maar aan Liberales, Itinera, Nova Civitas). Een linkse tegenreactie is dan ook wenselijk.

Ten vierde moeten we ook wijzen op het belang van goede boodschappers. Het lijkt evident dat politici die vertrouwen inboezemen, zorgen voor een belangrijke aantrekkingskracht voor je partij. De populariteit van individuen is echter enorm volatiel in de huidige gemediatiseerde politieke format. Zo’n strategie lijkt dan ook enkel op de korte termijn te lonen, ware het niet dat de populariteit van de boodschapper ook afstraalt op zijn boodschap. Onderzoek heeft immers aangetoond dat niet enkel het inhoudelijke bepaalt welke politicus je voorkeur wegdraagt, maar dat ook de voorkeur voor een bepaalde politicus je beleidsvoorkeuren beïnvloedt.21 Populaire boodschappers vergroten dus structureel het draagvlak van een bepaalde boodschap en dit effect duurt langer dan de electorale winsten op de korte termijn.

Ten slotte verdienen jonge kiezers extra aandacht. Wil men de publieke opinie structureel naar links doen opschuiven, begin dan bij de jongeren. Onderzoek heeft immers uitgewezen dat jonge kiezers ‘gesocialiseerd’ worden tijdens de eerste drie verkiezingen waar ze aan deelnemen. Tijdens die periode ontwikkelen ze voorkeuren voor de één of andere partij en nemen ze de gewoonte aan om al dan niet te gaan stemmen (ook in landen met stemplicht).22 Het lijkt bijgevolg aannemelijk dat ze in die periode het meest vatbaar zijn voor nieuwe politieke ideeën.

CONCLUSIE

Bij de verkiezingen van 13 juni 2010 behaalde de sp.a de laagste score sinds de Eerste Wereldoorlog. Hoewel het relatief windstil blijft over de oorzaken van deze zoveelste nederlaag, steekt er toch een opmerkelijk discours op: ‘de campagne was te links en daardoor heeft de sp.a het slecht gedaan. Wil men terug winnen, dan moet de sp.a terug opschuiven naar het centrum’. In dit essay hebben we geprobeerd aan te tonen dat deze redenering geen hout snijdt. Enerzijds is het centrum al druk bezet. Anderzijds zijn politieke opinies allesbehalve stabiel en worden ze gestuurd door politiek discours. In plaats van het ‘gat in het centrum’ te vullen kan de sp.a beter een nieuw gat links creëren. Het is niet de sp.a die ‘te links’ is, maar Vlaanderen dat te veel naar ‘rechts’ is opgeschoven. Het komt er met andere woorden op aan om de publieke opinie terug naar links te doen opschuiven. Dit zal veel tijd vergen. Bovenstaande strategie is dan ook geen garantie op electoraal succes op de korte termijn. Het succes van een partij mag men echter niet enkel afmeten op het winnen van verkiezingen. Het is minstens even belangrijk dat men anderen overtuigt van het eigen ideeëngoed. Maar voor dit zal lukken, moet de sp.a eerst zelf uitmaken waar ze op de lange termijn naartoe wilt.

Pieter-Paul Verhaeghe 23
Doctoraatsstudent Sociologie (FWO), Universiteit Gent
Olivier Pintelon 24
Wetenschappelijk medewerker bij het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen
Sacha Dierckx
Doctoraatsstudent Politieke Wetenschappen (BOF), Universiteit Gent

Noten
1/ Resultaten Nederlandstalige lijsten Kamer (BHV inbegrepen).
2/ Desmet, Y. (2010). Centrum. De Morgen, 16/06/2010.
3/ Peeters, T. (2010). Frank Vandenbroucke roept op tot eenheid en bezinning. De Morgen, 15/06/2010.
4/ SP.A (2010). We moeten weer vooruit. Goedgekeurd verkiezingsprogramma sp.a verkiezingen van 13 juni 2010. Brussel, SP.A.
5/ We willen hierbij wel vermelden dat de term ‘links’ geenszins een 1-dimensioneel concept is.
6/ Deschouwer, K. & Delwit, P. & Hooghe, M. & Walgrave, S. (2009). De stemmen van het volk. Een analyse van het kiesgedrag in Vlaanderen en Wallonië op 7 juni 2009. Brussel, VUB Press.
7/ Hooghe, M. (2010). Stemde Vlaanderen rechts in 2009? Samenleving en politiek, 17 (6), pp. 13-22.
8/ Janssens, P. (2007). Wat ging fout? De overwinning kent vele vaders, de nederlaag is een wees. Ongepubliceerde sp.a-nota.
9/ Dunleavy, P. & Ward, H. (1981). Exogenous voter preferences and parties with state power: some internal problems of economic theories of party competition. British Journal of Political Science, 11 (3), pp. 351-380.
Gerber, E. & Jackson, J. (1993). Endogenous preferences and the study of institutions. The American Political Science Review, 87 (3), pp. 639-656.
10/ Gabel, M. & Scheve, K. (2007). Estimating the effect of elite communications on public opinion using instrumental variables. The American Journal of Political Science, 51 (4), pp. 1013-1028.
11/ Meuleman, B. & Billiet, J. (2005). Etnocentrisme in Vlaanderen: opmars of afname? De evolutie van de perceptie van etnische dreiging tussen 1991 en 2004 en de relatie met institutioneel vertrouwen. In: APS, Vlaanderen gepeild! (pp. 37-60). Brussel, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
12/De termen zijn ontleend aan: Dunleavy, P. & Ward, H. (1981). Exogenous voter preferences and parties with state power: some internal problems of economic theories of party competition. British Journal of Political Science, 11 (3), pp. 351-380.
13/ Het zal de aandachtige Sampol-lezer opvallen dat veel van deze zaken ook al voorgesteld werden door Marc Heughebaert, de voormalige directeur van de Agalev-studiedienst. Zie Heughebaert, M. (2010). Groen! als linkse kracht in het rechtse Vlaanderen. Samenleving en politiek, 17 (1), pp. 48-59.
14/ Vander Weyden, P. & Abts, K. (Eds.) (2010). De basis spreekt. Onderzoek naar de leden, mandatarissen en kiezers van sp.a. Leuven, Acco.
15/ Lesage, D. (2009). De crisis van links en het belang van ideologische weerbaarheid. Samenleving en politiek, 16 (9), pp. 6-15.
16/ Zie in dit verband Pintelon, O. (2010). Het streven naar een begrotingsevenwicht. Een dogma? Gent, Poliargus.
17/ Zie in dit verband zeker Lakoff, G. (2004). Don’t think of an elephant!: know your values and frame the debate. New York, Chelsea Green Publishing Company.
18/ Zie in dit verband Verhaeghe, P.P. (2010). De discursieve kracht van het begrip ‘allochtoon’. Gent, Poliargus.
19/ Vander Weyden, P. & Abts, K. (Eds.) (2010). Ibid.
20/ Gerber, E. & Jackson, J. (1993). Ibid.
21/ Page & J. Jones (1979). Reciprocal effects of policy preferences, party loyalties and the vote. The American Political Science Review, 73 (4), pp. 1071-1089.
22/ Butler, D. & Stokes, D. (1974). Political change in Britain. London, Macmillan.
Franklin, M. (2004). Voter turnout and dynamics of electoral competition. Cambridge, University Press.
23/ De drie auteurs zijn lid van het linkse forum Poliargus, een onafhankelijk forum binnen de democratisch socialistische en ecologische beweging. Het forum komt op voor vrijheid, democratie en solidariteit. Meer info op www.poliargus.be.
24/ De auteur schrijft deze bijdrage in eigen naam.

sp.a - ideologie - socialisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 7 (september), pagina 46 tot 53