Log in

Het reveil van de coöperatie

Project in de kijker

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 2 (februari), pagina 43 tot 45

VAN PUBLIEKE GOEDEREN NAAR INDIVIDUELE CONSUMENTEN

Vrije markt, privatisering, liberalisering, concurrentie… Het zijn kernwoorden waar de laatste 20 jaar met gegoocheld wordt door de afstammelingen van de Oostenrijkse school. De Bolkesteins van Europa drukken zo hun neoliberale stempel op het Europese beleid. Markten van publieke goederen zoals postbedeling, energie en treinvervoer worden geliberaliseerd en gedereguleerd om te komen tot een concurrentiële markt. Volgens de liberale logica zou dit leiden tot lagere prijzen. Maar is dit altijd zo?

Nu de stofwolk van de hele operatie opstijgt, sijpelen de resultaten en gebreken stilaan door. Op de postmarkt wordt er voornamelijk geconcurreerd op basis van het terugschroeven van de dienstverlening en het creëren van dumpstatuten voor de postbodes. Postkantoren worden gesloten, een op drie startende hulppostbodes haakt af door te hoge werkdruk en met het statuut van de wijkpostbodes worden dumplonen voorbereid. De postbode is in Europa de dupe, waar voor de gewone consumenten de prijs omhoog gaat. Enkel de grootste bedrijven met veel briefwisseling kunnen profiteren van lagere prijzen.
Iets gelijkaardigs vindt plaats in de energiesector. Het studiebureau voor consumentenorganisaties (OIVO) analyseerde afgelopen jaar de effecten van de vrijmaking en deregulering van de Belgische energiemarkt. OIVO stelt vast wat socialisten al langer wisten: ‘Vanuit een economisch standpunt bekeken, blijkt de logica dat vrije concurrentie tot prijsdalingen leidt enkel op te gaan voor markten met een perfecte concurrentiesituatie en zeker niet voor de markt van een onmisbaar goed als energie. Het huidige systeem houdt in feite in dat de klant minder betaalt voor zijn energie naarmate hij meer verbruikt.’
De elektriciteitsprijs is in de laatste twee jaar 7 tot 12% gestegen, terwijl de inflatie in die periode slechts 4,2% bedroeg. Extra coördinatiekosten bij de opsplitsing van de energiesector in vier takken (productie, transport, distributie, levering), faling van concurrentie en onoverzichtelijke formules worden als schuldigen aangeduid. De vrijmaking heeft elektriciteit enkel goedkoper gemaakt voor de grote afnemers. Deze bedrijven maken echter steeds meer winst voor de aandeelhouders en betalen amper belastingen door fiscale spitstechnologie.

HET REVEIL VAN DE COÖPERATIE

Veel bedrijven zijn georganiseerd in een niet-gesloten structuur. Consumenten kopen een goed van een bedrijf. De werknemer maakt het product in opdracht van het topkader. De aandeelhouder krijgt zijn deel van de winst. Zeker in de grotere bedrijven hebben de aandeelhouders weinig uitstaans met de consument. Zolang de consument maar koopt. Zolang de aandeelhouder maar zijn dividend krijgt.

Het kan uiteraard beter wanneer belangen meer gemeenschappelijk zijn en de eigenaar niet vervreemdt van de consument. Met een maatschappelijk doel van zowel ledeneigenaars, consumenten en werknemers voorkom je dat welbepaalde individuele belangen gaan primeren. De coöperatie is een dergelijke organisatievorm. Het is een samenwerkingsverband waar de ledeneigenaars ook consumenten zijn, waardoor belangen in de organisatie meer gedeeld zijn door alle stakeholders. Daardoor wordt de langetermijnstrategie belangrijker en staan maatschappelijke baten centraal. Hij brengt de consument dichter bij het economisch gegeven, daar waar de gebruiker er nu vaak van vervreemd is.
De talrijke globaliseringsproblemen kennen hun wortels in het ontkoppelen van de belangen van de ondernemer, aandeelhouder, werknemer en consument. De aandeelhouder en ondernemer zitten wereldwijd, de werknemers en consumenten lokaal. De coöperatie geeft de kans om de betrokkenen opnieuw op eenzelfde niveau te organiseren. Op die manier kan er gewerkt worden aan een langetermijnstrategie met maximale maatschappelijke baten.
De vrijgemaakte publieke diensten zijn grote producenten, vaak multinationale bedrijven. Aan de andere kant heb je de nauwelijks georganiseerde consument. Hierin ligt de fundamentele zwakte van die geïndividualiseerde consument. Zijn onderhandelingsgewicht is te klein. Waar vroeger de belangen tussen producent en consument sterk verstrengeld waren via regulering of publiek bezit, zijn deze nu uiteen gegroeid. De coöperatieve onderneming kent om die reden de afgelopen jaren een heropleving. Denk maar aan de opkomst van de publiek georganiseerde wijkgezondheidscentra, waar eerstelijnsgezondheidszorg gratis is. Ello Mobile - een telecomoperator - belooft 100% van zijn winst te spenderen in zelf te kiezen projecten voor het goede doel. De socialisten grijpen eveneens terug naar de coöperatie met de gezamenlijke aankopen voor energie.

GESCHIEDENIS VAN DE COÖPERATIE

Het idee van de coöperaties is niets nieuws. Het is in de 18de eeuw ontstaan o.a. in Woolwich, Groot-Brittannië. Arbeiders worden er in 1760 gezamenlijk eigenaar van een meelfabriek. Ze delen dezelfde maatschappelijke belangen en ze kunnen beter investeren in de juiste productiemethodes door meer beschikbaar kapitaal. Het hoeft niet te verbazen dat de marxisten in de 19de eeuw de coöperatieve beweging omhelzen. Het wordt een instrument voor de economische emancipatie van de werknemer. Niet voor niets voert de Kerk jarenlang strijd tegen de coöperaties. De Kerk ziet deze als een bedreiging voor de christelijke armenzorg, die ze al eeuwenlang ontplooien om de burgers aan de Kerk te verbinden.
Na de Eerste Wereldoorlog komen de coöperatieve organisaties meer op de achtergrond. Het publieke karakter van tal van instellingen neemt de rol van verschillende coöperaties over, zoals de intercommunales in nutsvoorzieningen van bijvoorbeeld water en energie. Ze blijven na de Tweede Wereldoorlog ironisch genoeg sluimerend aanwezig via katholieke middens. De boerenstand heeft nog steeds zijn AVEVE en er is de christelijke investeringsholding CERA voor coöperaties.

TYPEVOORBEELD ECOPOWER

De vraag is nu: ‘hebben coöperaties potentieel naast kleinschalige organisaties in een geglobaliseerde economie?’ Het gaat er om als consument de juiste keuze te maken. Het is gemakkelijker om het te illustreren met het voorbeeld van energie. De energiesector is ontstaan uit publieke coöperatieven, die uitmondden in enkele grote spelers. Private participatie kwam bij Electrabel doorheen de decennia meer en meer voor. In de 21ste eeuw kwam het summum van de vrije markt met de liberalisering van de energiemarkt zonder de gekoppelde belangen tussen verbruiker en aandeelhouder. Electrabel werd verkocht aan het Franse GDF Suez. De gevolgen zijn duidelijk. De belangen van de Franse aandeelhouder staan boven deze van de Belgische consument en Electrabel is de slechtste leerling op vlak van ecologische energieproductie.

Er is echter een lichtpunt van hoe het beter kan: Ecopower. 100% groen én een coöperatieve vennootschap. Het is georganiseerd als een bedrijf, maar met een maatschappelijk groen doel. De aandeelhouders zitten niet in Japan, USA of Zuid-Amerika, die de winsten in eigen zakken steken. De ledeneigenaars bestaan uit de consumenten en lokale eigenaars, die het maatschappelijk doel van Ecopower ondersteunen. Om klant te worden, moet men minimum 1 tot maximum 50 aandelen kopen in het bedrijf. Deze aandelen mogen pas na 6 jaar verkocht worden om kortetermijnspeculatie te voorkomen. Bovendien is Ecopower, volgens VREG, voor het merendeel van de mensen de goedkoopste elektriciteitsleverancier.
De goedkoopste, de groenste, gegarandeerde werkzekerheid en het aandeel brengt meer op dan de beste spaarrekening. Je zou al goed gek moeten zijn om er geen klant te worden. Dit is de hernieuwde economische emancipatie in de geglobaliseerde wereld. Het reveil van de coöperatie!

Bart Wolput
Ingenieur en bestuurslid Animo Nationaal

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 2 (februari), pagina 43 tot 45