Abonneer Log in

Vechten voor werk én voor de werklozen

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 9 (november), pagina 73 tot 77

Luc Vanneste publiceerde enkele maanden geleden een artikel in Samenleving en politiek waarin hij de positieve effecten van de activering van werklozen onderstreepte en een pleidooi hield om de inspanningen op dat vlak nog op te drijven. Wat in dat artikel vooral opvalt, is de vaagheid die bestaat inzake het beleid t.o.v. van werklozen. Er kan meer klaarheid worden geschapen in dit debat door de gebruikte terminologie op te helderen en te herinneren aan de institutionele opsplitsing van de bevoegdheden.

In het edito van het februarinummer van Samenleving en politiek houdt Luc Vanneste een pleidooi ten voordele van de activering van werklozen, en vooral van de controle(s) van de RVA op dat vlak. Hij kritiseert de recente campagne van de vakbonden om die controles op te schorten, ja zelfs af te schaffen, nu nog meer mensen werkloos worden. Vanneste viseert daarbij vooral het Waals ABVV (FGTB wallonne), hoewel de vakbond niet bij naam wordt genoemd (het standpunt van de FGTB wallonne werd bevestigd op een congres in mei 2010 en overgenomen door het federaal ABVV in juni). Vanneste meent dat zij die zich verzetten tegen de controles van werklozen, zoals die sinds juli 2004 worden verricht, feitelijk vragen dat de werklozen aan hun droevige lot worden overgelaten. Hun belangen zouden door die campagne zwaar worden geschaad. En passant bestempelt Luc Vanneste de houding van een ‘jonge Franstalige politicoloog’ die de gevolgen van het activeringsbeleid aan de kaak stelt, als ‘crimineel’. Dit is de bewuste passage: ‘In een recente ABVV-publicatie beweert een jonge Franstalige politicoloog dat het activeringsbeleid de sociale zekerheid verzwakt en de winsten van de bedrijven vergroot. Maar het verzwaart vooral de druk van de werklozen op de werkenden. Zelfs werklozen opleiden verhoogt die druk! Ook hij wil dat ze gerust gelaten worden. Hij beoogt een herstel van de banden tussen werkenden en werklozen, maar creëert in feite een concurrentiële verhouding! Het spijt me, maar ik noem dat crimineel’.1

Ik ben die jonge Franstalige politicoloog. De werklozen verdienen beter dan een polemiek in een tijdschrift. Ik meen dat het artikel van Vanneste reële vragen opwerpt, maar de antwoorden die hij aanreikt deugen niet en zijn haastwerk. Ik heb een andere kijk op de zaken.

Met betrekking tot de activering van werklozen bestaat er al sinds het begin een ernstig misverstand. En dat misverstand, die vaagheid, geraakt maar niet opgelost. Zo gebruikt het Franstalige dagblad La Libre Belgique, in zijn editie van 16 maart 2010, zowel de uitdrukkingen ‘activation des chômeurs’, ‘accompagnement des chômeurs’ et ‘contrôle des chômeurs’ om hetzelfde begrip aan te duiden. Vaak stelt men de controle - in de praktijk een serie gesprekken tussen de werkloze en de RVA - gelijk met begeleiding en hulp aan de werkloze. Zo staat het ook in het plan dat Frank Vandenbroucke (sp.a) destijds als federaal Minister van Werk heeft laten goedkeuren. Die semantische verwarring en misverstanden m.b.t. het beleid t.o.v. werklozen, trekken het debat scheef. Als zowel op het semantische als het institutionele vlak opheldering wordt verstrekt, kunnen we die kwestie vanuit een andere invalshoek bekijken.

VERDELING VAN DE BEVOEGDHEDEN

Tot in 1978 had de RVA een dubbele rol: zij hielp de werklozen een baan zoeken en zij controleerde hen ook. In de jaren 1970 waren de aantallen werklozen door de economische crisis aanzienlijk gestegen.2 Werklozen hadden het toen ook alsmaar moeilijker om aan een baan te geraken. En de vakbonden, die dagelijks contact met hun werkloze leden onderhielden, vonden het niet kunnen dat mensen die je probeerde te helpen ook onmiddellijk een sanctie riskeerden. Om die ongezonde situatie uit de wereld te helpen, drongen zij er bij de overheid op aan dat de ‘plaatsing’ en de controle van werklozen zouden worden gescheiden, en dat aparte diensten in het leven zouden worden geroepen. In 1989 werden de bevoegdheden van de RVA inzake arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding overgeheveld naar de gewesten (en gemeenschappen), d.w.z. naar de VDAB, Forem en Orbem. De RVA bleef de rol van controleorgaan uitoefenen.
Als gevolg van deze taakverdeling tussen de federale overheid en de regionale overheden, houdt de RVA zich vandaag niet langer bezig met arbeidsbemiddeling of beroepsopleiding. Zij mag dat simpelweg niet meer en zij heeft daar ook de middelen niet meer voor; werkaanbiedingen worden niet langer door haar verzameld en doorgegeven aan werklozen. Wettelijk gesproken bestaat de zogenaamde begeleiding van werklozen door de RVA erin na te gaan of zij hun verplichtingen wel nakomen.

EEN ANDERE FILOSOFIE

De hervorming van 2004 heeft echt een andere filosofie ingeluid. Sinds 1945 - en voordien, toen de vakbondskassen hun werkloze leden een vergoeding uitkeerden - krijgen arbeiders die onvrijwillig hun baan verliezen en effectief beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, een uitkering. De werklozen zijn verplicht een passend arbeidsaanbod te aanvaarden en kunnen hun recht op een uitkering verliezen, indien zij een dergelijk aanbod weigeren of bij misbruik. De vakbonden hebben die verplichting nooit in vraag gesteld.3 Omgekeerd moeten de werkgevers voor werk zorgen; en de overheid moet ijveren voor volledige tewerkstelling en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengen.
Sinds 2004 moeten werklozen aantonen dat zij actief op zoek gaan naar werk.4 Indien zij er niet in slagen om dat aan te tonen tijdens het eerste (controle)gesprek met de RVA, legt een zogenaamde facilitator hen een aantal verplichtingen op waarvan de naleving zal worden geverifieerd tijdens het tweede (controle)gesprek. Het gaat daarbij om contractuele verplichtingen. Immers, indien iemand een negatieve evaluatie krijgt, dan kan zijn of haar uitkering worden opgeschort gedurende vier maanden, tenminste voor sommige categorieën werklozen. Voor mensen waarvan het inkomen in veel gevallen al onder de armoedegrens ligt, heeft een dergelijke sanctie belangrijke gevolgen (die grens bedraagt vandaag 899 euro voor een alleenstaande). Bovendien tekent de werkloze een nieuw contract, waarbij hij of zij er zich toe verbindt om nog meer inspanningen te leveren dan de eerste keer. Dat is geen sinecure als je uitkering wordt teruggeschroefd. Wat wil dat zeggen? Dat we niet langer spreken over een gedeelde verantwoordelijkheid op dat vlak: de werkloze is voortaan in hoge mate zelf verantwoordelijk voor zijn situatie en voor zijn vermogen om werk te vinden; die verantwoordelijkheid wordt niet langer gedeeld met de werkgevers en de overheid. Of men deze evolutie nu toejuicht of betreurt, zij is een feit.

MEER PRECAIRE ARBEID

Maar er is meer aan de hand. Het venijn zit in de details. Laten we daarom eens kijken naar de verplichtingen die de RVA oplegt als een werkloze een dergelijk contract tekent. En laten we meteen duidelijk stellen dat de RVA geen baan of specifieke beroepsopleiding aanbiedt aan de werkloze die zij controleert. Dat is ook niet haar taak. Daar moeten de regionale diensten voor zorgen. De RVA legt de werklozen een aantal verplichtingen op: zoveel sollicitaties versturen, reageren op zoveel werkaanbiedingen, zich inschrijven in zoveel uitzendbureaus, zich inschrijven in een Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA) of werken in het systeem van dienstencheques. Dat betekent concreet dat de RVA vormen van precaire arbeid opdringt, met arbeidscontracten die soms sterk afwijken van wat meer en meer de norm was geworden, d.w.z. voltijdse contracten van onbepaalde duur. Dat betekent eveneens dat de toetsingscriteria inzake beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt kwantitatief en relatief eenvormig zijn, en dus geen rekening houden met het persoonlijk profiel en de gezinssituatie van de werklozen. Sinds 2004 worden er elk jaar meer mensen geschorst. Het aantal schorsingen zal trouwens nog stijgen, gezien de toenemende werkloosheid, vooral in Vlaanderen. Aangezien er minder werkaanbiedingen zijn, zal het ook moeilijker worden om voldoende te solliciteren. Momenteel weigeren uitzendbureaus reeds werklozen in te schrijven, omdat zij weten dat zij hen geen jobs kunnen aanbieden. En aangezien kwantitatieve criteria worden gehanteerd, volgen er automatisch sancties. Niet omdat de facilitatoren zo ijverig zijn, maar omdat de RVA scrupuleus uitvoert wat haar is gevraagd uit te voeren.

Luc Vanneste betreurt dat hij niet vaker werd uitgenodigd door de RVA toen hij werkloos was. Betreurt hij ook het feit dat hij geen contract heeft moeten tekenen dat hem zou hebben verplicht om het zelf maar uit te zoeken? Zou hij beter gewapend zijn geweest op de arbeidsmarkt indien hij gedurende vier maanden, of voor altijd, zijn uitkering was ontnomen? Neen. Hij betreurt vooral niet te zijn begeleid en geholpen geweest bij zijn pogingen om aan werk te geraken, en geen werkaanbieding te hebben gekregen. Dat is echter geen taak meer voor de RVA, maar voor de VDAB, de Forem en Actiris. En het is niet door met sancties te zwaaien, dat iemand zich gaat omscholen. Neen, dat doe je door die persoon een fatsoenlijke baan aan te bieden. Maar dat is niet langer de taak van de RVA. De activering van het zoekgedrag naar werk, of hoe je dat ook wilt noemen, is bijgevolg slechts een kwestie van controle.

We moeten inderdaad ‘vechten voor werk, niet tegen werklozen!’, zoals de titel van Sampol-edito van februari 2010 luidt. De vraag is: scheppen de RVA-controles werk? Of gaat de RVA er van uit dat zonder afdoende controles de werklozen ervan verdacht kunnen worden niet actief naar een baan te zoeken? De huidige procedure heeft ook nog andere gevolgen. Door de werklozen precair werk op te dringen, op straffe van sancties, wordt de positie van de actieve arbeiders ondergraven. In die zin heb ik in het artikel dat ik over dat onderwerp heb geschreven, een aantal argumenten ontwikkeld.5
Activering, in zijn huidige vorm, helpt de werklozen niet vooruit en schaadt noodzakelijkerwijs de belangen van alle arbeiders, met en zonder baan. Men moet de werklozen vooral helpen. Door hen fatsoenlijke banen en nuttige opleidingen aan te bieden, niet door hen rondjes te laten draaien in een repressieve carrousel. Zo bied je geen perspectief aan werklozen.

Dit is geen gebrek aan realisme. Ik ontken niet dat er misbruiken bestaan. Maar de mensen die werklozen die door de RVA worden geconvoceerd bijstaan, zijn formeel: de echte fraudeurs glippen door de mazen van het net, terwijl plichtsbewuste werklozen worden gesanctioneerd omdat ze een administratieve fout maken of één bepaald document niet kunnen voorleggen. Wie echt tegen zwartwerk wil optreden, de werkgevers wil controleren en de aangiften van tewerkstelling wil verifiëren, moet op de werven of in de restaurantkeukens zijn. Helaas zijn de middelen voor die strijd veel te beperkt.
Werklozen en werknemers hebben nood aan degelijke, gezonde, correct betaalde banen. Zij hebben recht op sociale bescherming, in een samenleving met goede openbare voorzieningen. Mensen die aan deur worden gezet bij Opel, Carrefour of in andere ondernemingen, of jongeren en minder jonge mensen die zich inspannen om een baan te vinden, verwachten terecht wat anders dan een sanctie als gevolg van RVA-controles.

Jean Faniel
Doctor in de politieke wetenschappen, Centre de recherche et d’information socio-politique, CRISP (Brussel)

(Vertaling: Jan Vermeersch)

Noten
1/ Luc Vanneste verwijst naar het artikel ‘Herstel de banden tussen de arbeiders met en zonder baan’. In: Carl Devos, Kurt Vandaele, Jean Faniel en Corinne Gobin(red.), Solidariteit in beweging. Perspectieven voor de vakbond van morgen, Brussel, Algemene Centrale/Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis/ASP, 2009, pp. 240-248.
2/ Het aantal volledig werklozen met recht op een uitkering steeg van 100.000 in 1974 naar 274.000 in 1978.
3/ Guy Vanthemsche, De oorsprong van de werkloosheidsverzekering in België: vakbondskassen en gemeentelijke fondsen (1890-1914), In: Tijdschrift voor sociale geschiedenis, 1985, 11, nr.2, p.145; Jean Faniel, Les syndicats, le chômage et les chômeurs en Belgique. Raisons et évolution d’une relation complexe. Doctoraatsthesis in de politieke wetenschappen, niet-gepubliceerd, Brussel, ULB, 2006, pp.331-332; Joeri Januarius, De werkloosheidsverzekering in de naoorlogse welvaartstaat: een blik op de werking van het ABVV, In: Vlaams marxistisch tijdschrift, 2008, 42, nr. 1, p.6.
4/ Op het vlak van de werkloosheidsverzekering heeft de overgang van zogenaamde ‘passieve’ naar ‘actieve’ maatregelen zich de laatste jaren over heel Europa uitgebreid. Zie met name Florence Lefresne, Unemployment benefit systems in Europe and North America: reforms and crisis, Brussel, IRES-ETUI, 2010.
5/ Zie noot 1.

activering - RVA - werkloosheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 9 (november), pagina 73 tot 77