Log in

Tasten naar de lichtknop

Tijdens het weekend van 21 augustus 2010 waren de reuzen van het Franse theatergezelschap Royal de Luxe te gast in Antwerpen. Een kolossale duiker van ruim negen meter hoog was op zoek naar zijn nichtje, een vertederende reuzin van een meter of vijf. Achthonderdduizend mensen kwamen naar het emotioneel geladen schouwspel kijken. Achthonderdduizend. Datzelfde getal werd een monsterscore genoemd toen het betrekking had op het aantal voorkeurstemmen van ontslagnemend premier Yves Leterme (CD&V). Dat is inmiddels een eeuwigheid geleden. Het was toen 2007. Yves Leterme is nog een schim van de politieke krachtpatser die zichzelf en zijn nationalistische koekoeksjong Bart De Wever (N-VA) tussen de wapperende leeuwenvlaggen hees. Zoals het koekoeken betaamt, heeft De Wever inmiddels elke concurrentie uit het nest gewipt. Achthonderdduizend werd in de politiek een relatief cijfer. Maar niet in de wereld van reuzen. Echte reuzen kunnen hun successen herhalen.

In een opiniebijdrage1 trachtte Elke Vandeperre het geheim van de reuzen te ontsluieren. In de steeds anoniemer wordende stedelijke cultuur hebben mensen behoefte ‘aan geborgenheid, herkenning en identiteit’. De kleine reuzin verbindt mensen door de trivialiteit - daarom ook de herkenbaarheid - van haar handelingen. De reuzin doet hele gewone dingen. Zij kan dat enkel omdat ze bestuurd wordt door een hele groep mensen, kunstenaars, ambachtslui, technici, politiemensen, werklieden, ambtenaren, vrijwilligers, ja zelfs politici… Samenwerking doet je met reuzenstappen vooruit gaan. Zonder samenwerking en solidariteit is er geen stedelijke cultuur mogelijk. ‘Ik vermoed achter de ontroering van de vele toeschouwers een aangewakkerd vertrouwen dat een solidaire samenleving haalbaar is. We kunnen reuzen zijn’, schrijft Vandeperre. Het is wellicht geen toeval dat de auteur van deze analyse in een vorig leven actief was in de Werkgroep Theologie en Maatschappij, een groep progressieve, linkse katholieken. Christenen voor het socialisme, zeg maar. Misschien kunnen progressieven met een spirituele achtergrond makkelijker de metafoor van de kleine reuzin hanteren en begrijpen. Zij zijn het - in tegenstelling tot het aan de feiten geklonken politieke bedrijf - gewoon om in metaforen te denken. Om dat te kunnen, heb je een zekere poëtische rijpheid nodig zodat je comfortabel met emoties kunt omgaan. De Amerikaanse psycholoog Drew Westen2, die ook Obama adviseerde tijdens zijn campagne, toonde aan dat kiezers zich grotendeels baseren op emotie. Dat is een terrein waar Links zich vandaag liever niet begeeft. Het is er spekglad en de kans om op je bek te gaan is reëel. In een emotionele omgeving moet je antwoorden op vragen die vanuit de onderbuik opborrelen, vragen over ‘profiteurs’, ‘vreemden’, ‘luieriken’, ‘zakkenvullers’ of vuillakken’… Links is er de afgelopen twee decennia niet geslaagd dat gesprek comfortabel aan te gaan. Links heeft de vermeende ‘dwaasheid’ bestreden met rationele argumenten die glashelder aantoonden dat emotioneel geraaskal niet op feiten gebaseerd was. Daarmee waren de vooroordelen weerlegd, maar niemand lag er verder wakker van. Westen schreef het ook: in de VS haalden democratische presidentskandidaten het niet omdat ze de emoties van het Amerikaanse volk niet begrepen.

DE BUIK BEGRIJPEN

Die moeilijke verhouding tussen linkse politiek en emoties toont de Nederlandse regisseur Eddy Terstall zo mooi in de film Vox Populi. Daarin neemt een politiek-correcte, linkse en charmante politicus de politieke standpunten van zijn nieuwe schoonfamilie over. Die wonen in een Amsterdamse volkswijk. Vroeger zouden ze voor de sociaaldemocraten hebben gestemd, vandaag verkondigen ze xenofobe en racistische wijsheden. Wie meegaat met de onderbuik van het volk, zoals de politicus uit de film doet, belandt al snel in een groezelig populistisch discours. Vox Populi toont het drama van Links, het onvermogen om de pols van het volk te voelen. In Vlaanderen zoeken de media de oorzaak van dat falen bij individuele politici. Ook dat is een teken van de tijd: er moet bloed vloeien in de media, er moet moral panic worden gecreëerd, er moeten crisissen en crisettes worden geprepareerd; er moet worden aangetoond dat politici een veel te hoog loon krijgen om maar wat in de marge aan te modderen. De media spelen een belangrijke rol in de ‘sociale creatie van nieuws’ met de bedoeling de vruchten te pukken van hun eigen sappige verhalen. Het opvoeren van anekdotische situaties die betrekking hebben op individuen is een van de strategieën.

Nochtans kunnen de moeilijkheden waarmee Links kampt niet op het conto van een of meerdere individuele politici geschreven worden. Het probleem is niet eens typisch Vlaams. Overal in Europa scoren de socialisten slecht en overal maken politici en think tanks ongeveer dezelfde analyses. Zelfs wijlen Tony Judt weet in Het Land is Moeniet hoe de sociaaldemocratie zich zal moeten heruitvinden. Hij weet dat er niets beters voorhanden is. Dat lijkt de algemene teneur te zijn bij Europese socialisten. ‘We weten dat we prima materiaal in huis hebben, maar niet hoe we het nog verkocht krijgen.’ De crisis van Links lijkt moeilijk met de ratio te vatten, analyses en cijfers krijgen er geen greep op. Het heeft allemaal iets emotioneels. De Nederlandse socioloog Kees Schuyt zei daarover tijdens de Dordtse dialogen in mei 2009: ‘Mensen, politici, missen iets in onze huidige samenleving, maar het is niet duidelijk wat er precies gemist wordt. Er is wel een soort angstgevoel dat als het niet met inspanning van ons allemaal wordt opgelost, als dat gemis niet wordt goedgemaakt, dat dan het onderling samenleven slechter zal verlopen.’ Ook Schuyt schetst dat besef dat we het samen moeten oplossen.

Ik geloof oprecht dat er aan de ‘blijde boodschap’ van de sociaaldemocratie niets te verbeteren valt. Het verhaal van herverdeling, solidariteit in verbondenheid, gelijke kansen, gelijkwaardigheid en vrijheid, het verhaal dat echt iedereen meetelt, is een blijver. Die ideologische beginselen staan als een huis. Alleen zijn de mensen die vandaag in dat huis wonen, vergeten hoe het gebouwd werd. En waarom het zo gebouwd werd. Heel wat analyses over het falen van Links hebben betrekking op de herinnering. Als je niet meer weet waarom je belastingen betaalt, komt ooit het moment waarop je denkt dat elke belasting een pestbelasting is. Voeg daaraan het liberale discours over belastingvermindering en een geldverslindende overheid dat als een traag, maar doeltreffend getij over de sociale welvaartstaat is gelopen. Liberalen hebben de emoties van het volk wel begrepen. Mensen graaien graag. Het is hetzelfde mechanisme dat ons te dik en de Amerikaanse bevolking zelfs ziekelijk obees maakt: we proppen ons graag vol. Een oeroude reflex uit een tijd waarin het zinvol was om reserves bijeen te graaien op het ogenblik dat ze voorhanden zijn. We vreten én graaien ons uiteindelijk naar de verdoemenis.

INDIVIDUALISERING

Het liberalisme wist ook handig in te pluggen op de individualisering in de samenleving. Iedereen wil graag iemand zijn. Links heeft de rijpe vrucht van de democratisering van het onderwijs en de emancipatiebewegingen in de gulzige handen van het neoliberalisme laten vallen. Twintig jaar lang heeft Links het begrip individualiteit in verband gebracht met egoïsme en het als de tegenstelling van solidariteit gezien. In grote vrijheid individuele keuzes kunnen maken, is nochtans een geschenk van een democratische meerderheid. Je vindt het niet zo vaak terug in moderne dictaturen of theocratieën. Uiteraard is iedereen slechts een individu in relatie tot de ander. Individualiteit is onmogelijk zonder een solidaire gemeenschap. Het is dus perfect compatibel met collectiviteit, in zoverre het niet vervalt in de ideologische zelfzuchtigheid van het liberalisme. Dat verhaal heeft Links niet verteld, omdat het te druk bezig was het individualisme te bestrijden. Dan maak je uiteraard geen vrienden.

In het tijdsgewricht waarin de marketingjongens vertelden dat iedereen uniek kon zijn, als ze maar het juiste merk kleren kochten, klonk het linkse verhaal belerend en oubollig. Een beetje linkse intellectueel merkte meteen cynisch op dat uniciteit blijkbaar te koop is. Het drama van deze tijd is dat het een beetje waar is. De materiële cultuur is belangrijk, zegt de Britse antropoloog Daniel Miller. Hij bestudeerde in een doordeweekse Londense straat het leven van de gezinnen aan de hand van objecten die ze bezitten. Mensen vormen hun identiteit in belangrijke mate via de relaties die ze aangaan met objecten, zegt Miller. De dingen die in een woning staan, vertellen iets over de tradities van het gezin, over hun waarden, hun persoonlijke ervaringen. Wat Miller ook aantoont, is hoe relaties en verhoudingen tussen mensen in de loop der tijden langzaam veranderen. De doordeweekse Londense straat van vandaag is zo divers dat je bezwaarlijk van een hechte gemeenschap of van een hechte buurt kunt spreken. In plaats van te jeremiëren over versplintering, vervreemding of vereenzaming, zegt Miller dat we die gemeenschapszin vandaag elders moeten zoeken. Niet in de straat of de buurt, maar in de gezinnen. Daar blijven identiteiten langer hangen. Hoewel in elk gezin culturele vermenging te vinden is, koesteren de gezinnen hun tradities. Het heeft allemaal iets emotioneels.

Soms heb ik de indruk dat Links de veranderingen in de samenleving niet scherp ziet. Waar ze zich inzet op haar klassieke sociaaleconomische actieterreinen zoals sociale zekerheid of pensioenen, komt de sociaaldemocratie nog steeds als sterkste uit de bus. Maar nieuwe thema’s worden slechts moeizaam in een progressief narratief ingepast. Welke zekerheden geef je kinderen die opgroeien in nieuw samengestelde gezinnen? Wat is het statuut van de co-mama? Waarom hebben kinderen in co-ouderschap slechts 1 officieel adres? Jazeker, ook nieuw samengestelde gezinnen zijn het gevolg van de individualisering van de samenleving. Individuen leven immers niet zo makkelijk met elkaar samen als we denken. Het verlangen om onafhankelijk van standen, klassen, drukkingsgroepen, peers of wat dan ook een persoonlijk standpunt in te nemen, biedt heel wat perspectief. Maar het heeft ook nare gevolgen. Mensen blijven niet meer tot in den treure bij elkaar. Dat is niet dramatisch, maar een samenleving moet zich wel aan dit soort evoluties aanpassen. Je kan het land niet besturen alsof we nog in de jaren 1950 leven.

In een samenleving waarin individuen sterker op het voorplan zijn getreden, moet je die individuen ook ernstig nemen. Dat dat niet makkelijk is, zal iedereen erkennen. Het individu3 is boos als het onvoldoende betrokken wordt bij beleidsbeslissingen en vindt dat de politiek alles boven zijn hoofd beslist. Tegelijkertijd wil het een sterke leider die nu eens eindelijk komaf maakt met ... (vrij aan te vullen). Het is erg moeilijk om beslissingen te nemen voor kiezers met tegenstrijdige verlangens of eisen. Dan faal je altijd. Dat is precies wat politici vandaag te beurt valt. Ze falen altijd. Daarover zeuren, helpt de boel echter niet vooruit. Wellicht moet je dat moderne individu meer ruimte geven in lokale beslissingsprocessen, echte verantwoordelijkheid geven over beleidsbeslissingen in zijn directe omgeving, de wijk, het schoolbestuur… Het is vooral ook nodig om mensen, waarvan verwacht wordt dat ze een kritische houding aannemen en zelfstandig beslissingen nemen, ook goed op te leiden. Gratis, kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen blijft prioritair. En in een tijdperk waarin databestanden in een knip met elkaar gesynchroniseerd kunnen worden, moet het ook mogelijk zijn om maatwerk te leveren voor burgers. Ook daar lijkt Links schrik voor te hebben. Het gelijkheidsbeginsel lijdt er soms toe dat individuen behandeld worden alsof het doorslagjes van elkaar zijn: iedereen is toch gelijk?

MASS MINGLING

Trendwatchers zien het belang van het ‘sociaal individualisme’ toenemen. De term is al wat ouder en werd in de politiek al voorzichtig gebruikt in de jaren 1930, onder meer door de Nederlandse socialist Jacques de Kadt, met zijn ‘socialisme ter wille van het individualisme’. Oscar Wilde was er veertig jaar eerder al van overtuigd dat het socialisme meer individualisme4 kon voortbrengen. Vandaag zien trendwatchers nieuwe vormen van sociaal individualisme opduiken op sociale netwerksites. Een tijdlang werd aangenomen dat de nieuwe generatie die sterk aanwezig is op Netlog, Facebook of Twitter, zichzelf zou afsluiten van de échte wereld en van echte sociale contacten. Vandaag weten we dat het omgekeerde waar is. Een trend die in 2010 doorbreekt, is het zogenaamde Mass Mingling5: de eerste contacten worden gelegd op het internet, maar daarna ontmoeten de internauten elkaar ook in het echt. Mass Mingling veegt elk cliché over het verwateren van intermenselijke contacten van tafel. Mensen die elkaar vroeger nooit zouden hebben ontmoet, ‘ontdekken’ elkaar online en bezegelen die ontmoeting in real life. Facebook heeft bijna 500 miljoen gebruikers die elk gemiddeld 130 vrienden hebben, dagelijks 55 minuten op de site actief zijn en elke dag drie uitnodigingen krijgen voor een of andere activiteit. Maandelijks worden er 3,5 miljoen events gepost op Facebook. Het is niet verwonderlijk dat traditionele ontmoetingen het stilaan moeten afleggen tegenover de kracht van sociale netwerken. Drie vierde van de tieners (73%) en ongeveer evenveel jongvolwassenen gebruiken sociale netwerksites. Ondertussen is dat voor ongeveer de helft (48%) van de volwassenen ook het geval. Verschillende sites geven gebruikers informatie in real time over activiteiten die zij leuk of belangrijk vinden. Informatie wordt niet enkel ‘op maat’ geleverd, je kan direct zien wie ‘jouw maat’ heeft en in theorie ‘jouw maatje’ zou kunnen zijn. Amazon geeft je meteen een lijst van mensen die dezelfde boeken hebben gekocht, mensen waarmee je mogelijk interesses deelt. Via het internet vind je gelijkgezinden die je voorheen nooit zou treffen. Dat betekent dat de netwerken ook bruikbaar zijn voor sociaal activisme, om maatschappelijke of politieke druk uit te oefenen en dat hele grote groepen mensen kunnen worden bereikt.

Alles bevindt zich vandaag nog in een pril stadium en verzuurde conservatieven zullen daarom makkelijk voorbeelden vinden die de oppervlakkigheid van de i-contacten moeten aantonen. Tot spijt van wie het benijdt: de evolutie is onomkeerbaar. Mensen zullen anders met elkaar in contact komen, op een andere manier afspraken maken en netwerken vormen. Vandaag worden er meet-ups georganiseerd via het internet en vaak wordt daar al een politiek of maatschappelijk doel aan gekoppeld. De manier waarop sp.a in de loop van 2010 geïnteresseerden via het internet met elkaar in contact bracht voor een gezamenlijke energieaankoop is een voorbeeld van sociaal-politiek geëngageerde Mass Mingling. Als consumenten in het spel komen, kunnen ze invloed uitoefenen op bedrijven. Dat hebben bedrijven inmiddels begrepen. Om succesvol te zijn, moet je de consument betrekken. Dat hoeft niet door rechtstreeks inspraak te geven, maar wel door mensen de kans te bieden om hun ideeën te ventileren op een respectvolle en aangename manier. Ook hier heeft Links nog wat te leren.

Augmented Reality of Toegevoegde Realiteit is nog zo’n trend die Mass Mingling versterkt. We zijn vandaag in staat de informatie die we oppikken in de reële wereld te versterken via de virtuele wereld. Wil je weten waar de dichtstbijzijnde pinautomaat is, dan is die informatie beschikbaar via een telefoon-app. Informatie die je vroeger nooit zo snel aan de weet zou komen, wordt meteen, in real time beschikbaar. Dat is ook handig voor activisten of om mensen bij elkaar te brengen.
De trends tonen aan dat veel mensen sociaal actief zijn, maar helaas niet binnen de klassieke grenzen van een traditionele politieke partij. Dat is een wat wrange constatering maar ze biedt perspectieven voor Links. Het publiek is immers geëngageerd gebleven. Voor sociaaldemocratische partijen moet dat een teken van hoop zijn. Het komt er vooral op aan om de taal van de tijd te spreken, om in te tunen op nieuwe evoluties en de oude vormen en gedachten te laten sterven. De toekomst van Links lijkt me daarom heel wat rooskleuriger dan wat velen vandaag denken. Links is op zoek, tast in het duister, maar weet dat de lichtknop zich ergens bevindt. Het wordt tijd dat Links opnieuw het licht aansteekt.

AUTHENTICITEIT

Mass Mingling combineert twee menselijke drijfveren: we zijn graag met elkaar in contact en we zijn dol op alles wat écht is. Het internet vergemakkelijkt de contacten en zorgt voor nieuwe manieren om elkaar in het echt te ontmoeten, of activiteiten te organiseren in de echte wereld. ‘Echt’. Ook dit is een buzz word dat Links iets kan vertellen over wat er leeft bij de mensen. Authenticiteit en ‘echtheid’ zijn begrippen waaraan mensen zich laven. De politiek, met haar kommaneukerij en scheve compromissen lijkt vaak ‘vals’, ‘onecht’. Begrippen als ‘beloftecultuur’ wijzen er op dat burgers verwachten dat politici veel beloven, maar die beloften zelden waarmaken. De burger/consument verlangt dat beloften worden waargemaakt en dat informatie correct is. Een bedrijf dat je bedriegt met informatie over haar product, wordt ongenadig afgestraft. Voor een politieke partij geldt hetzelfde. ‘Echtheid’ heeft te maken met waarden zoals authenticiteit, transparantie, eerlijkheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid. Bedrijven pikken daar op in. Links doet dat nog te weinig, vooral als ze bestuursverantwoordelijkheid heeft.

De opmars van ‘authenticiteit’ als belangrijke waarde betekent dat Links haar succesvolle oernarratief over solidariteit, herverdeling en gelijke kansen iets scherper en duidelijker moet stellen. De sociaaldemocratie wordt niet meer als ‘echt’ gepercipieerd. Het is voor heel wat kiezers helemaal niet meer duidelijk waar de sociaaldemocratie voor staat. Links heeft de afgelopen twintig jaar zo innig met de markt geflirt, dat elke kritiek op de perversiteit van het vrijemarktmechanisme nu vals klinkt. Daarom moet Links opnieuw duidelijkheid verschaffen over wat publieke taken en het publieke domein zijn en wat Links daar van verlangt. Links moet daarom ook het voortouw nemen in alles wat met sociale vernieuwing te maken heeft. Ook hier sputtert de sociaaldemocratie. Sociale innovatie zie je vandaag opduiken als ordewoord bij vooruitziende middenveldorganisaties, private studiebureaus en bedrijven, maar veel te weinig bij politieke partijen, in het bijzonder bij linkse partijen. Het waren eerst de bedrijven die duurzaamheidtrends zoals Cradle to Cradle moesten oppikken. Het waren ook de middenveldorganisaties en kleine KMO’s die nieuwe, complementaire muntsystemen, meer bepaald sociale muntsystemen, een kans wilden geven. De politiek keek wantrouwig naar wat ze als verdachte nieuwlichterij beschouwde. Links slaagt er niet in om voorloper te zijn als het gaat over nieuwe sociale dynamieken. Een beetje socialist moet zich toch schamen als een bedrijf zoals Renault er in de zomer van 2010 in slaagt uit te pakken met een reclamefilmpje voor haar Z.E. (Zero Emission cars) dat niet zou misstaan in een verkiezingscampagne van Links. De omschakeling naar de elektrische wagen is grotendeels het werk van private bedrijven die zo onze mobiliteit drastisch zullen veranderen. Renault doet dat met een consequente en volgehouden communicatie over de elektrische wagen, een communicatieproces van enkele jaren waarin telkens dezelfde informatie wordt gegeven. Renault neemt zo langzaam de angst voor het nieuwe weg. De Franse autoconstructeur heeft begrepen dat zelfs de hippe early adapters gerustgesteld moeten worden en dat alle onduidelijkheden en onzekerheden moeten worden weggenomen. Dat is het omgekeerde van wat nagenoeg alle partijen de afgelopen decennia hebben gedaan. Elke verkiezingscampagne - en er zijn er in België nogal wat - moest er iets nieuws, leuks en aantrekkelijks gevonden worden. Met als gevolg dat er steeds andere boodschappen werden gegeven. Niet noodzakelijk tegenstrijdige boodschappen, maar wel steeds andere.
Renault weet echter dat voor een belangrijke omwenteling zoals de omschakeling naar de elektrische wagen een consequente en vaak herhaalde boodschap nodig is. Links zou die eenvoudige logica de hare moeten maken.

Ik beweer niet dat linkse bestuurders niet met de elektrische wagen bezig zijn - uiteraard zijn ze dat wel. Dat is althans in Vlaanderen zo. Ik merk enkel op dat Links geen voorloper is in een evolutie naar een meer duurzame, eerlijkere wereld. In het uittekenen van de nieuwe samenleving, of het nu gaat over een diverse, multireligieuze samenleving, een samenleving met heel verschillende, nieuwe gezinsvormen, een samenleving die de materiaalcirkel gesloten houdt en geen afval meer produceert, een samenleving waar mensen participeren in de productie van duurzame energie, komt Links pas laat of aarzelend op gang.

Links doet er goed aan op zoek te gaan naar de nieuwe onrechtvaardigheden en onzekerheden en ze consequent aan te pakken. Op een eerlijke, authentieke manier, met betrokkenheid van alle stakeholders en met de kracht van haar geloof in de blijvende universaliteit van haar oorspronkelijke ‘blijde boodschap.’ En er zijn heel wat nieuwe risico’s, zoals geen garantie meer hebben op een vaste baan tot het einde van je carrière, geen garantie dat je ooit nog een eigen huis kunt kopen, soms niet eens de zekerheid hebben of je nog wel een woning kunt huren, geen zekerheid hebben over je pensioen of je pensioenleeftijd, geen zekerheid of je nog een beroep kunt doen op kwaliteitsvolle en betaalbare geneeskunde, geen zekerheid hebben dat je kind een plek heeft in de crèche, geen zekerheid of het ingeschreven geraakt in een goede school, niet eens de zekerheid hebben dat je kinderen omwille van de klimaatveranderingen nog een behoorlijk leven zullen leiden…

Links doet het vandaag niet goed, maar er lacht haar een mooie toekomst tegemoet. Links moet klaar staan om zekerheid te bieden en nieuwe onrechtvaardigheden te bestrijden, niet door veranderingen tegen te werken, maar door de sociaaleconomische en culturele avant garde te zijn die een voortrekkersrol vervult in de ontwikkeling naar een andere samenleving. We hoeven niet bang te zijn dat die nieuwe wereld zal worden bevolkt door egoïstische individuen. Alles wijst er op dat de nieuwe generaties niet asocialer zijn geworden en dat ze begrippen zoals solidariteit, authenticiteit, duurzaamheid, transparantie, betrokkenheid belangrijk vinden. Ik vermoed dat voormalig sp.a voorzitter Johan Vande Lanotte de tijdsgeest goed had aangevoeld toen hij zei dat de inhoudelijke vernieuwingsoperatie van zijn partij gebaseerd moest zijn op dromen. Hij daagde iedereen uit om de werkelijkheid even opzij te zetten en te dromen over de samenleving van 2020. De partij bleef echter steken in haar rol als beleidspartij die vreest dat dromen onrealistisch worden als er een coalitie moet worden gevormd. Dan worden dromen vervangen door pragmatische compromisbereidheid. Die realiteitszin toont de ernst van de Vlaamse socialisten aan, maar fnuikt op termijn haar aantrekkingskracht. Toch geloof ik dat het uitgangspunt van Vande Lanotte het juiste was. Links moet opnieuw leren dreamstormen.

Jan de Zutter
Auteur en politiek adviseur van Vlaams vice-minister president Ingrid Lieten (sp.a)6

Noten
1/ Vandeperre Elke, Het geheim van de reuzin, De Morgen, 21 augustus 2010, p. 16.
2/ Westen Drew, The political brain, the role of emotion in deciding the fate of the nation, 2007.
3/ COB kwartaalbericht, oktober 2009/3 van het Sociaal Cultureel Planbureau Nederland.
4/ Wilde Oscar, The Soul of Man Under Socialism, Pall Mall Gazette, 1891.
5/ http://trendwatching.com/trends/massmingling/.
6/ Dit artikel verscheen ook in Engelstalige versie in Belgian Society and Politics 2010 - What Next for the Left?, het vierde internationale jaarboek van de uitgever van Samenleving en politiek, de Stichting Gerrit Kreveld.

sp.a - sociaaldemocratie - ideologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 9 (november), pagina 52 tot 59